Het kennen en doen van de wil
van God
Richard Jordan
Deel 8
Een overzicht van Gods wil voor u.
Als u Gods Woord gaat bestuderen is het essentieel dat u Gods
Woord benadert met twee principes in gedachten. Deze principes vinden we in 2
Timotheus 3:16 en 2 Timotheus 2:15.
2 Tim.3:16-17
Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot
lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de
rechtvaardigheid is;
Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.
Als u Gods Woord gaat lezen moet u begrijpen dat het Gods
Woord is, het is wat God zegt. De Bijbel is ’s werelds meest geweldige Boek,
omdat het Gods Boek is. Het is wonderlijk dat God een Boek schreef!
Hij communiceert, praat met ons, heeft Zichzelf bekend
gemaakt aan ons. Het is nog wonderlijker dat Hij dat Boek bewaard heeft door de
geschiedenis heen. En het is ook wonderlijk dat Hij heeft bewerkt dat Zijn
mensen het Boek vertaald hebben in de talen van de volkeren. U en ik kunnen nu
Gods Woord in onze handen houden in een taal die wij begrijpen. Het is in tact
en het is: Zo zegt de Heere, tot ons! Dat is geweldig. Het is Gods Woord en als
u Gods Woord gaat lezen, moet u begrijpen dat het de bron is van Gods openbaring
aan u. In feite is het gegeven opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed
werk volmaaktelijk toegerust (2Tim.3:17).
Dat betekent dat alles wat u ooit nodig zult hebben al reeds
in Gods Woord aanwezig is. Het is de énige bron van openbaring van God aan u.
Het is de autoriteit.
Er is nog meer, zoals het belangrijk is om te weten dat God
Zijn Woord bewaard heeft voor ons, is het ook belangrijk om te weten dat God
Zijn eigen voorgeschreven manier heeft om Zijn Woord te bestuderen:
2 Tim.2:15
Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen,
een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.
Als hij zegt: Al de Schrift is van
God ingegeven, en is nuttig tot lering…
Als u het profijt uit Gods Woord weet te halen dat Hij erin
gelegd heeft voor u, dan moet u Gods Woord bestuderen op de manier zoals Hij het
heeft bedoeld.
U moet het op Gods manier benaderen, daar gaat 2 Tim.2:15
over. Het is een vers dat u vertelt hoe u de Bijbel moet bestuderen, u heeft de
Statenvertaling hierbij nodig. De andere Bijbels vertalen dit vers niet zoals
het hier staat. Het vers in de Bijbel dat u vertelt dát u moet studeren, vertelt
u ook hóe u de Bijbel moet bestuderen.
Benaarstig u (Engels KJV:
Study to…), om uzelven Gode beproefd voor te stellen..
Wat betekent dat? Dat betekent dat het grote doel in onze studie is
onszelf Gode beproefd voor te stellen. Niet van een religieuze
organisatie, van een voorganger of leraar, een vriend of familie, maar Gode
beproefd, Gods goedkeuring te hebben. Ons doel is om arbeiders te zijn die niet
beschaamd worden omdat we Gods werk op Gods manier doen.
Hoe doet u dat? Hoe krijgt u die status? Hoe wordt u Gode
beproefd, krijgt u Gods goedkeuring?
Zoals er staat: Die het Woord der waarheid recht snijdt! Dat
is de Gode beproefde, door God voorgeschreven methode om de Bijbel te
bestuderen.
Dus de sleutel om Gods goedkeuring voor uw leven te hebben,
de sleutel om de Bijbel te kunnen begrijpen is de Bijbel op Gods manier te
benaderen. Als er staat: het Woord der waarheid recht
snijden, dan moet u een rechte verdeling maken in een zaak, het is
een verwijzing naar bijbelstudie volgens de bedelingen. De Bijbel bestuderen
volgens de bedelingen. Dat is de context van 2 Tim.2:15.
Hij zegt: Recht snijden, dan impliceert dat ook dat u het
verkeerd kunt doen. Scheef. Maar u wilt niet scheef snijden, maar recht, en het
onderscheid maken in Gods Woord dat God maakt, Gods zienswijze.
Het gaat dus niet om een leerstellige verklaring of een
belijdenis van een kerk, of een menselijke traditie, maar Gods Woord, benaderd
op Gods manier, met het juiste onderscheid dat God Zelf maakt.
De vraag is: Hoe doet u dat? Ik heb een boek op mijn
boekenplank: Het scheef snijden van het woord der waarheid (Wrongly dividing the
word of thruth). Het is geschreven door iemand die tegen bijbelstudie volgens de
bedelingen is, maar hij gelooft wel dat je het Woord recht moet snijden, hij wil
alleen geen bedelingen toepassen, dat is ketterij volgens hem.
