|
Is de kinderdoop in de plaats gekomen van de
besnijdenis?
En
Israel dan?
Jan Stelma
Dat zijn twee belangrijke
vragen, omdat ze zeer zeker met elkaar te maken hebben. Voor ons leden
van het Lichaam van Christus geldt de één doop uit Efeze 4:5
welke een onderdeel is van de eenheid van de Geest die wij op basis
hiervan hebben , als wij deze ook geloven:
3 U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band
des vredes.
4 Eén lichaam is het, en één Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt
tot één hoop uwer roeping;
5 Eén Heere, één geloof, één
doop,
6 Eén God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen,
en in u allen.
En omdat er vele dopen in
de Bijbel zijn, minimaal 7, nl. met water, met vuur, in Mozes, in de
dood van Christus, voor de doden, mét de Heilige Geest en dóór de Geest.
Er is geen ander onderwerp
waar zoveel onenigheid over is als de doop. Maar dat hoeft niet,
want als Paulus tot ons zegt dat er nu één doop is dan moeten wij in
zijn brieven gaan zoeken welke hij dan bedoelt. En dan vinden wij het
antwoord o.a. in 1 Kor.12:13 :
Want ook wij allen zijn door één Geest
tot één lichaam gedoopt; hetzij Joden,
hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen
tot een Geest gedrenkt.
Dát is onze doop. Niet met
water, niet door een dominee of andere mensenhanden, maar door de
Heilige Geest.
De meeste evangelische
gemeenten staan achter de volwassendoop door onderdompeling in water.
Reformatorische kerken echter leren de kinderdoop, weliswaar ook met
water, maar dan door besprenkeling.
Maar als wij geloven dat
wij door de Geest gedoopt zijn (dit is dus een “droge” doop zonder
water) zoals wij zonet in 1 Kor.12:13 lazen, dan is dopen
met water sowieso nu in de Bedeling der Genade (Ef. 3:2) voor het
Lichaam van Christus niet Gods wil en géén teken van
gehoorzaamheid!
Of het nu volwassendoop of
kinderdoop is, doop met water is fout en een valse leer.
Van de volwassendoop
kunnen wij nog zeggen dat dat een gevolg is van het niet recht snijden
van het Woord der Waarheid (2 Tim.2:15) en daardoor nu gepraktiseerd
wordt, terwijl het eigenlijk in eerste instantie voor Israel geldt. In
de Evangeliën werd er inderdaad met water gedoopt en ook met Pinksteren.
Alleen niet door onderdompeling, maar door besprenkeling.
Behalve het feit dat het
door besprenkeling geschiedde kunnen wij de volwassendoop met water in
ieder geval wel in de Bijbel vinden. Dus het is wel Bijbels. De vraag
alleen is echter, is het ook voor deze Bedeling voor het Lichaam van
Christus. En dan is het antwoord dus NEE!
Maar goed, daar is nog
iets van de Bijbel in terug te vinden, al is het dan niet voor ons. Maar
als wij naar de kinderdoop gaan kijken, ja dan kunnen wij daar absoluut
niets Bijbels in zien. Totaal niet zelfs! En het heeft grote
consequenties. Het verblindt mensen, precies wat satan wil:
2 Kor 4:3
Doch indien ook ons Evangelie bedekt is, zo is het
bedekt in degenen, die verloren gaan;
4
In dewelke de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, [namelijk] der
ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie
der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is.
Het is een absolute
verblinding van het Evangelie waardoor mensen zalig kunnen worden, want
men denkt hierdoor in het Verbond van God met Abraham terechtgekomen te
zijn en dus gered. De R.K. kerk leert , voor zover ik het weet, dat de
erfzonde hierdoor afgewassen wordt!
Ziet u wat er hierdoor
gebeurt? Mensen vertrouwen voor hun zaligheid op iets waardoor je
helemaal niet zalig wordt en blijven dus gewoon verloren! Een valse
zekerheid dus! En zo verblindt satan dus de mensen en het Evangelie .
Nee, het evangelie is voor
iedereen dat men exclusief moet geloven dat Christus stierf voor hun
zonden en is opgestaan voor hun rechtvaardigheid ( 1 Kor.15:3-4; Rom. 4
:22-25) en dan is men vanaf dat moment gerechtvaardigd en verzegeld door
de Heilige Geest (Efeze 1:13-14).
Tevens zegt de kinderdoop
in feite dat het volk Israel afgeschreven is en geen toekomst meer
heeft. De kerk is in de plaats gekomen van Israel leert men dan. Ook een
valse leer van satan en de gelovigen, en ook de wereld op een verkeerd
spoor heeft gezet, waarvan het Joodse volk de gruwelijke consequenties
door alle eeuwen heeft moeten ondervinden door de vele pogroms en met
als dieptepunt de tweede wereldoorlog.
Vergeet niet dat vrijwel
alle uitroeiingkampen in Polen lagen, een land wat bijna 100 % katholiek
is.
Ook Luther was absoluut
geen vriend van de Joden. Zijn uitspraken over hun zouden nazi’s niet
misstaan!
Zie:
http://www.luthersdordrecht.nl/luthjod.htm
http://www.nd.nl/artikelen/2008/mei/16/de-massa-spuwde-de-joden-uit
http://bijbel.startpagina.nl/prikbord/read.php?335,9538322,9538344
http://www.gebladerte.nl/11291f82.htm;
Daarom reden te meer om
vanuit de Bijbel aan te tonen dat deze leer absoluut vals en
verwerpelijk is.
Men heeft een leer bedacht
die zegt dat de kinderdoop in de plaats gekomen is van de besnijdenis.
Nogmaals, het raakt het
bestaan van Israel en het verblindt de mensen en het evangelie waardoor
men zalig wordt.
Laten wij daarom nu in de
Bijbel gaan onderzoeken en het antwoord vinden.
Luk.2:21-22
21 En als acht dagen vervuld waren, dat men het Kindeken besnijden zou,
zo werd Zijn Naam genaamd JEZUS, welke genaamd was van den engel, eer
Hij in het lichaam ontvangen was.
22 En als de dagen harer reiniging vervuld waren, naar de wet van Mozes,
brachten zij Hem te Jeruzalem, opdat zij Hem den Heere voorstelden.
In vers 22 lezen we:
Als de dagen harer reiniging vervuld waren, naar de wet van Mozes.
