Zacharia 7:12 waar wij de vorige keer zagen wij hoe God sprak
in die dagen:
"En zij maakten hun hart als een diamant, opdat
zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn
Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn
van den HEERE der heirscharen".
God sprak door Zijn Geest, Hij heeft de wet gegeven door de profeten, dus God
sprak door mensen, daar was de Geest voor. Denk maar aan de profeten, de Geest
was op hen en ook in hen. Ze wisten niet altijd dat ze over Christus spraken
zegt Petrus maar in ieder geval spraken ze de woorden van God en ze vermaanden
het volk.
Maar God heeft een volk op aarde neergezet, geformeerd met Abraham, daar is
het volk Israël uit voortgekomen. En waarom heeft Hij het volk Israël
geformeerd?
We gaan naar Jesaja 12 want het is belangrijk dat wij zien waar de roeping
van het volk Israël in het Oude Testament begonnen is.
God heeft een doel, Hij schiep in den beginne de hemel en de aarde. Wij weten
dat uiteindelijk alles in de zonde is gevallen, zowel wat in de hemel is als ook
wat op de aarde is.
En Gods wil, Zijn plan is om alles wat in de hemel is en alles wat op de aarde
is terug in Christus te brengen, onder de autoriteit en gehoorzaamheid van
Christus.(Efeze 1:10)
Want alles is voor Hem, door Hem en tot Hem geschapen. Nú kunnen wij niet zeggen
dat de hele schepping tot Hem is, want de mens is in zonde gevallen, de aarde,
de natuur ligt onder de vloek en het wordt alleen maar minder en minder.
Maar God heeft een doel en dat doel bereikt Hij.
Om alles weer in Christus te brengen op deze aarde heeft Hij het volk Israël
geformeerd en in Jesaja 12:2-6zie je dat heel duidelijk staan:
"Zie, God is mijn Heil, ik zal vertrouwen en niet
vrezen; want de HEERE HEERE is mijn Sterkte en Psalm, en Hij is mij tot Heil
geworden.
En gijlieden zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils.
En zult te dienzelven dage zeggen: Dankt den HEERE, roept Zijn Naam aan,
maakt Zijn daden bekend onder de volken;
vermeldt, dat Zijn Naam verhoogd is.
Psalmzingt den HEERE, want Hij heeft heerlijke
dingen gedaan; zulks zij bekend op den gansen
aardbodem. Juich en zing vrolijk, gij inwoneres van Sion,
want de Heilige Israëls is groot in het midden van u".
Dus punt 1: Israël moet Zijn naam aanroepen en Zijn daden bekend maken onder
de volken en in vers 5 zie je ook: zulks zij bekend op den gansen aardbodem. Hier zie je heel duidelijk Gods plan: dat de ganse aardbodem moet bekend
raken met de daden van God. En Hij zegt dat tegen Israël, zij moeten zijn daden
bekend maken onder de volken, dat is hun roeping.
Als wij dat nu op deze tijd toepassen zien wij dat dat helemaal het geval
niet is. Israël maakt Zijn naam helemaal niet bekend over de hele wereld, onder
de heidenen. Wij weten dat dat nu niet aan de orde is, want het is nu zo dat het
volk Israël wacht op de toekomst en daar gaan wij het ook over hebben.
Dus Israël heeft die roeping, maar ze maken het niet waar, dat gaan we in
Ezechiël zien, dan zien wij juist het tegenovergestelde, terwijl ze toch de wet
hadden, ze hebben Zijn daden gezien, Zijn wonderen, ze zijn uit Egypte geleid
door een grote sterke arm van God, ze hebben alles gezien en toch hebben zij de
naam van God ontheiligd.
Ezechiël 36:16:16-21:
"Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij,
zeggende:
Mensenkind, het huis Israëls, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden
zij datzelve met hun weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn
aangezicht als de onreinheid ener afgezonderde vrouw.
Daarom goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit, om des bloeds wil, dat zij in het
land vergoten hadden, en om hun drekgoden, waarmede zij dat verontreinigd
hadden.
En Ik verstrooide hen onder de heidenen, en zij werden verspreid in de landen;
Ik oordeelde hen naar hun weg en naar hun handelingen
Als zij nu tot de heidenen kwamen waarheen zij getogen waren, ontheiligden zij
Mijn heiligen Naam, omdat men van hen zeide: Dezen zijn het volk des HEEREN, en
zijn uit Zijn land uitgegaan".
