We gaan het hebben over iets wat
veel mensen in de war brengt, over wat in ons leven kan gebeuren.
Gelooft u in toeval? Mensen
zeggen: “Ik geloof niet in toeval. Maar een ander zegt: Ik geloof wel in toeval,
waarom niet?”
Maar vooral vanuit de Bijbel gaan
mensen dingen zien op grond van verkeerde veronderstellingen, gebaseerd op
verkeerde kennis, die weer gebaseerd is op een bepaalde leer. Vanuit de Bijbel
wil ik u dat laten zien.
In Lukas 7:30 lezen we over de
raad van God. Men denkt soms : “God heeft alles van te voren al geprogrammeerd,
en het staat allemaal al vast…”
We weten dat er een leer is die
veel verkondigd en geleerd wordt en waardoor mensen zeggen: “Ik weet het niet of
ik wel uitverkoren ben, ik wacht maar af, ik hoop het. Je kunt er niets aan
doen, ik moet maar afwachten…”
Luk.7:30
Maar de
farizeeën en de wetgeleerden hebben den raad Gods tegen zichzelven verworpen,
van hem niet gedoopt zijnde.
U ziet hier dat de farizeeën en
wetgeleerden de raad Gods tegen zichzelf verworpen hebben. De raad van God
hebben zij verworpen.
De vraag is: Kan dat? Hier zien we
staan dat het kan. Hoe lieten zij dat zien? Door zich niet te laten dopen met de
doop van Johannes.
Wat was de doop van Johannes?
Johannes was eigenlijk de deur om in de kleine kudde te komen, het gelovige
Israël, om zo uiteindelijk het beloofde Koninkrijk binnen te gaan in de
toekomst. Dat is de doop van Johannes. Als men zich niet liet dopen dan kwam je
ook niet in het Koninkrijk. Zo simpel ligt het gewoon. Dus die raad hebben zij
verworpen.
Nu komen we op het punt van de
raad van God, en daar lezen we in Efeze iets heel duidelijks over, en daar is
dan een leer op gebaseerd waardoor veel mensen de fout ingaan.
Ef.1:11
In Hem,
in Welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die tevoren verordineerd waren
naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil;
Dus in overeenstemming met de raad
van God, van Zijn wil heeft Hij ons verordineerd. Dus in overeenstemming met
Zijn raad is iedereen voorbestemd –(ik zeg even hoe het
geleerd wordt) – en die raad staat vast.
Als we bijvoorbeeld kijken in
Ef.1:9 dan lezen we:
Ef.1:9
Ons
bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen,
hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven.
Dus men leert dat Hij dat heeft in
Zichzelf heeft voorgenomen, een besluit heeft genomen, het is de raad van Zijn
wil. Dus Hij zal ook alle dingen uitvoeren in overeenstemming met Zijn
wilsbesluit. En eens heeft Hij dat gedaan.
Hij werkt alle dingen, dat staat
in vers 11, in overeenstemming met de raad van Zijn wil.
Kijk maar om u heen, dus dat
gebeurt dan allemaal in overeenstemming met de raad, met Zijn wil, wat Hij ooit
heeft besloten.
En wanneer is dat dan gebeurd? Dan
komen we in Efeze 1:4. Nogmaals, ik
spreek hoe er gedacht wordt!
Ef.1:4-5
Gelijk
Hij ons uitverkoren heeft in Hem vóór de grondlegging der wereld, opdat wij
zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde.
Die ons
tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus in
Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.
Dus, zo leert men: het is voor de
grondlegging der wereld ‘gepland’ om het zo maar te zeggen, toen is het allemaal
verordineerd.
Zo staat het er, en zo wordt het
geleerd, maar ik geloof niet dat het de goede uitleg is.
Vooral in vers 4: Hij heeft ons
voor de grondlegging der wereld uitverkoren. Hier spreekt Hij over het plan wat
God heeft, en een ieder die in dat plan wil deel hebben moet in Christus zijn.
Niet iedereen is uitverkoren om
in Christus te zijn, want dan zou het
inderdaad zo zijn dat God voor de grondlegging der wereld zou zeggen dat de één
wel en de ander niet is voorbestemd om in Christus te zijn.
Nee, er staat: Hij heeft ons
in Hem uitverkoren voor de grondlegging der
wereld. Dus ín Hem is een ieder uitverkoren.
Iedereen die in Christus is, die
is uitverkoren.
We zijn allemaal geboren als
zondaars, en dat noemt de Bijbel: in Adam, en we moeten in Christus zien te
komen.
Dat kan door het evangelie, dat is
geloven dat Christus stierf voor uw zonden en dat Hij is opgestaan.
En dat heeft God van tevoren
bepaald. Dat het lichaam van Christus voor
de grondlegging van de wereld door God voorbestemd is om heilig en onberispelijk
te zijn in de liefde. En dan bent u ook verordineerd tot aanneming tot kinderen,
naar het welbehagen van Zijn wil.
