|
www.GenadeBijbel.nl
De vijf punten van Calvijn
Totale
Verdorvenheid
("Total Depravity")
"Kan ik wel geloven?"
door
Jan Stelma
T ULIP
De komende tijd wil ik met jullie het onderwerp Calvinisme gaan behandelen.
Moet je daar nu over preken? Wij hoeven niet alle leringen te kennen. Paulus
zegt: Wijkt af van dezelve. We moeten de boodschap die wij leren
kennen, die moeten we weten.
En dan kunnen we alles wat op ons afkomt toetsen aan het Woord of het klopt.
Maar het is toch wel iets dat we vaak tegenkomen in Nederland en dan is het
toch wel goed om te laten zien wat de vijf punten van Calvijn zijn.
Ik wil vanuit het Woord laten zien hoe het Woord dat leert en dan zien we ook
wat een uitwerking een leer op een mens heeft. Dat zien we al aan onszelf, sinds
we deze boodschap kennen, de juiste leer, de gezonde woorden van de Heere Jezus,
dan zien wij een hele verandering in ons leven. Dan komen wij dus uit iets
anders waar wij toen onder waren en wat ons toen gebonden heeft. Een heel
belangrijke leer waar wij mee te maken krijgen is die van het Calvinisme.
Dus ik praat niet over de mensen, maar wel over wat er geleerd wordt.
Dan komen we op vijf punten, die kennen we allemaal of misschien wel niet,
die vijf punten zijn ooit in Nederland bedacht, tijdens de Dordt Synode, door
Nederlandse theologen opgeschreven om de andere groeperingen te kunnen
weerleggen.
In het Engels heet het: TULIP.
Het is in het Engels, in het Nederlands klopt het niet helemaal,
want dan komen wij een letter te kort:
De T staat voor:
Total depravity
- Dat betekent totale verdorvenheid.
De U staat voor:
Unlimited election - Dat betekent ongelimiteerde
uitverkiezing.
De L staat voor:
Limited atonement - Dat betekent beperkte verzoening.
De I staat voor:
Irresistible grace -
Dat betekent onweerstaanbare genade.
De P staat voor:
Perseverance of the saints - Dat betekent de volharding van de
heiligen.
De T staat dus voor
totale verdorvenheid, daar
wil ik het vandaag over hebben.
Waar staat dat voor? Ik laat eerst zien wat er geleerd wordt en daarna laat ik zien wat de Bijbel
erover zegt. Daarna laat ik u teksten zien die gebruikt worden en hoe ze verkeerd
uitgelegd worden en dan laat ik weer vanuit de Bijbel zien hoe de Bijbel dat
ziet.
Wat is nou totale verdorvenheid? De definitie van de Calvinist luidt als volgt :
Totale Verdorvenheid
:
"Mensen zijn dermate aangetast door de negatieve gevolgen van de erfzonde dat
zij niet in staat zijn om rechtvaardig te zijn. Zij zijn altijd en
onveranderlijk zondig. De menselijke vrijheid is volkomen gebonden door de
zonde, zodat we enkel het kwade kunnen kiezen"
Dus de mens is onredbaar, hij is geschapen als een vat dat vernietigd wordt,
als contrast tot de goedheid van God. De mens is volledig verdorven, hij is tot
niets in staat, tot niets goeds in staat. Hij kan niets, het is allemaal bij God
en de mens is gewoon compleet helemaal tot niets goeds in staat.
Wij weten vanuit de Bijbel ook wel dat de mens in zonde geboren is. Totale verdorvenheid is ook eigenlijk geen Bijbels woord, het staat niet in
de Bijbel. Maar goed, wij snappen wel wat er bedoeld wordt.
Ga met mij mee naar 2 Petrus 3:9
"De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid
achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan,
maar dat zij allen tot bekering komen."
Hier staat: God wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat
allen
tot bekering komen.
Iedereen, Hij is lankmoedig, dat zien we ook in deze bedeling van genade
waarin wij leven. God is lankmoedig. Petrus zegt ook later in vers 15-16 dat we naar Paulus
moeten kijken want die verklaart waarom de Heere nog steeds niet komt. Dat is de
lankmoedigheid van God over ons.
God wil gewoon dat mensen gered worden, Hij heeft er geen behagen in dat
mensen verloren gaan. Dat zien wij ook in Ezechiël staan: Hij heeft geen lust in
de dood van zondaren. Daarom is Hij lankmoedig, daarom oordeelt God nog steeds niet. Mensen zeggen wel eens: Waarom doet Hij er niets aan? Hij gaat er wat aan doen, maar Hij wacht nog steeds. Geduld, geduld,
lankmoedig! Nog steeds krijgen mensen een kans om eeuwig leven te krijgen om onder het
oordeel vandaan te komen, dat is wat Hij wil.
Maar er wordt ook wel een verkeerde uitleg aan gegeven, nl. dat hier bedoeld
wordt dat iedereen tot bekering zal komen. Alle mensen zalig dus! Maar daar gaat
het hier niet om. Het gaat er hier om dat mensen nog steeds een kans hebben om
een keus
te maken om eeuwig leven te krijgen. De keus maken door het evangelie te
accepteren waardoor ze gered worden.
Niet: Nu komt iedereen tot geloof en iedereen is gered. Maar ook niet de andere kant van het verhaal: Alleen de uitverkorenen. Daarom gaan we naar
1 Timotheus 2:3,4
"Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker;
Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen."
In dit verhaal is de vrije wil natuurlijk cruciaal. In het hele verhaal van
het Calvinisme is de vrije wil totaal geëlimineerd en dat is dus niet Bijbels,
absoluut niet.In 1 Tim.2:4 zien wij dat Hij wil dat alle mensen zalig worden.
maar er
staat niét dat Hij wil dat alleen de uitverkorenen zalig worden.
