Volharding
der Heiligen
(Perseverance
of the saints)
Door
Jan Stelma
TULI
P
De officiële definitie van de Calvinist luidt :
Volharding der
Heiligen :
"Aangezien God heeft besloten heeft wie
uitverkoren is, en zij die uitverkiezing niet kunnen weerstaan, zijn zij
onvoorwaardelijk en eeuwig zeker in die uitverkiezing.
De gelovige heeft eeuwige zekerheid en volhardt tot het einde."
Met andere woorden: men blijft altijd geloven en er is geen afval van het geloof, want als dat zo was ben
je niet uitverkoren.
In Bijbelse zin kunnen wij dit niet beamen. Wel als er zou staan:
De gelovige heeft eeuwige zekerheid en wordt bewaard
tot het einde.
Volharding.....een beter woord is bewaring.
Dan zijn wij het er wel mee eens, Bewaring van de gelovigen, daar zeg ik van harte amen op. Maar op volharding van de gelovigen
zeg ik: Nee. De gelovige volhardt niet
altijd. Er zijn er genoeg die helemaal niet volharden. Bij bewaring van de gelovigen zeg ik: Ja, te allen tijde, ongeacht
zijn wandel!
Maar dat bedoelt Calvijn niet! Nee, de gelovige zal altijd volharden in goed
te doen en geen zondige levensstijl er op na houden. Als dat zo is , dan was hij
geen ware gelovige. We zullen gaan zien dat dat niet klopt en dat komt omdat Calvijn geen
onderscheid weet te maken tussen de positie van de gelovige en zijn wandel.
Er zijn ook mensen die zeggen: God bewaart u zolang u in Zijn wegen wandelt
en anders heb je geen eeuwig leven dan ben je eruit.
Dat is weer de andere kant, die leert dat u uw behoudenis kunt verliezen. We gaan het Woord lezen en dat geeft ons de overtuiging:
Romeinen 8:28-30 Wij weten, niet
: wij voelen.
En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten
goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn
Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd,
den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij
onder vele broederen
En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij
geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd
heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt
U leest hier allemaal: heeft, heeft, heeft. Allemaal
voltooid verleden tijd. Dit is een tekst van zekerheid, eeuwige zekerheid. Luistert u ook de CD maar eens van de Romeinenbrief over dit gedeelte.
Één ding is zeker: Hij heeft geroepen in deze tijd, dat is niet
tevoren. In vers 30 staat niet dat Hij ons tevoren geroepen heeft. Hij roept in deze
tijd.
Voor God is het voltooid verleden tijd. Degenen die zich hebben laten roepen
zijn bestemd om gelijkvormig aan Christus te zijn en die zijn ook verheerlijkt. Wij zijn reeds verheerlijkt, wij zijn reeds in de hemel gezet.
Als we dus lezen in vers 28 dat alle dingen medewerken ten goede dan zou dat
betekenen dat God het in u legt en u bent een soort robot, Hij bestuurt u en u
gaat gewoon en Hij werkt het ten goede. De gelovige zal volharden in die zin. Hij zal het doen, God werkt het in hem uit en hij zal niet falen, want God
doet het in hem.
U bent uitverkoren en God heeft dat in hem voorbestemd, het is allemaal
voorgeprogrammeerd. Terwijl wij leren dat het gehoorzaamheid is aan het
Woord en dán gaat God werken in de gelovige.
En wat bedoelt Hij met alle dingen? Nu moeten we opletten! Wat zijn alle dingen die medewerken ten goede? Kijk weer in de context. Als we terugkijken naar vers 18
Romeinen 8:18 "Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet
is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden."
Die heerlijkheid zal ook in ons geopenbaard worden. Dat is straks, maar ook
reeds nu al. Paulus had daarom ook een welbehagen in de vervolgingen, het lijden
opdat de kracht van Christus dan in hem openbaar werd en dat is veel meer waard. Daarom is een genezing, sorry hoor, niets waard bij de bekrachtiging door God
in die moeilijke omstandigheden. Daar heeft u veel meer aan, dat klinkt
misschien wel gek.
Mensen die zwak zijn, zijn hele krachtige getuigen, want God werkt in hen, ze
zijn blij in die moeilijke omstandigheden.
Dat is één ding en dan krijgen we het volgende:
Romeinen 8:22-23 Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als
in barensnood is tot nu toe
En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes
hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende
de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.