Dan moet u dus zorgen dat u in dat
lichaam van Christus komt, het zijn niet tevoren uitgekozen personen. Zie het
lichaam van Christus als het ware als een lege huls, dat gevuld moet gaan worden
met gelovigen.
Nee, Christus is de Enige
uitverkorene in de Bijbel, en wie in Christus is zit nu in het lichaam van
Christus, en die is dan ook uitverkoren.
Maar hier wordt het dus anders
geleerd: Alles wat gebeurt is van
tevoren besloten, verordineerd, of bestemd in overeenstemming met de raad van
God. Dat betekent ook alles, zoals we net in Ef.1:11 lazen:
Wij die tevoren verordineerd waren..., die alle
dingen werkt naar de raad van Zijn wil. Er is dus eigenlijk niets
toevallig hier, het gebeurt allemaal omdat het zo gepland is dat het moet
gebeuren. Dat is wat er eigenlijk verkondigd wordt.
Máár
…..Zijn plan is in Christus, en dát heeft
een bestemming. Het lichaam van Christus nu heeft een bestemming, namelijk in de
hemel.
Dat plan is in de toekomst als wij
eenmaal in de hemel zullen zijn, en dat gaat Hij nu via het lichaam van Christus
volbrengen, totdat het plan af is, het lichaam van Christus vol is, en dan
worden we opgenomen naar de plaats waartoe wij verordineerd zijn, namelijk in de
hemelse gewesten.
Als we nog even teruggaan naar
Lukas 7:30 met in ons achterhoofd wat we net gelezen hebben.
Als alles vaststaat hoe kunt u dan
de raad van God verwerpen? Dat kan toch niet? Want het moet gebeuren zoals het
moet gebeuren, zoals het besloten is voor de grondlegging der wereld, en Hij
werkt alle dingen naar de raad van Zijn wil. En we spreken hier over de raad van
God.
Maar zij gehoorzaamden niet en
verwierpen de raad van God, en deden het dus niet. Dat is toch wat anders als
men soms denkt.
Want wie kan tegen Zijn raad
ingaan, als het van tevoren allemaal al gepland is?
We zien hier gewoon dat als je die
keus maakt dan hoor je erbij of je hoort er niet bij. We komen hier op het punt
van de vrije wil, de keuzes die je maakt in je leven. We gaan naar Jeremia. Dat
gaat over het volk Israël en Hij spreekt over dat zij Hem hebben verlaten, en
dat Hij kwaad over hen gaat brengen. En dat gaat Hij doen omdat zij Hem verlaten
hebben.
Jer.19:4-5
Omdat zij
Mij verlaten en deze plaats vervreemd en anderen goden daarin gerookt hebben,
die zij niet gekend hebben, zij, noch hun vaders, noch de koningen van Juda, en
hebben deze plaats vervuld met bloed der onschuldigen.
Want zij
hebben de hoogten van Baäl gebouwd om hun zonen met brandoffers te verbranden,
den Baäl tot brandoffers; hetwelk Iknietgebodennochgesproken heb,
nochin Mijn hart is opgekomen.
U ziet hier 3x “niet”
( noch) staan: God heeft het
niet geboden, Hij heeft het
niet gesproken, en het is ook
niet in Zijn hart opgekomen.
Dus dan kan dit ook niet van
tevoren verordineerd zijn, als Hij dit niet heeft bedacht, niet heeft gezegd en
niet in Zijn hart is opgekomen, en toch zien we dat ze in ongehoorzaamheid
afgodendienst gaan bedrijven.
Zie ook in Jer.7:31:
En zij
hebben gebouwd de hoogten van Tofeth, dat in het dal des zoons van Hinnom is, om
hun zonen en hun dochteren met vuur te verbranden; hetwelk Ik niet
heb geboden, noch
in Mijn hart is opgekomen.
Dus God heeft dat helemaal niet
van tevoren verordineerd en bestemd dat dit zou gebeuren, dat kan helemaal niet.
Als Hij alle dingen werkt naar de
raad van Zijn wil, dan is dit niet wat Hij wil. Als dit de raad van Zijn wil
was, hoe kan dit dan gebeuren?
Ik heb een aantal voorbeelden voor
u uit de Bijbel om u duidelijk te laten zien dat dingen gewoon in het leven
gebeuren omdat ze gebeuren.
David heeft Kehila, een dorp,
bevrijd van de Filistijnen. En dan hoort hij dat Saul onderweg is, om hem te
gaan overwinnen:
1 Sam.23:9-11
Als nu
David verstond, dat Saul dit kwaad tegen hem heimelijk voorhad, zeide hij tot
den priester Abjatar: Breng den efod herwaarts.
En David
zeide: Heere, God Israëls, Uw knecht heeft zekerlijk gehoord, dat Saul zoekt
naar Kehila te komen en de stad te verderven om mijnentwil.
Zullen
mij ook de burgers van Kehila in zijn hand overgeven? Zal Saul afkomen, gelijk
als Uw knecht gehoord heeft? O HEERE, God Israëls, geef het toch Uw knecht te
kennen! De HEERE nu zeide: Hij zal afkomen.
