|
Er is een Hel!
Jan Stelma
Hoewel elke
Christen dit weet, of zou moeten weten, zijn er maar weinigen die dit onderwerp
durven aan te roeren. Emotioneel gezien hebben velen er moeite mee dat hun
ongelovige vader of moeder, of een ongelovige geliefde in de hel zitten of naar
de hel gaan.
Dat is
natuurlijk wel begrijpelijk, maar nog geen reden om er over te zwijgen, want de
Bijbel spreekt hier heel duidelijk over. Buiten dat, daarom heeft Christus
juist Zijn leven gegeven om ons daarvan te behouden! Het is een belangrijk
onderwerp, waar door Christenen die het echt wel weten toch om heen gedraaid
wordt.
Of men gaat
zover in hun gedachten dat men zichzelf wijsmaakt, diep en ver weg in hun denken
dat het waarschijnlijk toch wel goed zal komen. God is immers liefde en zoiets
verschrikkelijks zal Hij toch niet echt gaan doen.
En omdat wij
God dan gaan vergelijken met onze eigen emoties kan men zo denken of zelfs
vervallen in de zgn. leer van de Alverzoening, die leert dat uiteindelijk
iedereen gered is. Zeer aantrekkelijk voor als je niet beter weet. Maar God wil
dat we wel beter weten en ons niet laten leiden door onze emoties, maar door
Zijn Woord.
Er zijn er ook
die het woord hel willen veranderen in de Bijbel, zoals “dodenrijk”,
“val”, “ondergang”, “godverlatenheid”, enz. (Het Boek, Groot Nieuws, NBG, NBV).
Altijd als men
woorden verandert in de Bijbel wordt het mens vriendelijker, het wordt nooit
erger voor de mens, wel vijandiger naar God toe. Zo ook met hel.
Dodenrijk klinkt al wat vriendelijker
Maar wij
geloven dat de Staten Vertaling Gods Woord is en wij niet gerechtigd zijn Zijn
Woord naar onze eigen inzichten te veranderen.
Sommigen zeggen
ook dat hel niet goed vertaald zou zijn. In het O.T. staat er immers
sheol in het Hebreeuws, maar in het Grieks in het NT staat er
Hades.
Dat maakt
echter geheel niets uit want als u Ps.16:10 naast Hand.2:27 legt, dan zien wij
dat het allebei met hel vertaald is. De Griekse vertaling uit het Hebreeuwse
origineel blijft gewoon hel voor ons. De tekst blijft voor ons correct bewaard
en wij lezen en geloven dat wat er staat wáár is.
Gen.1:1
In den beginne schiep God de hemel en de aarde.
Matt.
25:41
Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn,
zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het
eeuwige vuur, dat voor
de duivel en zijn engelen bereid is.
De hel is
oorspronkelijk bereid voor de duivel en zijn engelen en niét voor
de mensen. Dat deze tekst over de hel gaat kunnen wij uit de volgende teksten
opmaken:
Matt.
18:8
Indien uw hand of uw voet u tot zonde verleidt, houw
hem af en werp hem weg. Het is beter voor u verminkt of kreupel
ten leven in te
gaan, dan met twee handen of twee voeten in het
eeuwige vuur geworpen te worden.
9 En indien uw oog u tot zonde verleidt, ruk het uit en
werp het van u. Het is beter voor u met een oog ten
leven in te gaan ,
dan met twee ogen in het hellevuur
geworpen te worden.
10 Ziet toe, dat gij niet een dezer kleinen veracht. Want
Ik zeg u , dat hun engelen in de hemelen voortdurend het aangezicht zien van
mijn Vader, die in de hemelen is.
11 Want de
Zoon des mensen is gekomen om het verlorene
te behouden.
Het eeuwige
vuur is dat vuur uit Matt.25:41. En in vers 9 zien wij dat dat vuur het
hellevuur is. Dat is het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen
bereid is. Het vuur van de hel. Dat is voor degenen die verloren gaan. In vers
11 zegt Christus dat Hij kwam om de mensen te behouden uit dat hellevuur. Dat
wil dus zeggen : om ze uit de hel te houden. Daarom is Hij aan het kruis gegaan.
Dus als men Christus niet wil aannemen dan gaat men dus naar de hel.
Verloren betekent dus naar de hel gaan en behouden betekent uit de hel te
houden.
Degenen die
blijven leven gaan het leven in, nl. het eeuwige leven. Hier in de context
spreken wij over mensen die het Koninkrijk op aarde in zullen gaan. Straks kom
ik over ons, de leden van het Lichaam van Christus te spreken. In ieder geval
staat het eeuwige leven hier tegenover de eeuwige straf :
Matt.25:46
En dezen (de
vervloekten)
zullen gaan in de eeuwige pijn,
maar de rechtvaardigen (de
gezegenden)
in het
eeuwige leven.
Matt.25:34
Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn,
zeggen: Komt, gij gezegenden
mijns Vaders,
beerft het Koninkrijk, dat u bereid is van de
grondlegging der wereld af.
