Is 1 Johannes 1 een deel
van God's wil in deze tegenwoordige bedeling van Genade?
"Indien wij
onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden
vergeve
en ons reinige van alle ongerechtigheid ." ( 1 Joh. 1 : 9 )
Schuld is moordend. Moordend voor onze
vreugde, voor onze vrede, ons genieten van
intimiteit met God. Het is één van de meest effektieve wapens van satan tegen de
mensheid.
Psychiaters en dokters beweren dat onopgeloste schuld de voornaamste
oorzaak is van
psychische problemen en zelfmoord. Meer dan de helft van de ziekenhuisbedden
zijn
bezet door mensen die psychische problemen hebben.
Schuld maakt relaties kapot tussen mensen
maar ook met God. We kunnen niet vrijwillig
anderen vergeven zonder dat we eerst vergeving hebben ontvangen van God.
Onze genadige en liefdevolle Vader heeft
voorzien in een volle en komplete verlossing van
zonden en schuld. Maar als we een leugen geloven en niet omgaan met schuld
zoals God
daarmee om is gegaan , dan raken we in de strik en dat wordt dan het meest
pijnlijke en
geweldadige wapen tegen ons.
Schuld is het morele gevoel van afkeuring
dat een ieder van ons voelt als we weten dat we
verkeerd hebben gedaan. Het hoeft niet persé slecht te zijn want het vertelt ons
dat we hebben
gezondigd en dat er wat aan gedaan moet worden. Net zoals ons lichaam pijn heeft
als we ziek
zijn of gewond, zo zou ons , van God gegeven geweten, gepijnigd worden als we
dat wat goed
is geweld aandoen.
Om te beginnen moeten we ons realiseren dat
God niet door de hele bijbel op dezelfde manier
omging met het zondeprobleem. Dit is uiterst belangrijk om te weten , omdat
problemen die te
maken hebben met schuld, vaak erger worden gemaakt door mensen die
proberen God's bevelen
te gehoorzamen die werden gegeven aan mensen uit andere bedelingen.
Bijvoorbeeld: Onder de wet van Mozes
moesten de kinderen van Israël "hun zielen verootmoedigen
" omdat de hoge priester boete deed voor hun zonden door dierlijke offers.
( Lev. 16: 29 -31 ) De schrijver van
Hebreeën weidt uit over deze Grote Verzoendag en het onvermogen
van de wet om te voorzien in komplete vergeving.
1Want de wet, hebbende een schaduw der toekomende goederen, niet het
beeld zelf der zaken, kan
met dezelfde offeranden, die zij alle jaren geduriglijk opofferen, nimmermeer
heiligen degenen, die
daar toegaan.
2 Anderszins zouden zij opgehouden hebben , geofferd te worden, omdat degenen,
die den dienst
pleegden, geen geweten meer zouden hebben der zonden, eenmaal gereinigd geweest
zijnde;
3 Maar nu geschiedt in dezelve alle jaren weder gedachtenis der zonden.
4 Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken de zonden
wegneme .
Hebr. 10: 1-4
Hoewel dit een barmhartige voorziening was
voor Israël in die tijd, was de wet ontoereikend om de
aanbidders een perfekt geweten te geven met betrekking tot het zondeprobleem.Het
feit dat het
offeren steeds herhaald moest worden was een constante herinnering dat
God's vergeving bij
stukjes en beetjes werd gegeven, dat wil zeggen op afbetaling. Het was nooit af.
Er werd van God's mensen verwacht dat ze
hun zielen betreuren en verootmoedigen, dit is het
tegenovergestelde van een volmaakt geweten. In werkelijkheid verre van een
bevredigend antwoord
voor schuld, vertelt Paulus ons in niet twijfelachtige termen waarom de wet
gegeven was:
Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt
tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle
mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij. ( Rom. 3 : 19
)
God gaf genadig de wet van het
offeren om de zonden van deze mensen tijdelijk te bedekken, totdat
het "kostbaar bloed van Christus " vergoten kon worden om zo eeuwige verlossing
af te kopen voor ons.
Degenen die leefden voor het Kruis kregen verlossing "op krediet "om het zo maar
even te zeggen,
totdat de volheid der tijden zal aanbreken en de volledige verwijde-ring van
onze zonden.
Zelfs in delen van wat we noemen het Nieuwe
Testament, was vergeving voorwaardelijk en dus niet
volledig. ( Matt. 6:12,14,15; 18:34,35; Markus. 11: 25,26; Lukas 6: 37 )
De openbaring van het Geheimenis door de
apostel Paulus van de opgenomen verheerlijkte Christus,
was vanuit Mattheüs tot Johannes gezien nog toekomst. En dus bleef de hoeksteen
van de Goddelijke
openbaring over de totale vergeving van zonden weg tot die tijd.
Dit is zeer essentieël om de rest van onze studie te begrijpen.
Met dit in gedachten is er één vers in de
bijbel die volgens deze schrijver veel leed en schade heeft
veroorzaakt aan de mensen van God. Niet omdat het vers zelf fout is, want al de
Schrift is ingegeven
door God en goed voor ons, maar omdat religieuze leiders de
originele bedoeling zo slecht hebben
geïnterpreteerd en verkeerd hebben toegepast.
Wat het allemaal nog erger maakt is, dat
het niet komt van de vijanden van Christus maar
van oprechte, gerespecteerde Bijbel gelovige Christenen.
Het vers waar ik het over heb is 1
Johannes 1 : 9. Om het vers in z'n contekst te bekijken vraag ik u
eenvoudig om de volgende teksten in gebed te overwegen van 1 Joh. 1 :
1-10.
"1Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien
hebben met
onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het
Woord
des levens ;
2 (Want het Leven is geopenbaard, en wij hebben het gezien, en wij
getuigen , en verkondigen
ulieden dat eeuwige Leven, Hetwelk bij den Vader was, en ons is
geopenbaard.)
3 Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat
ook gij met ons
gemeenschap zoudt hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met den Vader, en met
Zijn
Zoon Jezus Christus.
4 En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap vervuld zij .
5 En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u
verkondigen, dat God een
Licht is , en gans geen duisternis in Hem is.
6 Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben, en wij in de
duisternis wandelen, zo
egen wij, en doen de waarheid niet.
7 Maar indien wij in het licht wandelen , gelijk Hij in het licht is , zo
hebben wij gemeenschap met
elkander, en het bloed van Jezus Christus , Zijn Zoon, reinigt ons van alle
zonde.
8 Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons
zelven, en de waarheid is in
ons niet.
9 Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij
ons de zonden vergeve,
en ons reinige van alle ongerechtigheid.