Het is niet allemaal rozengeur en manenschijn voor de gelovigen, wij zuchten
ook omdat wij nog in het lichaam des doods wandelen, tot de aanneming, tot de
Heere ons komt halen en wij het nieuwe lichaam krijgen.
Romeinen 8:26 "En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten
niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor
ons met onuitsprekelijke zuchtingen."
De Heere Jezus zei tegen de discipelen: Zo moet je bidden: Onze Vader…Hij
vertelde precies wat ze moesten bidden. Paulus zegt: Wij weten het niet… Maar door het Woord, de kennis van Zijn wil is ons gebedsleven veranderd.
En van deze dingen bij elkaar zegt hij: Wij weten dat degenen die God
liefhebben (dat zijn de mensen die Christus éénmaal in hun leven hebben
aangenomen), dat al die dingen die we net zagen werken hen mede ten goede. Met andere woorden: die moeilijke omstandigheden worden omgebogen, geestelijk
in uw voordeel.
2 Korinthe 4:17 is daar een heel mooi voorbeeld van.
"Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbij gaat, werkt ons
een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid;"
Dus die verdrukkingen zijn het gevolg van de verkondiging van de
verborgenheid waar Paulus over spreekt. Maar door daarin te volharden, het staan
voor deze waarheid, het geloof te bewaren, overkomen deze dingen ons. Maar het
levert iets op:
Ten eerste wordt de kracht van Christus in ons openbaar.
Ten tweede is daar dat eeuwige gewicht, straks in de heerlijkheid.
De gelovige moet zwaarder worden. Wij zeggen: Ik neem maar één taartje
want anders word ik te zwaar… Geestelijk doen wij niét aan de lijn,
dat betekent : Als wij staan voor deze waarheid worden we dikker en vetter en
zwaarder, in geestelijke zin, in de toekomst.
Dat zien we ook in 2 Timotheus 12 : "Indien wij verdragen, wij zullen ook
met Hem heersen". Dat is ons loon. Dus mensen die geestelijk aan de lijn doen, sorry, dat is niet gezond. Met dit evangelie moet je dus dikker worden, het gewicht van u wordt zwaarder
en zwaarder en zwaarder. Al deze dingen werken mede ten goede voor ons, u wordt in geestelijke zin
dikker, maar wel gezonder, u krijgt straks een goede uitbetaling.
Dat wordt in Romeinen 8:28 bedoeld. U moet het in zijn context lezen, met in
uw achterhoofd: wat leert Paulus?! Vanuit Paulus lezen wij de hele Bijbel en kunnen wij de hele Bijbel lezen. We lazen net in Johannes, maar via Paulus begrijpen we het. Zonder Paulus begrijpt u de Bijbel niet, dus dat houdt u altijd in uw
achterhoofd. Net als met de computer, de verborgen bestanden in de harde schijf, die
draaien door, die moeten altijd in werking blijven en die haal je op als het
nodig is, dan worden ze zichtbaar.
Dus Romeinen 8:29-30 spreekt over de
positie van de gelovige,
welke onveranderlijk en eeuwig is.
Wat ook gezegd wordt is: De ware gelovige, de gelovigen die de Heere Jezus
hebben aangenomen als hun Verlosser, die zal altijd geloven en
niet terugvallen.
In zonde vallen en de wereld ingaan? Dat kan natuurlijk niet… Dat is geen
volharding.
Maar de Bijbel maakt heel duidelijk een onderscheid tussen volharding en bewaring.
Filippenzen 1:4-5 Te allen tijd in al mijn gebed voor u allen met
blijdschap het gebed doende
Over uw gemeenschap aan het Evangelie, van den eersten dag af tot nu toe
Wat was de eerste dag dat u gemeenschap had aan het Evangelie? Op het moment
dat u de Heere Jezus aannam als uw Verlosser. Er zijn mensen, zoals ikzelf, die
weten wanneer dat was, maar er zijn er genoeg die niet weten wanneer dat was. Wat maakt het uit, als u maar weet dat u gered bent. Toch is er een moment geweest dat de Heilige Geest in u kwam wonen, want die
woont niet in u als u geboren wordt.
En dat bedoelt Paulus met de Filippenzen 1:5 -
de gemeenschap van de
eerste dag tot nu toe, en dan:
Filippenzen 1:6 "Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft,
dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus;"
Dat zijn eigenlijk voorbestemde werken, als ik me niet vergis, zoals men het
leert. En die voorbestemde werken die worden natuurlijk altijd voleindigd door God. God begint niet aan iets in u en maakt het dan niet af in u. Dus men gaat er van uit dat het allemaal voorbestemd is, zoals ook in
Romeinen 8 wat we net lazen.