De gezegenden
gaan in het koninkrijk = eeuwig leven
Matt.25:41
Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn,
zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten,
naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en
zijn engelen bereid is.
De
vervloekten, de ongelovigen, gaan samen met de duivel in de hel, dit is de
eeuwige dood.
Vanaf Gen1:1 is
de hel er dus al. God had alles geschapen en het was goed, maar door de opstand
van satan tegen God en de volgelingen die hij mobiliseerde, heeft God om die
reden de hel geschapen, om ze daar naar te verbannen. Satan zit daar nog niet,
maar reeds wel een aantal gevallen engelen, nl. die uit Genesis 6:2,4. Zie 1
Pet.3:19; 2 Pet.2:4; Judas 1:6.
Later zal satan
daar ook in geworpen worden, als Christus naar de aarde gekomen is om te
oordelen en het Koninkrijk op aarde binnen te gaan om te Jeruzalem te gaan
regeren. Dus dan gaat Matt.25:41 in vervulling.
1 En ik zag een
engel afkomen uit den hemel, hebbende den sleutel des afgronds, en een grote
keten in zijn hand;
2 En hij greep
den draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend
jaren
3 En wierp hem in den afgrond, en sloot hem daarin, en
verzegelde dien boven hem, opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat
de duizend jaren zouden geeindigd zijn. En daarna moet hij een kleinen tijd
ontbonden worden. Op.20:1-3
Voor 1000 jaar
zal hij daarin zijn en dan weer losgelaten voor een korte tijd om daarna in de
poel des vuurs geworpen te woorden voor eeuwig. (Op. 20:7-10)
Andere
benamingen van de hel.
Ps.55:23
- den put des verderfs
Openb. 20:3
– afgrond
Openb 9:1
- put des afgronds
Jesaja
14:19; – graf (echter lang niet altijd, meestal het gegraven graf in de grond)
Psalm 30:2-3
Waar is de hel?
Beneden in het
hart der aarde.
Num.16:30-33
30
Maar indien de HEERE wat nieuws zal scheppen , en het aardrijk zijn mond zal
opendoen , en verslinden hen met alles wat hunner is, en zij levend ter helle
zullen nedervaren ;
alsdan zult gij bekennen, dat deze mannen de HEERE getergd
hebben.
31 En het geschiedde, als hij geeindigd had al deze
woorden te spreken, zo werd het aardrijk, dat
onder hen was, gekloofd ;
32 En de aarde
opende haar mond, en verslond hen met hun huizen, en allen mensen, die Korach
toebehoorden, en al de have.
33 En zij voeren neder,
zij en alles wat hunner was, levend ter helle; en de aarde
overdekte hen, en zij kwamen om uit het midden der gemeente.
De hel is dus
beneden. In het hart der aarde, zoals
Christus zei in Matt.12:40 over de plaats waar Hij zou zijn als
Hij gestorven was:
40 Want gelijk Jonas drie dagen en drie nachten was in
den buik van den walvis, alzo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten
wezen in het hart der aarde.
Zie ook
Ps.55:15,23, Spr.15:24; 1 Sam.2:6, Ezech.31:15-17; 32:27,
In 1 Samuel
28:11-14 zien wij dat ook Samuel, een gelovige, in de hel was. Ook Jona was daar
(Jona1:17; 2:1-6, Matt.12:40)
En volgens
Lukas 16 zit ook Abraham daar. Hoe kan dat? Wij denken over het algemeen
genomen dat alleen ongelovigen daar zitten.
Ja, nu is dat
wel zo, maar vóór het kruis was dat niet zo. Toen ging iedereen naar de hel
beneden. Echter, niet allemaal bij elkaar.
De gelovigen en
ongelovigen waren gescheiden van elkaar door een diepe kloof. Zie Lukas 16:26.
Hoe ziet die
hel er dan uit?
Lukas 16:26-31
geeft ons een blik in de hel.
Er is een
onoverbrugbare kloof. Dat betekent dat er geen enkele hoop meer is. Als u in de
natuur aan de rand van een hoog ravijn staat en u wilt naar de overkant, dan is
het die kloof die het onmogelijk maakt om aan die andere kant te komen. In de
hel is die kloof ook niet te overbruggen, wat de hoop op redding volledig
wegneemt. En zonder hoop leven is het ergste wat er is. Nu, in dit leven zonder
God is ook leven zonder hoop.
Maar men kan
toch nog een goed leven leiden, tenminste zolang het meezit. Je kan er ook zelf
de hand in hebben. In de hel is dat allemaal niet zo. Het is een plaats zonder
hoop en in de pijn. Een eeuwig vooruitzicht wat nooit zal veranderen en alleen
maar erger zal worden.
Er is heel veel
te zeggen over deze voorstelling door de Here Jezus geschetst. Ook ivm de rijke
en arme. Dit heeft een betekenis voor Israel in de Grote Verdrukking. Echter het
gaat in deze studie puur over de hel en daar wil ik mij bij houden.