Maar ik zeg: Het recht snijden van het Woord is de Bijbel
benaderen vanuit het perspectief van de bedelingen. Wie heeft er gelijk? U wilt
het op Gods manier doen, maar hoe doet u dat?
Als Paulus degene is die tot mij zegt dat ik het Woord der
waarheid recht moet snijden, is het dan niet logisch om aan Paulus te vragen hoe
ik het moet doen? Het lijkt míj logisch, om de Bijbel te bestuderen op de manier
die Paulus zegt om het zo te doen, God heeft Paulus gezegd om het zo te doen. Ik
wil met u naar Paulus’ brieven kijken en kijken hoe Paulus heeft begrepen hoe u
Gods Woord recht moet snijden. Als ik kan ontdekken hoe Paulus het doet, hoe God
door Paulus heen mij zegt hoe ik het moet doen, dan weet ik dat ik het doe op de
manier zoals Paulus, hoe God door Paulus heen, het bedoelde voor mij om het te
doen. Als het niet past in alle andere studies of systemen, dan is dat OK, ik
houd het bij de Schrift en wat ik daar zie.
Ik wil met u spreken over bijbelstudie volgens de bedelingen.
Gebruik de termen uit de Bijbel, gebruik de Bijbel zelf en u ziet hoe Paulus het
deed.
Om te beginnen: Er komt altijd een vraag naar boven als u
begint om de Bijbel volgens de bedelingen te bestuderen: Hebreeën 13:8.
Hebr.13:8
Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der
eeuwigheid.
God verandert nooit, dus waarom kunt u zeggen dat er
veranderingen zijn in Gods programma’s door de eeuwen heen? God verandert nooit.
God Zelf in Zijn Persoon, in Zijn wezen, in Zijn karakter is gisteren, heden en
voor eeuwig Dezelfde. Maar luister, Gods handelen met de mens heeft grote
veranderingen ondergaan gedurende de geschiedenis. Veranderingen die nodig waren
omdat er veranderingen in de mens zelf waren.
Bij voorbeeld, ga met mij mee naar Genesis. Het identificeren
van deze veranderingen en Gods handelen met de mens is het basispunt waarom het
gaat in het bestuderen van de Bijbel volgens de bedelingen.
Wat is een bedeling? Een bedeling, denkt u na over het woord:
bedelen, uitdelen. Een bedeling is bepaald een programma, een bepaalde
verzameling van instructies die God toepast, die God uitdeelt voor de mens om te
gehoorzamen.
Genesis 1, er is één mens in de hof, hij heeft nog niet
gezondigd, hij komt zo uit de hand van God.
Gen.1:29
En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende
kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk
zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!
Dus wat aten Adam en Eva? Zij waren vegetariërs, zij aten
kruiden, groenten, zij aten het allemaal. Verbouw het, bewerk het, het is van
jullie om te eten. Toen Adam na zijn eerste dag thuiskwam nadat hij in de hof
had gewerkt vroeg Eva: Wat wil je vanavond eten? Heb je de Heere gevraagd wat
Hij wil dat wij vanavond eten? Adam zei: De Heere heeft gezegd dat wij alles
mogen eten. Dat is duidelijk. Maar na Gen.1 is er iets gebeurd. U herinnert zich
de zondeval? Adam en Eva aten het verkeerde, het was fruit, maar het was
verboden fruit. God veranderde niet, de mens veranderde. De tijd ging door, na
de zondvloed zegende God Noach en zijn zonen en zei:
Gen.9:1
En God zegende Noach en zijn zonen, en Hij zeide tot hen:
Zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde!
Dit is dezelfde opdracht die God aan Adam gaf in Genesis 1.
Gen.9:2-3
En uw vrees, en uw verschrikking zij over al het gedierte
der aarde, en over al het gevogelte des hemels; in al wat zich op den aardbodem
roert, en in alle vissen der zee; zij zijn in uw hand overgegeven.
Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven,
gelijk het groene kruid.
Wacht even, aan Adam en Eva gaf Hij het groene kruid. Aan
Noach, al wat zich roert, dat levend is, zij u tot
spijze… is dat niet verschillend? Ze kunnen nu vis eten. Toen Noach
uit de ark kwam veranderde God de eetinstructies: Hij zegt dat ze ook vlees
kunnen eten, vis, rundvlees, varkensvlees, ze kunnen het nemen en eten. Hij deed
het met een bedoeling, het is een andere verzameling instructies. Als Noach zou
zeggen: Nee, Heere, U zei in Genesis 1 dat ik alle kruid mocht eten. Maar nu
zegt Hij: Je kunt niet alleen kruiden eten, maar ook vlees.