1 Timotheus 2:5,6
"Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens
Christus Jezus;
Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen,
zijnde de getuigenis te zijner tijd;"
Hij heeft het gedaan voor allen zien we hier staan. Voor alle mensen. De hele context hier is dat God wil dat alle mensen die nu
leven op deze aarde, dat die zalig worden. Dat is Zijn wil, en degenen die dan zalig zijn geworden, dat die tot de
kennis van de waarheid komen. Christus is de Middelaar tussen God en de mensen, alle mensen op deze wereld,
niet alleen voor een bepaald select groepje.
Via Hem is de enige manier om tot God te komen, dat zegt Hij ook:
Ik ben
de Weg, de Waarheid en het Leven, niemand komt tot de Vader dan door Mij.
De Bijbel moeten wij in zijn geheel lezen, natuurlijk, wij leggen de nadruk
op de brieven van Paulus, want Paulus is de apostel van de heidenen (Rom.11:13). Hij zegt dat zijn Evangelie het Evangelie is dat u bevestigt. Dus om de Bijbel te begrijpen lezen wij Paulus en vanuit zijn leer, zijn
brieven lezen wij de hele Bijbel, dat draait altijd op de achtergrond mee.
Op onze computers bijvoorbeeld hebben wij een virusscanner.Je ziet ze niet,
maar ze draaien wel op de achtergrond mee. Zo is het hier eigenlijk ook, je leest de hele Bijbel, maar op de achtergrond
draait constant het Evangelie van Paulus, en zo lezen wij de Bijbel. We lezen de Bijbel dus in zijn geheel. Wij kunnen wel één tekst pakken, maar
wij moeten altijd kijken of er iets is in de Bijbel dat die tekst ook
ondersteunt of bevestigt. Zó moeten we de Bijbel lezen.
Bijvoorbeeld Johannes 12:32
"En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal hen allen tot Mij
trekken."
…zal hen allen tot Mij trekken… Wat bedoelt de Heere Jezus daar nu mee? Dan gaan we kijken in Johannes 3, hoe trekt de Heere Jezus de mensen dan? Er zijn mensen die zeggen: dat is alleen maar voor de uitverkorenen.
Of : het is voor iedereen… Nee, het staat hier heel eenvoudig vermeld:
Johannes 3:14,15,16
"En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon
des mensen verhoogd worden;"
De Heere Jezus moet aan het kruis genageld worden, daar wordt Hij verhoogd,
"Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige
leven hebbe."
Hier komt het geloof en de vrije wil om de hoek kijken.
"Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon
gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het
eeuwige leven hebbe."
U ziet, hoe trekt Hij nu de mensen? Door het Evangelie, dat ze in Hem moeten
gaan geloven. En dan is het niet zo moeilijk te begrijpen dat een ieder die gelooft eeuwig
leven heeft. Maar als wij verder lezen in vers 17:
Johannes 3:17,18
"Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat
Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden
worden.
Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede
veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van
God.
Dus het is zo: Je gelooft of je gelooft niet, maar het is voor iedereen, want
in vers 16 staat dat: een ieder die in Hem
gelooft eeuwig leven
heeft. Aan de andere kant is het ook zo, als je het niet gelooft dan ben je niet
gered.
Dus wij zien heel duidelijk dat een ieder die gelooft die krijgt het, maar
een ieder die niet gelooft die krijgt het niet, die gaat naar de hel toe, die
gaat verloren. Dus de mensen moeten geloven om het te krijgen en als ze niet geloven krijgen
ze het niet.
Het heeft te maken met gehoorzaamheid, het is een keus die men maakt. Je wilt
het, het ligt bij jou, mensen moeten het aannemen.
In verband met de totale verdorvenheid : we zien heel duidelijk dat het de
mensen wordt aangeboden en dat ze het moeten het aannemen. Ze moeten geloven en
als ze het niet geloven dan gaan ze verloren. Paulus spreekt ook heel duidelijk
over alle mensen, niet een klein select groepje.
Daarmee wil ik zeggen dat de totale verdorvenheid niet is wat de Bijbel
leert. Dat men totaal, helemaal afgesloten is en dat men eigenlijk maar moet
wachten tot het misschien een keer ook voor hun is, dat staat er niet.
De verantwoordelijkheid ligt bij de mens, God heeft ervoor gezorgd, Hij kan
het aan ze geven, Hij geeft wat aan hun en ze zijn geheel vrij om het aan te
nemen of niet.
Dat druist tegen de leer van de totale verdorvenheid in, want ze sluiten
alles uit, want u bent niet in staat om te geloven, u bent niet in staat om te
zoeken, u bent gewoon nergens toe in staat. U bent eigenlijk een kind dat zit op zijn stoel en u moet maar afwachten tot
u het krijgt en u hoopt het maar.
Als u u hele leven zo moet zitten en u weet dat u niets kunt doen, in wat
voor situatie zit u dan! Dat is echt heel erg. Het is eigenlijk willekeur, zo
komt het over.
Misschien zit ik er bij, misschien niet, ik heb er totaal geen invloed op,
het hangt dus helemaal niet van mij af.
Nu ja, het hangt inderdaad niet van mijn goedheid af en het hangt niet van
mijn slechtheid af. Het hangt natuurlijk wel van God af, maar God heeft het wel
aan de mensen gepresenteerd. Wij zijn geen hulpeloze, totale verdorven mensen. Helemaal niet, wij zijn in staat om te lopen, we zijn ook in staat om te
geloven, we zijn in staat om te praten, we zijn in staat om te luisteren, we
zijn tot alles in staat.
We zijn maar tot één ding niet in staat en dat is de Heere te behagen, en als
u dat wel wil, dan moet u het evangelie aannemen zodat Hij in u kan komen wonen
en dan stelt Hij u in staat om Hem wel te kunnen behagen.
De Bijbel leert duidelijk dat wij moeten geloven, je moet een keus maken, dat
leert Gods Woord. Het is niet de bedoeling dat we de hele leer van Calvijn gaan uitleggen, maar
wel de gezonde leer. Wie de Bijbel leest en die het Woord recht weet te snijden die vindt de
oplossing. Dat is ten allen tijde de oplossing voor ons.