God spreekt via Ezechiël. Dus zij hebben een smaad op de naam van God gebracht. Want het was zo:
gehoorzaamden zij God, dan zouden zij gezegend worden, waren ze ongehoorzaam,
dan werden ze verdreven.
Totdat zij de naam van God weer gingen aanroepen en dan hielp God hen weer en
kwamen ze terug in het land. Dus als Israël verstrooid was onder de heidenen was
dat duidelijk een teken van de geestelijke staat van het volk Israël en het
oordeel van God daarover en daar zegt God ook van dat zi zijn hebben Mijn
heilige Naam ontheiligd hebben.
En dat zeiden de heidenen ook: is dat nu dat volk van de Heere en ze zijn uit
het land weggegaan, hoe kan dat nu… ze zijn uit het land gezet.
En daarom lezen we in vers 22-25
"Daarom, zeg tot het huis Israëls: Zo zegt de Heere
HEERE : Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israëls, maar om Mijn heiligen
Naam, dien gijlieden ontheiligd hebt onder de heidenen, waarheen gij gekomen
zijt.
Want Ik zal Mijn groten Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien
gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik
de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheilgid
zijn.
Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen, en Ik
zal u in uw land brengen.
Dan zal Ik rein water op u sprengen en gij zult rein worden; van al uw
ongerechtigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen".
Hier zien wij: ‘Ik zal het gaan doen. Ik zal jullie reinigen. Jullie
hebben je verontreinigd door de afgoden, jullie hebben je in feite gedragen als
heidenen. Ik heb jullie de wet gegeven en jullie moeten in gehoorzaamheid leven
en jullie doen het niet.’ (Parafrase JS)
Maar God zegt: ‘Ik heb een plan en het gaat gewoon gebeuren’
Paulus zegt ook in Romeinen 3:3 : "Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het
geloof van God te niet doen?"
Dus dat wil zeggen. Als wij ongehoorzaam zijn, zal dan datgene wat God wil
niet doorgaan? Natuurlijk niet! Dat gaat gewoon door, Gods rechtvaardigheid
staat op zich en Hij heeft een plan en dat gaat gewoon door. Alleen God zegt dat zij het niet kunnen doen, maar dat Hij het in hun moet
doen.
En dan zegt Hij in vers 26-28 en dat is het punt waar het om draait:
"En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een
nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw
vlees wegnemen, en zal u een vlezen hart geven.
En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in
Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen".
En dan zie je ook het resultaat: vers 29:
"En gij zult wonen in het land, dat Ik uw vaderen
gegeven heb, en gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn".
Dus God zegt hier in feite: ‘Ik heb jullie alles gegeven: Ik heb jullie
profeten, de wet gegeven, Ik heb gezegd hoe het moet, maar uiteindelijk doen
jullie het niet, jullie kunnen het niet, jullie zijn ongehoorzaam.’
‘En Ik ga jullie een nieuw hart geven en ik ga Mijn Geest in het binnenste van
jullie geven.’ Dus dat is toekomst. Dus aan het volk Israel werd de Geest beloofd voor in de toekomst: ‘Ik ga dat
doen, en dan zal Ik zorgen dat jullie in Mijn inzettingen zullen wandelen en
Mijn rechten zullen bewaren en ook zullen doen.’
En dat is het punt: Ík ga het
doen.
Dus: "……Niet door kracht noch door geweld, maar
door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEERE der heirscharen" Zach.4:6
Dus uiteindelijk alleen Ik, Ik, Ik!
Wij mensen zeggen ook: ik,ik,ik. maar God werkt juist in mensen die zeggen:
ik kan het niet, U moet het in mij doen. Een zondig mens kan nu eenmaal niet tot
Zijn eer leven, dat kan alleen als God in hem woont. En dat mogen wij ook ervaren in ons dagelijks leven, sinds de Heilige Geest
in ons woont kunnen wij nu de zonde die in ons woont, want daar draait het om,
overwinnen, door Zijn Geest Die in ons woont.
Nu lezen we de laatste tekst in het Oude Testament, de belofte van het Nieuwe
Verbond:
Dat is heel belangrijk voor het volk Israël. God had indertijd een verbond
gesloten toen Hij hen uit het diensthuis Egypte uitgeleid had. Hij heeft hen de
wet gegeven.