De Heere Jezus, en Maria en Jozef leefden onder de wet. Paulus zegt ook
heel duidelijk in Galaten 4:4 dat de Heere Jezus onder de wet ter wereld
kwam en geleefd heeft:
Gal.4:4
Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon
uitgezonden, geworden uit een vrouw,
geworden onder de wet;
Dus de Heere Jezus leefde
onder de wet. Maria ook en zij was een gelovige vrouw, ze wist waar het
over ging. Toen de engel aan haar verscheen, en haar vertelde dat er een
kind geboren zou worden, en over de toekomst van Israël, was het enige
wat ze zei: Hoe zal dat geschieden? Niet: Waar heeft u het
over?
Nee, ze wist heel goed dat
de Messias zou komen vanuit Gods Woord. Dus een vrouw die het Woord
kende, en dus ook onder de wet leefde. En wat doet een gelovige
onder de wet? Die gaat doen wat de wet zegt.
Leviticus 12:3-4
3 En op den achtsten dag zal het vlees zijner voorhuid besneden worden.
4 Daarna zal zij drie en dertig dagen blijven in het bloed harer
reiniging; niets heiligs zal zij aanroeren, en tot het heiligdom zal
zij niet komen, totdat de dagen harer reiniging vervuld zijn.
Dus als het kind geboren
is wordt het na acht dagen besneden, en dan gaat het later nadat de
moeder gereinigd is, en dat is 33 dagen zoals in de wet staat, naar de
tempel, en dan wordt het kind opgedragen zoals wij hierboven reeds in
Lukas 21:22 lazen.
Daar is ook het een en
ander over te zeggen, maar ik wil mij beperken tot ons onderwerp, de
besnijdenis. Het gaat nu over vers 21, het kindeke dat besneden moet
worden.
Waarom moet het dan
besneden worden? We weten, de besnijdenis is toen bij Abraham
ingesteld, en later is het een onderdeel van de wet geworden. Vóór de
wet was het reeds ingesteld.
Wij leven nu in de
bedeling van genade, en er wordt ook wel gezegd dat de doop in de plaats
is gekomen van de besnijdenis. Is dat zo of is dat niet zo? Wat is nu
precies de besnijdenis? We moeten vanuit de Bijbel goed gaan kijken.
Waar heeft het mee te maken?
Als we zeggen: De doop is
in de plaats van de besnijdenis gekomen, dan moeten we dat ook vanuit
het Woord kunnen zien. Maar we moeten niet vergeten toen de Heere Jezus
besneden werd na acht dagen, Hij daarna door Johannes de Doper is
gedoopt.
Dus als de doop in de
plaats van de besnijdenis komt is dat een beetje apart. De Heere Jezus
is dus fysiek besneden en Hij is ook later met water gedoopt. En de
besnijdenis was voor een jongetje van acht dagen. Jongetjes werden
besneden, meisjes niet.
Als alleen de
jongens werden besneden en de doop is in de plaats van de besnijdenis
gekomen, waarom worden behalve de jongetjes dan ook de meisjes gedoopt?
Dat is tegenstrijdig!
Het heeft ook heel
duidelijk ergens mee te maken waarom jongetjes werden besneden, en niet
meisjes. Dat heeft met vruchtdragen te maken.
Maar daar komen wij straks
nog op.
Gen.17:9-11
9
Voorts zeide God tot Abraham: Gij nu zult Mijn verbond houden, gij en uw
zaad na u, in hun geslachten.
10 Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij en tussen u
en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is u besneden worde.
11 En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een
teken zijn des verbonds tussen Mij en tussen u.
Dus het is een verbond wat
God heeft gesloten met Abraham, en met zijn zaad na hem, in hun
geslachten. En in vers 11 zien we dat het een teken is van het verbond
tussen Mij en tussen u. Dus de besnijdenis is een teken
van het verbond wat God heeft gesloten met Abraham. Dat is allemaal te
volgen.
Maar wat is nu dat verbond
precies? Dat lezen we eigenlijk gewoon daarvoor, want de besnijdenis
werd als eerste bij Abraham gedaan. En Paulus spreekt er later in
Romeinen 4 : 11 ook over dat het een teken, een zegel was van de
rechtvaardiging van het geloof bij Abraham. Abraham geloofde God en hij
werd gerechtvaardigd.
God zegt: Ik ga met hem
dat verbond aan. Dat verbond zien we ook heel duidelijk daarvoor in
Genesis 17: 2-8 staan.
Gen.17:2-8
En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans
zeer vermenigvuldigen.
Toen viel Abram op zijn aangezicht, en God sprak met hem, zeggende:
Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u, en gij zult tot een vader van
menigte der volken worden.
En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram, maar uw naam zal wezen
Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.
En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen,
en koningen zullen uit u voortkomen.
En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u en tussen uw
zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot
een God en uw zaad na u.
En Ik zal u en uw zaad na u het land uwer vreemdelingschappen geven, het
gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God
zijn.
Dus wat belooft God hier?
Hij belooft hem hier een nageslacht, en Hij belooft hem het land. Dat is
het verbond, en het teken van dat verbond is dus de besnijdenis, fysieke
besnijdenis van jongetjes van acht dagen.
Een eeuwige bezitting,
het is een eeuwig verbond. Dus het verbond dat God hier sluit met
Abraham is voor eeuwig, en het teken van de besnijdenis is dus
ook eeuwig.
Met andere woorden:
de besnijdenis zal altijd blijven bestaan als teken van het verbond.
Het zal nooit
weggedaan worden.
Met andere woorden:
het zal ook nooit vervangen worden!
Het is een eeuwig iets,
omdat het verbond van God ook eeuwig is wat Hij met Abraham sluit. Hij
heeft het land aan hun gegeven. Het is belangrijk dat we dat gaan zien.
Ook als we doorgaan naar vers 14:
Gen.17:14
En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuids vlees niet
zal besneden worden; derzelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid
worden: hij heeft Mijn verbond gebroken.
U ziet, het is wel heel
belangrijk dat als je in het verbond zit dat je besneden bent, en zo
niet, dan heb je het verbond verbroken. We weten ook dat Mozes door God
werd achternagezeten, want die grote Mozes had zijn eigen kind niet
besneden.
Ex. 4 :24-26:
24 En het geschiedde op den weg, in de herberg, dat de HEERE hem
tegenkwam, en zocht hem te doden.
25 Toen nam Zippora een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons,
en wierp die voor zijn voeten, en zeide: Voorwaar, gij zijt mij een
bloedbruidegom!
26 En Hij liet van hem af. Toen zeide zij: Bloedbruidegom! vanwege de
besnijdenis.