Nu wil ik gaan laten zien wat de Bijbel er over zegt. U ziet hier dat de vrije wil uitgeschakeld is.God heeft ons het gereedschap gegeven voor het goede werk. Wat moeten wij eerst hebben om goed werk te doen? Dat is Gods Woord. U moet de Geest in u hebben, maar er zijn genoeg mensen die goede werken gaan
doen die voor God niet kunnen bestaan omdat ze niet in overeenstemming zijn met
wat Gods Woord leert voor ons voor vandaag. Het zijn de werken die zij zelf
doen, eigen fantasie.
2 Timotheus 3:16-17 Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig
tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de
rechtvaardigheid is
Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.
Dus hij heeft Gods Woord, hij gelooft in Gods Woord, het is door God
geïnspireerd en we hebben de uitrusting. Het is net als een bergbeklimmer, hij gaat niet zo maar de Mont Blanc op
zonder de goede wandelschoenen, de goede bepakking, hij heeft alles bij zich en
dán kan hij pas gaan wandelen.
Wij ook, wij hebben Gods Woord, wij zijn toegerust tot al die goede werken,
mits wij het volgens 2 Tim.2:15 doen. Dat we het Woord der waarheid recht
snijden.
We hebben dus de hele Bijbel, we geloven erin en we gaan het ook nog
rechtsnijden. We gaan dan pas zien: dat is voor de gemeente, het lichaam van Christus en
het overige is voor het volk Israël. We leven nu in de tijd van de bedeling der genade, dat moet u weten en dan
bent u bepakt en gezakt. Nu kunnen we aan de slag.
Waar komt het dan op neer? Ik lees Gods Woord en ik geloof het, en als ik het
geloof dan heb ik het. Dat moet u wel doen en dan bent u in staat om te gaan
wandelen. Het is niet zo dat als u in de Bijbel zit te lezen ineens opstaat om wat te
gaan doen, zo werkt dat niet. U moet zelf opstaan en zeggen: Ik ga dat en dat
doen. Ik ga nu evangeliseren b.v.
ú moet kiezen, daar gaat het om. U moet een keus maken in uw leven in
overeenstemming met Gods Woord. U hoeft op zich niet zo veel te doen, het is God Die het in u doet, het
willen en het werken, naar Zijn welbehagen. Maar dat gaat niet vanzelf. Het is
het Woord dat het in u doet, maar u ziet in ook Efeze 2:10 :
"Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken,
welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen."
Goede werken, ja natuurlijk, God heeft ons niet gered om in zonde te gaan
leven. Hij heeft ons gered tot goede werken, dat wij tot eer van Zijn naam gaan
leven, dat Zijn Zoon in ons gestalte krijgt.
Welke God voorbereid heeft….Hoe heeft Hij dat voorbereid? God heeft de
dingen al voor u gedaan aan het kruis, kijkt maar in Efeze 1 wat Hij allemaal
gedaan heeft. U bent verzoend met Hem, u hebt vrede met Hem, u heeft vergeving van zonde, u
heeft de Heilige Geest ontvangen, u wordt bekrachtigd, verzegeld,
gerechtvaardigd, dat is allemaal gebeurd. God heeft dat allemaal al voorbereid
en dat bedoelt Hij hier.
Nu is het de bedoeling dat u in die zegeningen gaat wandelen.
Als u ze weet, dan gaat u daarin wandelen, gehoorzaam aan het Woord. Het is niet zo dat God heeft voorbereid en u gaat nu automatisch zo wandelen.
Nee: God heeft het gedaan en nu gaat u! U maakt de keus of u de Heere wilt dienen of niet, u maakt de keus of u in
gehoorzaamheid wilt wandelen. U maakt de keus of u hier wilt gaan zitten of
niet, daar bent u vrij in.
Maar, als u de verkeerde keus maakt gaat u niet verloren, maar u krijgt geen
eeuwig gewicht der heerlijkheid. En u bent dan ook niet in Zijn wil, dat wil
zeggen: U wandelt niet in overeenstemming met het Woord voor de gelovigen voor
vandaag, en dat is wat God wil.
Als u dat niet doet, dan weerstaat u dat.
Maar God bewaart u wel, maar
ú volhardt niet.
Het gaat er om dat het gereedschap is gegeven, de Bijbel: we moeten het Woord
recht snijden. God heeft ons geschapen om goede werken te doen, maar die Híj voorbereid
heeft. Dat wil niet zeggen dat elke handeling die u nu doet dat Hij dat in u
voorbereid heeft, dat doet u zelf!