Dus hij vraagt aan de Heere: Wat
gaat er gebeuren, komt hij? De Heere zegt: Hij komt, want God weet van tevoren
wat er gebeurd.
1 Sam.23:12
Daarna
zeide David: Zouden de burgers van Kehila mij en mijn mannen overgeven in de
hand van Saul? En de HEERE zeide: Zij zouden u overgeven.
Dat is eigenlijk een aparte vraag,
want Hij heeft hen bevrijd van de Filistijnen, en nu komt Saul dan zal je toch
verwachten dat ze hem niet zullen overleveren. David twijfelt toch een beetje,
dus hij vraagt nu aan God: “Zullen zij mij aan Saul overgeven? En de HEERE zeide:
Zij zouden u overgeven”. God weet het van tevoren, maar heeft Hij dan in Zijn
raad tevoren besloten dat het zo zou gaan gebeuren? Kijk in vers 13.
1 Sam.23:13
Toen
maakte zich David en zijn mannen op, omtrent zeshonderd man, en zij gingen uit
Kehila en zij gingen heen waar zij konden gaan. Toen Saul geboodschapt werd, dat
David uit Kehila ontkomen was, zo hield hij op uit te trekken.
Wat zien we hier nu gebeuren?
David vraagt de HEERE en de HEERE zegt: “Ze zullen je aan Saul overleveren”.
Als dat allemaal in Zijn raad was
besloten, en Hij werkte alle dingen naar de raad van Zijn wil, dan had David dus
gebleven en was hij overgeleverd geworden.
Maar David maakt een keus op basis
van wat hij van God hoorde: “Ze zullen u overleveren, ik ga weg hier!”
Dus God voorziet de uitkomst van
een beslissing die u neemt in uw leven, zo ligt het gewoon, en elke beslissing
heeft een gevolg. Hij weet alle uitkomsten van ónze keus , maar wij beslissen! Gevolg: eenresultaat.
Dus als David gebleven was werd
hij overgeleverd, en wil je dat niet dan moet je weggaan, en dat gebeurt hier.
Dus God voorziet alles wat wij
doen, alle consequenties van onze keuzes en beslissingen die wij in ons leven
maken.
Maar ú
maakt de keus, en wat er dan gebeurt is een gevólg
van die keus, en niét omdat God iets
van tevoren heeft besloten. Dat zien we hier duidelijk. David maakte een keus op
basis van wat God tegen hem zei : hij moest wegwezen. Maar had hij gebleven dan
had hij inderdaad overgeleverd geworden, en nu is hij niet overgeleverd omdat
hij besloot om te gaan. Het is dus niet van tevoren gepland, en het stond niet
vast in de raad dat het zou gebeuren. Er gebeurde iets anders.
Toeval. Gelooft u in toeval?
Ik hoor vaak mensen zeggen: “Ik
geloof niet in toeval, dit heeft toch een bepaalde bedoeling, dat is niet zomaar
gebeurd. Dat moet mij iets duidelijk maken. Het is niet zomaar toevallig dat het
gebeurt”
Maar in de Bijbel zien we vaak dat
dingen wél toevallig gebeuren, omdat
dit het leven is, en er gebeuren dingen. Er gebeuren dingen omdat het gewoon bij
het leven hoort.
Luk.10:30-31
En Jezus
antwoordende zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel
onder de moordenaars, welke hem ook uitgetogen en daartoe zware slagen gegeven
hebbende, heengingen, en lieten hem halfdood liggen.
Enbijgevalkwam
een zeker priester denzelven weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem
voorbij.
Bijgeval-
dat betekent toevallig. Hoezo toevallig?
Er komt daar een priester de weg
af, en de Heere Jezus zegt: toevallig.
Maar hoezo
toevallig? Hij liep daar gewoon omdat hij ’s ochtends of
misschien twee en half uur daarvoor misschien besloten had: “Ik moet daar heen,
en zodoende liep hij op die weg”.
Dus dat hij daar liep was een
gevolg van een eerder door hem genomen beslissing. Voor hetzelfde geld had hij
kunnen zeggen: “Nee, ik ga vandaag daar heen”, en dan had hij daar niet gelopen.
Toevallig,
we zien in dit stuk ook dat er niets zomaar in de Bijbel staat. Wij komen in dit
leven allerlei dingen tegen, sommige dingen gebeuren en dan denk je: Ja,
toevallig? Maar hoe gaat u dan op zo’n situatie in op dat moment? Hoe gaat u
er mee om?
Daar hebben wij ook de wijsheid en
de kennis in Gods Woord nodig hoe wij met die situaties omgaan. Want wij komen
elke dag situaties in ons leven tegen die onverwacht zijn, of die misschien wel
heel toevallig lijken. Maar die gebeuren gewoon omdat ze gebeuren, en niet omdat
daar de hand van God achter zit of zo.