En God zocht hem te doden,
totdat zijn vrouw het deed, en toen gebeurde het niet. Ga met mij mee
naar Genesis 15, daar lezen we dat God hem weer een aantal dingen
belooft. Daar zien we een wat rare gebeurtenis.:
Ge 15:9
En Hij zeide tot hem: Neem Mij een driejarige vaars, en een driejarige
geit, en een driejarigen ram, en een tortelduif, en een jonge duif.
Als we in vers 9 kijken
dan moet Mozes een driejarige vaars en een driejarige geit, en een
driejarige ram nemen, en een tortelduif en een jonge duif.
Gen.15:10
En hij bracht Hem al deze, en hij deelde ze middendoor en hij legde elks
deel tegenover het andere; maar het gevogelte deelde hij niet.
Dus de dieren worden door
midden gehakt, en in de éne rij ligt de ene helft, en in de andere rij
ligt de andere helft. Moeilijk te begrijpen, waar is dat nu voor? We
zien dat God ook weer wat aan Abram belooft.
Gen.15:13
Toen zeide Hij tot Abram:
Weet voorzeker, dat uw zaad vreemd zal zijn in een land, dat hunner niet
is, en zij zullen hen dienen, en zij zullen hen verdrukken vierhonderd
jaar.
Het volk Israël zal in
gevangenschap komen, 400 jaar.
Ge 15:16
En het vierde geslacht zal herwaarts wederkeren; want de ongerechtigheid
der Amorieten is tot nog toe niet volkomen.
En daar zullen ze ook weer
uitgeleid worden. Ze zullen bevrijd worden uit de slavernij van Egypte.
Gen.15:17-18
17 En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en zie,
er was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken
doorging.
18 Te dienzelven dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende:
Uw zaad heb ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot
aan de grote rivier, de rivier Frath.
Dan lezen we hoe groot dat
land zal zijn, en later verzegelt Hij dat met de besnijdenis. God heeft
het een paar keer tegen hem gezegd.
En hier zien we dat Hij
tussen de stukken door gaat die links en rechts liggen, daar gaat een
vurige fakkel doorheen. Waar denken wij dan bijvoorbeeld aan?
God is een verterend
vuur!
En wie gaat er doorheen?
Wie is die vurige fakkel? God. Als we denken aan Elia, de priesters van
Baal dansten om het offer, en er gebeurde niets. Met Elia kwam er vuur
uit de hemel, en pats, dat was een teken dat het offer aangenomen was,
het vuur verteerde het.
Ik geloof dat hier in deze
tekst die vurige fakkel er doorheen ging en dat die offers door God
werden aangenomen.
Waarom ging die vurige
fakkel er tussendoor? Dat was toen een verbond waar je met zijn tweeën
doorheen ging. Je sluit een verbond met iemand, met z’n tweeën, en daar
ga je samen doorheen.
En als iemand zich niet
aan het verbond hield, dan verdiende je niet anders als wat daar door
midden gesneden was Dus dat jij ook doorgesneden werd, bij wijze van
spreken. Afgesneden dus van het leven. Uitgeroeid! Dat is de betekenis
er achter.
Dat was in die tijd de
gewoonte om dat zo te doen. En daarvan waren die doorgesneden stukken
een symbool .
Wie gaat er hier nu
doorheen? God alleen! Zonder Abram. Wat wil dat zeggen?
Let goed op ! God zegt namelijk ook: Mij aangaande.
Hij belooft hier iets, Hij
sluit een verbond met Abram, maar het hangt niet van Abram af.
Gods beloften komen uit, het gaat gebeuren.
Daarom zegt Hij ook:
Uw zaad heb Ik dit land gegeven. Zie
daar, het conflict in het Midden Oosten wat wij nu nog steeds hebben.
Het land Israël is aan
Israël gegeven en bij Abraham heeft Hij het al gezegd: Aan uw zaad
heb Ik dit land gegeven, en Ik sluit Mijn verbond met jou, Ik zal het
nooit verbreken, maar Ik ga er alleen door, Mij aangaande… heb Ik dit
afgesloten.
Dit is een verbond zonder
voorwaarde. De wet is een verbond mét voorwaarden. Dat wil
zeggen: Als u gehoorzaamt dan zal Ik u zegenen, en als u niet
gehoorzaamt dan zal Ik u vervloeken.
Met andere woorden: Als de
belofte van dat land aan het volk aan de wet was gekoppeld dan was het
nooit gebeurd, want ze zouden de wet overtreden. Dat heeft de
geschiedenis wel bewezen en Paulus zegt het ook:
Rom. 4:15
Want de wet werkt toorn; want waar geen wet is,
daar is ook geen overtreding
Dáárom is het een
éénzijdig verbond dat God hier afsluit, Hij gaat er alléén doorheen.
Ik beloof het, Ik houd me aan het verbond, maar Ik ken de mensen, en Ik
ga zorgen dat het ook éénmaal zal gaan gebeuren. Maar het land is aan
jullie gegeven, en het teken daarvan is de besnijdenis.
Gód
gaat het doen.
Eenzijdig dus. De garantie
voor de mens dat het ook gaat gebeuren.
“De besnijdenis werd
opgenomen in de Mozaische wet (het “Oude Verbond”, Hebr. 8:7,8,13)
zo rond 1500 voor Christus, maar het was reeds door God geordineerd
zo’n 400 jaar daarvoor en bleef in werking nadat het Nieuwe Verbond van
kracht werd op Golgotha. Het werd ingesteld onder het Abrahamitische
Verbond, en niet onder het Mozaische Verbond.
In Gen. 17:14, vier
eeuwen vóór de wet , lezen wij in dat een onbesneden kind uit
Gods volk uitgeroeid dient te worden. Inderdaad, Genesis heeft veel meer
te zeggen over besnijdenis dan alle andere boeken van Mozes samen. De
basis elementen van het Oude Testament, of Verbond worden, natuurlijk,
gevonden in Ex. 19 en 20, maar het eerste bevel van de Wet van Mozes
betreffende de besnijdenis vinden wij niet eerder dan pas in Leviticus
12.”
Uit : Baptism
and the Bible - Cornelius Stam.
Wat zit er achter de
besnijdenis? De besnijdenis is een fysieke handeling, een stukje vlees
weghalen van het mannelijk lid.
Maar dat heeft een diepere
betekenis, want het heeft met vruchtdragen te
maken. Daarom is de besnijdenis bij de mannen en niet bij de vrouwen.