U laat u leiden door het Woord rechtgesneden en Hij stelt u in staat. Want
Hij heeft het voorbereid- de werken aan het kruis- en ik ga nu wandelen als een
rechtvaardige, ik wandel als iemand wiens zonden vergeven zijn.
Een simpel voorbeeld: Ik weet dat al mijn zonden zijn vergeven en nu ben ik
in staat om mijn broeder te vergeven, al is het nog zo erg wat hij mij aangedaan
heeft. God heeft aan het kruis voorbereid dat mijn zonden zijn vergeven, dus ik
ben in staat om iedereen te vergeven, dus daar moet ik in gaan staan en daar ga
ik in wandelen.
Dus: God bewaart ons. Wij worden niet zalig door werken en raken het
niet kwijt door werken, want zaligheid is volgens Romeinen 8:28-30 een zaak die
reeds voleindigd is, en daarom zijn wij verzegeld door de Heilige Geest tot de
dag der verlossing:
"En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot
den dag der verlossing"
Ef.4:30
En nu komen we op een punt waar veel mensen het moeilijk krijgen omdat Paulus
het onderscheid laat zien, en dat kennen zij niet, tussen onze positie en onze
wandel.
Dat wordt vaak op één hoop gegooid, door elkaar heen gehaald. Onze positie is onaantastbaar, onze wandel niet. Het gaat om de wandel
of die in
overeenstemming is met uw positie.
Dan komen we op een punt dat men zegt: U bent een uitverkorene, God heeft
alles voor u voorbestemd, alle goede werken en dan blijkt iemand niet helemaal
volgens het Woord te leven. Dan zegt men: Dat kan niet, dan ben je niet wederomgeboren, of u bent toch niet uitverkoren geweest,
u was toch niet bekeerd. Dan was het toch niet
echt.
Met andere woorden: Als gelovige moet u volharden en de goede werken doen en
een uitstraling hebben van een heilige.
2 Timotheus 2:13 "Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet
verloochenen."
Hier ziet u dat God de ongelovige gelovige bewaart. Je hebt gelovigen die ongelovig zijn, dat klinkt misschien gek, maar dat is
zo. Er zijn mensen die wijken af, of die gaan in de wereld leven en doen helemaal
niets meer en toch zijn ze eenmaal een kind van God geworden. Als zij ontrouw zijn, dwz als ze niet geloven want geloven is vertrouwen. Als
u ontrouw bent, God blijft getrouw, Hij kan Zichzelf namelijk niet verloochenen.
Christus bidt voor u, Hij is het die u rechtvaardig gemaakt heeft.
In Romeinen 8 zagen we dat we al verheerlijkt zijn, we zijn al in de
eeuwigheid. God blijft daar getrouw aan, Hij gaat dat niet ongedaan maken, ook al zijn
wij wel ontrouw.
Deze week las ik een stukje in een blad van een christelijke hulporganisatie
en daar wil ik een ingezonden brief van voorlezen:
"In de gebedskalender staat dat er christenen zijn die onder zware druk Jezus
hebben verloochend (dat kan in vervolgingen), deze zijn toch niet verloren? In
hun hart houden ze van Jezus. Graag hierop uw antwoord."
Dan komt het antwoord:
"Wij kunnen de mensen niet in hun hart kijken, maar God doet dat wel. Laten
we vooral voor hen bidden, ze hebben waarschijnlijk net zoveel wroeging als
Petrus, nadat hij Jezus tot driemaal toe had verloochend. Jezus was hem genadig
en liet hem drie maal zijn verloochening herroepen. Bidt dat deze mensen ook
deze kans krijgen."
Met andere woorden: Of God hen ook genadig wil zijn. En dat ze zich ook weer
herstellen naar Hem. Dat is dus iemand die niet heeft volhard in het geloof onder die zware druk,
bidt voor hem dat het weer goed met hem komt. Dat is erg als je dat leest. Wij weten, ook al geloven ze het zelf niet, dat God hem toch bewaart,
gelukkig wel, hun positie is in Christus en zelfs al verloochen je Christus, je
blijft in Christus, de teksten zeggen daar genoeg over.
U bent verzegeld (Ef.1:13-14), u bent in Christus , u bent met Christus
verborgen in God (Kol.3:3), u kunt er niet zomaar even uitgeschopt worden. U heeft eeuwig leven in de hemel, als u dan afwijkt zou u uit de hemel
gegooid worden. Als het dan weer goedkomt komt u er weer in en dan er weer uit…? Op en neer,
op en neer?