Jeremia 31:31-33 :
"Zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met
het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;
Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun
hand aangreep om hen uit Egypteland uit te voeren; welk Mijn verbond zij
vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE.
Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis Israëls maken zal,
spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart
schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn".
God heeft het volk Israël bij Abraham geschapen, hun vader naar het vlees,
maar het is nog niet af. Zij moeten ook nog in de Geest uit Hem geboren worden.
En dan zullen zij Hem tot volk kunnen zijn, want dan gaat Hij in hun wonen. Zijn
Geest komt in het binnenste van hun wonen en dan zijn zij in staat om Zijn
wetten wél te doen.
Nu niet, nu moeten zij constant terugkomen, drie keer per jaar om de zonde
van het hele volk te verzoenen en ze moeten een dier laten slachten.
Uiteindelijk komt het ware lam en dan zijn die offers niet meer nodig en
zullen zij door de Heilige Geest in staat zijn om in Zijn geboden te wandelen en
dat zien we in Handelingen 2 ook heel duidelijk gebeuren, maar voor we
daar naartoe gaan maken wij eerst de voor-geschiedenis van Israël af. Wij zitten
nu in het Oude Testament en we gaan nu naar het Nieuwe Testament.
We gaan naar Mattheüs, en wie verschijnt er het eerste op het toneel?
Johannes de Doper
in Mattheüs 3. Houd goed vast in uw gedachten dat de Heilige Geest
geprofeteerd is aan het volk. Hij was er nog niet, op een enkele uitzondering na, (zie deel 3 uit deze
serie) dat moeten we goed vasthouden in ons hoofd. Degenen die door God gebruikt
werden om b.v. het volk te leiden of te vermanen.
Zij wel, maar de rest van de mensen niet, ook al geloofden zij en deden zij
trouw in het geloof de dingen die zij moesten doen en in het geloof brachten zij
ook de offers. Zij wisten dat als zij gezondigd hadden dat zij offers moesten
brengen, dat deden zij in geloof. Maar de Heilige Geest, Die moest nog komen.
Matt.3:5-6 "Toen is tot hem uitgegaan Jeruzalem en geheel
Judea, en het gehele land rondom de Jordaan;
En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden"
In vers 5 zie je dat heel Judea en het gehele land rondom de Jordaan is
gekomen en ze werden door hem gedoopt in de Jordaan belijdende hun zonden.
En wat lazen wij net in het Oude Testament: "Ik
zal rein water op u sprengen… "
En dan horen ze het ook te begrijpen als Johannes in Mattheüs 3:7-10
zegt:
7 Hij dan, ziende velen van de Farizeen en Sadduceen
tot zijn doop komen , sprak tot hen: Gij adderengebroedsels ! wie heeft u
aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn?
8 Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig.
9 Meent niet bij uzelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik
zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken."
Je afkomst is niet genoeg, net als wij, wij kunnen ook zeggen: Ja, ik ben
christelijk opgevoed, ik ben ook altijd keurig opgevoed, gedoopt, ik ben door
mijn vader en moeder onderwezen, ik ben naar de kerk gegaan, ik ben naar een
christelijke school gegaan.
Maar de afkomst is niets, is niet voldoende. Dat is bij de Joden precies
hetzelfde. Uiteindelijk gaan we allemaal terug naar Adam, alle mensen zijn
zondaars, zowel de Jood als de Griek,de heiden.
Dus hij zegt: zeg maar niet Abraham is mijn vader, nee, want zelfs uit deze
stenen kan Hij Abraham kinderen verwekken. Vers 10:
"En ook alrede is de bijl aan den wortel der bomen
gelegd: alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en
in het vuur geworpen".
Dat is nog al wat als wij dat lezen. Als je geen goede vruchten voortbrengt
dan wordt je uitgehouwen en in het vuur geworpen. Maar hij zegt in vers 11:
"Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na
mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te
dragen; Die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen.
Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren en Zijn tarwe
in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur
verbranden".
Johannes kondigt hier in feite aan dat de Messias Die komen gaat, Die beloofd
is in het Oude Testament hen met de Heilige Geest gaat dopen en met vuur. Het is
één van de twee.