Dat zien we zelfs in de heidense religies. Het mannelijke geslachtorgaan
is ook een symbool van vruchtbaarheid in de heidense religies. Niet het
vrouwelijke geslachtsorgaan.
De vrouw wordt namelijk
daardoor bevrucht, dat is de vrucht daarvan. Dus de besnijdenis is het
weghalen van een stukje vlees van dat orgaan van de mens dat voor
vruchtdragen zorgt.
En wij in het vlees kunnen
voor God geen vrucht dragen, dát zit er achter. Wij kunnen uit
onze eigen werken niets krijgen voor God. Daarom ging Hij ook alleen
tussen die doorgesneden dieren door, want de mens overtreedt toch.
Want het is namelijk zo:
God zal het gaan doen in de mens. Dus dat is eigenlijk de diepere
betekenis van de besnijdenis.
Wij in het vlees kunnen
niets voor God betekenen, dat is wat achter die besnijdenis zit, wij
kunnen geen vruchtdragen voor Hem.
Gen.13:14-16
13 En de HEERE zeide tot Abram, nadat Lot van hem gescheiden was: Hef nu
uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, noordwaarts en
zuidwaarts en oostwaarts en westwaarts.
14 Want al dit land, dat gij ziet, zal Ik u geven en uw zaad tot in
eeuwigheid.
15 En Ik zal uw zaad stellen als het stof der aarde, zodat, indien
iemand het stof der aarde zal kunnen tellen, zal ook uw zaad geteld
worden.
16 Maak u op, wandel door dit land in zijn lengte en in zijn breedte,
want Ik zal het u geven.
God heeft het gegeven zegt
Hij in Gen. 15:18, en Hij zegt hier: Ik zal het u geven. En dan
vooral: en uw zaad tot in eeuwigheid.
We gaan weer terug naar
waar het begint, in Genesis 12, bij Abram. Na de torenbouw van Babel,
waar God de heidenen overgegeven heeft aan zichzelf, is Hij met Abram
begonnen. En nu gaat Hij Zijn plan uitwerken voor het Koninkrijk op
aarde via het volk Israël, en dat is begonnen bij Abraham. Dit is het
doel, het plan.
Gen.12:1-2
De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga bij uit uw land en uit uw maagschap
en uit uws vaders huis naar het land dat Ik u wijzen zal.
En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen en uw naam groot
maken, en wees een zegen.
Dus het is niet zomaar dat
Israël dat land krijgt, God heeft daar een bedoeling mee. Zij zijn het
kanaal voor deze wereld, God gaat via het volk Israël aan de wereld het
evangelie brengen, Hij wil het Koninkrijk op aarde stichten, maar niet
zonder Israël.
Gen.12:3
En Ik zal zegenen die u zegenen, en vervloeken die
u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.
U ziet, daar is het
begonnen, Israël moet een zegen zijn voor de wereld. Er zijn zoveel
oorlogen in deze wereld, maar er is geen oorlog ter wereld waar zoveel
aandacht aan wordt besteed, zelfs tot aan de kleinste dingen, als daar,
en dat is niet zonder reden. Over dit conflict lezen we in Gen.17, over
Izak en Ismaël, daar ligt de bron van het conflict.
Gen.17:19
En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw zal u een zoon baren, en gij
zult zijn naam noemen Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten,
tot een eeuwig verbond zijn zade na hem.
Over dat verbond weten we
nu dat God dat verbond heeft gesloten, de besnijdenis is daar het teken
van. Dus Izak werd ook weer besneden, automatisch zat je van vader op
kind in dat verbond. Je werd na acht dagen besneden, met de
vooruitzichten die God gesteld heeft: het land is van ons, wij zullen
een Koninkrijk zijn, en wij zullen over deze wereld regeren, wij zullen
een zegen voor de wereld zijn.
Gen.17:21
Maar Mijn verbond zal Ik met Izak oprichten, dien u Sara op dezen
gezetten tijd in het andere jaar baren zal.
Ge 21:12
…….. want in Izak zal uw zaad genoemd worden.
Dat is belangrijk, dus in
Izak zal het gebeuren. We weten, Abraham kreeg nog een zoon, en dat was
Ismaël. Maar in Izak gaat de lijn door. Dus Abraham, Izak en Jakob, zo
gaat het.
Gen.22:18
En in uw Zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, naardien gij
Mijn stem gehoorzaam geweest zijt.
En hier zien wij Zaad
staan met een hoofdletter, het is het Zaad, het nageslacht van Abraham,
maar het Zaad dat natuurlijk in Christus is.
Nu komen we waar we
begonnen zijn, namelijk toen Christus besneden werd. De Heere Jezus werd
opgedragen, Hij werd op de achtste dag besneden.
Waarom? Dat was een teken
van het verbond, en de Heere Jezus deed alles wat gevraagd werd door de
wet. Hij deed alles wat betaamde om alle gerechtigheid te vervullen, Hij
identificeerde Zich met het menselijke geslacht toen Hij gedoopt werd
door Joh. De Doper, en vooral met de Joden. Dus Hij kreeg ook dat teken
van de besnijdenis.
En er staat achter:
“naardien gij Mijn stem gehoorzaam geweest zijt”,
want besnijdenis alleen is niet genoeg.
En nu gaan we naar
Johannes. De Heere Jezus heeft altijd gedaan wat de Vader Hem opdroeg.
De Heere Jezus las de Bijbel, Hij las het Oude Testament, Hij las al de
teksten, en Hij deed soms dingen opdat de Schrift vervuld werd. Dus Hij
ging er niet zomaar heen, en dan werd het vervuld. Nee, Hij las het, Hij
ging, en het werd vervuld. Hij wandelde in het geloof in Gods Woord.
Joh.1:11-12
11 Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet
aangenomen.
12 Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven
kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.
Dus nu krijgen we de
situatie: Iedereen die in Israël wordt geboren is fysiek besneden. Dus
dan zijn ze een kind van het verbond, door de besnijdenis als jongetje
van acht dagen.
Maar dat alleen is
niet genoeg!
Waarom? Ze moeten ook
geloven.
Voordat de Heere Jezus
kwam waren er ook gelovige Joden. Dus die waren wel fysiek besneden,
maar er was nog iets nodig, en dat is die andere besnijdenis, dat is de
besnijdenis van het hart, en dat is iemand die gelooft, zoals Abraham,
Mozes, David, Izak enz.
Voordat de Heere Jezus
kwam werd elke Jood die geboren werd besneden, en die was een kind van
het verbond.
Daar kan men dan ook in
roemen: “Ik ben toch besneden, dus ik ben een kind van het verbond!”