10 Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, zo maken wij Hem tot
een leugenaar, en Zijn
woord is niet in ons. "
Bent u ervan overtuigd dat u vers 9
begrijpt in z'n context? Laten we dat eens bekijken. Alhoewel men
vele variaties van uitleggingen heeft over dit vers zullen we hier de drie meest
populaire noemen.
1.
Het is een vers van redding, en het vertelt de zondaar hoe hij
vergeving van zonden kan ontvangen
vandaag de dag.
2.
Het is een vers van herstelling.
a. herstellen van
redding. b. herstellen van gemeenschap.
3.
Het is een vers dat betrekking heeft op het profetische
Koninkrijksprogramma van de Joden en het
heeft weinig tot geen toepassing op de heidenen in het
Lichaam van Christus in het programma van
het geheimenis van vandaag.
Voorlopig wil ik de nummers 1 en 3
overslaan en me direct met nummer 2 bezighouden. De andere
twee zullen vanzelf duidelijk worden als we het stuk gaan begrijpen. Het deel 2
a is het meest
eenvoudig te beantwoorden.
Dit is de visie dat een gered persoon weer verloren kan gaan door terugval,
vleselijkheid, het
verliezen van het geloof enz.
Vaak wordt aan een persoon verteld dat zijn
zonden zijn vergeventot de tijd dat hij
gered is. Vanaf dat
moment zijn de verdiensten van Christus dood alleen voordelig voor hem als hij
zijn zonden altijd
belijdt bij God en dus gereinigd blijft voor Zijn aangezicht.
Ten
eerste wordt de wedergeboorte besproken als een éénmalige ervaring.
Er is geen bijbelvers dat
spreekt over opnieuw geboren worden en opnieuw en opnieuw.
Tijdens mijn studentenjaren nam ik met wat vrienden deel aan een kampeer
ontmoeting van drie
nachten.
Ik kon het niet helpen dat het me opviel dat dezelfde mensen iedere avond na de
dienst naar
voren gingen om vergeving te ontvangen.
Op een avond haalde de evangelist 1 Joh. 1 :9 aan, en zei, dat een ieder
die zijn zonden niet had
beleden, niet in de hemel kon komen.
Toen ik hem hierover aansprak na de
bijeenkomst, gaf hij uiteindelijk toe dat Johannes waarschijn-
lijk de grotere vormen van zonden bedoelde. Deze visie onderstreept weer een
ander probleem.
Hoeveel zonden liet God aan Adam en Eva toe voordat Hij ze wierp uit Zijn
tegenwoordigheid in de
hof van Eden? Slechts één! En ze aten alleen maar een stuk fruit waarvan God had
gezegd dat ze het
niet mochten eten.
Hoeveel onvergeven zonden denkt u dat er
nodig zijn om u uit het eeuwig durende vuur te houden?
Slechts één! God is heilig en zuiver en kan geen zonde of ongerechtigheid
aanzien.
Als je vergeving afhangt van het belijden van je zonden dan mag je er wel goed
op letten dat je er
zelfs geen één vergeet.
De tweede reden dat 1 Joh. 1:9 niet een herstel van redding kan betekenen is,
dat het eeuwig leven
een gift is. Het wordt gegeven door God's genade , niet alleen aan degenen die
het niet
verdienen, maar aan degenen die juist het tegenovergestelde verdienen. Als God
Zijn gift zou
terugtrekken zou dat Hem genadiger maken voor Zijn vijanden dan voor Zijn
kinderen.
God trekt Zijn gift niet terug als je het niet meer verdient. We hebben het
nooit verdiend.
Ten derde wil God dat wij van de gift van redding kunnen genieten. Redding is
van de
Here.De enige verantwoordelijkheid van de mens is te geloven. Wil God dat wij
door ons Christelijk
leven lopen met een wolk boven onze hoofden? Degenen die geloven dat hun
vergeving afhangt van het
steeds maar weer belijden van hun zonden zullen algauw ervaren dat hun ervaring
van Christen zijn
"Een dag van
duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid",
zal worden.
De Schrift vertelt ons, dat wij verzegeld
zijn met de Heilige Geest tot de dag der verlossing, vanaf het
moment dat wij geloven dat de Here Jezus voor ons stierf en weer is opgestaan.
Niets kan ons scheiden van de liefde van
God, welke is in Christus Jezus onze Heere. Ef. 1:13,14.
Rom. 8: 31-38. Met het evangelie van genade hebben we het genoegen om
de totale vergeving
van zonden te verkondigen. Dit geeft vrede, blijdschap en evenwicht. Hierover
later meer.
Nummer
twee hierboven spreekt ook van herstel. Niet voor redding of zelfs
om het te behouden,
maar meer over gemeenschap. Degene die deze visie onderschrijven begrijpen
duidelijk de leer van
de eeuwige zekerheid en de behoudenis van de heiligen.
Het punt in deze tijd is, het vertrouwen in de Hemelse Vader. Onze relatie is
net als de rots van
Gibraltar, rotsvast en onbeweegbaar. Maar aan de andere kant is onze gemeenschap
( zo wordt ons
verteld ) als een dun draadje dat al kan breken bij de minste zondige gedachte,
woord of daad.
Het beste voorbeeld van zo’n gemeenschap is
die tussen een vader en een zoon. Als een zoon zondigt
tegen zijn vader dan is het vertrouwen waar ze eerder zo van genoten verbroken,
en het plezier
van elkaars gezelschap geforceerd.
De bloedband van vader en zoon blijft
bestaan, maar de gemeenschap moet worden hersteld door het
toegeven van fouten. Op dezelfde manier hebben Christenen een bloedband met onze
Hemelse Vader
door Zijn Zoon Jezus Christus.
Terwijl niets onze relatie kan verbreken als kinderen van God, de gemeenschap
kan alleen worden
hersteld door het bekennen van zonden en het liefst met een onderpand zodat de
aanval niet herhaald
wordt.
Dit brengt opnieuw de vreugde van gemeenschap tot stand, en het plezier waarmee
beiden, Vader
en zoon met elkaar om kunnen gaan.
Gelovigen die dit willen praktizeren
spreken vaak van : “ Kort rekenschap afleggen aan God “
Dat betekent eigenlijk, dat je er zeker van
moet zijn dat je je zonden regelmatig voor God belijdt,
zodat je schuld niet wordt opgebouwd met onbeleden zonden. Psalm 32, 51, en Joh.
13: 1-20
worden vaak aangehaald om deze positie te bevestigen.
Deze visie op 1 Joh. 1: 9 is meer aan te
bevelen dan de vorige. “Erkennen is goed voor de ziel” is een
waarheid als een koe voor alle leeftijden en alle bedelingen. Inderdaad,
Spreuken 28: 13 zegt:
”Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn: maar die ze bekent
en laat, zal barmhartigheid
verkrijgen.”