En we moeten
dit letterlijk nemen. Zo letterlijk als wij zien staan dat de rijke
begraven
werd
(vs23), zo letterlijk is de rest. Wat werd begraven? Zijn lichaam. Niet zijn
ziel en geest. Die gingen naar de hel.
En vers 23 en
24 spreken over de pijn en smarten in de vlam. Dat is het eeuwige vuur
wat wij reeds eerder lazen. Zie ook Matt.3:12 :
onuitblusselijk vuur.
Vers 25 zegt
dat Lazarus bij de kant van de vertroosting zat, nl. bij Abraham.
Wat wij uit het
geheel ook kunnen leren, is dat er geen zieleslaap bestaat. Zij zijn zich
volledig bewust van alles. Zij slapen niet, zij zijn wakker en hebben hun ogen
open en kunnen kijken, praten (vs 23-24) en ook herinneren (vs 25:
gedenk), en ook herkennen (vs 24 :“Vader
Abraham”, en “Lazarus”).
Uit 1 Sam.28:14
blijkt ook dat ze een mantel aan hebben, waarschijnlijk omdat ze geen lichaam “aan”
hebben. Dat ligt in het graf. In Openb. 7:9-14 lezen wij over de gestorven
heiligen die ook nog niet zijn opgestaan. Deze hebben lange witte klederen aan.
Maar, hoewel ze nog geen lichaam hebben, hebben ze handen om de palmtakken vast
te houden. De rijke deed zijn ogen open. Had dus ogen en vroeg of Lazarus Zijn
vinger wilde dopen in het water. Lazarus had dus vingers. De rijke wilde zijn
tong verkoelen en had dus een tong.
M.a.w. ze
hadden een bekleding en een bepaalde belichaming (echter een tijdelijke) voor
hun ziel.
Wat wij ook
hier leren is dat er geen bekering en geen berouw is bij degenen die verloren in
de hel zitten. In vs 30 zegt de ongelovige rijke gewoon “nee”
tegen Abraham in antwoord op het feit dat Abraham tegen hem zegt dat de nog
levende mensen op aarde Mozes en de Profeten hebben en dat dat voldoende is om
hun uit de hel te houden.
De rijke heeft
zich daar toen niets van aangetrokken en ook nu hij in de hel is ontkent hij dat
nog. Er is geen berouw, maar hij maakt zich alleen druk over de pijn die hij
lijdt en wil dat zijn broers besparen. En dat zou het geval zijn als Lazarus
weer terug zou gaan in levende lijve, opgestaan uit de dood. Ja, dan zouden zij
zich wel bekeren, zo denkt hij.
Eén ding is
zeker, de hel is een verschrikkelijk iets en de rijke lijdt vreselijke pijnen en
het wordt helemaal erg als hij later in de poel des vuurs geworpen zal worden.
Maar het
antwoord is heel eenvoudig: Nee , als men nu in dit leven de Bijbel niet
gelooft, dan doen zij dat ook niet als iemand aan hun verschijnt die uit de dood
opstaat. Heeft Christus geen mensen uit de dood doen opstaan? Denk bijvoorbeeld
aan de opwekking van Lazarus in Joh.11. Wat was de reactie van de Farizeeen? Hij
moet dood! Zie Joh.11:47-53. En een paar dagen later eiste het hele volk dat
Christus gekruisigd zou worden.
En heeft Israel
geloofd, toen de 12 de opstanding verkondigden aan Israel met Pinksteren? Een
aantal wel, maar de grote meerderheid niet.
Het gaat altijd
om geloof. Soms zeggen mensen, dat als ze Christus zouden zien of als God tegen
ze zou spreken ze wel zouden geloven. Niets is minder waar. De woorden van God
in de Bijbel opgeschreven zijn net zo echt als het geluid wat in onze oren
gehoord zou zijn als Hij voor ons stond en tegen ons ou praten. Kijkt u maar in
de hele Bijbel, dan ziet u daar het bewijs van, dat in levende lijve zien of
horen geen verschil maakt of men het aanneemt of niet.
En dat is dan
ook het antwoord dat Abraham geeft aan de rijke. Voor nog een bevestiging
hiervan kunnen wij dit zien in Openbaring 6:16—17 en 9:20-21. Men ziet Christus
in levende lijven in Zijn toorn en men blijft volharden in het verzet tegen Hem
en bekeren zich niet,.
Dus voor de
opvatting dat men nog een tweede kans zou krijgen is ook geen plaats! Want men
zal zich echt niet bekeren. Dus het vagevuur ook niet , wat sowieso niet
bestaat, maar een bedenksel is uit de heidense godsdienst die zijn oorsprong
weer heeft in Babel uit Genesis. Ook de mensen die zeggen dat uiteindelijk
iedereen gered zal worden, zoals die de leer van de zgn. Alverzoening aanhangen,
zitten ernaast, daar zij ook een dergelijke theorie er op na houden.