Maar het gaat er wel om of de voorhuid van hun harten is besneden
zegt Hij in:
Deuteronomium 10:16
Besnijdt dan de voorhuid uws harten, en verhardt uw nek niet meer
U ziet, het is wel die
fysieke besnijdenis, maar het gaat er uiteindelijk om dat het hart
besneden is. De Heere Jezus kwam naar Zijn volk, en zij hebben Hem niet
aangenomen. D.w.z. als volk. Individueel waren er wel
gelovige Joden, denk aan Maria, Jozef, Zacharia, Lazarus, Martha en
Maria, de apostelen, enz.
Dus dan mag je wel fysiek
besneden zijn, maar als ze de Heere niet hebben aangenomen, dan
geloofden ze dus niet.
Maria en Jozef waren
gelovigen. Dus Jozef was én fysiek besneden én zijn hart
was besneden, want hij geloofde God, hij geloofde God in Zijn Woord. En
dát is dus de ware Jood.
Joh. De Doper zegt ook
tegen de farizeeërs die erin roemden kinderen van Abraham te zijn in
Matt 3:9 :
En meent niet bij u zelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader;
want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan
verwekken.
Nee,dat is niet genoeg,
die afkomst is niet genoeg. Ze mogen dan wel als afkomst Abraham als hun
vader hebben en besneden zijn, daar kunnen ze in roemen, maar wie is
geestelijk jullie vader? En dat is de duivel, die is geestelijk je
vader. Jullie moeten geestelijk opnieuw geboren worden. Dat zegt de
Heere Jezus tegen hun als zij zich willen rechtvaardigen tegen Hem
Joh. 8:39
Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Abraham is
onze vader. Jezus zeide tot hen: Indien gij Abrahams kinderen waart, zo
zoudt gij de werken van Abraham doen.
Joh. 8:44
Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de
begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne,
en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in
hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want
hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen.
Wat zegt Christus hier?
Inderdaad zijn jullie fysiek afstammelingen van Abraham en daardoor ook
van God, want God is met Abraham begonnen Zich een eigen volk te
formeren, maar het gaat erom of God ook geestelijk
jullie Vader is. Je bent pas een echt kind van Abraham, als je net als
hij in God gelooft. En dat is een geestelijke zaak en dat geloof in God
hadden ze niet (Joh. 5:38) .
En daarom zegt de Here in
Joh. 3:3-8 tegen Nicodemus dat Israel opnieuw geboren moet
worden. En met opnieuw bedoelde Hij voor de tweede
keer uit God.
De eerste keer namelijk
was fysiek bij Abraham en uiteindelijk resulterend in een groot volk
tijdens de ballingschap in Egypte. En toen was de tijd gekomen dat God
Zijn volk naar het Beloofde Land wilde brengen.
Ex 4:22
Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de HEERE: Mijn zoon,
Mijn eerstgeborene, is Israel.
Deut. 32:6
………. Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u
bevestigd heeft?
Tegen Farao noemde Hij
Zijn volk Zijn Eerstgeborene en Zijn zoon.
En Mozes zei tegen het volk dat God hun Vader was en Hij
hun gemaakt had.
Dus Israel was uit Hem
geboren. Zij waren Zijn zoon en Hij was hun Vader. Fysiek gesproken dan.
Dus dat was de eerste keer dat zij uit God
geboren waren. Nu moet het volk nog geestelijk
uit Hem geboren worden, zodat God ook geestelijk
hun vader is en niet de duivel die dat nog steeds was toen Christus in
Israel wandelde.
En dát is de
besnijdenis des harten uit Deut. 10:16
Nogmaals, let op! We
spreken over het hele volk van Israel. Individueel
waren er natuurlijk gelovige Joden, wiens voorhuid van het hart ook
besneden was. Abraham, koning David, Maria, Amos, plus de gelovigen die
niet in de Bijbel genoemd zijn. Maar als volk waren ze dat zeer zeker
niet.
Dus onder het Oude
Testament was het dus zo:
1.
Fysieke
besnijdenis van de voorhuid als teken van het Verbond met Abraham
2.
Besnijdenis van de voorhuid van het hart = geloven = geestelijke
besnijdenis = Deut.10:16/Rom.10:10
Alleen dán waren ze
gerechtvaardigd en gered. Punt 1 plús punt 2
Nu gaan we naar Romeinen
2. Want door Paulus hebben wij hierin meer inzicht gekregen:
Rom.2:28-29
Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is, noch die is de
besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is;
Want die is een Jood, die het in het verborgene is, en de besnijdenis
des harten, in den Geest, niet in de letter, is de besnijdenis;
wiens lof niet is uit de mensen, maar uit
God.
Dat is de ware Jood. De
Heere Jezus was zo, en uiteindelijk later, Petrus, Jakobus en Johannes,
en al die gelovigen vóór die tijd, waren allemaal het hart
besneden, die geloofden God in Zijn Woord.
“Wiens lof niet is uit
de mensen, maar uit God…
“ daar zien we nu precies zoals bijvoorbeeld met die farizeeër: Die
roemden in de besnijdenis : “wij zijn Gods volk, wij zijn het
uitverkoren volk van God, wij zijn boven de volken, wij hebben de
beloften en de verbonden, de tempel en de wet”. Hun lof was uit mensen,
maar niet uit God.
Rom.2:17-20
Zie, gij wordt een Jood genaamd, en rust op de wet, en roemt op God.
En gij weet Zijn wil, en beproeft de dingen die daarvan verschillen,
zijnde onderwezen uit de wet.
Gij betrouwt uzelven te zijn een leidsman der blinden, een licht
dergenen die in duisternis zijn.
Een onderrichter der onwijzen en een leermeester der onwetenden,
hebbende de gedaante der kennis en der waarheid in de wet.
Dat is hun roeping: de
heidenen leren en een licht zijn voor de volken. Maar dan kun je wel
alleen daar in roemen, en de farizeeër deed dat ook. Alleen als we in
Rom.2:29 kijken: ” ..wiens lof niet is uit
de mensen, maar uit God…” Dat is degene die met het hart
besneden is. Zijn lof is niet uit de mensen, maar uit God.
En wat deden de farizeeën?
Ze roemden in hun afkomst: Wij zijn het uitverkoren volk van God, wij
hebben de wet, we doen keurig de wet. Maar toen de Heere Jezus kwam,
toen wilden ze Hem niet. Dat is waar het om draait.
De farizeeën roemden in
hun afkomst, en aan de buitenkant zag het er allemaal mooi uit, maar wat
zegt de Heere Jezus er over?