Als we dat niet doen wordt het Woord een grote verwarring, alles door elkaar
heen en dan worden wij zelf ook één grote verwarring.
Paulus spreekt erover dat wij een geest van matigheid moeten hebben, dat
betekent dat ons denken gezond moet zijn. Een gezond geestelijk denken dus door
de gezonde leer, zodat wij alles goed weten te beoordelen. (Titus 1:13; 2:1-2,
8)
Als wij dus een andere leer hebben, dan is dat een
ongezonde leer met
uiteraard consequentie voor ons denken, dat daardoor ook ongezond wordt en wij
daardoor verward raken. Er zijn ook gelovigen die in totale verwarring zijn en die zijn opgenomen met
als oorzaak de verkeerde leer, met verkeerde verwachtingen en problemen, het
werkt niet.
Paulus zegt dat het Woord werkt in u die gelooft (1 Thess.2:13), daar hebben
wij het weer: die gelooft!
Het Woord gaat pas werken in u als u het gelooft, want er zijn veel mensen
die het Woord van binnen en van buiten kennen en toch werkt het niet in hen. En er zijn er die veel minder weten en misschien nog wel kleine kinderen, en
bij hen werkt het wel, omdat ze geloven wat het Woord zegt. De Heere Jezus zegt
ook: Geloven als een kind. Alleen, we moeten wél het woord recht snijden.
Als we het recht snijden en we geloven het, dan werkt het! Dus niet alleen de
kennis.
Romeinen 9,10,11 handelt over het volk Israël, het gaat niet over individuele
gelovigen, het heeft met het plan van God te maken. Wij leven nu in de Bedeling van Genade, en de vraag is dan: Hoe zit het dan
met Israël? Romeinen 9 gaat over Israël in het verleden. Romeinen 10 over Israël nu en Romeinen 11 over Israël in de toekomst.
Romeinen 9:22
"En of God, willende Zijn toorn bewijzen, en Zijn macht bekend maken,
met vele lankmoedigheid verdragen heeft de vaten des toorns, tot het verderf
toebereid;"
Die zijn dus niet te verlossen wordt dan geleerd, want zij zijn tot het
verderf toebereid. Maar we moeten het Woord goed lezen, want wat zegt de Bijbel
hier: We leven in de Bedeling van Genade en iedereen, zowel Jood als heiden is nu,
als hij niet gelooft, een vat des toorns, hij is een vijand van God. Iemand die niet gelooft, die de Heere Jezus niet aanneemt en daarin blijft,
die komt onder de toorn en God is nog lankmoedig.
Maar Zijn toorn en macht gaan bekend worden, (Romeinen 1:18), het wordt nu
alleen nog tegengehouden. Hoe dan? Zolang het lichaam van Christus hier is wordt
het tegengehouden. Totdat de Heere komt gaat Hij die toorn nog niet uitoefenen. Een ieder kan worden een vat ter heerlijkheid, kijk maar in het volgende
vers:
Romeinen 9:23
"En opdat Hij zou bekend maken den rijkdom Zijner heerlijkheid over de vaten
der barmhartigheid, die Hij te voren bereid heeft tot heerlijkheid?"
Iedereen kan in het lichaam van Christus komen, door het geloof in de Heere
Jezus. Ga mee naar Romeinen 2:3-8.
Want wat gaat God doen? Zijn toorn en Zijn macht bekend maken.
"En denkt gij dit, o mens, die oordeelt dengenen, die zulke dingen doen, en
dezelve doet, dat gij het oordeel Gods zult ontvlieden?"
Dat zie we veel bij mensen, dan oordelen ze mensen, maar uiteindelijk doen ze
een uur later hetzelfde, dat zie je vooral als je in de auto rijdt….men wordt
boos als iemand een fout maakt, hij geeft bijvoorbeeld geen voorrang en later
doet men het zelf ook niet.
"Of veracht gij den rijkdom Zijner goedertierenheid, en verdraagzaamheid, en
lankmoedigheid, niet wetende, dat de goedertierenheid Gods u tot bekering
leidt?"
Niet de prediking van de hel brengt de mensen tot bekering. Natuurlijk moeten
ze weten waar ze heengaan, dat ze verloren zijn, maar we moeten Gods
goedertierenheid en barmhartigheid verkondigen. Dat Hij van hen houdt en voor hun zonden is gestorven en dat brengt hen tot
bekering, niet de bangmakerij.
"Maar naar uw hardigheid, en onbekeerlijk hart, vergadert gij uzelven toorn
als een schat, in den dag des toorns, en der openbaring van het rechtvaardig
oordeel Gods.
"Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken;"
Dus God gaat een ieder vergelden naar zijn werken, en daar hebben we op zich
geen moeite mee, want wij doen dat van nature ook. Iemand die goed voor ons is doen wij goed terug en iemand die ons een klap
geeft die geven wij een klap terug, zo werkt dat altijd.
Het is van nature nooit andersom: ik zal door goedheid het
kwaad overwinnen.
"Dengenen wel, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid, en eer, en
onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven;
Maar dengenen, die twistgierig zijn, en die der waarheid ongehoorzaam, doch
der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, zal verbolgenheid en toorn
vergolden worden;"
U ziet hier dat het met gehoorzaamheid te maken heeft, God zal een ieder naar
zijn werken vergelden. Dus als we gehoorzaam zijn en we doen goed en zoeken onverderfelijkheid die
gaat Hij eeuwig leven geven. Daarmee geeft Hij het aan dat wie
zoekt gaat
Hij het geven en die het niet doet (vers 8) die zal verbolgenheid en toorn
vergolden worden.
We zien hier heel duidelijk dat God de mens naar zijn werken
zal vergelden. Dat betekent dat het zijn werken zijn die hij doet.
God laat hier duidelijk zien dat je een keus kunt maken.