Nee, dat is niet wat Gods Woord leert. Hij verloochent Zichzelf niet, Hij blijft getrouw. Ook de persoon die Christus heeft verloochend, zoals we net lazen, misschien
zijn zijn nagels wel uitgetrokken, ik moet er niet aan denken… God blijft
getrouw, ook aan die persoon.
Ziet u wat een zegen dat is als u dat weet.
Afvallen van de leer:
We gaan naar 2 Timotheus 2:25-26.
Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan;of hun God te eniger tijd bekering gave tot
erkentenis der waarheid
En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij
gevangen waren tot zijn wil
De mensen die tegenstaan…Paulus spreekt hier over gelovigen.
Dit is iemand die afvalt van de leer, maar hij kan weer terugkomen.
Als iemand afvalt van de leer dan heeft dat te maken met de volharding,
niét met de bewaring.
Hij blijft in Christus en hij kan zich altijd bekeren om weer terug te komen. Mensen die afvallen van de gezonde leer, en die zijn er, die zitten in de
strik van de duivel, zegt Paulus. Ze kunnen zich altijd, door het Woord weer te
geloven, uit die strik komen, en weer terugkomen, dan zijn ze bekeerd, als
gelovige. Net als kinderen, ze kunnen van het pad af raken, maar ze altijd weer op het
pad terugkomen.
Ze blijven een kind, alleen ze zijn afgeweken, maar ze kunnen altijd weer
terug.
Calvijn leert in feite dat uitverkorenen niet kunnen afvallen. Sommigen zijn uitverkoren en sommigen niet. God heeft alles bestemd voor u, dan kunt u natuurlijk niet afvallen van de
leer, want dan bent u toch geen uitverkorene…
Soms komen mensen er niet uit, er zijn bijvoorbeeld vierpunts en
vijfpuntscalvinisten.
Als het gaat om de bewaring van de gelovigen gaat ben ik een
éénpuntscalvinist, want daar ben ik het mee eens. De bewaring van de gelovigen,
dat leert het Woord. Maar helaas, dat leert de Calvinistische leer niet.
Maar het betekent niet dat de gelovige altijd volhardt. God wil het, maar het
hoeft niet zo te zijn, en dat heeft alles met die vrije wil van u te maken, met
de gehoorzaamheid.
Als we ergens moeten zijn waar de mensen volledig los waren dan zijn het wel
de Korinthiers. Alles is mogelijk bij God, de genade van God gaat ons vaak gewoon te ver.
Als u zegt dat zelfs Hitler voordat hij zelfmoord pleegde de Heere nog aan
had kunnen nemen en dan vergeving van zijn zonden had gehad, dan gaat ons dat
gewoon te ver, dat kunnen wij niet bevatten. Ja, die genade is inderdaad heel
groot van God, met ons menselijk verstand niet te beredeneren.
Afvallen van de heilige wandel :
2 Korinthe 12:20 "Want ik vrees, dat als ik gekomen zal zijn, ik u niet enigszins zal
vinden zodanigen als ik wil, en dat ik van u zal gevonden worden
zodanig als gij niet wilt; dat er niet enigszins zijn twisten,
nijdigheden, toorn, gekijf, achterklap, oorblazingen, opgeblazenheden,
beroerten;"
Dat was allemaal in de gemeente aanwezig, zonde, en niet op één moment, het
was een structureel iets daar.
2 Korinthe 12:21 "Opdat wederom, als ik zal gekomen zijn, mijn God mij niet vernedere bij u,
en ik rouw hebbe over velen, die te voren gezondigd hebben, en die zich niet
bekeerd zullen hebben van de onreinigheid, en hoererij, en ontuchtigheid, die
zij gedaan hebben."
Dat kan toch niet, een uitverkorene die dit doet?
Hij spreekt hier wél over gelovigen. Dat was een gemeente diep in zonde en ze
moeten zich bekeren.Nu zou je zeggen: Dat zijn toch geen gelovigen? Dat zijn toch geen
uitverkorenen? Hoererij, ontuchtigheid, toorn, gekijf? Erger kun je het niet hebben. Maar het gebeurde, en toch zijn het kinderen van God. Want juist in de brief aan de Korinthiers zegt Paulus
heiligen tegen
hen. Zo spreekt hij hun aan :
"Aan de Gemeente Gods, die te Korinthe is, den
geheiligden in Christus Jezus, den geroepenen
heiligen, met allen, die den Naam van onzen Heere Jezus Christus
aanroepen in alle plaats , beide hun en onzen Heere " 1 Kor.1:2
En : Geliefde broeders
"Zo dan, mijn geliefde broeders! Zijt
standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren ,
als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere" 1 Kor.15:58
Dat is een mooi bewijs. Ook :
"Voorts,
broeders, zijt blijde, wordt volmaakt, zijt getroost, zijt
eensgezind, leeft in vrede; en de God der liefde en des vredes zal met u zijn."
