Terug

www.GenadeBijbel.nl           
 

De Gemeente in de brieven van Paulus

door
Jan Stelma

 


"En Saulus verwoestte de Gemeente, gaande in de huizen; en trekkende mannen en vrouwen, leverde hen over in de gevangenis." (Hand.8:3 )

"En Barnabas ging uit naar Tarsen , om Saulus te zoeken; en als hij hem gevonden had, bracht hij hem te Antiochie.
En het is geschied, dat zij een geheel jaar samen vergaderden in de Gemeente , en een grote schare leerden; en dat de discipelen eerst te Antiochie Christenen genaamd werden." (Hand.11:25,26)

Hier zien wij dat Paulus eerst de gemeente vervolgde en later dat hij de gemeente leerde. Wij moeten goed begrijpen dat dit niet dezelfde gemeente was. De gemeente die hij vervolgde was in Israel en bestond alleen uit Joden en de gemeente die hij later leerde was buiten Israel en bestond nu uit joden en heidenen.

Inderdaad, er was tussendoor iets gebeurd :

"12 Waarover ook als ik naar Damaskus reisde, met macht en last, welk ik van de overpriesters had,
13 Zag ik, o koning, in het midden van den dag, op den weg een licht, boven den glans der zon, van den hemel mij en degenen, die met mij reisden, omschijnende .
14 En als wij allen ter aarde nedergevallen waren, hoorde ik een stem , tot mij sprekende, en zeggende in de Hebreeuwse taal: Saul, Saul , wat vervolgt gij Mij? Het is u hard, tegen de prikkels de verzenen te slaan .
15 En ik zeide: Wie zijt Gij , Heere? En Hij zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt.
16 Maar richt u op, en sta op uw voeten; want hiertoe ben Ik u verschenen, om u te stellen tot een dienaar en getuige der dingen, beide die gij gezien hebt en in welke Ik u nog zal verschijnen;
17 Verlossende u van dit volk, en
van de heidenen, tot dewelke Ik u nu zende;
18 Om
hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht , en van de macht des satans tot God ; opdat zij vergeving der zonden ontvangen , en een erfdeel onder de geheiligden , door het geloof in Mij." (Han.26:12-18)

"Heidenen";"hun" ; "hen" ; "zij". Allemaal heidenen.

Paulus is van vervolger van Christus een volgeling geworden en hij is naar de heidenen gezonden. Dit is een verandering van de koers die God eerst had met de gemeente.

Niet meer in Israel maar daarbuiten, naar de heidenen. Deze gemeente heeft een naam , namelijk het Lichaam van Christus.

"…….en heeft Hem gezet tot Zijn rechter hand in den hemel;
Verre boven alle overheid, en macht , en kracht, en heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende;
En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen
Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult."(Ef.1:20-23)

Deze gemeente is samen met Christus boven alle hemelse onzichtbare machten die er zijn in de hemel gezet. Van deze gemeente wordt Christus het Hoofd genoemd en de gelovigen zijn Zijn lichaam.
Zij zijn de vervulling van Christus in de hemel. Zie ook Ef.2:6.
De lokatie van deze gemeente is dus in de hemel en niet op aarde. De zegeningen zijn ook hemels en niet aards :

"Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus."(Ef.1:3)

De leden van deze gemeente zijn zowel Joden als heidenen. In de tijd dat Christus op aarde liep waren de heidenen "zonder Christus" en hadden geen hoop en waren zonder God (Ef.2:12). Ja, dat was toen , maar Paulus zegt dat dat nu niet meer zo is, want de Joden hebben nu geen voorrangspositie meer boven de heidenen:

"Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus" (Ef.2:13)

"waart"; "nabij".

Vroeger was de Jood dichtbij en de heiden veraf, maar dat is nu niet meer zo. De Jood staat nu in dezelfde positie als de heiden, nl. in vijandschap met God, omdat het volk Israel als geheel de Here niet aanvaard hebben.
Dus zijn ze net als de heidenen bij de toren van Babel in ongehoorzaamheid besloten(Rom.11.32).  Dat betekent dat God niet meer met het volk Israel bezig is, maar daarmee tijdelijk gestopt is, maar dat nu de gehele wereld zonder God en zonder hoop is. Zowel de Jood als de heiden!

Dat is ook de reden dat er in de gemeente, het Lichaam van Christus, er géén verschil is tussen de Jood en de heiden , maar er alleen sprake is van één nieuwe mens :

"Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende ,
Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende,
En opdat Hij die beiden met God in een lichaam zou verzoenen door het kruis , de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende" (Ef.2:14-16).

De wet die aan Israel gegeven was en niet aan de heidenen, maakte een scheiding tussen hun, omdat de wet tegen Israel zei dat ze niet mochten doen wat de heidenen deden ( Lev. 18:24 ; Deut. 18:9-14; 26:16-19).

Deze wet is nu afgebroken en aan het kruis genageld (Kol.2:14).

En omdat die afscheiding weg is, is er dus ook geen verschil meer en is er dus ook geen vijandschap meer, maar vrede door de verzoeningsdood van Christus aan het kruis. Verzoening tussen de Jood en de heiden én beiden verzoend met God de Vader.

Met andere woorden , in het Lichaam van Christus heeft God een kompleet nieuwe mens geschapen. Voor Hem is er nu geen verschil. Nu op dit moment in deze Bedeling der Genade (Ef.3:2) gaat het om drie soorten mensen in de Bijbel, nl. de Jood; de heiden en de nieuwe mens, namelijk de gelovige in het Lichaam van Christus.

"En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij waren.
Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een Geest tot den Vader
Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods" (Ef.2:17-19)

Géén verschil meer, géén voorrangspositie meer, niet ver weg meer, maar allebei samen toegang tot God! Vroeger waren de heidenen vreemdelingen, maar nu zijn ze medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods!!!!!