In mijn vormende jaren als Christen leek
deze visie mij logisch, evenwichtig en goed. Ik kende veel
bijbelleraars die dit leerden. Maar door de jaren heen echter, geloof ik dat de
Geest mijn geweten
prikkelde, om mij tekortkomingen te laten zien met betrekking tot deze
visie .
Daaronder waren:
Het gaat uit van een systeem van
voorwaardelijke zegening, en het leidde mijn blik af van
Christus en Zijn Genade voor mijn getrouwe ( of gewoonlijk falend )
belijden.
Als het waar zou zijn wat ik
geloofde voor wat betreft het belijden van zonden, dan zou ik de
meeste tijd zonder gemeenschap zijn net als de meeste gelovigen.
Er waren veel dingen in 1 Joh. 1 die
onverenigbaar zijn met deze visie.
Met betrekking tot het populaire
voorbeeld van vader en zoon, zijn er vele retorische vragen te
stellen om te laten zien hoe zwak dat is. Wat als de zoon zijn fouten niet
toegeeft? Moet de vader
hem blijven negeren tot hij dat wel doet? Wat voor vader zou dat hem maken?
Zou dit een passend
plaatje zijn voor hoe onze Hemelse Vader met Zijn kinderen omgaat in deze
tijd van Genade?
Verder beschrijft de zin “ trouw en juist “meer een geschikte rechter in een
rechtszaal dan een
vader in de huiskamer.
Ik moest heel eerlijk naar mezelf
toegeven dat ik het zeer moeilijk vond om elke dag mijn zonden
te belijden op een konsekwente basis.
De visie van 1 Joh. 1:9 moet
noodzakelijkerwijs een groot deel in het leven van een gelovige
innemen. Zonder regelmatig belijden van zonden wordt de belofte van
voortgaande reiniging
gereduceerd tot nul en dat resulteert in een verbroken gemeenschap. En wie
wil er zonder
gemeenschap met God zijn?
Paulus, de apostel van de heidenen,
zwijgt in al zijn brieven over belijdenis van zonden tot
vergeving.
De brieven van Paulus geven ons een
positieve zekerheid van totale, komplete
en onvoorwaardelijkevergiffenis voor iedereen die in Jezus Christus is.
Een paar voorbeelden moeten genoeg zijn:
“In welken
wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namenlijk de vergeving der misdaden,
naar den
rijkdom Zijner genade.”Efeze 1 : 7
“Maar zijt jegens
elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in
Christus ulieden vergeven heeft.” Efeze 4 : 32
“En Hij heeft u ,
als gij dood waart in de misdaden en in de voorhuid uws vleses, mede levend
gemaakt
met Hem, al uw misdaden u vergevende.” Kol. 2 : 13
Nu spreken we over vergeving voor de
gelovige van vandaag als een zaak die is afgehandeld,
verleden tijd. We smeken niet om dagelijkse vergeving meer dan we om
dagelijkse verlossing zouden
moeten doen. Het is een deel van “alle geestelijke zegeningen “waarmee we
al gezegend zijn. Ef.1:3
Raadpleeg voor meer vermeldingen over vergeving in de leer van Paulus, in
deze tegenwoordige
bedeling van Genade van God, de volgende verzen: Kol. 1 :14, 3: 13;
Rom. 4: 5 – 8; Hand. 13: 38, 39.
Het is duidelijk naar voren gekomen dat we
een betere uitleg moeten vinden voor 1 Joh. 1 :9.
Een goede plaats om te beginnen is in
de context in vers 6.
“Indien wij
zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben, en wij in de duisternis wandelen, zo
liegen
wij , doen de waarheid niet.”
De hamvraag is deze: Zijn degenen die “in
de duisternis wandelen “gelovigen of ongelovigen? Het is
absoluut kritiek hoe we deze vraag gaan beantwoorden, voor de interpretatie van
deze tekst.
Als het vleselijke, ongehoorzame, gevallen gelovigen zijn die in duisternis
wandelen, dan
liegen ze over gemeenschap met God. Het belijden van zonden in hun leven en het
“wandelen in het
licht “zal de gemeenschap herstellen.
Er kan echter vanuit de Schrift bewezen
worden dat het ongelovigen zijn die op een onware manier
gemeenschap uitoefenen. De positie van geen gemeenschap hebben met God valt
uitelkaar, want
niemand kan iets herstellen wat ze nooit gehad hebben.
Vergelijk de volgende drie verzen om te zien wat het is:
Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben,
en wij in de duisternis wandelen, zo liegen
wij, en doen de waarheid niet. 1 Joh. 1:6
Maar die zijn broeder haat, is in de duisternis, en
wandelt in de duisternis, en weet niet, waar hij
henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind.1 Joh. 2
:11
Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een
doodslager; en gij weet, dat geen doodslager het eeuwige
leven heeft in zich blijvende.1 Joh. 3 : 15
Bekijk aandachtig de relatie die deze verzen hebben en wat ze leren.
Hij die z’n broeder(2) haat “ wandelt in duisternis.”
Een iegelijk die zijn broeder haat is een doodslager.
Geen moordenaar heeft eeuwig leven in zich.
Conclusie: Degenen die in duisternis wandelen hebben geen eeuwig leven , met
andere
woorden,het zijn ongelovigen. Als dit eenmaal duidelijk is geworden aan de
lezer, dan valt de
theorie
over herstel van de gemeenschap met God als een kaartenhuis inelkaar.
Verwijder alle twijfels uit je gedachten. Een overeenstemmende studie van de
Schrift laat
zien dat de konsekwente algemene benoeming van duisternis, of het nou
algemeen in het Woord
van God , of speciaal in de brieven van Johannes is, gaat over de ongereddenen.
Ik kan enkele lezers bezwaar horen maken: “Wacht eens even broeder Ken!! Hoe zit
het met de
man uit 1 Kor. Hoofdstuk 5, die ontuchtig leefde?
Hoe zit het met de gelovigen uit Galaten die “wijkende van Degene Die u in
de genade van
Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander evangelie.”? ( Gal.
1:6 )
En hoe zit het met Petrus die door Paulus moest worden bestraft vanwege zijn
hypocrisie ten
opzichte van de heidenen? ( Gal. 2: 11-14 )
Kun je niet zeggen dat zijn in duisternis wandelen? Absoluut niet. Het zal
de lezer helpen te
begrijpen dat Johannes zich niet richt tot hoe
ze wandelen, maar waarze wandelen. Het is
hun
eeuwigdurende positie in Christus.