Ik weet wel dat dit in Romeinen 2 staat, hier komt de genade nog niet,
niemand kan namelijk als hij goed doet het eeuwige leven verdienen. Maar Paulus
gaat de mensen hier in Romeinen brengen naar het feit dat ze alleen maar uit
genade door het geloof zalig kunnen worden (Rom.3:23-24). Maar er staat hier in Rom.2:3-8 wel duidelijk dat de mensen wel gehoorzaam
kunnen zijn, ze zijn in staat om een keus te maken om gehoorzaam te zijn.
Dat was in het Oude Testament ook zo, ze moesten offeren voor hun zonden. Als ze geloofden werden ze gered, het is altijd door het geloof. Wat deed geloof? Geloof ging offeren voor hun zonden. Het is natuurlijk niet
dat ze door dat offer vergeving kregen, dat was later door het bloed van de
Heere Jezus.
2 Thessalonicenzen 1:7-10.
Het punt van de gehoorzaamheid en de vrije wil.
Mensen zouden niet te verlossen zijn omdat hij geen keus kan maken. Ze zijn
tot het bederf toebereid, van tevoren al. Als dat zo is dan is het hopeloos
gesteld met hun.
Maar het is niet zo want we lezen in vers 7 en 8
"7 En u, die verdrukt wordt, verkwikking met ons, in de openbaring van den
Heere Jezus van den hemel met de engelen Zijner kracht;
8 Met vlammend vuur wraak doende over degenen, die God niet kennen, en over
degenen, die het Evangelie van onzen Heere Jezus Christus niet gehoorzaam
zijn."
En wat is niet gehoorzaam? Niet geloven!
"9 Dewelken zullen tot straf lijden het eeuwig verderf, van het
aangezicht des Heeren, en van de heerlijkheid Zijner sterkte,
10 Wanneer Hij zal gekomen zijn, om verheerlijkt te worden in Zijn heiligen,
en wonderbaar te worden in allen, die
geloven
(overmits onze getuigenis
onder u is geloofd geworden) in dien dag."
U ziet hier in vers 8 dat God ongehoorzaamheid met vlammend vuur gaat
oordelen, en in vers 10 ziet u dat ze geloven. Gehoorzamen is geloven en dat is weer een uitvloeisel van de vrije wil en dat
is heel cruciaal, dat we weten dat de mens een vrije wil heeft en dat ze kunnen
kiezen. Zeggen ze ja, dan zijn ze gehoorzaam, zeggen ze nee, dan
zijn ze ongehoorzaam.
Dat betekent ook dat men verantwoordelijkheid heeft over de dingen die men
doet. En als we dat niet hebben, dan hebben we dat niet en dat is dan ook een goede
reden om ons achter te verschuilen.
"Ik hoef geen keus te maken, ik kan toch immers niets…"
Er zijn nu ook mensen die weten dat ze kunnen kiezen, maar ze kiezen gewoon
niet. Ze willen gewoon niet, dat merken we met evangeliseren ook vaak.
Nee hoor, het is maar de vraag of God bestaat wordt dan gezegd.
Dan zeg ik op mijn beurt : Ik weet wel dat hij bestaat en dat weet u ook.
Ik weet dat hij het weet omdat Romeinen 1:19-20 leert dat men weet dat God
bestaat. Dus de persoon ontkent het, maar hij weet het wel en hij maakt bewust de keus
om het niet te willen. Maar als u dan ook een leer hebt die zegt: U kúnt niet kiezen en u
kúnt niet geloven.
Dan kunt u zich daarachter verschuilen, want hoeft u niet te zeggen: Ik
wil Hem niet, maar: Ik kan het niet, ik weet het niet, ik wacht maar af
of het geloof mij gegeven wordt, terwijl u in uw hart Hem niet wilt.
Als gehoorzaamheid gedwongen wordt dan heeft u geen geloof nodig. Als u moet werken en u kunt het leuk vinden of niet, maar anders krijgt u
geen geld. En of u uw baas leuk vindt, of u in hem gelooft of niet, dat maakt niet uit. Als u niet komt krijgt u niets en wordt u ontslagen. Er wordt niet gevraagd of u het leuk vindt, er wordt gevraagd of u komt, u
krijgt geld en u hebt maar te werken. En of het nu vrijwillig is of
onvrijwillig, u hebt maar te komen. Dat is gedwongen gehoorzaamheid.
Met de Heere is het geen gedwongen gehoorzaamheid. U gelooft het, dat is een
vrijwillige gehoorzaamheid. Als het gedwongen is heeft u geen geloof nodig, want u móet het doen.
Nee, maar zo is het niet, Hij spreekt hier over gehoorzaamheid en over
geloven. En over ongehoorzaamheid, dat mag u zelf doen. Dus gedwongen gehoorzaamheid wordt afgedwongen, dan
moet u het
doen.
Maar bij geloof is dat niet zo, dat kan gewoon niet.
Markus 4:11,12
"En Hij zeide tot hen: Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid van het
Koninkrijk Gods; maar dengenen, die buiten zijn, geschieden al deze dingen door
gelijkenissen;
Opdat zij ziende zien, en niet bemerken, en horende horen, en niet verstaan;
opdat zij zich niet te eniger tijd, bekeren en hun de zonden vergeven worden."
Hij spreekt hier over u, de mensen die het verstaan, aan hun is het gegeven. Maar er is ook een groep die buiten staat en die verstaan het niet. Wat wordt hier nu mee bedoeld?
Dit kunnen wij natuurlijk verkeerd uitleggen: Aan sommigen is het gegeven en
aan sommigen niet.
Dat is allemaal van tevoren zo geregeld…zo kunnen wij het natuurlijk
uitleggen.
Maar we moeten begrijpen waar Markus over gaat en voor wie het geschreven is
nl. :
Voor het volk Israël. En wat is de geschiedenis van volk Israël? Van
gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid? Ongehoorzaamheid.