Ook kunnen wij
uit Lukas 16 leren dat de mens ook niet ophoudt te bestaan. De zgn.
vernietigingsleer. Men verdwijnt gewoon en dan is het afgelopen. Nee, men
verdwijnt helemaal niet. Wat wordt begraven als wij sterven? Het lichaam. Maar
ziel en geest vergaan niet, zij zijn eeuwig, óók bij de ongelovige.
Want wat is
doodgaan?
Gen.35:18 leert
dat als de ziel het lichaam verlaat, het lichaam dan dood is.
Jak. 2:26 leert
dat als de geest het lichaam verlaat, het lichaam dood is.
Dus zodra men
doodgaat (en dood betekent dat er een afscheiding plaats vindt) verlaat de ziel
en de geest het lichaam en gaan naar de hel.
Dus ze worden
gescheiden van het lichaam, en blijven gewoon voortbestaan in de hel. Ook bij
crematie houdt de ongelovige zich voor de gek door te denken dat hij dan
vernietigd is en onvindbaar voor God.
Dus in
Luk.16:2-31 leren wij dat er 2 afdelingen in de hel zijn. Namelijk voor
de geredden en de verlorenen.
De hel
vóór het Kruis
voor de gelovigen.
Waarom?
“Dus
iedereen gaat naar de hel, de gelovigen en de ongelovigen. Maar ik dacht dat ik
naar de hemel ging.”
Nu moeten wij
goed opletten en het Woord der Waarheid recht snijden (2 Tim.2:15). Er is
namelijk twee keer iets veranderd betreffende de toekomst van de gelovige. En
dat heeft te maken met:
1.
het verlossingswerk van Christus aan het kruis
2.
met de komst van de apostel Paulus aan wie de Verborgenheid geopenbaard
is
Punt 1.
Het verlossingswerk van Christus aan het kruis: Dé reden dat de gelovigen
van vóór het kruis nog niet naar de Hemel konden gaan, maar in de hel moesten
wachten.
Wat wij moeten
weten is dat in de hel waar de gelovigen zaten, door Christus
“het Paradijs”
genoemd werd, toen Hij dat zei tegen de moordenaar die naast Hem hing, waarheen
zij heen zouden gaan als zij zouden sterven:
En Jezus zeide
tot hem: Voorwaar , zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het
Paradijs
zijn. Lukas 23:43
Dus Christus’
Zijn lichaam werd begraven, maar Zijn ziel ging naar het Paradijs in het hart
van de aarde. Drie dagen en nachten net zoals Jona dat óók was. (Jona is terwijl
hij in de vis was ook dood geweest en toen hij uitgespuwd werd weer opgestaan
uit de dood. Zijn ziel was toen in de hel!).
En daarom maakt
Christus die vergelijking i.v.m. met Zijn eigen heengaan:
Want gelijk Jonas drie dagen en drie nachten was in den
buik van den walvis, alzo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten
wezen
in het hart
der aarde.
Matt. 12:40
Aan het kruis
noemt Christus deze plaats dus het Paradijs. Maar Christus is opgestaan
en zit nu aan de rechterhand van de Vader (Hand. 2:30-34; Efeze 1:20-21). I.tt.
de hogepriester uit het O.T. ging Hij niet met dierenbloed, maar met Zijn eigen
bloed naar de Vader (Heb.9:11-12) en alléén in dat bloed heeft God de Vader
geloof gehecht:
25 Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening,
door het geloof in Zijn bloed,
tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid,….Rom.3:25
Niet in het
dierenbloed (Heb. 10:4), maar God had het zo in het OT bepaald met in Zijn
achterhoofd het ware bloed dat komen zou en heeft daarom al de zonden wel
vergeven van diegenen die in geloof offerden, echter het was onder Zijn
verdraagzaamheid, want het ware bloed moest nog komen. (Rom.3:23-25).
En zoals de
hogepriester toen met dat dierenbloed achter het voorhangsel het heilige der
heilige binnenging waar God woonde om het bloed te sprenkelen voor weer een jaar
van verzoening, zo heeft Christus dat nu gedaan in de tegenwoordigheid van God
met zijn eigen bloed, daarmee een eeuwige verlossing
teweeggebracht hebbende (Heb.9:12).
Dus wat wij
hier zien is dat de zonde kwestie vóór het kruis nog niet echt was opgelost. Het
wachten was op het volgende:
15 En daarom is Hij de Middelaar des nieuwen testaments,
opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die
onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der
eeuwige erve ontvangen zouden Heb.9:15
Zolang dit,
Zijn dood, niet gebeurd was, konden de gelovigen die in de hel in het Paradijs
zaten niet naar hun God, naar hun Vader toe. Want God is een verterend vuur. Nu
Christus dit gedaan heeft is de toegang vrij gemaakt en hoeven zij niet meer in
de hel onder de grond in het hart der aarde te blijven, maar kunnen zij nu wel
naar God toe.
18 Waar nu
vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde.