Alle ongelovigen hebben hun positie buiten Christus en wandelen dus in
duisternis. Alle gelovigen in
Christus, of het nu tijdens het Koninkrijkprogramma of in het Lichaam van
Christus is, hebben hun
positie in Hem en wandelen in het licht. Een gelovige kan niet meer in
duisternis wandelen net
zomin als een ongelovige in het licht kan wandelen. (3)
Met dit in gedachte, wordt meteen duidelijk wat het nut is om
onderstaande tekst te begrijpen:
“Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben
wij gemeenschap met
elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle
zonde.”1 Joh. 1:7
Bemerk de natuurlijke voorwaarde bij deze belofte. Het reinigen door het bloed
hangt af van of we
in het licht wandelen. Inderdaad, alle 5 de verzen in dit gedeelte beginnen met:
indien.
Het is een test van geestelijke realiteit. ( verzen 6-10 )
Jarenlang was ik hierover in verwarring. Ik las het alsof het wilde
zeggen: “Als we wandelen
volgens
het licht, dan reinigt het bloed van Christus ons van al onze zonden.”
Ik dacht dat het betekende dat als ik alle geboden van God zorgvuldig
gehoorzamen zou, en
zou wandelen volgens het licht, dat Hij me dan zou reinigen , en dit was
eigenlijk een andere
manier om te zeggen dat ik gereinigd was terwijl ik geen reiniging nodig had.
Echter, als het vers goed wordt begrepen dan zien we dat de gemeenste zondaar
gereinigd wordt als hij
komt in het licht van God door het geloof in Jezus Christus. Het zegt
niet: “Als we volgens het licht
wandelen”, maar er staat: “Als we IN
het licht wandelen”. Het is nogmaals,
WAAR
we wandelen en
niet HOE we wandelen.
We wandelen in de tegenwoordigheid van God in een eeuwigdurende positie.
1.
We hebben niet de Rooms Katholieke traditie van zonden biechten aan een priester
genoemd, maar
een vers van Paulus moet voldoende zijn om de fout van deze
traditie te laten zien. “Want er
is….èèn Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.”
1 Tim. 2:5
2.
Merk op dat het woord “broeder”in deze
passage niet betekent dat degene die haat een
gelovige is.Er wordt het broederschap tussen Joodse
broeders , dus een relatie vanwege het ras,
mee bedoeld. Beschreven in Rom. 9:3. Ook al waren ze
bloedverwanten in het vlees, in de brieven
van Johannes zie je heel duidelijk dat een Jood die
gelooft in Jezus Christus, voorbereid moet
zijn om de haat en wraak te verduren van zijn
ongelovige broeders in Israel.
3.
Dit is waarom zonde in het leven van een
gelovige zo ernstig is. Als een gelovige zondigt, doet
hij dat “in het licht.” Een voorganger hield eens een
preek over “de zonden van de heiligen.”
Naderhand benaderde een vrouw hem die zei: “Maar voorganger,
de zonden van gelovigen zijn
niet hetzelfde als die van heidenen.” “Ja “ antwoordde
de voorganger, “ze zijn veel erger!”
Dit is de vierde keer dat we bij het woord
“gemeenschap” komen. ( vers 7 ) Hoe moeten we dit woord
in z’n verband verstaan? Dit is belangrijk omdat het het belangrijkste
onderwerp is in het hoofdstuk.
Het originele woord voor gemeenschap in het Grieks wordt vertaald als “koinonia
“, en dat betekent
alles gemeenschappelijk hebben, gemeenschap. Zoals het bijbelse woord “
heiligmaking “, heeft het
een aspect van positie en voorwaarde in zich.
In de brieven van Paulus wordt gesproken
over gemeenschap als:
Aan de arme heiligen
geven.( 2 Kor. 8 :4; Rom. 15: 26, 27).
Bijdragen aan de
dienaren van de Heere in de bediening. ( Filip.
1:5; 4: 15-19; Gal. 6:6 ).
De gemeenschap in het
lijden van Christus.( Filip. 3:10 2 Kor. 11:
23-33).
Het Avondmaal.
( 1 Kor. 10:16 ).
Dit zijn voorbeelden van voorwaardelijke
gemeenschap. Ofwel, we kunnen weigeren om de arme
heiligen te geven, het geven van giften voor onze dienaren van de Here negeren,
voorkomen
dat we moeten lijden in Zijn Naam, en ervoor kiezen niet te delen in het
herdenken van de dood
van Christus voor ons. Ik geloof echter dat in het Nieuwe Testament wordt
geschreven
over gemeenschap als een positie, blijvend en het eigendom van iedere gelovige
in Christus
Jezus. Zulke gemeenschap hoort bij alle ware gelovigen ongeacht geestelijke
groei of toewijding.
Als er ook maar enige gelovigen in de bijbel waren die leefden in een gebroken
gemeenschap, dan
waren dat wel de Korinthiers.
a.Er waren vleselijke verdeeldheid en twisten onder hen. ( 1 Kor.
1:10-13; 3: 1-3 ).
b.Ze werden verblind door wereldlijke wijsheid. ( 1 Kor. 1: 18-2:5; 3:
18-23).
c.Ze veroordeelden dingen die ze niet zouden moeten veroordelen en ze
lieten het na de dingen
te oordelen die juist wel veroordeeld moesten worden.
( 1 Kor. 4:1-5; 5; 6)
d.Ze stonden sexuele imoraliteit toe in de gemeente en ze waren er trots
op.(1 kor. 5: 1,2 )
e.Ze brachten elkaar voor het gerecht voor de ongelovigen.( 1 Kor. 6:
1-12 )
f.Ze bezochten de hoeren ( 1 Kor. 6: 13-20 )
g.Ze waren trots op hun kennis en ze lieten zwakkere broeders struikelen.(
1 Kor. 8)
h.Ze hadden vragen bij de autoriteit van Paulus en zijn apostelschap.( 1
Kor. 9:1-6).
i.Ze waren onderhevig aan afgoderij door het begeren van duivelse dingen.(
1 Kor. 10).
j.Er was wanorde in de gemeente, ook het bespottelijk maken van het
Avondmaal des Heeren.
(1 Kor. 11 ).
k.Ze waren bekoord met geestelijke gaven maar verzuimden om ze in
liefde te beoefenen.
( 1 Kor. 12 –14 ).
l.Ze twijfelden over de opstanding. ( 1 Kor. 15: 12 – 19 ).
m.En of dit alles nog niet genoeg was, ze waren vrekkig in het geven van
hun bijdragen aan
de arme heiligen.
( 2 Kor. 8; 9 ).
Met al deze zonden in de gemeente zou je niet denken dat ze gered zijn. Maar
Paulus noemt
ze, geïnspireerd door de Heilige Geest, “ de Gemeente
God’s
en “den geheiligden in
Christus Jezus, den geroepen heiligen.”