Matt. 23:27-28
27 Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij
zijt den witgepleisterden graven gelijk, die van buiten wel schoon
schijnen, maar van binnen zijn zij vol doodsbeenderen en alle
onreinigheid.
28 Alzo ook schijnt gij wel den mensen
van buiten rechtvaardig, maar
van binnen zijt gij vol geveinsdheid en ongerechtigheid.
Zij zijn als
witgepleisterde graven, van de buitenkant ziet het er heel mooi uit,
maar van binnen is het één en al doodsbeenderen. Dus zij willen wel de
eer van mensen, ze willlen wel bij dat volk horen, ze doen de werken van
de wet, het ziet er allemaal goed uit, maar van binnen is het één en al
leugen en bedrog. Ze willen de zegening hebben, maar ze willen niet de
God van de Bijbel erkennen als de autoriteit.
Daar komt natuurlijk iets
bij kijken, namelijk dat men zich vernedert omdat Hij nummer één is.
Daar zit natuurlijk de oorsprong van de zonde, de val van satan: trots.
Dus dan zoekt men het niet meer in de gebrokenheid, het besef dat men
schuldig staat tegenover God. Religieuze mensen denken dat zij God
kunnen behagen.
Nee, de ware Jood weet:
ik sta schuldig tegenover Hem, maar ik dank Hem dat Hij mij vergeving
geeft door middel van de offers.
De religieuze Jood denkt:
Ik ga mijn eigen gerechtigheid oprichten, ik kan het zelf wel, zonder
Hem.
Een treffend voorbeeld
hiervan vinden wij in :
Lukas 18:10-14 :
10 Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een
Farizeer, en de ander een tollenaar.
11 De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat
ik niet ben gelijk de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen,
overspelers; of ook gelijk deze tollenaar.
12 Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit.
13 En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet
opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God!
wees mij zondaar genadig!
14 Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan
die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en
die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.
Allebei besneden en toch
de ene is gerechtvaardigd en de ander niet.
De Farizeeër zegt in feite
dat God wel erg tevreden over hem mag zijn. Geen schuldbesef, de
tollenaar juist wel. Diens voorhuid van zijn hart is dan ook wel
besneden en van de Farizeeër niet. U ziet, fysieke besnijdenis is totaal
zonder enige waarde als het hart niet besneden is.
Eenmaal met Pinksteren
wordt de Heilige Geest uitgestort. Daarvoor was de fysieke besnijdenis
plus geloof genoeg om een ware Jood te zijn.
Onder het Nieuwe verbond
zien we deze twee elementen ook nog steeds, maar dan krijgen ze er ook
de Heilige Geest erbij.
Dus vanaf Pinksteren zien
wij dat er nu iets veranderd is onder de overgang van het Oude naar het
Nieuwe Verbond, namelijk dat de ware Jood die gelooft nu ook de Heilige
Geest ontvangt.
Hij moet dus ten
eerste besneden zijn, en ten tweede moet hij
geloven en ten derde ontvangt hij de Heilige Geest die
onder het Nieuwe Verbond beloofd is. Dus nu vanaf Handelingen 2:38
ziet het er zo uit wanneer iemand een ware Jood is:
1.
Fysieke
besnijdenis van de voorhuid als teken van het Verbond met Abraham
2.
Besnijdenis
van de voorhuid van het hart : = geloven = de geestelijke besnijdenis =
Deut.10:16/Rom.10:10
3.
Dopen met
water tot vergeving der zonden
4.
Ontvangen
van de Heilige Geest
En dán en
zó is hij dan gerechtvaardigd en gered.
Tijdens Pinksteren werden
3000 fysiek besneden mannen ( de vrouwen niet meegeteld) met water
gedoopt. Doop komt hier dus niet in plaats van de besnijdenis!
Integendeel als een Jood niet besneden was had hij daar niet eens kunnen
staan!
Als de de doop de
besnijdenis vervangen zou hebben, waarom streden de joodse gelovigen dan
met Petrus dat hij naar een onbesneden heiden was gegaan
en hem gedoopt had (Hand.11:3)?
En als de besnijdenis
vervangen zou zijn door de doop, waarom werd er dan in Hand. 15 tijdens
de vergadering te Jeruzalem na een enorme consternatie besloten dat
heidenen niet besneden hoefden te worden, zoals sommige gelovigen uit de
Farizeeërs hadden gewild.
Waarom al die ophef als
het toch vervangen zou zijn door de doop?
Maar daar ging het niet
om, want er werd tijdens die vergadering te Jeruzalem niet gezegd dat de
doop ervoor in de plaats kwam.
Nee, want Paulus was
namelijk ook niet gezonden om te dopen (1 Kor. 1:17). In het begin heeft
hij dat hier en daar wel gedaan, maar met een speciale reden, nl. om de
Joden te laten zien dat God naar de heiden gegaan was en zij, de Joden,
daardoor overtuigd zouden raken (de doop hoorde tenslotte bij Israel) en
ook jaloers zouden worden (Rom.11:13-14) omdat Paulus de apostel van God
was met een ander Evangelie dat de heidenen nu ook zonder Israel gered
konden worden omdat Israel tijdelijk door God buiten spel was gezet.
Zie hiervoor
o.a. onze boekje “Waarom Paulus?”
Tot
nu toe hebben
we steeds gesproken over wat de besnijdenis was in het Oude Testament en
we weten nu waar dat mee te maken heeft. Het is een teken van het
eeuwige verbond wat God heeft met Israël.
Het verbond van het land
en een volk dat eeuwig blijft.
Echter, er is iets
veranderd, want we leven nu in de bedeling van genade (Ef.3:2). Het
programma dat God met Israël heeft staat nu tijdelijk
stil (Rom.11:25). Het is nog steeds Zijn volk waar Hij nog een plan
mee heeft, straks na ons in deze Bedeling der Genade.
Maar wij leven nu nog
steeds in de bedeling van genade (Ef. 3:2) en daar gaat het om het
lichaam van Christus. En daarin is er geen verschil tussen de Jood en
de heiden in dat ene lichaam, 1 Kor.12:13, Gal.3:26-28.
Sinds Stefanus is Israel,
zolang de Bedeling der Genade nog niet is afgelopen, met alle
voorrechten die zij bezaten tijdelijk opzij gezet
door God. Wat waren dan die voorrechten?
Rom.9:4-5
4
Welke Israelieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de
heerlijkheid, en de verbonden,
en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen;
5 Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees
aangaat, Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.