Met de Heilige Geest dopen dat wil zeggen wat wij in het Oude Testament
hebben gelezen. De Messias gaat hun de Heilige Geest geven, want Die is
geprofeteerd in het Oude Testament. Dat wil zeggen: de tijd is nu aangebroken want Johannes de Doper is degene
die de Messias aankondigt: het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen!
Matt.3:1-3 : "En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in
de woestijn van Judea,
En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
Want deze is het, van denwelken gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende:
De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren , maakt Zijn
paden recht!"
Hij zegt: "Die na mij komt…" Daar
wordt de Heere Jezus mee bedoeld. De Messias, Die Israël verwachtte, die Israel
van hun vijanden zal verlossen, Die gaat hen de Heilige Geest geven. Maar Hij
gaat nog iets doen. Hij zal ze ook met vuur dopen en wat bedoelt hij daar nu
mee?!
Dat is het volgende vers 12, daar draait het dan om:
"…Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen…"
- dat zijn de mensen die met de Heilige Geest gedoopt worden, dat zijn de
gelovigen uit het volk Israël.
Maar Hij "zal het kaf(dat is wat overblijft, nl. de ongelovigen),
met onuitblusselijk vuurverbranden".
En dat is de doop met vuur. Wij moeten oppassen dat we dat soort dingen niet
op onszelf gaan toepassen met liederen als: stort Uw vuur uit op ons. Want als
de Heere Jezus het vuur gaat uitstorten, dat wil zeggen met vuur dopen, betekent
dat het oordeel. Dat is niet iets waar wij om moeten vragen.
Dus Joh. de Doper zegt hier van de Heilige Geest, Die geprofeteerd was in het
Oude Testament, dat Hij nu komt en dat het koninkrijk nabij was. Israël
verwachtte het koninkrijk en de Heilige Geest is nu aanstaande voor een ieder
van hun.
Het is nu of nooit!
En dan gaan we ook Johannes 3 begrijpen als de Heere Jezus met Nicodemus
praat.
Johannes 3:1-8
Nicodemus, een leraar van Israël komt naar de Heere Jezus. Hij komt 's nachts
omdat hij natuurlijk liever niet gezien wil worden. Hij is een leraar in Israël
en is Hij de Messias of niet? De leiders van Israël accepteerden Hem niet, maar
Nicodemus was toch iemand die nadacht: Hé, Hij doet tekenen, dat moet toch
iemand van God zijn?!
"1 En er was een mens uit de farizeeën, wiens naam
was Nicodémus, een overste der Joden.
2 Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij
zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die
Gij doet, zo God met hem niet is".
Een Jood begeert een teken (1 Kor.1:22) en hij ziet de tekenen, dat moet meer
zijn, dat is niet zomaar iemand. En dan geeft Jezus het antwoord:
"3 Jezus antwoordde en ziede tot hem: Voorwaar,
voorwaar zeg Ik u, tenzij dat Iemand wederom geboren wordt, hij kan het
Koninkrijk Gods niet zien".
Daar staat: niet zien, er
staat niet alleen niet binnengaan, maar vooral niet zien, weet u nog?! We lazen
net in Jesaja 12 dat het voor het hele aardrijk is, dus het is een
zichtbaar iets.
Wil iemand in de tijd van de Heere Jezus het Koninkrijk Gods zien en ingaan
en erbij horen dan moet hij opnieuw geboren worden.
"4 Nicodemus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren
worden, nu oud zijnde? Kan hij ook andermaal in zijner moeders buik ingaan , en
geboren worden?"
Nicodemus zegt: hoe kan dat nu, teruggaan in de moederschoot…maar de Heere
Jezus zegt dan uiteindelijk in vers 5:
"5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, zo
iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods
niet ingaan".
Hier zien wij:niet ingaan
"6 Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees;
en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.
7 Verwonder u niet dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden".
"Gijlieden" is meervoud . Dus
onze Here spreekt niet over individuen, niet over enkelingen, maar over een heel
volk, namelijk het volk Israël.
"8 De wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort
zijn geluid; maar gij weet niet, vanwaar hij komt en waar hij heengaat; alzo is
een iegelijk die uit den Geest geboren is".
Dit slaat duidelijk op het Oude Testament dat Ezechiël in hfdstk 37:9 heeft
moeten profeteren tot de dorre doodsbeenderen, in het dal ziet hij al die dorre
doodsbeenderen liggen en dan komt er eerst vlees op maar hij zegt: ze zijn dood.