( 1Kor. 1 :2 ).
Bovendien was er
geen bevel dat ze hun zonden moesten belijden om zo vergeving te ontvangen
en herstel van de gemeenschap. In tegendeel, Paulus verzekert hun ervan dat
God is getrouw,
door Welken wij geroepen zijn tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus
onzen Heere
1 Kor. 1 :9 Het is gemeenschap gebaseerd op God’s getrouw zijn.
Ondanks alle
zonden, fouten en tekortkomingen van deze gemeente, waren ze “ in Christus
“
en zodoende een deel van “de gemeenschap van Zijn Zoon
“.
Wat hadden ze gemeenschappelijk met Jezus Christus? Zij
deelden Zijn leven,
Zijn rechtvaardigheid, Zijn acceptatie voor God de Vader. ( Kol. 3: 4; 2 Kor.
5: 21; Ef. 1:6). Dit alles is voor alle gelovigen in Christus de genadegift, apart van
de werken, en vormt
de gemeenschap die blijvend is in Hem.
De gemeenschap
van 1 Joh. Hoofdstuk 1 moet zeker in hetzelfde licht worden bezien.
Wat is , in z’n context, dat deze gelovigen gemeenschappelijk hebben met
“de Vader, en met
Zijn Zoon Jezus Christus “? Eeuwig leven ( verzen 1 en 2). Jezus Christus als
het Levende Woord
is de belichaming van dat leven.
Er is een
wonderbaarlijke parallel tussen de verzen 7 en 9. Het kan als volgt worden
weergegeven:
Vers 7: “Maar indien wij in het licht wandelen,gelijk Hij
in het licht is, zo hebben wij gemeen-
schap
met elkander, en het bloed vanJezus Christus,Zijn Zoon, reinigt ons van alle
zonde”
Vers 9 :“Indien
wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig,dat Hij ons de
zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid”.
Beide verzen
geven dezelfde waarheid weer alleen vanuit verschillende perspectieven.
Deze Joodse Koninkrijks gelovigen wandelden in het licht door hun zonden te
belijden in relatie
tot eerste redding.Gemeenschap met God was gebaseerd op het feit dat God getrouw
is en
hun alleen hun zonden vergeeft.
En hoeveel keer konden ze worden gereinigd van alle
zonden?
Als je zegt, tot ze weer zondigden, dan waren ze niet gereinigd van alle
zonden.
Evenzo konden ze eenmaal worden gereinigd van
alle ongerechtigheid. ( vers 9 ) Dit wordt
later
nog bevestigd als hij zich tot de gelovigen richt en hun ervan verzekert dat hun
zonden al
zijn vergeven.
“ Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om Zijns Naams
wil.“1 Joh 2:12
Het belijden van zonden was een vertrouwd onderdeel van de Israëlische
religie. Belijden, betekent
net als het Griekse ( homologia ) hetzelfde, toegeven, overeenkomen, bekennen.
Mozes legde
profetisch het model voor belijden vast in de wet.
Dan zullen zij hun ongerechtigheid belijden , en de ongerechtigheid hunner
vaderen met
hun overtredingen, waarmede zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met
Mij in tegen-
heid gewandeld hebben.
Dat Ik ook met hen in tegenheid gewandeld,en hen in het land hunner vijanden
gebracht zal hebben. Zo dan hun onbesneden hart gebogen wordt, en zij dan aan de
straf hunner ongerechtigheid
een welgevallen hebben;
Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond met Jakob, en ook aan Mijn verbond
met Izak, en ook
aan Mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en aan het land zal Ik gedenken ;
Lev. 26: 40-42.
Vergelijk:
Wanneer Uw volk Israel zal geslagen worden voor het aangezicht des vijands,
omdat zij tegen
U gezondigd zullen hebben, en zich tot U bekeren, en Uw Naam belijden, en tot U
in dit huis
bidden en smeken zullen ;
Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw volk Israel, en breng hen
weder in het
land, dat Gij hun vaderen gegeven hebt.
Als de hemel zal gesloten zijn, dat er geen regen is, omdat zij tegen U
gezondigd zullen hebben;
en zij in deze plaats bidden, en Uw Naam belijden, en van hun zonden zich
bekeren zullen, als Gij
hen geplaagd zult hebben;
Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw knechten en van Uw volk
Israel, als Gij
hun zult geleerd hebben den goeden weg in denwelken zij wandelen zullen; en geef
regen op Uw
land , dat Gij Uw volk tot een erfenis gegeven hebt .
1 Koningen 8: 33- 36
Voorts op den vier en twintigsten dag dezer maand
verzamelden zich de kinderen Israels met vasten
en met zakken, en aarde was op hen.
En het zaad Israels scheidde zich af van alle vreemden. En zij stonden, en deden
belijdenis van
hun zonden en hunner vaderen ongerechtigheden.
Want als zij opgestaan waren op hun standplaats, zo lazen zij in het wetboek des
HEEREN,
huns Gods, een vierendeel van den dag; en op een ander vierendeel deden zij
belijdenis,
en aanbaden den HEERE, hun God.
Neh. 9: 1-3
Dit is precies waar Israel zichzelf vond
toen Johannes de Doper ten tonele verscheen. Alhoewel ze
nog steeds een verbondsrelatie met God hadden, werden ze toch moreel en
geestelijk corrupt. En
dus werd Johannes gestuurd als een prediker van gerechtigheid om de gevallen
natie tot berouw op
te roepen. Dit was ter voorbereiding op de komst van hun Messias, Jezus
Christus.
1 En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea,
2 En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij
gekomen.
3 Want deze is het, van denwelken gesproken is door Jesaja, den profeet,
zeggende: De stem
des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren , maakt Zijn paden
recht!
4 En dezelve Johannes had zijn kleding van kemelshaar, en een lederen
gordel om zijn lenden;
en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig.
5 Toen is tot hem uitgegaan Jeruzalem en geheel Judea, en het gehele land
rondom de Jordaan;
6 En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden.Matt.
3: 1-6
Johannes was dopende in de woestijn, en predikende den
doop der bekering tot vergeving der zonden. Mark. 1:4
Daar heb je het. Berouw, belijdenis van
zonden en doop met water voor de vergeving van
zonden, gingen als een eenheid in het Koninkrijksevangelie in Israel. (
Matt. 4:23;9:35 ) Ons sleutelvers in 1 Joh. 1:9 wordt als een reddingsvers gezien
door Israel die uitkijkt naar
de terugkomst van Christus om Zijn aards duizendjarig Koninkrijk te
vestigen.
De vaak terugkerende passage
“indien wij zeggen “
in de verzen 6, 8, en 10, laten ons de
valse getuigenis zien van gemeenschap zonder het eeuwig leven te hebben.