Hier zien we bij de barmhartige
Samaritaan dat niemand de wijsheid en de kennis had, want de priester en de
Leviet gingen voorbij, en de boodschap ging om de barmhartige Samaritaan, die
heeft hem toen geholpen.
Dus ons leven draait om de keuzes
die wij maken, wel of niet i.o.m. het Woord.
Deut.30:19
Ik neem
heden tegen ulieden tot getuigen den hemel en de aarde; het leven en den dood
heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek.Kiesdan het
leven, opdat gij leeft. Gij en uw zaad.
Dus u ziet het, hij stelt hun iets
voor en zegt; “Kies nu het leven!”
Zo gaat het in de Bijbel, het gaat
om keuzes maken.
Zo ook met het Evangelie, mensen
kunnen het geloven of niet geloven. Het staat niet van tevoren vast. Nee, u moet
kiezen, net als Israël kon kiezen.
Het was niet van tevoren bepaald
wie wel en wie niet gered zou worden.
Dus het gaat om keuzes maken in uw
leven, en als u een keus maakt dan heeft dat een consequentie.
Dus kiest u in dit geval voor de
Heere, en gaat u in Zijn inzettingen wandelen, dan heeft u het leven. Maar kiest
u om dat niet te doen dan is het gevolg de vloek. Maar u hebt de keus gemaakt, u
heeft de verantwoordelijkheid daarover.
En het is niet zo dat God ook dat
in Zijn raad heeft besloten dat u dat wel of niet zou gaan doen.
Als u dat denkt dan is dat is mooi
en aardig dat u dan onder die verantwoordelijkheid uitkomt, maar het is wel uw
keus. U heeft een vrije wil gekregen van God.
We hebben ook een heel mooi
voorbeeld in 1 Koningen, dat gaat over Achab. Hoe is Achab aan zijn eind
gekomen? Door een pijl. En hoe is die pijl daar gekomen? Is dat zo door God
gestuurd?
1 Kon.22:34
Toen
spande een man den boog in zijn
eenvoudigheiden schoot den koning van
Israël tussen de gespen en tussen het pantsier. Toen zeide hij tot zijn voerman:
Keer uw hand en voer mij uit het leger, want ik ben zeer verwond.
Die man deed gewoon zó, en de pijl
ging de lucht in, en hij had geen enkel doel daarmee. Hij schoot gewoon in zijn
eenvoudigheid staat hier in de Bijbel. Zonder énige bedoeling, niet gericht of
niets, en die pijl belande dus precies bij koning Achab.
Als u dit ziet in de context van
dit verhaal: de koning van Israël en de koning van Juda zijn bij elkaar, en ze
zeggen tegen elkaar: “Gilead is nog in het bezit van Syrie, maar het is
eigenlijk van ons (vers 3), en wij zitten hier maar te niksen, wij doen er niets
aan. Wij willen dat gaan veroveren”.
Maar de vraag is: “Kunnen wij er
heen gaan zonder dat wij verslagen worden? Dus laat alle profeten komen (vers
6)”:
1 Kon.22:6
Toen
vergaderde de koning van Israël de profeten, omtrent vierhonderd man, en hij
zeide tot hen: Zal ik tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken of zal ik het
nalaten? En zij zeiden: Trek op, want de Heere zal hen in de hand des konings
geven.
Dus vierhonderd profeten zeggen:
“Ga, want de Heere heeft het in uw hand gegeven”.Maar dan zegt Josafat: “dat is
een goede koning van Juda”:
1 Kon.22:7
Maar
Josafat zeide: Is hier niet nog een profeet des HEEREN, dat wij het van hem
vragen mochten?
Leest u verder het hele verhaal
maar, dan zeggen zij: Ja, er zit er nog één gevangen, Micha, maar Achab zegt:
die Micha spreekt alleen maar kwade dingen over mij, dat vind ik zo’n vervelende
vent, daar heb ik zo’n hekel aan. Maar goed ze lieten hem toch komen. En degene
die Micha uit de gevangenis haalt zegt tegen hem in vers 14:
1 Kon.22:13
De bode
nu, die heengegaan was om Micha te roepen, sprak tot hem zeggende: Zie toch, de
woorden der profeten zijn uit één mond goed tot den koning; dat toch uw woord
zij gelijk als het woord van een uit hen, en spreek het goede.
Vertel wat de koning wil horen…,
“alle vierhonderd zeggen dat de koning moet gaan, en dat is wat de koning wil.
Je zit gevangen, nu kun je het goed maken: spreek het goede”. Maar Micha zegt:
1 Kon.22:14
Doch
Micha zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft, hetgeen de HEERE tot mij zeggen
zal, dat zal ik spreken.
Dan komt hij bij de koning, en de
koning zegt:
1 Kon.22:15-16
Als hij
tot den koning gekomen was, zo zeide de koning tot hem: Micha, zullen wij naar
Ramoth in Gilead ten strijde trekken of zullen wij het nalaten? En hij zeide tot
hem: Trek op, en gij zult voorspoedig zijn, want de HEERE zal hen in de hand des
konings geven.