U ziet dat de
verbonden aan Israel gegeven zijn en niet aan de
heidenen.
Dus ook de besnijdenis
niet!
Wij verkondigen nu het
evangelie van verzoening aan iedereen, aan elk mens. Want iedereen leeft
in vijandschap met God, ook de Jood, en moet vrede met God krijgen. Hoe
krijgt hij dat? Door te geloven dat Christus stierf voor zijn zonden en
is opgestaan. (Rom. 4:24-25; 1 Kor.15:3-4).
Wij zijn nu heidenen,
wij
hebben géén verbond met God!
Want wat waren de
heidenen? Antwoord: Zonder God in deze wereld, geen hoop, geen
verbonden:
Ef.2:11,12
Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en
die voorhuid genaamd werdt van degenen die genaamd zijn besnijdenis in
het vlees, die met handen geschiedt;
Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het
burgerschap Israëls, en vreemdelingen
van de verbonden der belofte, geen hoop
hebbende, en zonder God in de wereld.
De heidenen nu, in deze
tijd, in de bedeling van genade, maar ook daarvoor in het Oude Testament
en ten tijde dat Christus liep op aarde hádden en
hébben géén verbond met God.
En daardoor
hébben wij heidenen dus ook géén fysieke besnijdenis,
omdat aan ons géén
land is beloofd, aan ons is géén nageslacht beloofd, aan ons is
niét beloofd dat wij een zegen voor de wereld zullen zijn.
NIÉTS!
Dus ook niet dat teken v.d. besnijdenis!
Dus als wij heidenen geen
fysieke besnijdenis hebben, hoe kan er dan een doop zijn die daarvoor in
de plaats gekomen zou zijn?
En nu komt er een heel
belangrijk punt, namelijk dat God gezegd heeft dat de besnijdenis een
teken was van een
eeuwig
verbond.
Het verschil hier op aarde
tussen Israël en de wereld zal altijd blijven
bestaan, want het is eeuwig. Eeuwig is eeuwig, er is geen eind.
Dus het verschil hier op
aarde zal ALTIJD blijven bestaan tussen de Jood en
de heiden!!!!!!
Echter
, wij leven nu niet in dat programma wat God heeft voor de wereld.
Paulus is onze apostel nu en hij spreekt over ons hemels
koninkrijk (2 Tim.4:18) en een hemelse hoop (Ef.1:3; 2:6). En
daarin is er geen verschil tussen de Jood (Kol.3:11, 1 Kor.12:13; Gal.
3:28) en is de fysieke besnijdenis totaal onbelangrijk en zelfs zonder
enige waarde (1 Kor.7:19; Gal.5:6, 11; 6:15)
Echter,
in verband met ons nu in het Lichaam van Christus, schrijft ook Paulus
dat wij besneden zijn.
Wat bedoelt hij daar dan
mee?
Kol.2:10-11
En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en
macht.
In Welken gij ook besneden zijt met
een besnijdenis, die zonder handen geschiedt,
in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses,
door de besnijdenis van Christus.
Christus is twee maal
besneden: fysiek en aan het kruis. Hij is van het leven afgesneden. En
dát is de besnijdenis die wij hebben, in Christus. Hij is
gestorven aan het kruis, Hij is afgesneden van het leven, Hij is
gestorven. En wij zijn door de doop met Hem opgestaan uit de
dood.
Kol.2:12
Zijnde met Hem begraven in
den doop, in welken gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der
werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft.
Dus wij zijn niet alleen
met Hem gestorven, maar wij zijn ook met Hem opgestaan. En in vers 11
staat dat het om een besnijdenis zonder handen gaat. Een geestelijke
besnijdenis dus. Zo is ook de doop in vers 12 ook zonder handen en dus
geestelijk!
Dus hoe kan kinderdoop
die met handen geschiedt de geestelijke besnijdenis
vervangen?;
Dus als wij zeggen: De
doop is in de plaats gekomen van de besnijdenis, dan zeg ik: Nee,
helemaal niet, maar wij zijn wel besneden in Hem. Ik ben wel geestelijk
besneden in Christus, door de doop in Zijn dood (Rom.6:3-4). Ik geloof
in Hem, ik ben met Hem gestorven, en ik ben met Hem opgestaan. Dát
is de besnijdenis waar wij nu over spreken.
Kol 2:14
Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen
[bestaande], hetwelk, [zeg] [ik], enigerwijze ons tegen was, en heeft
datzelve uit het midden weggenomen,
hetzelve aan het kruis genageld hebbende
De
besnijdenis was een onderdeel van de wet geworden, maar die geldt nu
niet meer, want die is aan het kruis genageld!
Ook hier, hoe kan er dan
een vervanging voor die fysieke besnijdenis bestaan als diezelfde wet nu
niet van kracht is?
We lazen net in
Rom.2:29 …”wiens lof niet uit de mensen,
maar uit God.“
De besnijdenis voor ons
is
in Christus, door onze doop in Zijn dood.
Hij heeft alles voor ons
gedaan. De wet is aan het kruis geslagen. Waar kan ik nu in roemen? In
niets! Alleen in Hem! Hij heeft alles voor mij gedaan.
Dus er is niets
in de plaats gekomen van de besnijdenis. En als dopen nu niet aan de
orde is , waarom dan toch dopen? Als het niet hoeft moet u het ook niet
doen! Christus heeft alles gedaan.
Dus mijn lof is nu niet
uit mensen, niet uit wat ik doe, of het ritueel dat ik doe. Mijn lof is
alléén in wat Hij aan het kruis heeft gedaan.
Op het moment dat wij
geloofden werden wij op datzelfde moment
GEESTELIJK besneden
én
GEESTELIJK gedoopt.
Allebei
waren ze op dat moment nodig anders zouden wij niet gered zijn.
Dus bij doop i.p.v.
besnijdenis ben ik niet gered!
Gal. 5:6
Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis
enige kracht noch voorhuid, maar het geloof, door de liefde werkende.
Ga 5:11
Maar ik, broeders! Indien ik nog de besnijdenis
predik, waarom word ik nog vervolgd? Zo is dan de ergernis des kruises
vernietigd.
1 Kor. 7:19
De besnijdenis is niets, en de voorhuid is
niets, maar de onderhouding der geboden Gods.
Daarom kan Paulus ook nu
zeggen: De fysieke besnijdenis is niets. Het onderhouden van de geboden
Gods, dáár gaat het om. Als ik nog de besnijdenis verkondig, zegt hij,
dan is de ergernis van het kruis vernietigd.