Dit waren ongelovige Joden die een tweevoudig geestelijk probleem hadden:
eigengerechtigheid en
de verwerping van hun Messias. Zij rechtvaardigden zichzelf voor de mensen.
Zij vertrouwden op zichzelf dat ze rechtvaardig waren en verachtten anderen.
Omdat zij het fysieke
zaad (nakomelingen) van Abraham waren gingen zij ervan uit dat God hun Vader
was.
Omdat zij onwetend waren van God’s rechtvaardigheid en zij hun eigen
rechtvaardigheid
wilden oprichten hebben zij zich niet onderworpen aan de rechtvaardigheid van
God (Lukas 16:15;
18:9; Mattheus 9:10-13; 21:31, 32; Johannes 8:39-44; Romeinen 10:1-4).
In een genadig bewijs van goddelijke liefde opent Johannes
zijn brief met een evangelische oproep
aan zijn Joodse broeders om de valse gemeenschap van de duisternis te verzaken
en te komen tot
de Verlosser en de echte gemeenschap van het licht te genieten.
Dit zullen zij niet doen zolang als zij vertrouwen op hun
afkomst, religie, persoonlijke verdienste
en afwijzing van “het Licht der wereld”.
Omdat dit papier te beperkt is voor een verdere
gedetailleerde uitleg nodig ik u uit voor een
interessant experiment. Bestudeer 1 Johannes 1:1-10 opnieuw en deze keer met de
hier boven-
genoemde punten in gedachten en kijk hoe veel beter het past in dit gedeelte.
Hoe kan één vers genomen uit een niet Paulinische brief, uit
zijn context en bedelingsplaats
gehaald, verdraaid en veranderd worden in een heel systeem van voorwaardelijke
zegening en daarna
gebruikt worden door de tegenstander om God’s mensen te beroven van die dingen
die het
christelijke leven de moeite waard maken om te leven?
Het antwoord kan alleen maar religieuze traditie en het niet
recht snijden van het Woord der
waarheid zijn (Mattheus 15:3,6,9; 2 Timotheus 2:15). Wij zijn als schapen en
houden ervan om
“de leider te volgen”.
Als een bijzondere Bijbelleraar of prediker iets leert zijn
wij geneigd om zonder nadenken te volgen.
En ook al heeft God leraren gegeven aan de gemeente toch is elke gelovige
verantwoordelijk voor
God om alles voor zichzelf te bestuderen en zich eigen te maken.
Anders gaan wij alleen af op de mening van een ander. Ook de beste mensen zijn
mensen en
feilbaar. Mogen wij de gezindheid hebben van de Bereeërs en
“de Schriften dagelijks onderzoeken of
deze dingen alzo zijn” (Handelingen 17:10,11).
Schuld neemt onze vreugde, onze vrede en onze blijdschap van
onze relatie met God weg.
Als satan schuld kan gebruiken (die God reeds heeft weggenomen) om een wig te
drijven tussen God
en ons dan is zijn strategie om ons krijgsgevangene te maken gelukt.
Het maakt voor hem niet uit dat de schuld, scheiding en gevangenschap ingebeeld
en niet echt zijn.
Dit wordt levendig beschreven door de bekende christelijke schrijver Hal
Lindsey:
Eén van de meest succesvolle
tactieken die de demonen gebruiken om hun vijanden (de christenen) onschadelijk
te maken is dat ze maar blijven denken aan hun fouten. Vanaf het moment dat ze
zich schuldig beginnen te voelen zijn ze niet langer een bedreiging voor satan’s
programma.
Er is niet veel veranderd in satan’s tactiek. Waarom zou hij,
het werkt.
Er is niets wat satan leuker vind dan dat een gelovige zich met zijn schuld gaat
bezig houden. Als
ik terugkijk over mijn eigen leven dan realiseer ik me dat de duivel schuld
gebruikt om me onrustig
te maken. Een illustratie hiervan is iets wat ik meegemaakt heb in het derde
jaar van de universiteit :
Één jongen was een echte goede vriend van mij. We hadden er
al drie jaar samen een goede
tijd opzitten. Toen leende ik wat geld van hem. Ik zei hem dat ik het hem over
twee weken wel
terug kon betalen.
Nadat er een week voorbij was begon ik me een beetje bezorgd
te maken waar het geld vandaan
moest komen om hem terug te betalen. Maar ik had nog een week dus maakte me niet
te veel zorgen.
De tweede week ging voorbij en ik kon het geld nergens vandaan halen. Ik voelde
me een
beetje opgelaten tegenover mijn vriend en ik hoopte dat hij de datum was
vergeten.
Als de dagen voorbij gingen leek het iedere keer als ik hem zag of hij naar mij
keek met
een beschuldigende blik en ik probeerde zo goed mogelijk uit zijn buurt te
blijven. Nadat de twee
weken voorbij waren begon ik mijn week zo in te delen dat ik hem niet hoefde te
ontmoeten.
Het was vreselijk. Ik voelde me verschrikkelijk dat ik zo’n
goede vriend had verloren, maar aan
de andere kant snapte ik niet waarom hij niet meer begrip had voor mijn
probleem.
Er werd geen woord tussen ons gesproken over het geld, maar ik voelde me zo
schuldig en was er
zeker van dat hij me afgeschreven had als vriend.
Eindelijk, tot mijn schrik, zag ik hem rechtstreeks op mij
afkomen in de hal. Ik kon niet meer weg! Hij nam mij apart en zei:
“OK Hall, wat is er aan de hand met jou?”. “Het gaat over het geld dat ik je schuldig ben”
zei ik verdedigend.
Hij lachte, sloeg zijn arm om mijn schouder en zei: Broeder,
ik dacht wel dat het dat was. Maar
kijk Hall, ik ben niet veranderd. Ik voel me niet anders tegenover je dan twee
weken geleden.
Als je het geld zou hebben zou je het me geven. Maar geld zegt me niet zoveel.
Je vriendschap
betekent veel meer voor mij, en ik ben nog steeds je vriend”.
Drie weken had ik rondgelopen met het idee dat hij me veroordeelde.
Maar het was niet waar, hij was nog steeds mijn beste vriend.
Dat heeft me een onvergetelijke les geleerd. Als wij denken
dat iemand iets tegen ons heeft dan
raken we vervreemd en vijandig tegen hem.
Het is een onvermijdelijke reactie, een verdedigingsmechanisme.
Ik geloof dat dit reden nummer één is waarom christenen falen
in hun relatie met God. Omdat we
ons altijd bewust zijn dat we tekort komen in wat we als christenen zouden
moeten zijn. Het is
dan vanzelfsprekend dat we denken dat God ontevreden is met ons gedrag.