En de
koning zeide tot hem: Tot hoevele reizen zal ik u bezweren, opdat gij tot mij
niet spreekt dan alleen de waarheid in den Naam des HEEREN?
Hij gelooft het nu niet! Dus hij
haalt Micha en die zegt precies wat hij horen wil, maar hij gelooft het dus
niet.
Dus nu gaat Micha wel de waarheid
zeggen:
1 Kon.22:17
En hij zeide:
Ik zag het ganse Israël verstrooid op de bergen, gelijk schapen die geen herder
hebben; en de HEERE zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere weder naar
zijn huis in vrede.
Hij zegt dus: “Jullie moeten
teruggaan, het volk Israël is als schapen zonder herder, het volk moet terug
naar huis gaan en niets doen”.
En dan wordt Achab boos en hij
zegt:
1 Kon.22:18
Toen
zeide de koning van Israël tot Josafat: Heb ik tot u niet gezegd: Hij zal over
mij niets goeds,
maar kwaad profeteren?
Dan zegt Micha: “die profeten
zeggen door een leugengeest het verkeerde, en daardoor zult u omkomen”.
1 Kon.22:22-23
En hij
zeide: Ik zal uitgaan en een leugengeest zijn in den mond van al zijn profeten.
En Hij zeide: Gij zult overreden en zult het ook vermogen, ga uit en doe alzo.
Nu dan,
zie, de HEERE heeft een leugengeest in den mond van al deze uw profeten gegeven,
en de HEERE heeft kwaad over u gesproken.
Nu kan hij twee dingen doen. Hij
wil de raad van de Heere horen. De profeten hebben een verkeerde raad gegeven,
en als hij die raad volgt zal hij omkomen, terwijl zei zeiden dat hij de
overwinning zou behalen.
Dus God heeft gezegd: “Als je gaat
kom je om”. En dan zien we dat God heeft voorzien wat er ging gebeuren. Anders
zou er nooit staan dat de mand de pijl spande in zijn eenvoudigheid. Hij schoot
gewoon, en dat zien we hier gebeuren. God voorzag het, Hij verordineerde het
niet en bestemde het niet. De soldaat schoot namelijk gewoon toevallig, en God
zag dat het ging gebeuren.
Dus nogmaals, in deze teksten zien
we duidelijk dat er in het leven nu eenmaal van alles gebeurt. We hebben een
druk leven, u kunt op straat lopen en oversteken en zo onder een auto komen als
u niet uitkijkt. Als ú
niet uitkijkt! Als u wél uitkijkt gebeurt het niet.
Een ander
voorbeeld:
Matt.11:20-21
Toen
begon Hij de steden, in dewelke Zijn krachten meest geschied waren, te
verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden:
Wee u,
Chorazin, wee u, Bethsaida! Want zo in Tyrus en Sidon de krachten waren
geschied, die in u geschied zijn, zij zouden zich eertijds in zak en as bekeerd
hebben.
Dus als zij toen in Tyrus en Sidon
de krachten hadden gezien van de Heere Jezus dan zouden zij zich bekeerd hebben.
En dat zegt Hij ook van Kapernaum:
Mat.11:23
En gij
Kapernaum, dat tot den hemel toe zijt verhoogd, gij zult tot de hel toe
nedergestoten worden. Want zo in Sodom die krachten waren geschied, die in u
geschied zijn, het zou tot op den huidigen dag gebleven zijn.
Dus als ze in Sodom hadden gezien
wat de Heere Jezus allemaal deed in Kapernaum, dan was Sodom niet vernietigd
geworden.
Hier zien we ook weer: Als dat en
dat toen gebeurd was, dan had die vernietiging niet plaatsgevonden.
U ziet dat het ook weer afhangt
van dingen die gebeuren, waar dan weer consequenties uit voortvloeien. Dat is
eigenlijk het hele punt.
En dan zien we dat we helemaal
vastlopen met de valse leer over die raad van Gods wil Die alle dingen van
tevoren heeft besloten en vastgesteld.
En dat al die dingen zijn bestemd
naar de raad van Zijn wil en dat Hij zo werkt, dat alles wat we hier zien van
tevoren allemaal al ‘bekokstoofd’ is, als ik het zo oneerbiedig mag zeggen.
Maar u ziet: Als het zo was
gebeurd dan zou dat zijn gebeurd, en als het niet gebeurd was dan zou dat zijn
gebeurd. Het gebeurt gewoon.
Er zijn gelovigen die zien in
gebeurtenissen de hand van God. De Twin Towers bijvoorbeeld zou een straf voor
het zondige Amerika zijn geweest, maar dat kunnen we van de aanslagen in Spanje
en Londen dan ook wel zeggen, en Nederland is ook nog een keer aan de beurt. De
orkaan Katrina is die ook een straf van God? De Tsunami? Vele gelovigen zien
daar de hand van God in, maar de Bijbel leert heel wat anders.
