Rom.8: 1 Zo is er dan nu geen verdoemenis
voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar
naar den Geest.
De Geest is nodig om gered te worden en is het bewijs dat wij gered zijn:
Gal.3:2Dit alleen wil ik van u leren :
hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des
geloofs?
Door de prediking van het geloof hebben zij de Heilige Geest ontvangen. D.w.z.
dat ze geloofden toen het geloof aan hun verteld werd. Wat is de prediking van
het geloof? Paulus vertelt het ons in 1 Kor.15:1-4:
1 Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat
ik u verkondigd heb , hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook
staat;
2 Door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze ,
als ik het u verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt.
Dus het Evangelie wat Paulus aan hun vertelde, daardoor
werden ze zalig, d.w.z. kregen ze eeuwig leven. En als ze iets anders zouden
geloven, helaas, jammer dan, maar dan hebben ze tevergeefs geloofd. Dus het is
wel heel belangrijk te weten wat Paulus verkondigde, anders geloven wij in iets
anders en gaan we gewoon verloren, want we hebben dan vergeefs geloofd. Dit was
het Evangelie:
3 Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen
ik ook ontvangen heb , dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de
Schriften;
4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de
Schriften;
Als wij dit geloven (aannemen) dan zijn wij dus zalig. En op het moment dat wij
dat geloven komt de Heilige Geest in ons wonen, want dat zagen wij zojuist dat
dat gebeurt ná de prediking des geloofs in Gal.3:2. In Efeze 1 :13-14 zien wij
ook deze volgorde staan 1.Evangelie horen (= prediking des geloofs 2. Evangelie
geloven 3. Verzegeling met de Heilige Geest:
Efeze 1:13 In Welken ook gij zijt, nadat
gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt
Evangelie uwer zaligheid is wat wij zojuist zagen in 1 Kor.15:1-4. Dat moeten
wij horen, want : Rom.10:17 Zo is dan
het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods
Efeze 1:13in
Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen
Geest der belofte ;
Ziet u, nu moeten wij het geloven, nadat wij de prediking des geloofs, (het
Evangelie uwer zaligheid) gehoord hebben. Wat er dan op dat moment
onmiddellijk gebeurt is dat de Heilige Geest in mij komt wonen (zie
nogmaals Gal.3:2) en mij verzegelt :
Efeze 1: 14 Die het
onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner
heerlijkheid.
Dus tot de dag der verlossing (als ik naar de Here ga, of eerder het nieuwe
lichaam krijg, Ef.4:30; Rom.8:23, )
Dat betekent dus dat ik gered ben en blijf mijn hele leven lang:
En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken
gij verzegeld zijt tot den dag der verlossingEf.
4:30
Vanaf het moment dat ik geloofde woont de Geest in mij en ben ik Zijn
woonplaats, de tempel van de Heilige Geest:
1 Kor.3:16Weet gij niet, dat gij Gods
tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?
En omdat Hij altijd in mij woont en blijft is Hij mijn hulp, mijn kracht en
Degene Die mij licht geeft op Zijn Woord. Dat doet Hij door te getuigen in mijn
eigen Geest. En zo ga ik de Bijbel nu begrijpen en heb ik ook rotsvaste
zekerheid van mijn eeuwige redding in Christus. Geen twijfel en onzekerheid meer
die ik van mijzelf wel zou hebben, maar Zijn Geest in mij getuigt nu in mijn
geest Zijn geschreven Woord en dáárdoor weet ik de dingen zo zeker en blijf ik
ook zeker van mijn kindschap:
Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen
Gods zijn .Rom. 8:16
Dus geloof in Zijn Woord is genoeg en de Geest doet de rest in mij.
Werkte de Geest
altijd zo?