2 Korinthe 13:11
Broeders…een ongelovige is géén broeder van u. Tegenwoordig wordt nog wel eens gezegd dat de islam broeders van ons zijn.
Niks daarvan. Alleen degenen die in Christus geloven zijn mijn broeders.
2 Korinthe 13:12 "Groet elkander met een heiligen kus."
Dat zegt hij tegen de mensen waar we net over lazen! Wij zouden zeggen: Ben je nou helemaal….
Maar hij houdt van ze omdat ze zijn broeders zijn.
2 Korinthe 13:14 "De genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de
gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. Amen.
De genade is met hen, ze leven alleen als ondankbare kinderen van God, ze
leven in het vlees. Dit zijn broeders die niet verloren zijn
-groet elkander met een heilige
kus, de genade van de Heere Jezus zij met u…en de God des vredes zal met u zijn.
Opletten nu! Wat is hun en uw positie? Volmaakt in Christus!
Kol.2:10 :
"
En gij zijt in Hem volmaakt , Die het Hoofd is van alle overheid en
macht"
Maar wat zegt hij tot de Korinthiers? In hun wandel? Gedroegen ze zich
volmaakt? Nee, helemaal niet. Ze waren onvolmaakt.
Als wij denken als iemand die in de calvinistische leer gelooft dan zouden
dit géén uitverkorenen zijn. Echter ze zijn volmaakt, maar in hun gedrag
waren ze onvolmaakt, het waren beesten.
Daarom zegt Paulus ook in 2 Kor.13:11 tegen de zondige en vleselijke Kornthiers: wordt volmaakt!
Voorts, broeders, zijt blijde,
wordt volmaakt, zijt getroost, zijt eensgezind , leeft
in vrede; en de God der liefde en des vredes zal met u zijn
Hun gedrag was allesbehalve volmaakt, terwijl ze volmaakt
zijn. Allesbehalve heilig terwijl ze heilig zijn, zie 1 Kor.1:2
Maar wat zegt de aanhanger van de Calvinistische leer? : Je moet dat en dat doen, want je je bent een
uitverkorene en die heeft altijd een heilige levenswandel.
Nou: Ik ben volmaakt, maar in mijn wandel, naar buiten toe, mijn gedrag, daar
moet ik in groeien, naar de volmaaktheid toe. Wandelen in overeenstemming met uw
positie.
Maar mijn positie is :
ik benaltijd volmaakt (Kol. 2:10)
ik ben altijd heilig (Ef. 5:27)
ik ben altijd bemind (Kol.3:12)
ik ben altijd uitverkoren (Ef.
1:4)
ik ben altijd een rechtvaardige (2
Kor.6:11)
ik ben nooit een zondaar(maar een
nieuw schepsel - 2 Kor.5:17)
Pas zei ik nog tegen iemand: Als u in de spiegel kijkt wat ziet u dan?
Het antwoord was: Een zondaar.
Maar weet u wat ik zie? Een nieuw schepsel. Zo is het. Ja, ja, maar als jij dat en dat doet? Ja, de oude Jan komt nog wel eens naar
boven, maar voor God ben ik altijd de volmaakte Jan.
God wil ook dat ik in gehoorzaamheid aan Zijn woord leef, daarom staat er ook
in vers 11: wordt volmaakt, zijt getroost, zijt eensgezind, leeft in vrede
(met elkaar, want dat was daar niet zo) en de God der liefde en des vredes
zal met u zijn! En wanneer is de God der liefde en des vredes met u? Als u in gehoorzaamheid
leeft aan Zijn Woord en dan gaat dat u veranderen en dan gaan wij met elkaar
veranderen.
En dan zien we dat de God des vredes met ons is. Hij is altijd met mij, Hij
woont in mij, maar in onze ervaring zie je dan dat God aan het werk is in mij.
Dat komt omdat ik Hem toelaat en als ik dat niet doe dan ziet u wat er
gebeurt in Korinthe…
Dan kunnen gelovigen de gekste dingen doen, nog veel gekkere dan ongelovigen,
vaak nog erger.