Luk13:1
En er
waren te dienzelven tijde enigen tegenwoordig, die Hem boodschapten van de
Galileeërs, welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had.
Dus de Galileeërs gingen offeren,
Pilatus heeft hen gedood, en heeft hun bloed geofferd met hun offers die zij
toen brachten. Een verschrikkelijke daad.
Galileeërs stonden niet zo goed
bekend, dus dan zou je natuurlijk kunnen zeggen: Dat is het resultaat van hun
zonde, het is hun eigen schuld, God heeft dat zo gewild, dat is hun straf.
Luk.13:2-3
En Jezus
antwoordde en zeide tot hen: Meent gij, dat deze Galileeërs zondaars zijn
geweest boven al de Galileeërs. Omdat zij zulks geleden hebben?
Ik zeg u:
Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan.
Hier zien we ook weer twee kanten
open staan: “Als jullie je niet bekeren dan vergaat het jullie ook zo, dus
bekeer jullie je wel dan vergaat het jullie niet zo. Dat betekent dat het niet
vast staat. Het hangt er van af wat wij voor keus maake op dat moment. Het is of
A, of B.
U staat op een kruispunt, elke
keer als u een beslissing neemt staat u op een kruispunt. Elke keus die u maakt
in uw leven heeft een consequentie, maar
ú bent er
verantwoordelijk voor.
Luk.13:4-5
Of die
achttien, op welke de toren in Siloam viel en doodde hen; meent gij dat dezen
schuldenaars zijn geweest boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen?
Ik zeg u: Neen
zij, maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan.
Er is een toren omgevallen en
achttien mensen zijn gedood.
U ziet hier allemaal dingen, je
zult daar maar net lopen, en dan valt die toren op je. En dat willen we liever
niet.
U kunt zich afvragen: Waarom?
Maar ook: Waarom niet?!
Waarom? Gewoon omdat we nu in een
schepping leven die zucht en in barensnood is, omdat de zonde in de wereld is,
en de zonde in de mens.
Dan gebeuren dit soort dingen. We
zien hier ook wel eens ongelukken die gebeuren, of dat een gebouw instort, een
trein ontspoort.
De Heere Jezus zegt: “Nee, dat
heeft er niets mee te maken”.
HET GEBEURT
GEWOON!
Maar Paulus zegt wel in 1 Kor.6:
“Het is nu de aangename tijd”. Elk moment kan het ook voor mij afgelopen zijn.
Dat is wat de Heere Jezus zegt:
Het is niet allemaal van tevoren vast besloten dat het zou gaan gebeuren met die
toren.
Misschien kunt u dan zeggen: “Ja,
maar ben ik dan nog wel veilig in deze wereld? Want ik ben gered, maar wat heb
ik nu aan God in dit leven?
Ik had gedacht dat Hij mij nu zou
gaan beschermen voor allerlei dingen.
Ik ben door hem uitverkoren, en
Hij werkt alle dingen naar de raad van Zijn wil. Ik ben toch Zijn kind? Hij
heeft toch het beste met mij voor?”
Ik kan u één ding zeggen: U hebt
de allerbeste bescherming die u kunt hebben in de Heere Jezus:
Ik ben verzegeld door de Heilige
Geest, ik ben gerechtvaardigd, ik ben verzoend met Hem, ik ben behouden van de
toorn in Christus, ik heb vrede met Hem, ik ben aangenomen tot Zijn kind, ik heb
de Heilige Geest ontvangen waardoor ik kan zeggen: Abba, Vader.
Al die dingen, dat is toch wel
wat!
Kol.3:3
Want gij
zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.
Volgens mij kunt u geen betere
bescherming hebben, want Paulus zegt: de verdrukkingen in dit leven zijn
tijdelijk, het is maar kort, want wij gaan zo meteen de heerlijkheid in.
En daartoe, in dit leven, ben ik
met Christus verborgen in God. Ik zit met Christus in God verborgen, daar kan
niemand komen. Satan kan daar niet komen. Niemand.
Dus dát is onze bescherming
die wij hebben! Onze redding staat vast en zeker.
God heeft besloten dat er geen
verdoemenis is voor degenen die in Christus Jezus zijn.
Rom.8:1
Zo is er
dan nu geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn, die niet naar
het vlees wandelen, maar naar den Geest.
Dus wat voor dingen ik ook
tegenkom in dit leven, ongelukken, (misschien valt er op mij ook wel een keer
een toren), ik weet, voor mij is er geen verdoemenis. Ik ben verzegeld met de
Heilige Geest, en mijn positie is al reeds in de hemel. Dat is vast en zeker.
Dus als het over bescherming gaat,
wat mij ook overkomt, mij kan niets overkomen, alleen dat ik eventueel dood ga.
Óf ik ga natuurlijk dood, óf ik wordt ziek, óf er gebeurt wat. Dat kan, maar
goed, Paulus zegt: Het leven is mij Christus en het
sterven is mij gewin. Dus wij worden er alleen maar beter van.