Nee, dit is heel specifiek voor ná Handelingen 2 met Pinksteren en de Bedeling
der Genade die bij Paulus begon, want in het OT hadden alleen mensen die een
speciale taak voor God hadden de Heilige Geest. De overige gelovigen hadden de
Geest niet, terwijl ze wel gered waren. De Geest was dan
óp die mensen,
niet ín, zoals nu bij ons:
Richteren11:29Toen kwam de Geest des
HEEREN op Jeftha, dat hij Gilead en Manasse doortrok
Jesaja 61:1De Geest des Heeren HEEREN is op
Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den
zachtmoedigen ……..
Er zijn meer voorbeelden hiervan, maar het gaat erom dat wij begrijpen dat men
in het O.T. gered kon zijn, zonder dat men de Heilige Geest had. De gelovige
deed wat God van hem vroeg. Voor de vergeving der zonden deed hij de offers en
hij bezocht de feesten.
Die persoon werd door God gerechtvaardigd, omdat hij gehoorzaamde. Hij zondigde
nog wel, maar daar waren de offers en de Grote Verzoendag voor. De Heilige Geest
werd dus niet, zoals bij ons nu, gegeven aan iedereen die gelooft, wat het
bewijs nu is dat hij gered is. In het O.T. was dat niet zo.
Die voor de Here een bediening hadden, hadden de Geest wel en daardoor konden ze
de Here dienen in de taak die ze te doen hadden voor Hem. Dat was de enige
reden:
1 Samuel 10:6En de Geest des HEEREN zal
vaardig worden over u, en gij zult met hen profeteren ; en gij zult in een
anderen man veranderd worden .
Toen Saul gezalfd werd tot koning van Israel kwam de Geest ook óp hem. Hier staat dat de Geest
vaardig werd over Saul. Dat betekent dat Hij
aan het werk ging bij Saul. En inderdaad, waar de Geest in iemands leven komt,
daar gaat hij aan het werk en verandert die persoon in een ander mens. Elke
gelovige nu kan daarvan getuigen.
Echter zolang de gelovige ook de wil heeft om God te willen dienen en volgen.
Als dat niet het geval is , dan wijkt de Geest met het vaardig zijn in die
persoon. Paulus zegt daarover bij ons dat wij de Geest dan blussen, wat in feite
hetzelfde betekent, echter niet dat Hij ons verlaat, maar niet meer actief werkt
in ons.
Voor de enkeling op wie de Geest kwam, was
Hij ook in hun. Numeri 27:18 en 1 Pet.1:11
geven duidelijk aan dat de Geest ook IN hun was. Maar er staat
niet zomaar dat de Geest OP hun kwam. Dat is een manier van
uitdrukken, om daarmee aan te geven dat Hij ook weer weg kon gaan, of weggenomen
kon worden.
Dar gebeurde bijvoorbeeld als ze God niet gehoorzaamden of niet functioneerden,
of dat de taak over was. En dat zien we bij Saul dan ook gebeuren:
1 Sam.16:14En de Geest des
HEEREN week van Saul……..
Ziet u? De Geest week van Saul ! Waarom? Omdat hij niet naar de HEERE luisterde
en zelfs naar een waarzegster was gegaan. En laterwerd het
Koninkrijk van hem afgenomen en ….. werd hij door de HEERE zelfs gedood!!!En dat de Geest ook van hem zou wijken, daar was David dan ook bang voor
na zijn zonde met Batseba:
Ps. 51:11Verwerp mij niet van Uw
aangezicht, en neem Uw Heiligen Geest niet van mij.
Ja, en nu worden veel gelovigen onrustig, omdat ze denken dat bij hun de Geest
ook weggenomen kan worden. Want dat betekent , zo denkt men dan, dat je dan
alsnog verloren gaat. Onzekerheid troef dus! De vraag is echter: Kan dat bij ons
ook?
Maar waar men echter nooit over nadenkt is : Ging Saul dan wel verloren en had
David verloren kunnen gaan? Van David weten wij dat dat niet gebeurd is. Daar
zijn teveel Schriften voor die dat bewijzen. Hij zal eenmaal opstaan en het
Koninkrijk ingaan en koning over Israel zijn (Ezech.37:24).