Dit is het volk Israel onder de wet zonder de Geest! En dan zegt God: profeteer tegen hen, en dan komt de wind en Die blaast hen
het leven in. Dat is de Heilige Geest, en de Here Jezus zegt dat dat nú staat te
gebeuren.
Hij zegt dus eigenlijk: wat uit het vlees is is vlees en wat uit de Geest is
is geest. Jullie zijn uit het vlees, uit Abraham geboren, nu moeten jullie ook
opnieuw uit de Geest, uit God geboren worden. De Geest hebben jullie nodig, en
dat gaat komen, dat gaat nu komen.
Gijlieden! Volkje Israel!
Jes.41:14: "Vrees niet, gij wormpje Jakobs, gij volkje Israels!
Ik help u, spreekt de HEERE, en uw Verlosser is de Heilige Israels!"
We gaan naar Johannes 7 en daar zien wij hoe Israel die Geest krijgt. En hier
zien wij ook heel duidelijk dat die Geest nog moest komen, zelfs in de tijd van
de Heere Jezus op aarde.
Johannes 7:38,39 : "Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt,
stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien.
En dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden die in Hem geloven;
want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was".
Behalve de uitzonderingen die wij gezien hebben in het Oude Testament kon
niemand de Heilige Geest hebben, omdat:
Ten eerste: De Heere Jezus
zegt: wie in Mij gelooft ontvangt de Heilige Geest.
In het Oude Testament was de Heere Jezus er nog niet. Dus eerst moest de
Messias, de Christus komen. In het Oude Testament kende men Christus niet, er was wel over geprofeteerd,
maar wij kijken nu achteraf en daardoor weten wij het. Zij wisten toen niet dat
zij over Christus profeteerden.
Ten tweede: Omdat Jezus nog
niet verheerlijkt was. Dat betekent dat de Heere Jezus eerst gekruisigd,
gestorven, opgestaan en opgevaren naar de hemel en dus verheerlijkt moest zijn.
Vanaf dat moment pas kon de Heilige Geest pas over alle vlees uitgestort worden.
Pas dan zal de Heilige Geest aan een ieder die gelooft gegeven worden en niet
eerder.
Hier zien wij dat het plan van God met Israël zijn voltooiing nadert, want de
Messias is gekomen en Die zegt dat als zij in Hem geloven dat zij dan de Heilige
Geest ontvangen zullen.Hij is de beloofde Messias en Die moeten zij aannemen.
Dus tijdens het leven van de Heere Jezus op aarde had men ook de Heilige
Geest niet, dat was pas nadat Hij was opgevaren naar de hemel.
We gaan nu door naar Johannes 15 daar zien wij nog iets moois staan.
Want wat doet de Heilige Geest als ze Hem ontvangen? Die gaat doen wat Israël
moest doen.
Johannes 15:26: "Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Dien Ik u
zenden zal van den Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van den Vader
uitgaat, Die zal van Mij getuigen".
En dat bedoelt Hij als Hij zegt dat de Geest niet van Zichzelf zal spreken.
Nee, de Geest zal van de Heere Jezus Christus getuigen.. Waarom? Omdat de
redding voor Israël en de wereld in geen andere naam gegeven is dan in Christus.
Dat gaat de Heilige Geest doen.
Dat is de redding voor de mensen, en de roeping van Israël was Zijn daden aan
de wereld te verkondigen
Dus de Messias moest eerst sterven, opstaan, opvaren en Zijn Geest in hun
binnenste geven en dan kunnen zij pas Zijn getuigen zijn.
Gij zijt Mijn getuigen zegt de Heere Jezus toch? In Jesaja zegt God ook over het
volk: Gij zult Mijn getuigen zijn, waarvan?
Zij zullen van Gods daden getuigen over de hele wereld. En hoe? Christus, Die
moeten zij naar de wereld brengen, dat is de redding voor Israël en dat is de
redding voor de wereld.
Dus daarvoor konden ze dat helemaal niet doen, eerst moest de Messias sterven
en opstaan en dan zien wij het in Handelingen ook gebeuren. Laten we in
Handelingen 2 gaan kijken:
Handelingen 2:2: "En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid,
gelijk als van een geweldigen gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar
zij zaten".