Rom.8:37-39
Maar in
dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.
Want ik
ben verzekerd dat noch dood noch leven, noch engelen, noch overheden, noch
machten, noch tegenwoordige noch toekomende dingen,
Noch
hoogte noch diepte, noch enige ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de
liefde Gods, welke is in Christus Jezus onzen Heere.
Dus ik ben verzékerd, ik heb
zekerheid, zekerheid voor elke seconde van mijn leven dat niets mij kan
scheiden. Ik zelf kan mij ook niet scheiden van de liefde van God, want ik ben
met Christus verborgen in Hem.
Dus dat is mijn zekerheid, dat is
mijn geborgenheid, dat is mijn veiligheid, maar wat in de wereld gebeurt; ik zou
het zo willen zeggen: het gebeurt gewoon.
Dingen gebeuren zoals ze gebeuren,
ik heb invloed in mijn leven, het feit dat ik dit schrijf en u dit leest heeft
te maken met een beslissing die u en ik gemaakt hebben, maar niet omdat God al
die dingen van tevoren heeft besloten, en nu al die dingen gaat uitwerken in
overeenstemming met de raad van Zijn wil.
Want wij hebben te maken met een
plan. Met Israël heeft Hij een plan en met het lichaam van Christus heeft Hij
een plan.
Wat is dan de soevereiniteit
van God?
In de Bijbel spreken we van
soevereiniteit, de soevereine God. Dat betekent dat Hij oppermachtig is, Hij is
onafhankelijk.
Hij kan in feite doen en laten wat
Hij wil, net zoals Nebukadnezar. Die was alleenheerser en kon doe wat hij wilde.
Maar koning Darius later kon dat
weer niet, want hij had de wet van de Meden en Perzen gemaakt en daardoor was
hij beperkt door de wetten die hij had uitgevaardigd. Die kon hijzelf niet
veranderen.
Jes.14:24
De HEERE der heirscharen
heeft gezworen, zeggende: Indien niet, gelijk Ik gedacht heb, het alzo
geschiede, en gelijk Ik beraadslaagd heb, het bestaan zal!
Hier heeft God wel dingen gedacht,
en zo gaat het ook geschieden.
Jes.14:26
Dit is de raadslag, die
beraadslaagd is over dat ganse land, en dit is de hand, die uitgestrekt is over
alle volken.
Want de HEERE der
heirscharen heeft het in Zijn raad besloten: wie zal het dan breken? En Zijn
hand is uitgestrekt; wie zal ze dan keren?
Wat heeft de HEERE hier in Zijn
raad besloten? Dat heeft te maken met een plan dat Hij gemaakt heeft, en dat
zien we in vers 25:
Jes.14:25
Dat Ik Assur in Mijn land
zal verbreken en hem op Mijn bergen vertreden, opdat zijn juk van hen afwijke
van zijn schouder wijke.
Dan spreekt hij over de antichrist
die Hij in die tijd zal vernietigen, en dat heeft Hij in Zijn raad besloten. En
of men het daar nu mee eens is, of er tegen in wil gaan… Dat heeft Hij besloten,
dat heeft Hij wél bedacht.
En dat heeft te maken met Zijn
plan, want de antichrist zal het volk Israël gaan zuiveren. Die gaat ook komen,
dat laat Hij ook toe. En Hij zal hem uiteindelijk ook vernietigen, en dan zal
hij ook in de poel des vuurs belanden. Dat gaat uitgevoerd worden, want God
heeft inderdaad een plan.
Jes.46:9-10
Gedenkt der vorige dingen
van oude tijden af, dat Ik God ben, en er is geen God meer, en er is niet gelijk
Ik.
Die van den beginne aan
verkondig het einde, en vanouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die
zeg: Mijn raad zal bestaan en Ik zal al Mijn welbehagen doen.
We hebben de hele geschiedenis in
de Bijbel staan, ook de toekomst staat in de Bijbel al vast wat Zijn plan
betreft, wat er gaat gebeuren.
Zijn raad zal bestaan, inderdaad.
Maar wat is die raad dan? We lezen verder:
Jes.46:12
Hoort naar Mij, gij stijven
van hart, gij, die verre van de gerechtigheid zijt.
Ik breng Mijn gerechtigheid
nabij, zij zal niet verre wezen, en Mijn heil zal niet vertoeven; maar Ik zal
heil geven in Sion, aan Israël Mijn heerlijkheid.
Wat Hij wil dat komt uit, Zijn
plan, en ondanks Zijn tegenstanders.
Nu leven wij in de tijd van
genade, maar als die tijd voorbij is dan komt de toorn, de zeventigste week van
Daniël, de antichrist zal regeren, en hij zal vele volgelingen krijgen.
En wie zullen er in die tijd
vervolgd worden? De gelovigen.
Dat zijn de tegenstanders van God,
maar God zegt: “Ze kunnen tegenstaan wat ze willen, maar dat Koninkrijk dat komt
er!