Dus de fysieke besnijdenis
is er
nú
niet,
maar
hij is ook niet afgeschaft!
Want dan zou
Israël niet meer bestaan!!!!!!
En
dat is exact wat het gevolg is van de leer van de
kinderdoop, nl.
:
“Wij
zijn in de plaats gekomen van Israel”
Dat wordt zo geleerd. De
vloeken zijn voor Israel , maar de zegeningen die zijn nu voor de kerk.
En Israëls rol is uitgespeeld. Ja en toen daar opeens de staat Israel er
in 1948 weer was , wist men zich daar geen raad mee.
Het is
moeilijk te vatten dat er nu groeperingen zijn die fervente aanhangers
van Israel zijn en daarvoor schriften uit de Bijbel gebruiken en
tegelijkertijd achter de kinderdoop staan, terwijl die leer van de
kinderdoop juist het bestaan van Israel nu en vooral straks met een
gezegend Koninkrijk op aarde met Christus aan het hoofd naar de
prullenbak heeft verwezen!!!!.
Want God heeft nog een
plan met Israël. En door te beweren dat de doop de vervanging is van de
besnijdenis zegt men daarmee, dat er geen plaats meer voor Israel en ze
dus eigenlijk opgehouden zijn te bestaan voor God, want nu zijn de leden
van een kerk die de kinderdoop toepast opeens de kinderen van het
verbond geworden.
Nérgens, maar dan
ook nérgens
kunnen wij ook maar een tekst in de Bijbel vinden die deze opvatting
bevestigt.
Als wij het bovenstaande
goed hebben begrepen dan weten wij dus dat die fysieke besnijdenis is
er
nú
niet is, want wij zijn geestelijk besneden.
Ook daarom alleen al kan
men begrijpen dat een kinderdoop geen vervanging van de besnijdenis kan
zijn. Wij zijn namelijk geestelijk besneden vanaf het
moment dat wij geloven.
Echter een kind dopen met
water dat niet kan geloven en dan later door een belijdenis deze
“doop/besnijdenis” aanneemt betekent eigenlijk dat die persoon dan 2
keer besneden zal zijn, namelijk:
1.
Als baby
door het water (= i.p.v. de fysieke besnijdenis) en
2.
Later
eventueel nog een keer, namelijk als hij wérkelijk in Christus gelooft
heeft (want dan echter is hij werkelijk geestelijk besneden door
het geloof en niet het ritueel)!
Echter als de bedeling van
genade is afgelopen, en Gods plan gaat verder, dan wordt de besnijdenis
van de Jood weer wel een vereiste.
Dan zullen de beloften en
verbonden met Israel weer van kracht zijn. De tempeldienst en de offers
en dus ook de fysieke besnijdenis.
Want Israel is niet afgeschreven!
Er wacht nog een heerlijke
toekomst voor dat volk.
En dan hoor je als een
ware Jood absoluut wel fysiek besneden te zijn, én hij
hoort met zijn hart besneden te zijn door Jezus als de Messias aan te
nemen en dan zal hij ook de Heilige Geest ontvangen en gaan zij het
Koninkrijk in.
En dan is de lof bij
alleen in Hem, en zij zullen dan de ware Joden zijn.
De gehele heidense wereld
zal dan zien dat God met dat volk is. Zie Jesaja 2 : 1-5; Jesaja 60; Zacharia
8 : 20-23
Dat is dan een volk wat
nog steeds fysiek én geestelijk besneden zal zijn en niet door
kinderdoop afgeschaft is en duidelijk een aparte en vooral de EERSTE
plaats zal hebben onder ALLE volken op aarde, precies zoals het reeds in
het Oude Testament door God beloofd is:
Deuteronomium 28:13
En de HEERE zal u tot een hoofd maken, en niet tot een staart,
en gij
(Israel)
zult alleenlijk boven zijn,
en niet onder zijn; wanneer gij horen zult naar de geboden des HEEREN,
uws Gods, die ik u heden gebiede te houden en te doen;
Echter dat is de toekomst
die voor Israel in het verschiet ligt. Dat Israel nu geen rol van
betekenis speelt in het plan van God met deze wereld heeft alles te
maken met het Lichaam van Christus en de Bedeling van Genade waarin wij
nu leven. Dat kunnen wij alleen in de brieven van Paulus vinden en heeft
een geheel andere bestemming, nl. in de hemel en daar gaat het niet om
het volk Israel op de eerste plaats en daarna de heiden. Nee, daarin is
er juist géén verschil tussen de Jood en de Heiden.
Dat wij toch de twee
programma’s die God heeft toch goed weten te scheiden van elkaar!
Dan doen wij Israel niet
te kort, maar ook de Naam van God niet, want dan erkennen wij wat Hij
aan het doen is, omdat wij Zijn Woord geloven en dat Hij nu in deze tijd
via de apostel Paulus tot ons spreekt waarin de kern van de
Verborgenheid zo mooi in de volgende verzen beschreven zijn door Paulus:
Ef.2:14-18
14 Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den
middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,
15 Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de
wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee
(de Jood en de heiden)
in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;
16 En opdat Hij die beiden (de Jood
en de heiden) met God in een lichaam
zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood
hebbende.
17 En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die
verre waart, en dien, die nabij waren.
18 Want door Hem hebben wij beiden
(de Jood en de heiden) den toegang door
een Geest tot den Vader.
Ja, nu zolang het Lichaam
van Christus hier nog op aarde is zal Israel niets aan hun fysieke
besnijdenis hebben, want het gaat nu niet om Israel en hun land en hun
Koninkrijk Israel hier op aarde, maar om Gods volk het Lichaam van
Christus waarin geen verschil tussen de Jood en de heiden is met een
koninkrijk daar in de hemel.
En dan eindigen waar mee
wij ook begonnen zijn, namelijk dat wij ook gedoopt zijn, niet door
mensenhanden, maar door de Heilige Geest:
Want ook wij allen zijn door één Geest
tot één lichaam gedoopt; hetzij Joden,
hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen
tot een Geest gedrenkt.
1 Kor.12:13
Wij
geloven zeer zeker in de doop, echter door de Geest.
Zonder
déze doop is niemand gered.
Dit is
de énige
doop die nu geldt en werkt.
Voor
Hem zij de Glorie!
www.GenadeBijbel.nl
Deze studie is eventueel ook te lezen en/of
uit te printen in

Als u deze studie niet kunt openen, dan kunt u hier
gratis
Adobe Acrobat Reader downloaden.
|