Dat is ook in overeenstemming met profetie want in Jesaja 32 zie je staan dat
de Geest uit de hoogte zal komen.
"15 Totdat over ons uitgegoten worde de Geest uit de
hoogte; dan zal de woestijn tot een vruchtbaar veld worden, en het vruchtbare
veld zal voor een woud geacht worden "
Een prachtige vervulling van de profetie. En dan gaat Petrus verkondigen: Handelingen 2:16:
Maar dit is het, wat gesproken is door den profeet Joël:
En het zal zijn in de laatste dagen (zegt God), Ik zal uitstorten van Mijn Geest
op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen
zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen.
…op alle vlees, nu zal de Heilige Geest op alle vlees uitgestort worden,
namelijk degenen die geloven in Zijn naam, nu krijgt iedere gelovige Jood de
Heilige Geest. In tegenstelling tot wat in het Oude Testament aan de hand was.
Gaan wij het verschil nu zien?
Het is aan het veranderen, nu zullen zij in staat zijn om van Christus te
gaan getuigen.
Vers 31,32,36: "Zo heeft hij dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, dat Zijn
ziel niet is verlaten in de hel, noch Zijn vlees verderving heeft gezien
Dezen Jezus heeft God opgewekt; waarvan wij allen getuigen zijn
Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en
Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus Dien gij gekruist hebt".
Dus wat spreekt of getuigt de Heilige Geest hier? Christus! Wat de Heere
Jezus net al zei: Hij zal van Mij getuigen. En wat zien wij nu gebeuren? De
Heilige Geest wordt uitgestort, en allen, in vers 41, die dan zijn woord gaarne
aannamen, werden gedoopt.
Petrus zegt in vers 38 : "Bekeert u, en een
iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus tot vergeving der
zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen".
Gij zult de Heilige Geest Die aan jullie beloofd is ontvangen. Ja, nu wel,
iedere gelovige. Ze moeten nu in Christus de Messias geloven en nu zal een ieder
van hun de Heilige Geest ontvangen, en zij zullen vervuld met de Geest worden en
zullen volledig in staat zijn om in Gods wetten en inzettingen te wandelen.
Dat kun je verder ook duidelijk zien in vers 41-47. Zij prezen God en hadden
genade bij het ganse volk en er was volledige harmonie, er was geen zonde.
Als we verder Handelingen 2 tot 6 doorlezen zien we dat er steeds meer mensen
tot geloof komen en vervuld worden met de Heilige Geest. En op een gegeven
moment komen we bij Handelingen 7:51 en dat moeten we lezen want
dat is een heel belangrijk keerpunt in de geschiedenis van het volk Israël, de
steniging van Stefanus.
We hebben nu dus de Bijbel doorgelopen over de Heilige Geest en nu spreekt op
een mo-ment een man vol van de Heilige Geest, die voor de leiders van het volk
Israël staat, en die zijn woorden niet kunnen weerstaan.
Handelingen 7:51: "Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij
wederstaat altijd den Heiligen Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij".
De zonde tegen de Heilige Geest waar zoveel onzekerheid over is bij veel
gelovigen in deze wereld, oh, heb ik de zonde tegen de Heilige Geest gedaan of
niet? Men weet het gewoon niet.
Matt.12 : 31-32: "31 Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal den
mensen vergeven worden ; maar de lastering tegen den Geest zal den mensen niet
vergeven worden.
32 En zo wie enig woord gesproken zal hebben tegen den Zoon des mensen, het zal
hem vergeven worden; maar zo wie tegen den Heiligen Geest zal gesproken hebben ,
het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de toekomende. "
Maar men begrijpt niet dat als de Heere Jezus zegt dat alle zonde zal
vergeven worden die zij tegen de Zoon en tegen de Vader hebt gesproken in
Mattheüs 12 dat Hij dat tegen Israel zegt.
Israël heeft God de Vader niet gewild als koning in het OT:
1 Samuel 8:7: "Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem
des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet
verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn."
God de Zoon hebben zij niet gewild toen Hij op aarde was :
Joh. 19:15: Maar zij riepen: Neem weg, neem weg, kruis Hem! Pilatus
zeide tot hen: Zal ik uw Koning kruisigen ? De overpriesters antwoordden: Wij
hebben geen koning, dan den keizer.