En die antichrist ga Ik
vernietigen, en Ik hou een gezuiverd Israël over, en Ik ga op de troon in
Jeruzalem regeren”.
We begonnen met Lukas 7:30, de
farizeeën verwierpen de raad van God, we hebben zonet twee keer gelezen wat Hij
in Zijn raad besloten had, nl. Zijn plan met Israël in de toekomst, dat gaat
gewoon door.
En degenen die het niet willen
zoals de farizeeën die Zijn raad verwierpen, die kiezen niet voor het leven en
dan ga ze verloren. Kiezen ze voor het leven, dan ga ze met de gelovige
Israëlieten het Koninkrijk binnen.
Maar nogmaals, die raad was niet
dat Hij besloten had dat die farizeeën het niet aannamen.
Dus kies :
A.Ja , en je wordt
gezegend. Of:
B.Nee, en je wordt
vervloekt.
Maar Zijn plan, los van de mensen
gaat gewoon door, of ze nu willen of niet.
Wat is dan nu Gods raad en wil in
deze tijd, in de bedeling der genade?
1 Kor.1:18-21
Want het woord des kruises
is wel dengenen die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden is
het een kracht Gods.
Want er is geschreven: Ik
zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik
tenietmaken.
Waar is de wijze? Waar is de
schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer
wereld niet dwaas gemaakt?
Want nademaal in de wijsheid
Gods de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode
behaagd, door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven.
Wat is de wijsheid Gods? De wet.
En wat nog meer? De schepping, waaraan men kan weten dat God bestaat. En toch
hebben ze Hem niet gekend, hebben zij Hem niet gewild, de wereld heeft in zijn
eigen wijsheid God niet gekend.
Zo heeft het God behaagd, het is
nu Gods welbehagen door de dwaasheid der prediking zalig te
máken die
geloven.
Wat zien we hier nu staan: Dat
mensen die geloven zalig gemaakt wórden naar het welbehagen van God, door
de dwaasheid der prediking.
Dus we hebben de dwaasheid van de
prediking, de prediking van het kruis, Christus stierf voor uw zonden, en is
opgestaan.
Dat is dwaas, want als we dat aan
de mensen gaan vertellen zullen veel mensen het helaas een dwaze boodschap
vinden. Iemand Die voor je sterft waardoor je eeuwig leven krijgt, dat kan niet.
Dat is dwaas in de ogen van de wereld. Maar het is wel door prediking van die
dwaasheid dat mensen nu zalig worden.
Wat krijgen we nu? We hebben de
prediking nú in deze tijd, God heeft het van tevoren in Zijn raad
besloten dat in het lichaam van Christus iedereen zalig is. Maar hoe kom je er
in?
En dat is de prediking die bij
Paulus begonnen is, door dat evangelie te gaan verkondigen, en dan gaat Hij
zalig máken die geloven.
Dus de mensen moeten het geloven,
het is niet zo dat het vast staat: die wel en die niet.
God wil dat alle mensen zalig
wórden, en tot de kennis van de waarheid komen (1 Tim.2:4). Maar ze
zijn niet zalig omdat het van tevoren bestemd is.
Want dat kan alleen nadat zij de
prediking van het kruis hebben gehoord, en dat ze het hebben geloofd. Zalig
máken die geloven!
Dus u moet het geloven, en doet u
het niet dan bent u net als die farizeeërs, dan verwerpt u de raad God.
“Ik doe niet mee, ik heb het niet
nodig, want ik kan het zelf wel”.
Het heeft God behaagd, zoals hier
staat, om mensen zalig te maken.
Daardoor zijn wij gezanten van
Christus gemaakt om het evangelie aan de mensen bekend te maken.
Amen!
* Hier nog een aantal teksten die
spreken over toeval in het leven. Lees de context om het te begrijpen:
Ruth 2:3 Zo ging zij heen, en kwam en las
op in het veld, achter de maaiers; en haar vielbij
gevalvoor, een deel van het veld van Boaz, die van het geslacht van
Elimelech was.
2 Samuel 1:6Toen zeide de jongen, die hem de boodschap bracht: Ik kwambij gevalop het gebergte van Gilboa; en
ziet, Saul leunde op zijn spies; en ziet, de wagens en ritmeesters hielden dicht
op hem.
2 Samuel 20:1Toen was daarbij geval
een Belials man ,
wiens naam was Seba, een zoon van Bichri , een man van Jemini; die blies met de
bazuin, en zeide: Wij hebben geen deel aan David, en wij hebben geen erfenis aan
den zoon van Isai, een iegelijk naar zijn tenten, o Israel!
1 Samuel
6:9
Ziet dan toe,
indien zij den weg van haar landpale opgaat naar Beth-semes, zo heeft Hij ons
dit groot kwaad gedaan; maar zo niet, zo zullen wij weten, dat Zijn hand ons
niet geraakt heeft;het is ons een toeval geweest.
Preek uitgetypt
door Heleen Boele en later verder uitgewerkt