Dan komt Mozes en het Israël op het toneel, en de Heere zegt
tot Israël:
Lev.11:1-2
En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende tot
hen:
Spreekt tot de kinderen Israels, zeggende: Dit is het gedierte, dat gij eten
zult uit alle beesten, die op de aarde zijn.
En dan vertelt Hij alles wat zij kunnen eten. En daarna wat
ze niet mogen eten:
Lev.11:4
Deze nochtans zult gij niet eten, van degenen, die alleen
herkauwen, of de klauwen alleen verdelen: den kemel, want hij herkauwt wel, maar
verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn;
Nu zijn er dieren die zij níet kunnen eten.
Lev.4:7
Ook het zwijn, want dat verdeelt wel den klauw, en klieft
de klove der klauwen in tweeen, maar herkauwt het gekauwde niet; dat zal u
onrein zijn.
Hier mogen ze geen varken eten.
Lev.4:10
Maar al wat in de zeeen en in de rivieren, van alle
gewemel der wateren, en van alle levende ziel, die in de wateren is, geen vinnen
of schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.
Dat betekent dat zeewolf is afgeschreven, die mag u niet
eten…
Wat zien we: We zijn van vegetariërs gegaan naar alles wat u
kunt vangen mag u eten, naar bepaalde dingen die u niet mag eten.
Hier is een man uit Mozes’ dagen. Hij zegt: Mozes, ik heb
gelezen wat u geschreven hebt in Leviticus, maar ik heb ook gelezen wat God zegt
in Genesis 9, Ik hou meer van Genesis 9, en u heeft het allebei geschreven, ik
hou het bij Genesis 9! Is het voor een man uit de tijd van Leviticus 9 goed of
fout om dat te doen?
Hij kan Genesis 9 aanhalen en toch helemaal buiten de wil van
God staan, want Gods wil voor hem is dat hij geen zwijn en geen zeewolf mag
eten.
Ik hoef me geen zorgen te maken over Leviticus, want in 1
Tim.4 zegt Paulus tot u en mij dat we het allemaal mogen eten! Dus u hoeft zich
nu geen zorgen te maken over de varkens of over de zeewolf enz.
Ziet u dat de stof over recht snijden niet nieuw is, we lezen
het door de hele Bijbel heen. Bijbelstudie volgens de bedelingen is niet iets
van de 21e eeuw, in Mozes dagen kon iemand de Schrift aanhalen en
toch buiten de wil van God staan als ze het niet aanhaalden volgens het recht
snijden.
Als ze de Schrift niet aanhaalden vanuit het programma dat
God aan hen uitdeelde.
De man uit Leviticus 11kon wel schriftuurlijk zijn in het
aanhalen van Genesis 9, maar toch buiten de wil van God zijn. God had
beperkingen gesteld voor Israël onder de wet, Hij veranderde het programma, God
veranderde niet, maar Zijn handelen met de mens veranderd. Steeds weer kunt u
het in de Schrift zien.
Ik laat u er nog één zien, en ik kan hier nog heel lang mee
bezig zijn, maar dat doe ik niet.
Mat.5:17-19
Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten
te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen.
Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een
jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.
Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal
geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen;
maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden
in het Koninkrijk der hemelen.
Dit zijn de geboden van de wet. Denkt u dat het belangrijk
is, gebaseerd op dit gedeelte, om de wet te leren en de wet te houden, en te
leven volgens de wet? Absoluut!
Maar kijk naar Paulus in:
Romeinen 6:14
Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet
onder de wet, maar onder de genade.
Denkt u dat het verschil uitmaakt voor iemand in Romeinen 6
of ze de wet houden of niet? Ja, in Mattheus 5 móet u de wet houden, en het
maakt verschil uit als u het niet doet. In Romeinen 6 kunt u beter níet de wet
houden, en het maakt verschil als u het wel doet.
Ik weet niet wat u hier mee doet, maar dit is een verschil, u
kunt hoog of laag springen, maar ze zijn verschillend. Het staat er in gewoon
Nederlands. Waarom zijn ze verschillend?
Ze zijn verschillend omdat ze in verschillende bedelings
achtergrond/ zetting staan. Uw Bijbel werkt verwarrend in uw christelijke leven
en in uw begrip van de Schrift als u Gods Woord niet recht snijdt. Laten we naar
de Bijbel kijken. Laten we kijken hoe we Gods Woord kunnen begrijpen.
Begrijp dat God nooit verandert, Zijn Persoon, Zijn essentie,
Zijn karakter, Hij is altijd Dezelfde. Maar Zijn handelen met de mens is
veranderd door de eeuwen heen, door de veranderingen in de mens. Daarom moet u
de Bijbel bestuderen volgens de bedelingen. Het is eenvoudig een tijdslijn
bestuderen, u kent het schema wel dat u uit kunt vouwen. U zet een historische
tijdslijn neer, en u identificeert daar verschillende plaatsen op wat God daar
doet. Dan herkent u de verschillen daartussen.