Lukas 19:14: En zijn burgers haatten hem, en zonden hem gezanten na,
zeggende : Wij willen niet, dat deze over ons koning zij.
En dan komt nu de derde Persoon van de Godheid: de Heilige Geest.
En in dat licht zegt Hij: ‘als jullie de Heilige Geest nu ook weerstaan dan
is er geen vergeving meer mogelijk, dan is het afgelopen. Ik heb al die tijd het
volk de kans gegeven, genade op genade in feite en nu komt dan de Heilige Geest
Die geprofeteerd is, de voltooiing van het plan, want jullie zijn nu wel in
staat om in Mijn wegen te wandelen en Mijn daden in de wereld bekend te maken.’
Maar de Heilige Geest is het laatste punt en dan is het afgelopen. Na de
derde Persoon komt er geen vierde. De Vader en de Zoon en de Heilige Geest, de
Drie-enige God is dan in zijn geheel verworpen.
Wie nu de Heilige Geest weerstaat en niet aanneemt, daar is dan geen vergeving
meer voor. Dan is het over.
Dus wat zien we hier eigenlijk? De Heere Jezus doopt de mensen die geloven
met de Heilige Geest, maar uiteindelijk worden degenen die niet geloven met vuur
gedoopt, die zullen geoordeeld worden. En dat zien we in vers 55 staan:
"Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de
ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus staande ter
rechterhand Gods".
Men denkt de Heere Jezus stond klaar om de geest van Stefanus te ontvangen,
maar dat is niet waar. Hier zien we dat Jezus klaar stond om met vuur te gaan
dopen.
Omdat men de Heilige Geest weerstond.
Wat zeggen wij vaak: ik heb je één keer gewaarschuwd, twee keer, en de derde
keer is het afgelopen, één keer, twee keer, drie keer over!
Dat is heel bekend en zo is het bij God ook. Ze wilden de Vader niet in het
Oude Testament: ze wilden een koning. De Heere Jezus hebben ze uiteindelijk ook
niet gewild, gekruisigd.
En bij Stefanus hebben zij de Heilige Geest ook weerstaan, als volk
zijnde, want er waren wel individuele mensen die wel geloofden. En dan
is het oordeel daar, en vanaf dat moment zou God nu zijn gaan ingrijpen om de
wereld te oordelen, en de grote verdrukking zou moeten komen.
Wij zien dat hier uiteindelijk, bij de steniging van Stefanus, er eigenlijk
geen redding meer is, dat het eigenlijk afgelopen is en als we verder de Bijbel
lezen dan weten we dat de grote verdrukking dan komt met de antichrist.
Men neemt dan de antichrist aan en ontvangt het merkteken of men gelooft
Christus.
Degenen die Christus aannemen ontvangen de Heilige Geest of men ontvangt het
merkteken van de antichrist.
Hoe kan het dan dat wij nu al 2000 jaar leven vanaf dat moment bij Stefanus
dat de Geest weerstaan is, waartegen geen vergeving mogelijk is, dat wij nu wel
nog steeds vergeving kunnen krijgen als wij in de Here Jezus geloven?
En dan komt de genade van God om de hoek kijken.
Romeinen 5:20,21: "Maar de wet is bovendien ingekomen, opdat de
misdaad te meerder worde; en waar de zonde meerder geworden is, daar is de
genade veel meer overvloedig geweest
Opdat gelijk de zonde geheerst heeft tot den dood, alzo ook de genade zou
heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen
Heere".
De wet is ingekomen…ja, niet opdat wij beter zouden gaan leven, maar juist om
aan te tonen dat de mens een zondaar is en niet voor Gods glorie kan leven, dat
lukt hem gewoon niet, de zonde gaat juist in de mens werken.
En nu zien wij dat bij Stefanus de maat vol is, men weerstaat eigenlijk het
laatste wat God nog heeft, de Heilige Geest, en de laatste mogelijkheid tot
redding.
En dan zegt God: wacht even, de genade is veel meer overvloedig geweest. Wat
gebeurt er dan? De gelovigen worden vervolgd en Paulus wordt bekeerd.
Het moet ons nu duidelijk zijn dat we nu in een heel andere tijd leven als
toen God met het volk Israël bezig was. God heeft de leider van de zondaars
bekeerd, de leider van degenen die de opstand aanvoerden tegen God . 1 Tim.1 :15
En wij leven nu al 2000 jaar in een tijd van genade, wat God noemt: de
bedeling der genade. Ef.3:2
En niet de bedeling waarin God bezig was met het volk Israël hier op aarde.
