De eerste keer dat wij "gemeente" in de Bijbel tegenkomen is in Exodus 12 : 6
:
"En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en
de ganse gemeente der vergadering van Israel zal het
slachten tussen twee avonden."
Hiet wordt de met "ganse gemeente" het volk Israel bedoeld .
"Der vergadering
van Israel" is het volk dat op dat moment het Pascha ging vieren en het bloed
aan de deurpost moest strijken zodat de HEERE de deur zou voorbijgaan en niet
zou toelaten dat de verderver het huis zou binnengaan om de eerstgeborene te
doden, zie vers 23. Deze gemeente was ruim 2 miljoen mannen, vrouwen en kinderen
groot (Ex.12:37). Voorwaar, een grote gemeente!
1 Als de kinderen Israels, de
ganse vergadering, in de woestijn Zin gekomen waren , in de eerste
maand, zo bleef het volk
te Kades. En Mirjam stierf
aldaar , en zij werd aldaar begraven.
2 En er was geen water voor de vergadering; toen
vergaderden zij zich tegen Mozes en tegen Aaron.
3 En het volk
twistte met Mozes, en zij spraken,
zeggende: Och, of of wij den geest gegeven hadden, toen onze broeders voor het
aangezicht des HEEREN den geest gaven!
4 Waarom toch hebt gijlieden de gemeente des HEEREN
in deze woestijn gebracht, dat wij daar sterven zouden, wij en onze beesten ?
(Numeri
20 : 1-4)
De "kinderen Israels", "de ganse vergadering",
"het volk", het zijn allemaal
benamingen voor het volk Israel, wat in vers 4 "de gemeente des HEEREN" genoemd
wordt.
Deze gemeente bestond uit zowel gelovige als ongelovige Joden.
I.v.m. de
ongelovigen : denk aan het gouden kalf en dat ze het beloofde land niet in
mochten vanwege hun ongeloof (Hebr.4:2,11).
Maar ook gelovigen, denk aan de
lijst van gelovigen in Hebr.11, de profeten en de overigen die niet genoemd
zijn.
Als geheel (het ganse volk) was deze gemeente hardnekkig en ongehoorzaam,
maar individueel waren er natuurlijk ook gelovigen.
Dus in het Oude Testament is de gemeente het volk Israel.