19 Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in
te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, Heb.10:18-19
Hij heeft ze nu
gekocht met Zijn bloed. Zij zijn nu Zijn eigendom. Wij moeten niet vergeten dat
de hel oorspronkelijk voor satan en zijn engelen bedoeld was. Door de zonde via
Adam in de wereld te brengen in het menselijke geslacht, is dat zondige geslacht
toen in zijn macht gekomen (Heb.2:14) en zullen dus ook terechtkomen waar hij
naar toe zal gaan, nl de hel. Maar God heeft toen bepaald dat door
gehoorzaamheid en geloof aan Hem mensen toch gered konden worden, en dus heeft
Hij gezorgd voor een scheiding en een kloof in de hel, zodat men gescheiden
werd.
De Verlosser,
beloofd in Gen.3 : 15, moest eerst komen voordat zij in Zijn nabijheid konden
komen. Vandaar ook dat de cherubs de toegang tot de hof van Eden afschermden.
Waarom? Omdat God daar was! Dáár offerden Kain en Abel. Het was net als het
voorhangsel in de tabernakel. Daarachter woonde God en de offers moesten buiten
gebeuren.
Maar door de
dood van Christus aan het kruis is er een nieuwe (verse
- Heb. 10:20)) weg vrijgemaakt waardoor men nu wel toegang tot God heeft.
Vroeger hield het voorhangsel het tegen, nu is Zijn vlees (door
Zijn bloed) het voorhangsel en hebben zij daardoor nu vrijmoedigheid
om wel in te gaan. Dus niet meer de oude weg van het Oude Testament via de
hogepriester met dierenbloed. De weg is nu vanaf Zijn kruisdood en opstanding,
onder het Nieuwe Verbond, rechtstreeks open naar God, die nu in de derde hemel
woont
19 Dewijl wij
dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het
bloed van Jezus
20 Op een versen
en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is,
door Zijn vlees; Heb.10:19-20
M.a.w. de hel
was niet de natuurlijke verblijfplaats voor een gered persoon, wel voor een
verloren persoon. Echter een tijdelijke verblijfplaats voor de ongelovige tot
het grote oordeel komen zal.
De hel
ná het kruis
voor de gelovigen.
Daarom!
Wat wij geloven
is dat het Paradijs niet meer beneden is maar boven in de derde hemel. Waar God
woont. En Paulus laat ons dat zien in 2 Kor.12:2,4 :
2 Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of
het geschied zij in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik
niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken
is geweest tot in den derden hemel;
4 Dat hij
opgetrokken is geweest in het paradijs,
en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is
te spreken.
Dus het
Paradijs is nu in de derde hemel. Zoals wij zonet zagen, geloven wij dus dat
Christus na Zijn opstanding eerst naar de Vader
is gegaan om Zichzelf aan te Vader te tonen met Zijn eigen bloed voor de
eeuwige verlossing van de mensen.
God heeft dit
geaccepteerd als het enige menselijke offer wat bestaan kan voor Hem. Toen is
Christus weer teruggegaan en verschenen aan de discipelen. Dat verklaart ook
waarom Maria in Joh. 20:17 Hem eerst niet mocht aanraken en later weer wel.
Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog
niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik
vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.
Matt.29:9
Toen Hij aan de
Vader verschenen was, was de weg dus vrij en is het Paradijs verplaatst naar de
derde hemel. Waarschijnlijk is dat gebeurd, tussen het moment dat Hij naar de
Vader ging en weer terugkwam op aarde. Dat betekent dat de hel nu alleen nog
maar bestaat uit de ongeredde mensen.
Wat wij echter
goed moeten begrijpen is dat deze gelovigen van
vóór
het kruis en die
daarna tot aan Paulus
(die gingen vanaf het kruis dus niet meer naar het Paradijs onder de aarde,
maar naar de derde hemel) onder het programma van God voor het Koninkrijk op
aarde
vallen.
18 Want gij
zijt niet gekomen tot den tastelijken berg, en het brandende vuur, en
donkerheid, en duisternis , en onweder,
22 Maar gij
zijt gekomen tot den berg Sion , en de stad des levenden Gods, tot het hemelse
Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen;
23 Tot de algemene vergadering en de Gemeente der
eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, den Rechter
over allen, en de geesten der volmaakte rechtvaardigen;
Heb.12:18,22,23
Israel wacht op
het “hemelse “ Jeruzalem. Abraham wachtte
daar ook op (Heb.11:10, 16), de stad met fundamenten waar alleen God de
Bouwmeester van is. Dat is het origineel van wat nu en toen op aarde is. En dat
is nu boven, waar ze nu zijn. Daar waar God woont, zijn zij nu ook.
Dus de Oud
Testamentische heiligen zijn nu in het origineel (vs 22).
Vers 23 leert
ons dat ze genaderd zijn tot de
geesten
der volmaakte rechtvaardigen.