Weet u nog, we begonnen met Genesis 1:1 God schiep de hemel en de aarde, dat
plan wat Hij had met de aarde: Israël moest Gods daden vertellen aan de wereld,
aan de heidenen, en wij zien in Handelingen 7 met Stefanus dat het volk Israël
het als geheel niet heeft geaccepteerd.
Vanaf dat moment moest eigenlijk Gods plan verder gaan met de antichrist
waarin de gelovigen en de ongelovigen gescheiden worden en er uiteindelijk een
gelovig Israël zou overblijven. Dat zou maar heel kort hebben geduurd,nl. 7 jaar
(de 70ste jaarweek van Daniel)) maar wij leven nu al 2000 jaar onder
de paraplu van Gods genade.
God deelt nu alleen maar genade uit aan een ieder die gelooft, dat is wat
Paulus verkondigd heeft en wat daarvoor nooit verkondigd is.Hij vertelt nu een
hemelse boodschap.
Wij zitten nu in het plan van God waarin Hij niet wat op de aarde is in
Christus brengt, maar wat nu in de hemelen is, waar de oversten en de machten
zijn.
De hemel en de aarde. Gods plan is de hemel en de aarde in Christus te
brengen (Ef.1:10) en wij leven nu in een heel andere tijd, waarin de Geest van
God ook heel anders werkt.
Laten we naar Romeinen 3:19 gaan. Wat is dan de les die God aan
de mens heeft geleerd?
"Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat
spreekt tot degenen die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de
gehele wereld voor God verdoemelijk zij".
De wet is aan Israël gegeven. De heidenen hebben de wet helemaal niet. Maar
God heeft de heidenen uiteindelijk bij de torenbouw van Babel aan de kant gezet.
Toen heeft met Abraham een nieuw volk geformeerd en zij moesten Zijn naam gaan
verkondigen. Met de wet, en met al wat God met dat volk gedaan heeft is uiteindelijk ook
gebleken en dat is de les die we er uit leren, dat zij, Israel, het ook niet
konden.
Zo heeft Hij alle mond gestopt of gesnoerd, niemand heeft nog wat te zeggen
want de hele wereld staat voor God verdoemelijk.
En wat is dan de les? Dat de Heilige Geest nu in deze tijd direct in de
gelovige komt wonen als hij tot geloof komt. Dat een mens alleen uit genade
gered kan worden en van zichzelf gewoon hopeloos verloren is en zonder God niets
kan, helemaal niets, totaal afhankelijk van wat God doet. Daarom staat Gods rechtvaardigheid op zich, wat wij ook doen, God had de mens
gemaakt en het was goed. Dat wij nu andere dingen doen is God niet aan te
schrijven.
Dus wij kunnen alleen in totale afhankelijkheid van God zeggen: Heere, U moet
het in mij doen. En dat heeft Israël ook moeten doen.
En wanneer wordt dat pas bekend? Bij Paulus.
Paulus is degene de apostel die bekend maakt hoe God plan in elkaar zit, houd
ook Genesis 1:1 in gedachten.
Efeze 1:9,10:
"Ons bekendgemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn
wil, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven
Om in de bedeling van de volheid der tijden
wederom alles tot één te vergaderen in
Christus, beide wat in den hemel is en wat op de aarde is".
Het was bij niemand bekend, alleen bij God Zelf.
"Wederom", = opnieuw!
Hier zien wij heel mooi het plan van God staan. De hemel en de aarde zijn in
zonde gevallen, en heel veel mensen denken dat wij nu het koninkrijk van God op
deze wereld moeten gaan stichten. Maar dat is onze bediening helemaal niet, onze
bediening is: wij hebben een hemelse boodschap.
Wij zijn burgers van de hemelen, wij zijn gezet in de hemelse gewesten, wij
hebben de strijd ook niet tegen de mensen maar tegen de overheden en tegen de
machten die daar zijn.
Elk mens dat nu tot geloof komt is in de hemel gezet.
En er is geen ander die dat bekend heeft gemaakt dan de apostel Paulus, die
de apostel der heidenen is, dus ook voor ons.