In Efeze 2 zien wij ook een tijdslijn. Hier geeft de apostel
Paulus ons een overzicht van zijn begrip van de manier waarop God met de
mensheid handelt.
Ef.2:11-13
Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in
het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn
besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;
Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap
Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en
zonder God in de wereld.
Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden
door het bloed van Christus.
We zien hier: Eertijds,
waarin bepaalde dingen waar waren, maar nu
zijn deze dingen niet meer zoals ze waren!
Ef.2:7
Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den
uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus
Jezus.
De kaart ziet er dus zo uit: Eertijds – Maar nu – Toekomende
eeuwen.
Zo moeilijk is dat niet. Dat is tijd: Verleden, heden en
toekomst, als u dat begrijpt, dan begrijpt u uw Bijbel. Weet u wat dat betekent?
Als ik het kan begrijpen kunt u het ook. Het wonderlijke is: Gods Woord is voor
ons, en voor ons om te begrijpen.
Wat is eertijds? Er is een onmiskenbaar karakteristieks iets
met betrekking tot eertijds:
Ef.2:11,12
Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in
het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn
besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;
Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap
Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en
zonder God in de wereld.
De nadruk ligt op het woord: genaamd.
Hier zijn mensen die elkaar met bepaalde namen noemen.
Waarom? Omdat ze verschillend zijn.
God maakt verschil tussen de besnedenen en de onbesnedenen.
Het is een fysiek, sociaal, raciaal onderscheid dat Hij maakt.
Dat is het onderscheid tussen het volk Israël en de heidenen.
Maar het is niet alleen het fysieke onderscheid dat zo reëel
is dat men elkaar namen geeft, maar zoals in vers 12 staat:
Dat gij in die tijd waart zonder Christus.
Dat fysieke verschil heeft een geestelijk gevolg. De reden
waarom God dat onderscheid heeft gemaakt tussen Israël en de heidenen, de
besnijdenis en de voorhuid, is omdat zij zonder Christus waren. De heidenen
hebben Christus niet.
Waarom? Omdat zij vervreemd waren van het burgerschap
Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende en
zonder God in de wereld. Als ik dat lees is het erg duidelijk dat het
onmiskenbare karakteristieke van eertijds in de Bijbel is dat God handelt met de
mensheid op basis van een onderscheid tussen de besnijdenis en de voorhuid.
Als ik in mijn Bijbel lees in de periode dat God handelt met
mensen op basis van het onderscheid tussen Israël en de heidenen, waar ben ik
dan?
Dan ben ik in eertijds! Hoe weet ik dat? Omdat dat gedeelte dat zegt!
Ef. 1:13-14
Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre
waart, nabij geworden door het bloed van Christus.
Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des
afscheidsels gebroken hebbende,
Er was een middelmuur des afscheidsels, en in
eertijds ging het daarom.
Als God met de mensheid handelt op basis van de afscheiding,
van Israël en de heidenen dan hebben we te maken met:
eertijds. Maar nu is die middelmuur afgebroken en nu handelt God met
iedereen op gelijke basis.
Ef.2:7
Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den
uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus
Jezus.
Met andere woorden: er zal heel wat gebeuren in de toekomst,
als God Zijn voornemen tot volle bloei zal brengen in
eertijds en in maar nu.
Maar nu en eertijds
deed Hij met een bedoeling en in de toekomende eeuwen zullen deze bedoelingen
tot vervulling komen.
We hebben dus: eertijds -
God handelt met de mens op basis van het verschil tussen Israël en de heidenen,
de besnijdenis en de voorhuid.
Bij Maar nu is dat
verschil, het onderscheid weg, wij zijn één in Christus door het bloed van
Christus, de middelmuur des afschijnsels is weg, staan nu op gelijke basis.
Dan : de toekomende eeuwen:
God zal Zijn bedoelingen volvoeren.
We gaan nog wat details bekijken:
Ef.2:11
Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in
het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn
besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;
Wij weten waar besnijdenis vandaan komt? God gaf de
besnijdenis aan het volk Israël. Hij gaf het aan Abraham om het verbond te
bevestigen dat Hij met hem maakte. Besnijdenis is eenvoudig te begrijpen in de
Bijbel. Besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt.
Gen.17:6-11
En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot
volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.
En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u
in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad
na u.
En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het
gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.
Voorts zeide God tot Abraham: Gij nu zult Mijn verbond houden, gij, en uw zaad
na u, in hun geslachten.
Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij, en tussen u, en
tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde.
En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van
het verbond tussen Mij en tussen u.
Het is een teken van het verbond dat God met Abraham maakte,
om hem tot een groot volk te maken op de aarde en door hem het beloofde land te
geven.
Gen.17:13
De ingeborene van uw huis, en de gekochte met uw geld zal
zekerlijk besneden worden; en Mijn verbond zal zijn in ulieder vlees, tot een
eeuwig verbond.
Daarom noemt Paulus het de besnijdenis in het vlees, die met
handen geschiedt.
Gen.17:14
En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuids
vlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid
worden; hij heeft Mijn verbond gebroken.
Het is serieus als u niet besneden was in eertijds werd u
uitgeroeid. Ziet u, God maakte een onderscheid tussen het volk Israël en de
andere volken van de aarde. En Hij maakte een fysiek teken van dat onderscheid
in de besnijdenis.
De reden waarom God de middelmuur begon op te trekken tussen
Zijn mensen en alle andere mensen, zodat zij afgescheiden en bijzondere mensen
werden lezen wij in Genesis 22.
Gen.22:17-18
Voorzeker zal Ik u grotelijks zegenen, en uw zaad zeer
vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en als het zand, dat aan den oever
der zee is; en uw zaad zal de poort zijner vijanden erfelijk bezitten.
En in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, naardien gij Mijn
stem gehoorzaam geweest zijt.
Waar zegt God dat de heidenen hun zegening zullen krijgen? In
Abraham, en in zijn vermenigvuldigde zaad.
Dus God zet hen hier apart als een bijzonder volk dat Hij zal
zegenen, en door hen zal Zijn zegening naar alle volken van de aarde aan. Daarom
is de middelmuur des afscheidsels daar om hen te beschermen als het uitverkoren
volk van God, door wie Zijn redding naar de volkeren zal gaan.
Het punt van de redding van de volkeren is nooit een probleem
geweest. Eertijds zou de redding naar de volkeren gaan via Israël.
Bileam verklaart met betrekking tot het volk Israël, en hun speciale status:
Num.23:9
Want van de hoogte der steenrotsen zie ik hem, en van de
heuvelen aanschouw ik hem; ziet, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de
heidenen niet gerekend worden.
God zegt: Israël zal niet onder de heidenen gerekend worden,
zij wonen alleen, apart, afgescheiden. Toen Hij hen de wet gaf, Mozes kwam met
de wet in Deut.4, en Lev.20 versterkt de wet en zegt dat als zij de afscheiding
niet in acht zouden nemen ze zouden sterven.
Wat de wet doet, met Mozes wordt deze afscheiding, de middelmuur, versterkt die
al opgericht was met de besnijdenis.
In eertijds was er die
afscheiding tussen Israël en de heidenen, de besnijdenis en de voorhuid. Dat was
de basis waarop God met de mens handelde.
De vraag is: Wanneer komen we van
eertijds in maar nu ?!
Iemand zegt: Als we bij Jezus komen en de aardse bediening
van Christus, toén is alles veranderd. Maar dat is niet zo.
Rom.15:8
En ik zeg, dat Jezus Christus een dienaar geworden is der
besnijdenis, vanwege de waarheid Gods, opdat Hij bevestigen zou de beloftenissen
der vaderen;
Let op dit vers. Jezus Christus is een dienaar, Jezus
Christus is God geopenbaard in het vlees, Hij is onze Verlosser, Die stierf op
Golgotha om al onze zonden weg te doen, Hij is opgestaan om ons leven te geven.
Maar in Zijn aardse bediening was Hij een Profeet, en in Zijn prediking was Hij
een dienaar van de besnijdenis. Heeft u zich ooit afgevraagd waarom de Heere in
Mat.10 de twaalf apostelen uitzend in hun grote opdracht? Hij zegt in:
Mat.10:5
Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven,
zeggende: Gij zult niet heengaan op den weg der heidenen, en gij zult niet
ingaan in enige stad der Samaritanen.
Weet u waarom Hij Predik niet tot de heidenen
heeft gezegd? .
Toen de Kananese vrouw tot Christus kwam in Mat.15 luisterde
Hij niet naar haar, ze ging naar de discipelen en vroeg hulp voor haar kind,
maar Jezus zei:
Mat.15:24
Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan
tot de verloren schapen van het huis Israels.
Begrijpt u dit?! In Johannes 4 komt Hij bij de put in Samaria
en zegt tegen de vrouw:
Joh.4:22
Gijlieden aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat
wij weten; want de zaligheid is uit de Joden.
De zaligheid is uit de Joden!