Maar was David dan zo’n lieverdje? Hij zondigde toen hij het volk wilde tellen.
Hij was niet echt een goede vader. Echter zijn grootste zonde is toch wel
begaan met Batseba. Daar waren overspel, list, leugen, bedrog en zelfs moord
door David begaan. De twee zonden waar geen vergeving voor was onder de wet,
moord en overspel, die had David begaan! Dat zijn voorwaar bepaald geen kleine
dingen.
Het verschil met Saul is echter dat David een berouw had en wist dat hij tegen
God gezondigd had (Ps.51:1-4) en daarom was hij een man naar Gods hart. Hij
zocht altijd de wil van God en als hij gezondigd had, gaf hij God gelijk als Hij
dat veroordeelde. M.a.w., hij had dan een gebroken geest; een gebroken en
verslagen hart Ps.51:17) en daarom had God wel een welbehagen aan de
offers van David voor zijn zonden (Ps.51:19) en niet aan die van Saul (1
Sam.15:22-26).
Wat ik hiermee wil zeggen is, dat als de Heilige Geest weggenomen werd, dan
bleven ze wel gered, zowel David als Saul. Van Saul vinden wij dat moeilijker te
accepteren dan van David, maar wij moeten begrijpen dat als iemand
gerechtvaardigd is bij God, dat dat eenmalig en blijvend is. Abraham geloofde
God en werd gerechtvaardigd voor zijn leven lang. Hij is zelfs de vader van de
gelovigen vanwege zijn geloof in God. Maar was Abraham altijd zo gelovig dan?
Hij heeft niet gewacht tot de zoon kwam uit Sara, maar verwekte zelf een kind
bij Hagar. Hij loog over Sara en zei dat ze zijn zuster was. En zo geldt het
voor meerderen, denk aan Simson.
Saul werd gezalfd tot koning. Zou God een niet gelovig persoon tot koning
zalven? Dat een knaap Saul gedood had, had David vreugdevol kunnen stemmen,
Saul zocht hem tenslotte te doden, maar wat was de reactie van David? Dood
hem, want hij heeft de gezalfde des HEEREN gedood! (2 Sam.1:16). Een
ernstige zaak dus. Zie ook de verzen 17-27, waar David Saul en zijn zoon
Jonathan een klaaglied zong.
Maar let ook op de volgende gebeurtenis als Saul door een waarzegster Samuel
laat oproepen uit de hel,(waar hij was aan de kant van het paradijs, in de
schoot van Abraham Luk.16, en niet aan de kant der pijniging. Samuel voorzegt
daar zijn dood de volgende dag:
15 Daarna sprak Samuel tot Saul: Waarom hebt gij mij
verontrust en mij laten opkomen ? Saul zeide: Ik verkeer in grote nood : de
Filistijnen strijden tegen mij, en God is van mij geweken. Hij antwoordt mij
niet meer, noch door de dienst van profeten noch door dromen. Daarom heb ik u
geroepen, opdat gij mij bekend zoudt maken , wat ik doen moet.
16 Toen sprak Samuel: Waarom raadpleegt gij mij; deHERE is immers van u geweken (de Heilige Geest was weggenomen)
en uw vijand geworden. 17 De HERE heeft gedaan, zoals Hij door mijn dienst
gesproken had: de Here heeft het koningschap uit uw hand gescheurd en aan uw
naaste, aan David, gegeven.
18 Omdat gij naar de HERE niet geluisterd hebt en zijn brandende toorn over
Amalek niet hebt doen komen, daarom heeft de HERE u op deze dag dit aangedaan .
19 De HERE zal ook Israel met u in de macht der Filistijnen geven, en morgen zult gij met uw zonen bij mij zijn.
Ook het leger van Israel zal de HERE in de macht der Filistijnen geven. 20 Op
hetzelfde ogenblik viel Saul in zijn volle lengte op de grond, zeer bevreesd
door de woorden van Samuel. Ook begaf hem zijn kracht, omdat hij de gehele dag
en de gehele nacht niets gegeten had. 1 Sam.28:15-20
“en morgen zult gij met uw zonen bij mij zijn”
–Waar was Samuel? In de paradijselijke kant van de hel. Hij was
een gerechtvaardigd iemand. Uit Lukas 16 weten we dat er in de hel een grote
kloof zit tussen de kant v.d. pijniging en de kant van de vertroosting.