Er waren wel
gelovigen, maar als volk zien we dat ze in het verleden vaak
ongehoorzaam zijn geweest. God heeft vaak tot hen gesproken, kijk met mij mee in de Psalmen.
Psalm 78:5,6
"Want Hij heeft een getuigenis opgericht in Jakob, en een wet gesteld in
Israel; die Hij onzen vaderen geboden heeft, dat zij ze hun kinderen zouden
bekend maken;
Opdat het navolgende geslacht die weten zou, de kinderen, die
geboren zouden worden; en zouden opstaan, en vertellen ze hun kinderen;"
Dat is ook wat Paulus tegen ons zegt in 2 Tim.2:2: Vertel het aan mensen die
ook weer getrouw zijn om anderen te vertellen, het moet doorgaan, doorverteld
worden. Het evangelie moet verder.
Psalm 78:7,8
"En dat zij hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar
Zijn geboden bewaren;
En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en
wederspannig geslacht; een geslacht, dat zijn hart niet richtte, en welks
geest niet getrouw was met God."
U ziet, het moet doorverteld worden en waarom? Omdat zij zullen gehoorzamen
en zich niet zo zullen gaan gedragen als hun vaders, kijk maar in de woestijn
wat er gebeurd is. Ze bleven niet voor niets veertig jaar in de woestijn, ze waren ongehoorzaam. Ze moesten het beloofde land in en ze waren bang, ze geloofden Gods Woord
niet, dus toen moesten ze veertig jaar in de woestijn blijven.
God wil dat het verkondigd wordt, en hier lezen we dus ook weer dat het
doorverteld moet worden en als ze gehoorzamen worden ze gezegend en bij
ongehoorzaamheid krijgen ze hetzelfde resultaat als hun vaderen.
Waar legt Hij dan de verantwoordelijkheid?! Bij hun. Ze moeten het doen.
….kiest u heden, wien gij dienen zult zegt Hij ook in Jozua 24:15.
Markus is geschreven aan het volk Israël, het volk Israël heeft een
geschiedenis van ongehoorzaamheid. Inderdaad, wie hebben de Heere Jezus
gekruisigd? De leiders van het volk. Ze waren geen goede herders en de leiders
hebben het volk op een gegeven moment ook opgehitst: Kruisigt Hem, kruisigt Hem!
De Heere Jezus had steeds problemen met de religieuze leiders van het volk,
die moesten Hem niet. Het was hun religie, eer, macht en geld, het ging om hun
en niet om de eer van God. Toen kwam de Heere Jezus en Die zei: Jullie zijn geen goede herders, Ik neem
het van jullie af en Ik geef het aan een ander volk, de kleine kudde
(Luk.12:32).
Ze moesten Hem niet, ze wilden van Hem af.
Het is net als dat u met dit Evangelie ergens keihard zegt in een gebouw b.v.
: Er is maar één doop. De doop door de Heilige Geest. En : De Heere
komt ons ophalen in de lucht.
Dat moet u in bepaalde gebouwen niet zeggen. Men zal u misschien nog even
verdragen, maar u zult dan toch weg moeten.
Religieuze mensen verheugen zich niet in mensen die blij zijn dat hun zonden
zijn vergeven. Gaat u maar eens met hun praten, dat kunnen ze niet hebben.
U bent blij dat uw zonden zijn vergeven, maar hun hele carrière is gebouwd op
hun goede werken en wat ze allemaal gedaan hebben en dan komt u en u zegt:
Het is allemaal drek…! Het is alléén door het geloof in de Heere Jezus Christus.,
Daarom ziet u
dat de ware gelovigen in de geschiedenis altijd vervolgd zijn. Juist door de
kerk, door de religieuze instellingen.
Daarom zegt de Heere Jezus in Markus dat het aan hun is gegeven en aan de
anderen niet. Hij bedoelde de gelovigen, die zullen het verstaan. Maar degenen die altijd al ongehoorzaam waren, de religieuze leiders, die
verstonden het niet.
Dat klopt, die hebben ook gezorgd dat Hij gekruisigd werd en toen Hij
opgestaan was kregen ze alsnog een kans en u ziet, de apostelen werden ook weer
door hen vervolgd.
Kijk met mij in Romeinen 11:7. Het is belangrijk dat we het Woord recht snijden, want sommigen zoals met de
leer van Calvijn zeggen dat Israël met de kruisiging is gevallen en is
afgeschreven en nu zijn wij geestelijk Israël.
Maar Israël is niet gevallen bij het kruis, Israël is gestruikeld bij het
kruis en gevallen uiteindelijk toen Stefanus gestenigd werd. Wees blij dat Israël gestruikeld is bij het kruis, want daardoor is de Heere
Jezus gestorven voor de zonden van iedereen. Het is Paulus die dat nu pas bekend maakt dat er voor Jood en heiden geen
verschil is, dat is wel onze redding.
Romeinen 11:7
"Wat dan? Hetgeen Israel zoekt, dat heeft het niet verkregen; maar de
uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard
geworden."
Wat heeft Israël niet verkregen? De zaligheid, de rechtvaardigheid. Ze
zochten toch de rechtvaardigheid? Maar hoe zochten het? Door de werken uit de
wet te doen.
"Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken
der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots."
Rom. 9:32
En zo krijgen ze het niet, ja, weet u wanneer ze het krijgen? Met het Nieuwe
Verbond, als God in hen woont door de Heilige Geest, dan gaat Hij de wet in hun
hart schrijven, dan doen ze het wel. Zonder dat kan het echt niet, ze hebben het
geprobeerd, maar ze hebben het niet gekregen.
Wie hebben het gekregen? De uitverkorenen, en dan spreekt hij over
deze tijd, en de anderen zijn verhard geworden.
Nu, in deze tijd de Bedeling der Genade, zijn er nog steeds Joden die gelovig
worden, maar als volk is Israël gevallen, en staat nu aan de kant. Maar
dat is tíjdelijk, straks komt er een tijd dat Israël weer zal opstaan, en dan
zullen de gelovigen de nieuwe leiders van het volk Israël worden, de kleine
kudde.