De meeste mensen negeren deze verzen. De meeste mensen geven
geen aandacht aan deze verzen, maar deze verzen laten u zien waarom u de verzen
over gebed, of dingen die God in uw leven zou moeten doen en die u probeert te
claimen in Mattheus, Markus, Lukas en Johannes niet werken.
Weet u waarom zij niet werken? Omdat ze niet over u gaan!
U bent daar nog steeds in eertijds.
Hoe weet ik dat?
Omdat eertijds de tijd is
dat God handelt met de mensheid op basis van het verschil tussen de besnijdenis
en de voorhuid. En overeenkomstig het getuigenis van het Woord van God, en Jezus
Christus Zelf, zijn de dingen die God daar doet, allemaal gedaan op basis van
dat eertijds onderscheid.
Zo begin ik dus opeens te begrijpen dat Mattheus, Markus,
Lukas en Johannes thuishoren op de tijdslijn van
eertijds. Waarom?
Omdat ze zich nog steeds bevinden in de tijdsperiode dat God nog steeds handelt
met de mensheid op basis van het onderscheid tussen de besnijdenis en de
voorhuid.
Dat kan u helpen, als u het gelooft! Dat kan een revolutie
teweegbrengen in uw begrip van wat God doet in úw leven.
Lukas 24:46-47
En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de
Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage.
En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle
volken, beginnende van Jeruzalem.
Beginnende van Jeruzalem? Klinkt dit naar dat er geen
onderscheid meer zou zijn tussen de Jood en de heiden? Besnijdenis en voorhuid?
Het klinkt naar dat er nog steeds iemand in het voordeel is. De discipelen
worden 40 dagen door de Heere geleerd, sprekende de dingen die het Koninkrijk
Gods aangaan.
Hand.1:6
Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende:
Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israel het Koninkrijk wederoprichten?
Heere, zult gij in dezen tijd aan
Israël het Koninkrijk oprichten? Dit programma is gericht op
Israël.
Hand.2:14
Maar Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem, en
sprak tot hen: Gij Joodse mannen, en gij allen, die te Jeruzalem woont, dit zij
u bekend, en laat mijn woorden tot uw oren ingaan.
Gij Joodse mannen, en gij allen die te
Jeruzalem woont!
Hand.2:22
Gij Israelietische mannen, hoort deze woorden: Jezus den
Nazarener, een Man van God, onder ulieden betoond door krachten, en wonderen, en
tekenen, die God door Hem gedaan heeft, in het midden van u, gelijk ook
gijzelven weet;
Gij Israëlitische mannen…
Hand.2:36
Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israels, dat God Hem
tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist
hebt.
Het ganse huis Israëls…
Op de Pinksterdag, sprekend door de Geest van God Die de
woorden in zijn mond legt, zegt hij: "Ik spreek tot u, Joden! Gij, mannen
Israëls. U komt er niet bij kijken, heidenen…"
Mensen zeggen: Wij claimen de belofte, maar u kunt
beter nagaan tegen wie het vers het heeft.
In Galaten 2:7,8 wordt Petrus beschreven als de apostel der besnijdenis, aan hem
is het evangelie der besnijdenis gegeven, dat predikt hij.
Het gaat nog door:
Hand.3:25,26
Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds,
hetwelk God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw
zade zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.
God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven eerst tot u gezonden,
dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk van u afkere van uw
boosheden.
Hebr.5:30-31
De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt,
Welken gij omgebracht hebt, hangende Hem aan het hout.
Deze heeft God door Zijn rechter hand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om
Israel te geven bekering en vergeving der zonden.
We kunnen nog doorgaan tot hoofdstuk 11. De bevoorrechte,
speciale positie van Israël, zelfs nadat ze verstrooid zijn vanuit Jeruzalem.
Hand.11:19
Degenen nu, die verstrooid waren door de verdrukking, die
over Stefanus geschied was, gingen het land door tot Fenicie toe, en Cyprus, en
Antiochie, tot niemand het Woord sprekende, dan alleen tot de Joden.
Het is duidelijk dat Mattheus, Markus, Lukas, Johannes en de
eerste hoofdstukken van Handelingen bevinden zich allemaal in eertijds! Want het
is gedurende een tijdsperiode waarin God handelt met de mensheid op basis van
het onderscheid tussen de besnijdenis en de voorhuid.
Wanneer komen we in: Maar nu?! We gaan naar Efeze 3.
Ef.3:1-5
Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Christus
Jezus, voor u, die heidenen zijt.
Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is
aan u;
Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, (gelijk ik
met weinige woorden te voren geschreven heb;
Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap, in deze verborgenheid
van Christus),
Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk
zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest;
Dat is een verborgenheid, een verborgenheid is een geheim waar mensen niets
van wisten, maar dat nu geopenbaard is.
Wat is het?