Hoe meer we God los laten, hoe meer we denken dat Hij boos op ons is en die
vervreemding zet
zich vast in onze gedachten zodat het niet meer mogelijk is om ons te verblijden
in onze relatie
met God.
En de tragedie hiervan is dat dit in onze gedachten zit. God
is niet boos op ons!
(Satan is alive and well on planet earth, blz.185,186)
Een andere illustratie van Pastor Thomas Bruscha kan ons
helpen om onze gedachten over vergeving
en onze relatie met God te analyseren.
Zou het niet vervelend zijn als u
iemand heeft gezegd dat u hem of haar heeft vergeven en dat
zij daarna elke dag, de rest van hun leven naar u
toekomen en vragen: “Vergeef mij alstublieft”? Het zou niet alleen vervelend zijn, maar het zou u
hinderen om te groeien in de relatie die u heeft
met elkaar. In plaats van de zonde achter u te laten en dichter naar elkaar toe
te groeien haalt u
elke dag de zonde weer op, dag na dag, en dat hindert de groei en de blijdschap
in de relatie.
Veel mensen die zeggen dat ze geloven dat hun zonden vergeven zijn brengen veel
tijd in gebed
door om God te vragen hun zonden te vergeven.
Groei en blijdschap worden verhinderd omdat de persoon weigert te geloven dat
hun volkomen
vergeving wordt aangeboden voor al hun zonden.
Mijn zonden (verleden, heden en
toekomst) zijn door God weggedaan sinds ik geloof.
In plaats van om vergeving te vragen, dank ik Hem ervoor en ga door met groeien
in mijn relatie
met mijn Verlosser, de Heere Jezus Christus.
Als u weet dat u de verlossing door het geloof in Christus alleen ontvangen
heeft, en u weet dat voor
al uw zonden is betaald en u loopt nog steeds rond met de schuld van uw zonden
dan heeft u zich
nog niet verblijd in uw verlossing.
Doe wat Paulus zegt in Filippenzen 3:14 : “Maar een ding doe ik, vergetende, hetgeen achter is,
en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik
naar het wit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus
Jezus.”
(Woordenboek van het Evangelie, hoofdstuk 11, laatste vier alinea’s).
Onze gemeenschap met Jezus Christus, onze Heere kan nooit
verbroken worden, maar onze
blijdschap wel, door een verkeerd inzicht.
Als u als gelovige in Christus nog steeds worstelt met de last van uw schuld,
dan heb ik goed
nieuws voor u. God is voor u, Hij is niet tegen u, ondanks de omstandigheden
(Romeinen 8:31-39).
Er is niets tussen u en de Heere Jezus Christus waar het kruis geen oplossing
voor heeft.
U bent een zoon van God met al de rechten en privileges die
daarbij horen. Al onze zonden, ons falen
en tekortkomingen waren door Hem voorzien en zijn geboet door Zijn kostbaar
bloed.
Wat is dan nu het antwoord van uw hart op deze waarheid?
Is het: “Zullen wij in de zonde
blijven, opdat de genade te meerder worde?”
Of is het, “Prijst God!
Dit is het mooiste dat ik ooit gehoord heb, Heere ik geloof. Kom mijn
ongeloof te hulp? “.
Is het een antwoord van ons hart op Zijn liefde die ons motiveert tot
christelijke dienst of is het
een oorzaak voor het vlees? Wij moeten ons goed bedenken wat de genade van God
ons onderwijst
in het geloofsleven (Titus 2:11,12).
Beste ongeredde vriend, drukt uw schuld u neer tot het
eeuwige verderf?
Kom naar de voet van het kruis en zie met de ogen van het geloof naar het bloed
van Degene
Die verwond is om uw overtredingen en verbrijzeld om uw ongerechtigheden.
Als u in uw hart gelooft dat de Heere Jezus Christus voor u stierf en dat Hij is
opgestaan dan
garandeert de autoriteit van Gods Woord dat u overgegaan bent van de dood naar
het leven.
Als kind in Gods familie kunt u uw hart opheffen naar de hemel en zingen:
"Mijn zonden - wat een geweldige gedachte
Mijn zonden- niet een paar maar allemaal
Zijn genageld aan het kruis en ik draag die last niet meer
Prijst de Heer, Prijst de Heer o mijn ziel!"
(Engels lied)
Één laatste vraag moet nog beantwoord worden.
Als 1 Johannes 1:9 geen vers is over het herstellen van de gemeenschap, wat
moeten gelovigen
dan doen als zij zondigen?
Wij hebben een Paulinisch antwoord dat veel effectiever is mbt zonde in het
leven van de gelovige.
Voor elke situatie is geestelijke kracht beschikbaar om zonde te overwinnen. God
heeft voorzien in
een totaal overwinningsprogramma over de zonde voor elk lid van het lichaam van
Christus.
Romeinen hoofdstuk 6 is de sleutel in de kennis van de praktische heiligmaking.
Let goed op de woorden: “weten
;het ervoor houden;
stellen” vers 3,11,13.
Andere “overwinningsverzen”: Romeinen 8:1-11; 12:1,2; 13:8-14; 1
Korinthe 6:9-20; 9:24-27;
10:13; 13:4-7; 2 Korinthe 3:17,18; 6:14-7:1; 10:4,5; 12:21; Galaten 5:13-26;
Efeze 4:17-24;
5:1-21; 6:10-18; Filippenzen 2:5-11; 3:10-14; 4:5-9; Kolossenzen 3:1-17;
1 Thessalonicenzen 2:13; 5:22,23; 1 Timotheus 3:1-13; 4:11-16; 5:2; Titus
2:6-8,11-14.
Als zonde de overhand krijgt over ons, dan zit het probleem in onszelf, want God
heeft ons
voldoende toegerust achtergelaten.
Hoe dan ook, door de zwakheid van ons vlees zondigt zelfs de meest volwassen
christen nog.
Als dit gebeurt is het eerste waar we aan moeten denken: onze volkomen vergeving
in Christus
Jezus. Dit zal ons bewaren voor nieuwe schuldgevoelens en in plaats daarvan
dankbaarheid, liefde
en stabiliteit geven. In plaats van een vrijbrief om te zondigen zal de juiste
motivatie(genade) en
de bekrachtiging(het Leven van Christus) daarvoor in de plaats komen.
Verder zal een houding van zelfbeoordeling de berouwvolle
gelovige karakteriseren, 1 Korinthe 11:31. Droefheid naar God werkt berouw (2
Korinthe 7:10), maar de droefheid der wereld werkt de
dood (Mattheus 27:5; Hebreeën 12:16,17).