Maar hier zien wij staan dat de uitverkorenen het hebben verkregen en de
anderen zijn verhard geworden.
Geworden! Dat zijn degenen die het
afwijzen, ze zijn het geworden. Iedereen die het niet gelooft,
die verhardt zich. Hij spreekt hier
over de ongelovige Joden. Maar er zijn ook gelovige Joden.
Geworden, het is niet van tevoren al vastgesteld, nee, het gebeurt
tijdens uw leven.
U aanvaardt het of niet.
Romeinen 11:8
"(Gelijk geschreven is: God heeft hun gegeven een geest des diepen slaaps;
ogen om niet te zien, en oren om niet te horen) tot op den huidigen dag."
Dat is nú zo. Van het volk Israël moeten we het nu niet verwachten. De wereld moet het nu van het lichaam van Christus verwachten, die verkondigt
het heil naar de wereld op dit moment. Dus tot op de huidige dag is het volk Israël nog steeds in diepe slaap en
zijn verblind.
Romeinen 11:9
"En David zegt: Hun tafel worde tot een strik, en tot een val, en tot een
aanstoot, en tot een vergelding voor hen."
Als we weer kijken naar Markus 4 dat we net lazen:
"11 En Hij zeide tot hen: Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid van
het Koninkrijk Gods; maar dengenen, die buiten zijn, geschieden al deze dingen
door gelijkenissen;
12 Opdat zij ziende zien, en niet bemerken, en horende horen, en niet
verstaan; opdat zij zich niet te eniger tijd, bekeren en hun de zonden vergeven
worden."
Aan die is het gegeven en aan die is het niet gegeven, als je vanuit hier
denkt dan denk je: zie je, het is van tevoren allemaal besloten.
Maar dat is niet zo, het heeft te maken met Israël die de Heere Jezus niet
wilde. De ongelovigen, die ongehoorzaam zijn, en dat is bij Israël als volk altijd
al zo geweest.
En zo meteen is het weer zo, en daarom komt ook de grote verdrukking omdat
God uit dat volk Israël als een zeef wat Hij wil hebben overhoudt.
Als klein kind speel je in de zandbak met zo’n zeef, de fijne korreltjes
gingen er door heen en dat hoefde je ook niet te hebben, maar wat je wilde
hebben dat bleef in de zeef liggen. Dat is met de grote verdrukking precies hetzelfde, God gaat gewoon zeven. Het
hele volk Israël wordt in de zeef gegooid en de ongelovigen vallen er allemaal
doorheen en de gelovigen blijven in de zeef en die gaan het Koninkrijk in.
Dat zijn mensen die het evangelie aanvaarden, die hebben de liefde voor de
waarheid staat in 2 Thessalonicenzen 2:10. Maar er zijn ook mensen die hebben liefde voor de leugen, gaat u maar het
evangelie verkondigen.
U verkondigt geen leugen maar de waarheid, u verkondigt
de liefde van God, dat Hij van hen houdt, Hij heeft alles voor hen gedaan, beter
nieuws kan men niet hebben, maar veel mensen willen die niet, ze hebben iets
anders lief, maar niet de waarheid, de leugen.
Hoe kunnen mensen nu de leugen liefhebben? Kijk maar om u heen. Mensen hebben
de leugen wel lief. Maar wij hebben de waarheid lief omdat wij Christus hebben
aangenomen als onze Verlosser en we hebben de keus gemaakt om dat aan te nemen.
Nog een paar teksten in Efeze 2, want in de gedachte achter leer van Calvijn:
Van wie houdt Hij? Dat is ook een goede vraag. In de ogen van die leer, ik zeg liever niet de persoon, het gaat mij om de
leer.
Efeze 2:4
"Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij
ons liefgehad heeft,"
In de visie van Calvijn houdt God alleen van de uitverkorenen en niet van de
mensen die niet uitverkoren zijn, niet de mensen die ongelovig zijn, niet de
mensen die verloren gaan. Daar houdt Hij niet van, want die zijn al voor de grondlegging van de wereld
bestemd om verloren te gaan, het is alleen voor de mensen die Hij liefgehad
heeft, die zijn gered en die heeft Hij gezet in de hemel, zo denkt men.
Maar als je nu net zag; Voor wie is de Heere Jezus gestorven aan het kruis?
Voor allen, voor zondaars, mensen die God niet liefhebben, daar heeft Hij
Zijn liefde aan bewezen, dus voor de gehele mensheid. Er was nog geen mens gered, er was geen mens behouden en daar heeft Hij Zijn
leven voor gegeven, dat betekend niet alleen degenen die Hem gekozen hebben, het
is voor iedereen.
Kijk met mij mee in Romeinen 3:11 daar komen we bij een heel belangrijk punt. Dus God houdt alleen van de uitverkorenen en niemand is in staat om God te
zoeken.
Romeinen 3:11
"Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt."
Met andere woorden: God houdt alleen van de uitverkorenen (nu zeg ik
het even zoals de calvinist het zegt) en er is niemand die God zoekt.
Maar daar bedoelt men dan mee: Er is niemand in staat om God te
zoeken. Hij kan het niet omdat hij dood is en een dode kan niet zoeken.
Hij kán gewoon
niet zoeken, dat wordt in deze tekst gelezen en
daar door kán hij dus ook
géén kennis van God hebben. Dus de mens leeft hier op aarde en hij is volledig geïsoleerd, volledig,
helemaal los van alles. Hij heeft totaal geen kennis van God, hij kan Hem niet
kennen, hij is dood, en hij kan gewoon niet zoeken.
Maar dat staat hier niét! Er staat hier niet dat hij
niet in staat
is om God te zoeken.
Nee, er is niemand die God zoekt, inderdaad, van nature zoekt de mens
God niet. Zolang het allemaal leuk en aardig gaat en hij heeft het naar zijn zin.