Ef.3:6
Namelijk dat de heidenen zijn medeerfgenamen, en van
hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het
Evangelie;
Ziet u, er is nú iets geopenbaard door de apostel Paulus,
waarvan hij zegt dat het een verborgenheid was.
Ef.3:9
En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de
gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in
God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus;
Maar nu is het geopenbaard. Zo duidelijk als het verslag met
betrekking tot eertijds is, is het verslag in de Schrift duidelijk met
betrekking tot: maar nu. Het is ook zeer duidelijk dat de apostel Paulus het
instrument was die de Heere Jezus Christus vanuit Zijn hemelse heerlijkheid
gebruikte om het programma van genade uit te zenden naar de heidenen.
Hij deed het door een boodschap die Hij: de verborgenheid
noemde, een geheime boodschap. Een boodschap die Hij eertijds niet aan de mensen
had geopenbaard. Iets dat Hij geheim had gehouden in Zichzelf.
Daarom zien we in het
het gele gedeelte dat weggevouwen kan worden, de geheime periode.
De grote verdeling in uw Bijbel is tussen:
Eertijds en Maar nu.
De scheidslijn daartussen is de redding, roeping van de
apostel Paulus.
Die scheidslijn loopt tussen wat de Bijbel noemt:
Profetie en geheimenis.
Hand.3:21
Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der
wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn
heilige profeten van alle eeuw.
Petrus weet waar hij zich bevindt in het programma van God.
Petrus zegt dat de heilige profeten hebben gesproken van alle eeuw, dat is
profetie. Vergelijk dat met Romeinen 16:25.
Rom.16:25-26
Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn
Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der
verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest;
Maar nu geopenbaard is, en door de profetische Schriften, naar het bevel des
eeuwigen Gods, tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend is
gemaakt;
Maar nu geopenbaard is! Hier is de maar nu tijd.
Rom.3:21
Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden
zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:
Deze verborgenheid, deze geheime boodschap,is de prediking
van Jezus Christus overeenkomstig dit niet geprofeteerde programma, die
verborgen is gehouden van de tijden der eeuwen.
Wanneer is de verdeling ontstaan? Niet met
Johannes de Doper, niet met de aardse bediening van Christus,
niet met de komst van de Heilige Geest op het Pinksterfeest.
De verdeling begint in de Schrift met de bediening van de apostel Paulus.
En de grote scheidslijn in de Bijbel tussen wat de Bijbel noemt
profetie en geheimenis,
is de manier waarop zij zijn geopenbaard.
Tussen God’s doel met het volk Israël en Zijn doel met het
lichaam van Christus, dat zijn degenen die er bij betrokken zijn.
Tussen het programma van de wet en van de genade, dat zijn de
programma’s waaronder zij werken.
Zijn doel met de aarde en Zijn doel met de hemel, dat zijn de sferen van
werking.
En de grote scheidslijn tussen eertijds en maar nu begint met de roeping van de
apostel Paulus.
Hoe kan God met ons handelen zonder Israël?
Dat is deel van de verborgenheid. De geheime boodschap die
Hij Paulus gaf had te maken met het afbreken van de middelmuur des afscheidsels,
en dat Hij de Jood en de heiden zou nemen en tot één geestelijke eenheid maken,
genaamd het lichaam van Christus, op gelijke basis, door geloof alleen in het
kruiswerk van de Heere Jezus Christus, daarom zegt hij in:
Rom.11:11-12
Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen
zouden? Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid den heidenen geworden,
om hen tot jaloersheid te verwekken.
En indien hun val de rijkdom is der wereld, en hun vermindering de rijkdom der
heidenen, hoeveel te meer hun volheid!
Wat gebeurde er met Israël? Nu, vandaag is het niet door de
heerlijkheid van het Koninkrijk, maar door de val van Israël dat de redding naar
ons kwam. God zette Israël opzij en zond de redding naar ons, niet door het
profetische programma te veranderen, maar Hij onderbrak het en voegde een nieuw
programma in. Nu hebben wij geen redding door Israël, maar ondanks, zonder
Israël.
Rom.11:13
Want ik spreek tot u, heidenen, voor zoveel ik der
heidenen apostel ben; ik maak mijn bediening heerlijk;
Zeg mij, bent u een heiden? Dat vers betekent iets voor u als
u er één bent. Als u een heiden bent, en u bent er één. God heeft de speciale
status van Israël weggenomen en behandelt nu alle volkeren gelijk.
Alle volken staan op gelijk niveau voor God, er is nu geen speciale nationale
status voor God.
Wie is de apostel van de heidenen? Paulus! Wie is dan uw apostel?!
Zoals Mattheus, Markus, Lukas, Johannes en het begin van
Handelingen voor Israël is, zijn Romeinen tot en met Filemon, zijn Paulus’
brieven Gods Woord voor u.