Dus Saul ging daar waar Samuel was, waar Abraham was, en de andere
gerechtvaardigde gelovigen uit het O.T. In 1 Kronieken 10 :2 zien wij dat Saul
met zijn 3 zonen gedood werd.
Eén daarvan was Jonathan. Samuel zei dat Saul met zijn zonen de volgende dag bij
hem zouden zijn : Jonathan was één van die zonen en was zeer zeker
gerechtvaardigd en gered. Dus Saul en de de andere 2 zonen zouden samen met
Jonathan met hem bij Samuel zijn. Ook weer een duidelijk bewijs dat Saul gered
was.
Eén ding was Saul niet voor God : gehoorzaam.
En dat is waar dit met Saul en David over gaat. Deze 2 mannen hadden
allebei de Geest. Van de één werd Hij weggenomen, van de ander niet, hoewel
David daar op een bepaald moment wel voor vreesde.
Maar we spreken over gerechtvaardigde Oud Testamentische heiligen, waarvan de
één gehoorzaam en trouw bleef aan God en de ander niet. Maar wel allebei gered!
Dus het niet bezitten van de Heilige Geest was NIET een bewijs
dat ze niet gered waren.
De enkeling die het wel had was in dienst van God voor een speciale
taak.
Vraag: Waarom
kregen de gelovigen toén niet de Heilige Geest?
Deze was nl. geprofeteerd dat die nog komen zou. Het was een onderdeel van het
Nieuwe Verbond en niét van
het Oude Verbond de wet:
31 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met
het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;
32 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik
hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij
vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had , spreekt de HEERE;
33 Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken
zal , spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in
hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een
volk zijn. 34 En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een
iegelijk zijn broeder, leren , zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij
allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want
Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.Jer.31:31-34
Als Hij de Geest geeft, dán
zullen ze in Zijn wetten kunnen wandelen. Zonder de Geest in het O.T. onder de
wet kon dat niet. God heeft daarmee laten zien dat alle mensen zondaars zijn.
(Rom.3:19-20). Voor Israel in dit geval, was het wachten op het Nieuwe verbond
dat komen zou, want dat beloofde de oplossing, nl. de uitstorting van de Heilige
Geest over hun:
En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en
Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult
bewaren en doen.Ezech.36:27
En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal
uitgieten over alle vlees , en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren ; uw
ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien Ja, ook over
de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest
uitgieten.Joel 2:28 -29
Doch over het huis Davids, en over de inwoners van
Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden
Zach 12:10
En net zoals het Oude Verbond met bloed ingewijd werd (Heb.9:18-21), zo moest
ook het Nieuwe Testament worden ingewijd. Echter nu niet met dieren bloed, maar
met het bloed van het ware Lam. Zoals nu ook een testament pas van kracht wordt
zodra de persoon gestorven is (dus dat de dood tussenbeide komt (Heb.9:16-17).
Dus waar was het wachten op?
Juist , wanneer dat bloed er was:
Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal,
zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u
vergoten wordt Lukas 22:20
Bij het kruis is het bloed gevloeid van het Nieuwe Verbond en is de dood van de
Testamentmakers (Christus) gekomen. En dan zien wij dat de Heilige Geest bij
Pinksteren uitgestort wordt. Let op! Met Israel was dit Verbond gemaakt en niet
met het Lichaam van Christus!