Dát zijn nu de leden van de gemeente, het Lichaam van Christus. En dat was zeker niet het geval in de gemeente die wij zagen bij de 12 apostelen.


Hoe werd men lid van deze Gemeente ?

 

Toen werd men lid door zich te bekeren en te laten dopen met water tot vergeving der zonden.
Nu
echter is het geen doop met water door mensenhanden, maar wordt men door de Heilige Geest gedoopt (en niet door de dominee, voorganger of pastoor) om lid te worden van de Gemeente die Zijn lichaam is :

"Want ook wij allen zijn door één Geest tot een lichaam gedoopt ; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt " (1Kor.12:13)

Door het geloof dat Christus stierf voor onze zonden en is opgestaan voor onze rechtvaardiging (Rom.4:24-35 ; 1 Kor.15:3-4) wordt de gelovige door de Heilige Geest in de gemeente geplaatst.
De doop is onze éénwording (identificatie ) met Christus' dood en opstanding en het is géén waterdoop , maar een geestelijke doop.

"Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus .
Want zovelen als gij in Christus
gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan .
Daarin is noch Jood noch Griek ; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw ; want gij allen zijt een in Christus Jezus" (Gal.3:26-28)

"Noch Jood, noch Griek enz"

Als wij hebben geloofd in Christus zijn wij gedoopt in Christus ! 
Dus niet geloven en daarna dopen met water! Zie ook Rom.6:3-5 en Kol.2:12. Petrus verkondigde dit alles zeer zeker niet!
De reden dat Petrus dit niet verkondigde is dat God een plan had, waar Petrus niet van op de hoogte was. Onze Here had dat voor hem verborgen gehouden, en niet alleen voor hem, maar voor iedereen, ook de engelen, zowel de uitverkoren engelen als de satan en zijn engelen (1 Kor.2:6-8).

"Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven .
Om in de bedeling van de volheid der tijden , wederom alles tot een te vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de aarde is"(Ef.1:9-10)

Dat op aarde Israel zal gebruikt worden om de wereld te gaan regeren met Christus, de beloofde Messias, dat was geen geheim. Het OT staat vol met deze verwachting.
Echter dat de vijandige hemelse regeringen die door satan en zijn engelen bezet zijn, dat God die door de gemeente , het Lichaam van Christus zal gaan terugbrengen onder de autoriteit van Christus was een groot bewaard geheim, wat hier "de verborgenheid van Zijn wil" genoemd wordt.
Dat deel van Zijn plan was nog niet bekend, totdat Hij dat aan Paulus bekend heeft gemaakt.

"Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus",

Niet na te speuren. Nergens te vinden in het OT, of in de vier evangelien, of in Handelingen totdat het aan Paulus bekend gemaakt wordt door onze verheerlijkte Here om het aan de heidenen te gaan verkondigen.

"En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus"

Ja, "van alle eeuwen verborgen geweest". Waar ?? In God!!!
Dus niemand, maar dan ook niemand heeft dit ooit geweten en ook niet kunnen weten! Vanaf de grondlegging der wereld is dit voor de mensen verzwegen geweest (Rom.16:25-26) tot Paulus het ons gaat vertellen.

"Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods" (Ef.3:8-10)

Welke Gemeente? De Koninkrijks gemeente die zijn bestemming hier op aarde heeft om daar met Christus in het Koninkrijk der hemelen hier op aarde te gaan regeren vanuit Jeruzalem in Israel?

Neen!

De gemeente waar Paulus over spreekt is het Lichaam van Christus die zijn bestemming in de hemel heeft en Gods wijsheid dáár aan de overheden en de machten ,die daar nu zijn, verkondigt.  Dáár zit onze tegenstander en dát is de strijd die de Gemeente nu voert (Ef.6:12), omdat satan door deze Gemeente uit de hemel verstoten zal worden als de Gemeente eenmaal zal vergaderd worden met haar Hoofd Christus en haar plaats daar in zal gaan nemen.

Concuderend hebben wij dus gezien dat de Gemeente waar Paulus over spreekt tot Paulus verborgen is gehouden door God en dat deze Gemeente een hemelse bestemming heeft. Dit itt tot de gemeente waar het OT , de Here Jezus en Petrus over spreken, nl. een aardse bestemming en niet hemels; niet verborgen, maar geprofeteerd en dus bekend.
Het begin van deze Gemeente die Zijn lichaam is dus niet bij Pinksteren (waar zowiezo geen begin van iets was),omdat het toen nog verborgen was, maar bij de bekering van Paulus aan wie het het eerst geopenbaard is door onze verheerlijkte Here.

Het einde zal zijn als wij worden toevergaderd door onzer Heer en Heiland in de lucht :

"Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem .
Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.

Want de Heere Zelf zal met een geroep , met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;

Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen ." (1 Tess.4:14-17)

Dan is de Gemeente weg van de aarde en Gods verborgen plan tot een einde gekomen. Als volk is Israel nu verblind, maar voor een deel niet, want er zijn in deze bedeling van genade nog steeds Joden die onze Heer en Heiland Jezus Christus als hun Verlosser hebben aangenomen en dus nu in de Gemeente zitten.

"Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt, bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israel gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn."(Rom.11:25).

Ja, dan is Gods plan met de Gemeente, het Lichaam van Christus klaar. Dan is de volheid der heidenen vervuld en gaat Gods plan met de Gemeente op aarde weer verder, waar het gestopt was bij de bekering van Paulus.

www.GenadeBijbel.nl 

Deze studie is eventueel ook te lezen en/of uit te printen in

Als u deze studie niet kunt openen, dan kunt u hier   
gratis Adobe Acrobat Reader downloaden.