Als laatste wil ik met u een paar uitverkorenen delen, laten zien. Een paar
namen.
Filemon :23-24 U groeten Epafras, mijn medegevangene in Christus
Jezus
Markus, Aristarchus, Demas, Lukas, mijn medearbeiders
Markus, die even weggevallen was met Barnabas. Maar later
zegt Paulus over hem in 2 Tim.4:11: want hij is mij
zeer nut tot den dienst. Hij is namelijk weer teruggekomen. Het zijn
allemaal geliefde broeders, uitverkorenen. Dus de genade van God is verschenen aan alle mensen en dat is ook voor hun,
waar of niet?!
Voor deze namen, de genade is aan hun verschenen, ze hebben het aangenomen,
ze zijn bij Paulus geweest en ze hebben hem gevolgd in zijn bediening, ze hebben
hem geholpen.
Echter één naam: Demas.
2 Timotheus 4:10 "Want Demas heeft mij verlaten, hebbende de tegenwoordige wereld
liefgekregen, en is naar Thessalonica gereisd; Krescens naar Galatie, Titus naar
Dalmatie."
Hij heeft de tegenwoordige wereld liefgekregen, hij heeft Paulus verlaten. Paulus werd verlaten, hij was uiteindelijk alleen:
2 Timotheus 1:15 "Gij weet dit, dat allen, die in Azie zijn, zich van mij afgewend hebben;
onder dewelke is Fygellus en Hermogenes."
Niet alleen de persoon van Paulus, maar ook wat hij verkondigde, de leer. En daar zitten wij nu, 2000 jaar later nog mee. 99% heeft Paulus verlaten, de kerk, overal ter wereld heeft gekozen voor
Petrus.
Demas is daar een voor beeld van, maar zeg ik daar mee dat alle mensen
in de kerken hier in deze plaats geen gelovigen zijn, omdat zij de leer van
Paulus volgen ? Helemaal niet, het lichaam van Christus zit niet alleen hier.
Demas had ook een ander evangelie kunnen gaan aanhangen, daarmee bleef hij
nog steeds volmaakt in Christus. Hij heeft alleen het geloof dat Paulus
verkondigde verlaten.
Gaat u nog even mee naar 1 Thessalonicenzen 5:19 daar zien wij wat er
gebeurt als u dat doet. Als je de gezonde leer verlaat, en dat is met Demas
gebeurd.
"Blust den Geest niet uit."
Wil dat zeggen dat de Geest mij gaat verlaten? Nee, want ik ben verzegeld
door God
Die de Heilige Geest als onderpand aan ons gegeven heeft :
"Maar Die ons met u bevestigt in Christus, en Die ons gezalfd heeft , is God;
Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten
gegeven"2
Kor.1:21-22
En ik ben verzegeld door
de Heilige Geest tot de dag der verlossing, dus de dag als wij het
nieuwe lichaam krijgen (Rom. 8:23):
"En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot
den dag der verlossing."
Ef. 4:30
En ik ben verzegeld met
de Heilige Geestals onderpand tot de verkregen verlossing, dus als
wij bij de Here zijn :
"In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het
Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd
hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte
Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot
prijs Zijner heerlijkheid."
Ef. 1:13-14
Allemaal garanties. Het zegel zelf is de Heilige Geest en kan door geen mens
gebroken worden. Maar de verzegeling is zowel door God als de Heilige Geest
gebeurd. Niemand, ook wijzelf kunnen dit niet mee ongedaan maken :
"Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch
overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen,
Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden
van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere"
Rom. 8:38-39
Dus als Paulus spreekt over het blussen van de Geest, dan bedoelt hij dat Hij
niets meer doet. Wanneer wordt de Geest geblust? Als u een kaars afsluit gaat hij uit, hij krijgt geen zuurstof meer.
Wanneer krijgt een gelovige geen zuurstof meer? Als hij de woorden van God,
geopenbaard aan de apostel Paulus, verlaat. Dat wil niet zeggen dat de Geest hem verlaat. Maar hij is uitgegaan in u, Hij
werkt niet meer, Hij geeft geen kracht meer, geeft geen verlichting meer.
Dat heb je als je overgaat naar een ander evangelie, zoals Paulus zegt, die
zij vervloekt Gal.1:8-9: "Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den
hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die
zij vervloekt
Gelijk wij te voren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu wederom: Indien u iemand
een Evangelie verkondigt, buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt"
Wat we zien bij gelovigen die de gezonde leer niet aanhangen en een ander
Evangelie volgen dat ze heel veel dingen kunnen doen, maar u moet zich afvragen
wie doet dat in hun?