Dus sinds
Golgotha zijn de O.T. heiligen van het paradijs
vóór
het kruis, beneden in de hel in het hart der aarde, naar boven gebracht in
het hemelse Jeruzalem en degenen die
ná
Zijn opstanding gelovig werden zijn rechtstreeks naar boven naar het Nieuwe
Jeruzalem gegaan. Dat zijn diegenen waar Heb.12:23 over spreekt :
de Gemeente der eerstgeborenen en :
de geesten der volmaakte rechtvaardigen.
Hebreeen is
geschreven aan de gelovigen onder de bediening van de 12 apostelen uit de
begintijd uit Handelingen, dus zijn zij daar waar vers 23 over spreekt.
Wie?
NIÉT
het Lichaam van Christus, maar aan wie de brief gericht is, nl. de Hebreeen. De
Joodse gelovigen. Gelovig Israel. De kleine kudde.
Dus hoewel ze
nu in de derde hemel zijn, is dat
niét
een eeuwige bestemming. Als Christus naar beneden komt op aarde dan zullen deze
gelovigen met Hem naar beneden komen en opstaan, samen met de gelovige Joden die
tijdens de Grote Verdrukking zijn omgekomen vanwege het getuigenis van Jezus en
ook een opstandingslichaam krijgen om dan met Hem dat Koninkrijk binnen te gaan
naar Israel en Jeruzalem. Dat heet de eerste opstanding (Openbaring 20:4-6).
Dus goed
opletten! Hoewel zij dus nu daarboven zijn, is hun bestemming daar dus
niet!
Het
is
géén
eeuwige plaats voor hun. Zij zullen dus uiteindelijk hier beneden het eeuwige
leven op aarde hebben. Dat is altijd de verwachting voor Israel geweest.
En dan kom ik
op het antwoord op de vraag zoals hier boven gesteld dat wij wel toch naar de
hemel gaan. Het antwoord daarop is ja. Maar dat was tot aan Paulus voor niemand
het geval. Vóór Paulus is er nooit gesproken dat gelovigen naar de hemel zou
gaan. Abraham had deze verwachting niet, David ook niet. Niemand niet. Ook de
Here Jezus niet.
Nee, het
eeuwige leven is op aarde in het Koninkrijk als Christus gaat regeren. Dat is
waar de Bijbel over gaat.
Behalve bij
………….Paulus!
Punt
2.
Door de komst van de apostel Paulus aan wie de Verborgenheid geopenbaard is
heeft de gelovige een andere bestemming: De Hemel
Hij spreekt
over het plan van God wat over hemelse zaken gaat. Het Lichaam van Christus
heeft een hemelse hoop, absoluut geen aardse. Efeze 1:10 leert dat God ook de
hemel weer terug in Christus gaat brengen en niet alleen de aarde. In Genesis
1:1 schiep God de Hemel en de aarde. Maar niet alleen de aarde verviel in de
macht van satan, ook de hemelen. En dat Koninkrijk wat in de hemel is dat wordt
nu door God via het Lichaam van Christus weer in Christus teruggebracht.
Alleen Paulus
spreekt daarover, omdat het allen aan hem geopenbaard is door Christus (Galaten
1:12; Rom.16:25-26, Efeze 3:1-10).
Dus het klopt
als wij zeggen dat wij naar de Hemel gaan, maar dat is alleen voor het Lichaam
van Christus en zolang deze Bedeling der Genade duurt. En wij zullen daar voor
eeuwig ook blijven, want dat is onze toekomende woonplaats en positie van
autoriteit in dienst van God.
Wij gaan dus
niét
terug naar de aarde, want dat betekent namelijk dat de posities van autoriteiten
die in de hemelen zijn verlaten zullen worden en er geen bestuurders en
overheden daar meer zullen zijn.
Dat kan niet,
want wij zijn daartoe geroepen. Nu worden zij nog door satan en zijn engelen
bezet (Kol.1:16; Ef. 6:12)), maar zullen straks door ons ingenomen worden als
hij uit de hemel geworpen wordt (Op.12:9).
(Kol.1:20-21:
Wij zijn verzoend en nemen dan de posities in die God ook reeds met Zichzelf
verzoend heeft. Niet de bekleders ervan, nl, satan en zijn engelen)
5 Ook toen wij
dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade
zijt gij zalig geworden),
6 En heeft ons mede opgewekt,
en heeft ons mede gezet in den hemel in
Christus Jezus Ef.2:5-6
Dus wij, in de
Bedeling der Genade, gaan naar de Hemel boven :2 Tim.4:18; Ef.1:3; Ef.2:5; 1
Thess.4:13-18.
Vandaar
verwachten wij Hem en zullen wij voor
altijd
zijn Filip. 3:20-21, 1 Thess.4:17
Ons verlangen
is nu dat wij naar de Here gaan en wij een nieuw lichaam krijgen, want dat is
wat er gebeurt als wij zullen opstaan. Wij hebben een huis waar? In de hemelen!
Niet door mensenhanden gemaakt en…eeuwig!
1 Want wij
weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt ,
wij een gebouw van God hebben
, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig
in de hemelen.