In ieder geval weten wij nu de reden waarom in het Oude Testament de gelovigen
de Heilige Geest niet ontvingen zoals na Pinksteren dus wel het geval was. Vanaf
dat moment was het een absolute voorwaarde, anders was je niet gered, want
degenen die zich bekeerden (geloofden)en de Messias aannamen werden gedoopt en
ontvingen daarop de Heilige Geest (Hand.2:38: 40-41)
Zoals wij reeds in het begin zagen moeten wij ook nu, in deze Bedeling der
Genade, de Geest wel hebben anders ben je niet gerechtvaardigd en absoluut geen
kind van God en ga je rechtstreeks naar de hel. Het was het eerste wat Paulus
vroeg om te checken of ze gered waren:
Zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest
ontvangen, als gij geloofd hebt?Hand.19:2.
De Geest is ook
nodig ivm onze wandel:
Een ieder die gelovig is geworden ontvangt de Heilige Geest. Dus zijn leven als
gelovige is begonnen met de Geest.
Gal.3:3Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij
met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?
Maar God wil dat wij daar ook in blijven, dus dat wij ons door die Geest
blijvend laten leiden (Gal.5:16). Als wij de Bijbel loslaten dan gaan wij ons
leven afmaken niet meer met de Geest, maar het vlees (Gal.5:17-21). Dan gaat het
vleselijke begeren in ons overheersen. M.a.w., wij hebben de Geest gekregen,
niet alleen omdat wij gered zijn, maar ook om kracht te hebben de vleselijke
zondige begeerten in ons te kunnen overwinnen. Hij geeft ons de bekrachtiging
daarvoor:
Gal.3:5Die u dan den Geest verleent, en
krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken der wet, of uit de prediking
des geloofs?
U ziet dat de Geest in ons die kracht geeft als Hij de prediking des geloofs
hoort. Het Woord activeert de Geest in ons (door de prediking des geloofs) zodat
die Geest ons bekrachtigt om de wet van de zonde en van de dood te
doorbreken:
Rom.8:2Want de wet des Geestes des
levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des
doods.
Er zijn 2 wetten die wij hier zien staan en ze staan allebei tegenover elkaar
(Gal.5:17). Wet is een vaste regel. Alles in dit leven hangt aan elkaar vast
door bepaalde wetten. Eb en vloed hebben te maken met wetten in de natuur.
Duizenden jaren gebeurt dit al zo. De zon staat al duizenden jaren nog steeds op
dezelfde afstand van de aarde. Alles wat wij maken is berekend en gemaakt op
basis van formules en berekeningen die nooit veranderen. Daarom blijft
bijvoorbeeld de overspanning van een bepaalde brug eeuwen goed en stort hij niet
in omdat er formules en berekeningen gemaakt zijn op basis van wetten die nooit
veranderen.
Welnu, wat is de wet der zonde en des doods? In ieder geval ook een vaststaande
regel die nooit verandert, maar altijd op deze manier werkt.
Rom. 5:12 Daarom, gelijk door een mens
de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood
tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.
De de wet der zonde en des doods is de onveranderlijke regel die
altijd zo werkt, dat zonde altijd dood voortbrengt. Er is nooit een uitzondering
op deze regel. De daad van Adam en de gevolgen zijn hier een goed voorbeeld
van. Adam zondigde en hij werd een zondaar. Daarna zijn er alleen maar zondaren
door de mens voortgebracht, omdat een zondig mens nou eenmaal geen mensen kan
voortbrengen die geen zondaars zijn. (Daarom werd Maria niet bevrucht door een
man, maar door de Heilige Geest). En daardoor heeft niemand eeuwig leven hier op
aarde, omdat zonde de dood voortbrengt, en dus gaan alle mensen ook dood.
Het is nooit anders geweest. Iedereen is een zondaar en iedereen gaat dood. En
dat is de wet van zonde en dood. Wij weten dat wij die geloofd hebben in
Christus deze wet hebben doorbroken en eeuwig leven hebben gekregen. Hoeveel
zonde ook in mijn leven er ook zijn zal, ik ben volmaakt in Hem en verzegeld tot
de dag der verlossing en mijn leven is met Christus verborgen in God (Kol.3:3).
Dat is mijn eeuwige behoudenis.