Sorry, niet de Heilige Geest, het enige dat de Heilige Geest nog steeds doet
is hem bewaren tot de dag der verlossing.
En dat is met Demas gebeurd, hij heeft de tegenwoordige wereld liefgehad, dat
is iemand die de gezonde leer verlaat. Waarom? Daar zitten ook allerlei argumenten aan vast.
Dat heeft ook te maken met de tegenwoordige wereld. Wij worden beïnvloed door
dingen om ons heen. Kijk maar naar eens wat u ziet gebeuren tijdens evangelische
diensten en de gospel muziekwereld. Dat is toch wereldgelijkvormigheid. Is dat geen liefde voor de wereld?
Men redeneert: we moeten ons een beetje aanpassen zodat we daardoor de
mensen een beetje aanspreken.
Je kunt dus of :
naar een andere leer gaan
of:
helemaal zonder geloof leven : Ik ga de wereld in, ik geloof het
allemaal wel.
Voor God in beide gevallen is de Geest geblust, maar de positie blijft :
volmaakt in Christus. De trouwe gelovige kan wel een ander ding doen en dat is de Heilige Geest
bedroeven :
"En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot
den dag der verlossing"
Ef.4:30
Ik spreek nu over de gelovige die blijft staan voor het Evangelie wat aan
Paulus is geopenbaard, die bij de gezonde leer blijft, die daar dus
wél
in volhardt.
Als hij zondigt. Maar dan heeft hij de vergeving van zonden, hij kan de zonde
belijden, niet om vergeving te krijgen. Maar hij maakt dan alle dingen aan de Heere
bekend. (Filip.4:6-7)
Hij heeft dan berouw, hij erkent dat hij fout is en dan bekeert hij zich, maar hij valt niet af van het geloof. Hij blijft altijd in Hem.
Dus de oplossing is: het Woord der waarheid recht snijden, alleen
dán
kunt u onderscheid maken tussen positie en wandel. Uw wandel kan afwijken, God
wil het niet, maar er zijn veel gelovigen die wandelen anders, die wijken af van
de leer, die gaan in de wereld leven.
Maar de Bijbel leert dat God getrouw is, Hij zal zichzelf niet verloochenen
en wij zijn in Hem.
God geeft ons wel het gereedschap om te kunnen volharden, om gesterkt te
worden in het lijden in deze tegenwoordige wereld :
2 Tim.3:16-17 Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot
wederlegging , tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;
Opdat de mens Gods volmaakt zij , tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust
Gods Woord is voldoende voor ons in dit leven om ons, die volmaakt
zijn,
volmaakt toe te rusten in ons dagelijkse leven, mits u het volgens de door Hem
gegeven regel toepast:
"Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die
niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt." 2 Tim. 2:15
De hele Bijbel is het Woord der Waarheid. Zie Psalm 45:4; 119:43; 2
Kor. 6:7; Ef.1:13; Kol.1:5; Jak.1:18.
En dat Woord der Waarheid moeten wij op de juiste manier verdelen, omdat niet
alles tot dezelfde groep mensen gericht is, nl. Joden en heidenen. Paulus is nu
in de Bedeling der Genade (Ef. 3:2) de apostel der heidenen (Rom.11:13) en hij
spreekt in zijn brieven nu tot ons en alleen via het Evangelie wat Christus aan
hem heeft geopenbaard (Gal. 1:12) zullen wij de Bijbel kunnen begrijpen :
Merk, hetgeen
ik (=Paulus)
zeg; doch de Heere geve u verstand in alle dingen.
Houd in gedachtenis, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, Welke is
uit den zade Davids, naar mijn Evangelie"
2 Tim.2:7-8
Door te overdenken wat Paulus zegt geeft de Heere ons verstand in alle
dingen, nl. het Woord der Waarheid en het is door zijn Evangelie en niet dat van
Petrus dat wij de opgestane Christus in ons leven laten werken. Alleen zó zullen
wij verstand (verlichting op Zijn Woord) en bekrachtiging in ons leven ontvangen
:
"Hem nu, Die machtig is u te
bevestigen ,
naar
mijn Evangelie
en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der
verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest;
Maar nu geopenbaard is, en door de profetische Schriften, naar het bevel des
eeuwigen Gods, tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend is
gemaakt"Rom. 16:25-26