Paulus zegt: Ik spreek tot u, heidenen, ik ben degene die Jezus Christus zond om
tot u te spreken.
1 Kor.14:37
Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijke,
die erkenne, dat, hetgeen ik u schrijf, des Heeren geboden zijn.
Weet u waar u Gods Woord voor u kunt vinden in Gods Woord?
Wij zijn niet de enige mensen in Gods programma, Hij heeft mensen in het
verleden en in de toekomst, zij verdienen een gedeelte van de Bijbel over hen,
zoals ook u een gedeelte over u.
Recht snijden heeft niets te maken met verwarring tussen die
twee en met wie u niet bent, maar juist de herkenning wie u bent.
Eertijds, de aardse
bediening van Christus in Mattheus, Markus, Lukas en Johannes. Het boek
Handelingen begint met eertijds, en
introduceert de veranderingen naar maar nu.
In Romeinen tot en met Filemon heeft u maar nu, dat is Gods Woord voor ons, over
ons. Wat God doet in de bedeling van genade.
Wat is het eerste boek na Paulus’ brieven? Hebreeën.
Hebreeën tot en met Openbaring worden de Hebreeuwse brieven genoemd, omdat God
nog veel heeft te doen in de toekomende eeuwen met het volk Israël.
Dus Hebreeën tot en met Openbaring gaat over de toekomende
eeuwen.
Houd goed in gedachten:
-
Mattheus, Markus, Lukas, Johannes, de aardse bediening
van Christus voor Israël.
-
Het boek Handelingen, de val van Israël, de redding gaat
naar de heidenen.
-
Romeinen tot en met Filemon, dat zijn wij.
-
Hebreeën tot en met Openbaring, de toekomende eeuwen.
Is het niet interessant dat de inhoud van de Bijbel er staat
zoals het is?
God heeft de boeken in de Bijbel zo geordend dat ze de manier
waarop Zijn programma verloopt representeren. Dat is de reden waarom de boeken
zo staan in uw Bijbel, ze zijn daar met precisie geplaatst. U moet alleen
begrijpen dat als u het Woord der waarheid recht snijdt, als u het doet zoals
Paulus het deed, dat u eertijds, maar nu en de toekomende eeuwen herkent.
Misschien begrijpt u misschien niet alle verzen in de boeken,
maar u weet in ieder geval waar zij thuis horen, zodat u ze kunt bestuderen
zoals ze bedoeld zijn, en u in staat zult zijn om ze te begrijpen gebaseerd op
waar zij thuishoren in het programma van God.
Dat is belangrijk. Jezus Christus zei:
Die ontvangt die Ik zend, ontvangt Mij en hij die Mij ontvangt, ontvangt Hem
Die Mij zendt.
Jezus Christus zendt de apostel Paulus naar u en mij, als
Zijn woordvoerder voor ons, en alleen in Paulus brieven vinden wij de leer,
wandel, bestemming en taken van het lichaam van Christus voor vandaag, onze
post. En het maakt verschil, want zonder het recht snijden van het Woord der
waarheid zal Gods Woord allesbehalve nuttig zijn in uw leven.
Bijbelstudie volgens de bedelingen is de sleutel om de Bijbel
te kunnen begrijpen.
Ik heb u veel informatie gegeven, maar wat u heeft geleerd
zal u helpen.
Als u nu Mattheus, Markus, Lukas, Johannes en het begin van
Handelingen leest en u probeert de dingen te begrijpen die God daar doet en u
probeert ze in de ervaring van uw leven in te voegen, dan merkt u dat het niet
werkt… In plaats van gefrustreerd te zijn en te denken dat God niet van u houdt
of dat er iets fout is met u, erken dat het niet over u gaat, u bent Israël
niet, en u werkt niet onder Israëls’ programma.
Ga naar de brieven van Paulus en zie wie u werkelijk bent, en
hoe het werkt. U moet weten waar u zich bevindt in het programma van God en hoe
uw geloof rust op een helder begrip van Gods Woord tot u!
Gebed:
Vader, dank U voor Uw Woord, niet alleen voor het feit dat
wij het in ons bezit hebben, maar dat U het aan ons heeft gegeven op een manier
dat wij het kunnen begrijpen. Dat het zichzelf uitlegt aan ons, en ons een
helder begrip geeft van wie wij zijn in het doel en plan van Uw programma. Wij
danken U voor dat voorrecht, wij weten dat het allemaal is gebaseerd op wie U
bent en op wat U voor ons heeft gedaan in de Heere Jezus Christus. En het is in
zijn naam dat wij ons verblijden en U danken, Amen.
www.GenadeBijbel.nl