Dus daar gaan
wij naar toe, naar de hemel en verlangen dat nieuwe lichaam te krijgen, want als
wij sterven zijn onze geest en ziel bij de Here, maar het lichaam ontvangen wij
pas als Hij het Lichaam van Christus op komt halen. Dan zal het Hoofd met het
Lichaam verenigd worden en zullen de geest en de ziel van de leden van dat
lichaam het vernieuwde opstandingslichaam krijgen. Dan zijn ze weer kompleet.
Vandaar dat Paulus dat naakt noemt, omdat ze nog niet met dat
opstandingslichaam overkleed zijn.
2 Want ook in
dezen zuchten wij, verlangende met onze woonstede, die uit den hemel is,
overkleed te worden.
3 Zo wij ook
bekleed en niet naakt zullen gevonden worden.
4 Want ook wij, die in dezen tabernakel zijn, zuchten,
bezwaard zijnde; nademaal wij niet willen ontkleed , maar overkleed worden,
opdat het sterfelijke van het leven verslonden worde.
2 Kor.5:1-4
U ziet, wij
gaan naar de Hemel en blijven daar ook voor eeuwig i.t.t. de
Koninkrijksgelovigen op aarde. Zij keren terug naar de aarde en zullen dáár
eeuwig leven hebben.
22 Want wij
weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is
tot nu toe.
23 En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de
eerstelingen des Geestes hebben , wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven,
verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de
verlossing onzes lichaams. Rom.8:22-23
Dát is onze
verwachting, onze hoop. Hemels, en de verlossing van ons lichaam. Dan zijn wij
weer kompleet.
Echter:
Gelijkvormig aan Zijn heerlijk lichaam.
(Filip.3:20-21)
De hel voor de
ongelovigen onder de aarde.
Bestaat deze nu
nog steeds?
Ja, de hel in
het hart der aarde bestaat nog steeds en er gaan nog steeds mensen naar toe. De
Hel is nog steeds onder de aarde, met alleen de ongelovigen, vanaf Genesis tot
en met Openbaring 20, die wachten op hun definitieve straf. Dus wat de
ongelovige
betreft is er aan
zijn
toekomst en zijn huidige verblijfplaats helemaal
niets
veranderd.
Hij zit nu nog
steeds in de hel en wacht op zijn definitieve straf en eindbestemming. Een soort
Huis van Bewaring dus, zoals wij dat nu ook kennen als een crimineel moet
wachten in gevangenschap in een huis van bewaring. Hij wordt daar tijdelijk
bewaard totdat zijn rechtszaak voorkomt en als de straf is uitgesproken,
verhuist hij naar een andere plaats, namelijk de gevangenis, waar hij dan de
straf kan gaan uitzitten. Straks meer daarover.
De functie en
locatie van de hel tijdens het Millennium
Wat de hel
betreft is zijn functie met het verloop der tijd wel veranderd. Tot het kruis
ging iedereen naar de hel. Na het kruis alleen nog de ongelovigen. Echter de hel
was en is ook nu altijd onzichtbaar geweest voor de levenden op aarde en alleen
voor de zielen en geesten van de mensen.
Maar tijdens
het 1000 jarig Koninkrijk op aarde zal dat totaal veranderen. Namelijk
wél
zichtbaar voor iedereen en
wel
mét de lichamen. Waarom is dat?
Uitleg: In het
Koninkrijk zal de wet gehandhaafd worden door onze Here (Jes.2:2-4). De
overtreders zullen gestraft worden (Jes.2:4). Overtredingen zullen niet door de
vingers gezien worden.
God zal dan de
doodstraf uitoefenen. In het O.T. was dat door steniging. Een pijnlijke
doodstraf dus, niet een pijnloze doodstraf als tegemoetkoming naar de crimineel.
Nee, daar was de doodstraf niet voor, zoals men nu soms het wil verzachten door
een injectie te geven.
De doodstraf is
, i.t.t. wat de “geciviliseerde beschaafde wereld” er nu van vindt en het
afgeschaft heeft, een gerechtvaardigde zaak in de ogen van God als vergelding
van de overtreding. Daarmee laat de gemeenschap via de overheid zien dat men dit
niet accepteert. Het was een uiting van de houding van de gemeenschap tegenover
de misdaad die begaan was.
Een uiterlijk
vertoon was de steniging, voor iedereen zichtbaar dus, zo dat het voor iedereen
duidelijk is. Het was een getuigenis van Gods houding en wraak over de zonde die
begaan was.
Welnu, dat zal
zeer zeker ook in het 1000 jarig Koninkrijk het geval zijn, maar dan zal de hel
daar de hoofdrol in gaan spelen. Als wij Matt.25:31-46 nog een keer bestuderen
dan weten wij dat dit gaat over de toelating van heidenen die het gelovige
Israel tijdens de Grote Verdrukking gesteund hebben. Dat zijn de
gezegenden
op basis van Gen.12:1-3. Die mogen het Koninkrijk in. Echter, die dat niet
gedaan hebben zijn de
vervloekten,
die
wij kunnen vinden in vers 41:
Matt.