Mensen proberen hun leven te vullen met allerlei dingen omdat ze het leven van
God door de Heilige Geest in hun niet hebben en dan is er een leeg gat van
binnen en zolang men dat maar blijft vullen met andere dingen dan gaat het
misschien nog wel.
En daarom doen de mensen de dingen die ze doen, het moet gevuld worden anders
is het leeg, ijdel. Hoe zegt Paulus het ook al weer: Laten we eten en drinken
want morgen sterven wij.
Dat is dus de natuurlijke mens.
Maar de mens kan God wél kennen en hij weet dat Hij er is
(Romeinen 1:18-20) en hij is wél in staat om Hem te zoeken, want God
heeft hem namelijk iets geopenbaard, echt hoor, de mens komt echt niet onder
zijn verantwoordelijkheid uit.
Hij staat schuldig voor God omdat hij de keus niet gemaakt heeft en daar zal
hij ook echt op aangesproken worden en als hij die keus niet zou hebben wat
valt er dan eigenlijk te oordelen?
Een soevereine God kan iemand niet oordelen aan wie niet de keus is gegeven
dat hij in Hem kon geloven, dat kan helemaal niet, dan is God geen rechtvaardige
God.
Daarom sluit Hij alles uit, in dit leven kunnen we van alles tegenkomen,
allerlei situaties en allerlei dingen die gebeuren, nieuwe leringen, maar voor
elk ding is in de Bijbel altijd voorzien dat we daar een antwoord op hebben. Er is niets nieuws waar Gods Woord geen antwoord op heeft.
Romeinen 1:18
"Want de toorn Gods wordt geopenbaard van den hemel over alle goddeloosheid,
en ongerechtigheid der mensen, als die de waarheid in ongerechtigheid ten
onder houden."
U ziet, er zijn mensen die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden,
dat doen ze bewust, dat is hun wil, er staat: ten onder houden. Ik
vergelijk het met vissen, mijn zoons vissen graag en dan zitten ze naar die
dobber te kijken. Wil je de dobber onder water krijgen dan moet je hem naar
beneden duwen, anders komt hij naar boven.
Dat is met de waarheid ook, die wil constant naar boven, maar men duwt hem
constant naar beneden. Dus de waarheid wil wel, maar er is iemand die zegt: Nee, naar beneden jij! Het is duidelijk dat dat niet vanzelf gaat, ze houden hem ten onder. U ziet dat de mensen dat bewust doen.
Romeinen 1:19
"Overmits hetgeen van God kennelijk is, in hen openbaar is; want God heeft
het hun geopenbaard."
Men weet het, wat van God te kennen is is
in hun openbaar,
iedereen weet dat God bestaat, want Hij heeft het in hen geopenbaard, dat staat
er ook achter:
Romeinen 1:20
"Want Zijn onzienlijke dingen worden, van de schepping der wereld aan, uit de
schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid,
opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn."
Wat zien we hier staan? Ze kunnen het verstaan, ze doorzien het en hebben
geen excuus, want God heeft het hen geopenbaard.
Romeinen 1:21
"Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of
gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen en hun onverstandig
hart is verduisterd geworden;"
U ziet hier een aantal dingen staan: ze houden bewust dingen ten onder, dat
willen ze.
Men weet het, God heeft het aan hun geopenbaard, het is in hen geopenbaard,
dus ze weten dat Hij bestaat, ze kennen Hem, al zeggen ze duizend maal: Nee
hoor, het zal wel, misschien is er wel iets of er is helemaal niets. Dat is niet
waar, het is in hun geopenbaard, ze weten dat Hij bestaat, ze kennen Hem. Er is
geen excuus voor de mensen
Dus de ongelovige mensen kennen God. Niet in de zin zoals wij Hem kennen, ze
zeggen geen Vader tegen Hem, dat kunnen ze niet.
Maar het is het kennen, weten dat Hij bestaat, dat Hij er is, dat weet elk
mens op deze aarde, moslim, jood, het maakt niet uit, iedereen weet het. Zonder
Bijbel weet hij het ook.
Hij ziet dat door de schepping, het heelal.
De mensen weten dat Hij bestaat en zijn ook in staat om Hem te zoeken.
Daar wil ik het nog over hebben: dat de mens niet zou kunnen zoeken omdat hij
dood is. Er staat dat hij niet zoekt, maar ze willen niet van nature, ze houden de
waarheid in ongerechtigheid ten onder.
Hebreeën 11:6
"Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot
God komt, moet geloven, dat Hij is,
en een Beloner is dergenen, die Hem
zoeken."
Als u zegt dat niemand in staat is om te zoeken omdat je niet kunt zoeken,
dan is er niemand die beloond wordt hier! Iemand die in deze optiek van tevoren al uitverkoren is, wij leren ook
uitverkiezing: Christus is uitverkoren en wie gelooft is in Christus en daarom
is hij uitverkoren en heeft een bestemming.
Hier staat dus dat je moet erkennen dat God bestaat, en we hebben net gezien
dat men weet dat Hij bestaat, maar dat is niet genoeg. Je moet geloven dat Hij
is, je moet Hem erkennen.
Want uiteindelijk draait het hier om, ook met het evangelie van genade, dat
je erkent dat God de Schepper is van de hemel en de aarde en van de mensen en
Hij heeft iets voor hen gedaan waardoor ze eeuwig leven kunnen krijgen.
Maar het gaat om de erkenning dat Hij de Allerhoogste is en Hij Degene is Die
de hemel en de aarde bezit, daar draait het om. Je gaat geloven, je aanvaardt Hem.
Dus degenen die naar waarheid zoeken, de God die ze kennen ook persoonlijk
willen leren kennen, dié beloont Hij, want ze hebben naar Hem gezocht.
Mensen die onder de Calvinistische leer zitten zeggen : "ik ben totaal
verdorven, ik kan niet zoeken, dus dat neem ik ook maar aan. Ze zeggen dat het
niet kan dus zoek ik niet…"
Goed, dan zoekt men inderdaad ook niet, maar het is niet wat Gods Woord zegt.