De oudsten van de plaatselijke gemeente kunnen dan tot hulp zijn ( Galaten 6:1;
2 Tim.2:24-26).
In verband met zelfbeoordeling hebben wij de opdracht van Paulus om de oude mens
“uit te doen” en de nieuwe mens
“aan te doen” (Efeze 4:22-24; Kolossenzen
3:5-10; Romeinen 8:13; 13,14;
Galaten 5:16,25).
Wij zeggen “Nee” tegen de oude natuur die we van Adam geërfd hebben en “Ja”
tegen de nieuwe
natuur die wij geërfd hebben van Christus. Daar is niets moeilijk of mysterieus
aan, alleen
de gehoorzaamheid aan de opdracht van God.
Hoewel Paulus niet schrijft over belijden in zijn brieven
doet Lukas ons hierover verslag met
betrekking tot zijn bediening (Handelingen 19:18).
Veel van Paulus’ opdrachten kunnen niet gehoorzaamd worden zonder
zelfbeoordeling en een
daarbij horende belijdenis van zonde. (2 Korinthe 7:1,2; 2 Timotheus 2:21;n 1
Korinthe 5:2; 11:31,32).
Als een christen zondigt dan zullen wij moeten toegeven met
Gods Woord dat het fout is en dat
gedrag of die houding achter ons laten door de oude mens af te leggen en de
nieuwe mens aan te doen.
Dus wij belijden onze zonden niet om vergeving te ontvangen, maar omdat wij
wensen
in overeenstemming te leven met de genade en zo Hem te eren Die ons al onze
overtredingen
vergeven heeft.
Zonde veroorzaakt verwarring in het lichaam van Christus.
Als wij onzelf “in Christus”
zien en ons realiseren dat zonde in tegenstelling is tot onze heerlijke
positie als zonen van God dan zullen wij ons gedrag in overeenstemming brengen
naar het
voorbeeld van Christus.
Tenslotte, afzondering is essentieel om tot eer van God te
leven (2 Korinthe 6:14-7:1).
Dit houdt afzondering maar geen isolatie in. Wij scheiden onszelf af van
ongezonde en
verderfelijke invloeden (inclusief wereldse godsdienst) en zoeken vriendschap
met gelovigen
met hetzelfde kostbare geloof die ons zullen aanmoedigen in de godzaligheid.
Dit zijn geen aparte stappen maar een deel van het overwinningsprogramma over
de zonde. Het
Woord van God werkt als onze leraar, verzorger en opvoeder (2 Timotheus 3:16,17;
4:2).
Tot besluit, 1 Johannes 1:9 is een reddingsvers dat geheel
past in het Profetieprogramma van
het Evangelie van het Koninkrijk.
Het is het Efeze 2:8,9 van de koninkrijksbedeling. Het is een grote fout om
oprechte gelovigen hun
hele leven te plagen met zonden waar onze Verlosser al voor gestorven is. God
vergeeft geen
zonden meer voor korte tijd of éénmalig.
Met het oog op de “maar nu” openbaring van
complete, totale en onvoorwaardelijke vergeving
van zonden kan de nooit eindigende cirkel van zonde, schuld, verbroken
gemeenschap, belijdenis
en vergeving alleen maar een visieuze cirkel voor het vlees worden.
Het houdt iemand gevangen in een in een soort werksysteem en
doet het kruis van Christus geen
eer aan, Die voor ons stierf om ons daarvan te bevrijden (Galaten3:10,13).
Wij zijn nu leden van een nieuwe schepping in Christus en leven in een positie
van eeuwig-
durende vergeving. Zij die de overstap gemaakt hebben van de wet naar de
tegenwoordige waarheid
van Paulus’ brieven zullen
nooit een gebed eindigen met:“…en vergeef
ons onze zonden om Jezus wil”.
Mijn blijdschap was groot toen ik een gelovige in Jezus
Christus werd en wist dat mijn zonden mij
niet langer scheidden van God en een plaats in de hemel.Maar hoeveel groter was
mijn vreugde toen
het mij begon te dagen dat al mijn zonden (inclusief degenen die ik gedaan heb
als lid van
God’s familie) mij vergeven waren om Jezus’ wil.
Denkt u niet dat het gepast is om op dat moment ons hoofd te buigen en Hem te
prijzen en te
danken voor Zijn genade?!
En deze dingen schrijven wij u opdat uw blijdschap vervuld zij.
Moge de God van alle genade u leiden vanuit de twijfel en vrees naar de
blijdschap en vrede in
het geloven tot prijs van Zijn heerlijkheid. Amen.
“Ik weet, dat al wat God doet, dat zal in der eeuwigheid zijn, en er is niet
toe te doen, noch is er af te doen; en God doet dat, opdat men vreze voor Zijn
aangezicht.” (Prediker 3:14)
Eindnoten:
Verschillende andere gedeelten van de pen van Paulus worden in dit opzicht over
het hoofd gezien.
Bijvoorbeeld: Efeze 3:12 “In Denwelken (Jezus Christus onze Heere) wij hebben de
vrijmoedigheid,
en den toegang met vertrouwen, door het geloof aan Hem.”
Het Griekse woord voor geloof (pistos) heeft vaak de betekenis van getrouwheid,
trouw, betrouwbaarheid zoals in Romeinen 3:3,22; Galaten 2:16; 3:22; 5:22;
Filippenzen 3:9; Kolossenzen 2:12; 1 Timotheus 4:12; 6:11; 2 Timotheus 2:22;
Titus 2:10.
De context is bepalend.
Hier moet de uitdrukking “geloof in Hem” gelezen worden in de Statenvertaling.
Onze toegang tot God ligt vast in Jezus Christus. God wil dat we daar
vrijmoedigheid en vertrouwen
in hebben.
Het “in gemeenschap – uit gemeenschap”
systeem zaait alleen maar twijfel en neemt
onze vrijmoedigheid en vertrouwen weg.
Zouden wij ons niet moeten verblijden dat we deze zegeningen hebben door het
geloof van Christus
en niet door onszelf?
Andere gedeelten over onze toegang tot God leest u in: Efeze 2:18; Romeinen
5:1,2; Hebreeën
10:19,20.
Als gezegd wordt dat dit vers niet spreekt over redding omdat er het geloof in
Jezus Christus niet
wordt genoemd dan zou men moeten bedenken dat andere bekende reddingsverzen dat
ook niet doen.
Als dit zich voordoet dan maakt de brief in
zijn geheel het overduidelijk dat Jezus Christus het
voorwerp is van geloof (1 Johannes 2:22,23; 3:23; 4:2,9,10,14,15; 5:1,5, 11-13).
“Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor
ons is, wie zal tegen ons zijn?”
(Romeinen 8:31)