Maar in ons dagelijkse leven, wat betreft onze ervaring, geldt die wet van zonde
en dood nog wel!
Als wij in zonde leven dan brengt dat de dood in onze geestelijke ervaring met
zich mee. De Geest zal dan bedroefd en zelfs geblust kunnen worden. Dat is de
wet van zonde en dood:
14 Maar een iegelijk wordt verzocht, als hij van zijn
eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt.
15 Daarna de begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde; en de zonde
voleindigd zijnde baart den dood.Jak.1:14-15
Omdat de gelovigen de Geest ontvangen hebben, hebben ze er een “probleem”
bijgekregen:
21 Zo vind ik dan deze wet in mij; als ik het goede
wil doen, dat het kwade mij bijligt.
22 Want ik heb een vermaak in de wet Gods , naar den inwendigen mens; 23 Maar
ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds,
en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is.Rom.7:21-24
Als wij eenmaal geloven heeft onze nieuwe verloste natuur een behagen in alles
wat met de dingen van God te maken heeft. Voorheen was mijn verstand verduisterd
en in vijandschap (Rom.1:21) en had absoluut geen vermaak in Gods Woord en alles
wat met de God van de Bijbel te maken had.
En juist nu ben ik gaan ervaren wat zonde in mij is en doet en mij wil laten
doen, echter allemaal dingen die niet de dingen zijn die ik eigenlijk als een
kind van God wél wil doen.
En dan zie ik die wet, die vaste regel in mij, die enorm sterk is en mij doet
zondigen, omdat ik nu eenmaal een zondige natuur in mij heb en daardoor dus ook
die wet van de zonde en des doods! Daarom zegt Paulus dan ook dat hij een
ellendig mens is en roept het uit :
Ik ellendig mens,wie zal mij verlossen uit het lichaam
dezes doods ?
Ja, door die zonde die nog steeds in mij is , is dat lichaam van mij een lichaam
des doods. Het kan alleen maar zonde en dood voortbrengen en helemaal niets wat
voor God kan bestaan, dus niets dat ten leven is , wat voor God wél kan bestaan.
Maar let op, want Paulus weet de oplossing die die wet in mij kan overstijgen en
krachteloos maken. Let op! Ik zeg krachteloos, niétverdwijnen. Ik kan nu nl.
volgens Rom.8:2 de wet van de zonde die in mij is vervangen door de wet van
de Geest, nl. van het leven dat ik heb in Christus Jezus en Zijn leven in mij
(Gal.2:20, Kol.3:4; Rom.6:11), zodat ik niet meer de zonde zal gaan dienen.
Een simpel voorbeeld kan dit verduidelijken. Ik was laatst in Londen en een
straat verkoper gooide een paar zacht buigzame poppetjes tegen een muur. Ze
vielen er niet af, maar bleven aan de muur plakken door een bepaalde lijmsoort
wat aan die armpjes en beentjes zat.
Echter, het was lijm met een precies berekende kleefkracht die de zwaartekracht
maar voor heel eventjes konden weerstaan. Na een paar seconden buitelde het
poppetje over zijn kop naar beneden en bleef hij weer hangen aan zijn armpjes en
beentjes, echter ook weer voor een paar seconden en dan buitelde hij weer over
zijn kop naar beneden. En zo ging het door totdat hij beneden op de grond was.
De grap was dat de poppetjes niet in één klap naar beneden vielen toen hij ze
tegen de muur gooide, maar telkens even bleven plakken en weer buitelden en dan
weer even bleven plakken. Je zag ze al buitelend, maar klevend aan de muur
langzaam naar beneden gaan.
Hier zien wij twee wetten: die van de zwaartekracht en die van de kleefkracht
van de lijm. Welke is het sterkst? Als de fabrikant meer kleefkracht aan de lijm
had gegeven, dan had het poppetje stil blijven hangen en had hij de
zwaartekracht overwonnen. Echterniétteniet gedaan!