Hij zegt: Als je Hem zoekt en je erkent Hem, dan gaat Hij jou belonen. Dus iemand die de waarheid wil die gaat zoeken en die wordt beloond. Dus de waarheid is voor degenen die hem zoeken. Daaraan zien we dat de mens een vrije wil heeft, want men gaat pas zoeken als
men iets wilt hebben, wilt vinden.
En als u niet wil, gaat u niet zoeken, dat is uw keus.
Handelingen 17:26,27
"En heeft uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt, om op den
gehelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden te voren geordineerd,
en de bepalingen van hun woning;"
Dus er zijn grenzen gemaakt in deze wereld, landen. Het is niet één land op
deze wereld. Waarom heeft God dat gedaan? Vers 27:
"Opdat zij den Heere zouden
zoeken, of
zij Hem immers tasten
en
vinden mochten; hoewel Hij niet verre is van
een iegelijk van ons."
Opdat zij den Heere zouden zoeken, waarom staat dat er als je dat niet
kan?
Zoeken, tasten, vinden. Zoekt en gij zult vinden.
Handelingen 17:28,29
"Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij; gelijk ook enigen van uw
poeten gezegd hebben: Want wij zijn ook Zijn geslacht.
Wij dan, zijnde Gods geslacht, moeten niet menen, dat de Godheid goud, of
zilver, of steen gelijk zij, welke door mensenkunst en bedenking gesneden zijn."
We stammen allemaal van Adam af en Adam is door God geschapen.
Handelingen 17:30
"God dan, de tijden der onwetendheid overzien
hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren."
Allen mensen! alom, dat zij zich bekeren. Waarom? Dat staat
verderop: Want er is een dag die bij God bekend is dat Hij deze hele aardbodem
gaat oordelen.
Dus wat staat hier nu eigenlijk? Het staat hier mooi op volgorde: God wil dat
de mensen gaan zoeken, dat kunnen ze want anders zou Hij het niet
zeggen.
Dat ze Hem zullen tasten, u begrijpt wel dat u Hem niet zo
letterlijk kunt pakken, maar u begrijpt wel wat ik bedoel.
En vinden mochten. En hoe dan? Dat staat in vers 30: dat de
mensen zich alom bekeren.
Zoekt en gij zult vinden.
Je weet dat God bestaat, je gaat zoeken en je weet dat je schuldig voor God
staat, niemand is te verontschuldigen. En wilt u niet schuldig voor God staan dan moet u gaan zoeken en dan komt u
bij het evangelie en dat vertelt u dat u gered moet worden, dat u schuldig voor
God staat en hoe u er van af komt.
Dat is het Evangelie van Verzoening, dat u zich met God laat verzoenen en dat
u vrede met Hem krijgt. Dat is wat hier staat en dat de mens zich bekeert, de bekering van de
afgoden.
Ze zijn met andere dingen bezig en nu draaien ze zich om en daar staat iemand
die u het Evangelie vertelt u het Evangelie van Verzoening en dat neemt u aan. Dat is het zoeken van de mens. Nogmaals de totale verdorvenheid, de mens is in zonde geboren, maar de Bijbel
leert absoluut niet dat de mensen niet in staat zijn om te zoeken en om Hem te
vinden.
God roept hen juist op dat ze gaan zoeken opdat ze Hem gaan vinden.
Hier volgt een
lijstje met een aantal teksten waarin duidelijk te zien is, ook in het Oude
testament, dat mensen de keus gegeven wordt om Hem te dienen opdat ze eeuwig
leven krijgen.
Joh.6:29;
Luk.13:5;Spr.1:23;Jes.1:18;29:12-13;31:6;43:10-12;55:6-7; Ezech.14:6;18:32; Joel
2:12-14; 2 Kron20:20
Heel simpel, Hij zegt ook ergens in het Oude testament:
Kiest heden wie gij
dienen zult.
Ik sluit met één tekst af en dat is 1 Korinthe 1:21:
Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de
wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te
maken, die geloven
Dus wat is heel belangrijk ? De dwaasheid van de prediking. Is het dan een
dwaze gekke prediking? Ja, inderdaad een dwaas woord: God is in het vlees gekomen : God kan helemaal
niet dood, aan het kruis, is dat dan uw God, is dat uw Redder? U kunt zelf niets
doen.
Dat is nou de dwaasheid van de prediking en zo behaagt het God om die mensen
zalig te maken. Wanneer?
Als ze geloven
in de dwaasheid der prediking, dus dat sluit uit dat u niets kunt, want Hij zegt: Ik
verkondig het evangelie en degenen die geloven die worden gered en degenen die
niet geloven worden niet gered.
Dus ze worden allemaal in staat gesteld om te geloven en Hij is voor
alle mensen gestorven, niemand uitgezonderd.
Dus we hebben een geweldig evangelie, dat is de boodschap voor ons van
vandaag aan alle mensen en wie we ook tegenkomen : het Evangelie is heel
eenvoudig: je bent een zondaar en God heeft de mensen redbaar gemaakt want Hij
heeft erin voorzien.
God houdt van de mensen, Hij is met hen begaan, maar alleen door het kruis
kan Hij nu Zijn barmhartigheid uitoefenen aan ons en dat moet de motivatie voor
ons ook zijn om het door te vertellen.
Het is een keus die u maakt, u hebt een verantwoordelijkheid, God heeft ons
gezanten gemaakt, maar ook een arbeider, een soldaat en een atleet.
Kijk ook maar eens waar deze mensen mee bezig zijn, ze trainen en zijn bezig
met hetgeen waarvoor ze aangenomen zijn.
Zullen we daar voor danken?
www.GenadeBijbel.nl
Deze studie is eventueel ook te lezen en/of
uit te printen in

Als u deze studie niet kunt openen, dan kunt u hier
gratis
Adobe Acrobat Reader downloaden.
|