Want als de kleefkracht minder zou zijn had er niet één blijven hangen en waren
ze allemaal onmiddellijk gevallen. De fabrikant echter heeft de wet van de
kleefkracht zodanig gemaakt dat hij de wet van de zwaartekracht net voor een
bepaalde tijd kon weerstaan, en daarna won de wet van de zwaartekracht het weer
van de wet van de kleefkracht van de lijm.
Welnu, zo is het met de wet des Geestes des levens in Christus Jezus en
met de wet der zonde en des doods in ons ook zo.
Zorg ervoor dat de wet van de Geest sterker is dan de wet der zonde in u en dan
zal het leven van Christus in mij die wet van de zonde overwinnen en de baas
zijn. Andersom, als u niet met het Woord bezig bent en dus de Geest niet in u
Zijn kracht laat werken, dan zal die wet van de zonde, die in uw zondige lichaam
nog steeds aanwezig is, weer de overhand gaan krijgen en de sterkste zijn in u
en als resultaat de zonde doen toenemen en door de zonde de geestelijke dood.
Geestelijk dood in onze ervaring dus. Geen bekrachtiging, geen licht op het
Woord, geen blijdschap, geen overwinning. M.a.w. geen vrucht van de Geest!
Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap,
vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid,
matigheid.Gal.5:22
De wet, de vaste regel van de Geest is dat Hij het leven wél voortbrengt. Hij
kan niet anders:
Want het bedenken des vleses is de dood; maar het
bedenken des Geestes is het leven en vredeRom.8:6
Het vlees kan ook niet anders dan de dood bedenken. Daarom konden, voordat wij
gelovig werden alleen maar voor de dood vruchten dragen (Rom.7:4), maar niet
voor God, ze kwamen voort uit een zondig niet verloste natuur van mij. Echter,
als ik door de Geest wandel, d.w.z. dat ik gehoorzaam ben aan de prediking des
geloofs, zoals Paulus dat in zijn brieven heeft opgetekend, dan zal de Geest in
mij de kracht geven om die wet der zonde en des doods te overwinnen:
Die u dan den Geest
verleent, en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken der wet,
of uit de prediking des geloofs?Gal.3:5
Paulus roept ons daarom ook op om door de Geest te wandelen, omdat wij ook door
de Geest leven. M.a.w., wij zijn een kind van God en wij zijn nu levend voor Hem
(dat is onze eeuwige positie) en daarom moeten wij nu ook in ons dagelijkse
leven ons door de Geest laten leiden en bekrachtigen om de zonde niet te laten
heersen over ons:
Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door
den Geest wandelen. Gal.5:24
Maar nogmaals, samen met het Woord, de prediking des Woords, alleen zó werkt de
Geest en alleen zó kan Hij de werkingen, de zondige begeerten van ons lichaam,
overwinnen. Niet ons lichaam wordt versterkt, maar onze inwendige mens, die
wordt versterkt. Die geeft ons de kracht om dat zondige lichaam te laten doen
wat wij, de gelovige, volgens Gods Woord willen, nl. niet de zonde te laten
overheersen in ons (Rom.6:14). Niet zondigen dus. :
Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij
sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt,
zo zult gij leven. Rom.8:13
Opdat Hij u geve, naar den rijkdom Zijner heerlijkheid,
met kracht versterkt te worden door Zijn Geest in den inwendigen mens;Ef.3:16
Want let op! Deze wet van de zonde blijft in ons zolang wij in dit lichaam zijn!
Maar nu door de Geest kunnen wij wel God gehoorzamen en de zonde in ons
overwinnen, wat onder de wet absoluut onmogelijk was, vanwege de wet van de
zonde die in ons vlees is. Dat vlees is krachteloos om God te kunnen dienen,
maar o zo krachtig om de zonde te dienen!
3 Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door
het vlees krachteloos was , heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des
zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.
4 Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees
wandelen, maar naar den Geest. Rom. 8 :3-4
Dank God voor Zijn Genade en zijn voorziening
, dat wij nu wél voor Zijn glorie kunnen leven!