25:41
Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn,
zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het
eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn
engelen bereid is.
Zij gaan dus
naar de hel aan het begin van het Koninkrijk. Satan ook en 1000 jaar later gaat
hij er weer uit, maar daarover later meer. Dat vuur is letterlijk daar aanwezig
en ze zullen er zo in geworpen worden, blijvend zichtbaar voor iedereen In het
Millennium zal de hel een locatie zijn waartoe men toegang heeft op aarde en het
zal dus zichtbaar zijn.
9 En een derde
engel is hen gevolgd , zeggende met een grote stem: Indien iemand het beest
aanbidt en zijn beeld, en ontvangt het merkteken aan zijn voorhoofd, of aan zijn
hand,
10 Die zal ook drinken uit den wijn des toorn Gods, die
ongemengd ingeschonken is, in den drinkbeker Zijns toorns;
en hij zal gepijnigd worden met vuur en sulfer
voor de heilige engelen en voor het Lam.
11 En de rook van hun pijniging gaat op in alle
eeuwigheid, en zij hebben geen rust dag en nacht, die het beest aanbidden en
zijn beeld, en zo iemand het merkteken zijns naams ontvangt.
Openb. 14:9-11
Iedereen die de
antichrist aanbeden heeft wordt in aanwezigheid van Christus en Zijn heilige
engelen gepijnigd. Zichtbaar tijdens de 1000 jarige regering van Christus op
aarde.
22 Want gelijk
als die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht
zullen staan, spreekt de HEERE, alzo zal ook ulieder zaad en ulieder naam
staan.
23 En het zal
geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot de andere, en van den enen sabbat tot
den anderen, alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht , zegt
de HEERE.
24 En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode
lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal
niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees
een afgrijzing wezen.
Jesaja 66:22-24
Iedereen zal
naar Jeruzalem moeten komen om Hem te aanbidden en als waarschuwing zullen ze de
dode
lichamen
zien in de hel. Hee, hoe kan dat? Dit is een letterlijke vervulling van Markus 9
:43-48 en Matt. 5: 29-30 :
29 Indien dan uw rechteroog u ergert, trekt het uit, en
werpt het van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw
gehele lichaam in de
hel geworpen worde.
30 En indien uw rechterhand u ergert, houwt ze af, en
werpt ze van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw
gehele lichaam in de
hel geworpen worde.
Dat is niet
meer zoals in het O.T. waar alleen de ziel en geest van de ongelovige in de hel
kwam. Het lichaam lag in het graf in de grond.
Nu, in het
Koninkrijk wordt men inclusief het lichaam in de hel geworpen!
De zgn.
Alverzoeners proberen Jesaja 66:24 te gebruiken om te laten zien dat alleen dode
lichamen daar liggen, maar niet de zielen. Die zijn daar dan zogenaamd niet. Dus
uiteindelijk is toch iedereen gewoon gered.
Maar een juiste
bestudering van de Schrift laat het tegendeel zien. En zo ziet de doodstraf er
in het Koninkrijk er uit. Afgrijselijk en openbaar voor iedereen:
24 En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode
lichamen der lieden zien, die tegen Mij
overtreden hebben; want hun worm zal niet
sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een
afgrijzing wezen.
Jesaja 66:24
Dáár
gaat het om , dat ze zien dat ze tegen de Allerhoogste God overtreden hebben.
Denk eraan dat wij met een heilige en rechtvaardige God van doen hebben! Adam
werd om één, in onze ogen lichte overtreding, anders wel de Hof uitgezet en als
hij terug had gegaan hadden de cherubs hem gedood met het vlammende zwaard!
Dus in het
Koninkrijk is de doodstraf niet de steniging, maar het werpen in de hel. Daar is
steniging nog vriendelijk bij.
De
locatie van de hel in het Millennium waar iedereen het kan zien.
Jesaja 34
spreekt over de toekomst, als Christus naar de aarde komt om te oordelen:
1 Nadert, gij
heidenen, om te horen, en gij volken! luistert toe; de aarde hore , en haar
volheid, de wereld en al wat daaruit voortkomt.
2 Want de verbolgenheid des HEEREN is over al de
heidenen, en grimmigheid over al hun heir; Hij heeft hen verbannen, Hij heeft ze
ter slachting overgegeven.
3 En hun verslagenen zullen weggeworpen worden
, en van hun dode
lichamen zal hun stank opgaan
; en de bergen zullen smelten van hun bloed.
4 En al het
heir der hemelen zal uitteren , en de hemelen zullen toegerold worden, gelijk
een boek, en al hun heir zal afvallen , gelijk een blad van den wijnstok afvalt,
en gelijk een vijg afvalt van den vijgeboom.
In de hel
zullen zij
weggeworpen
worden en in het Millennium tot een getuigenis zijn van God tegen de zonde en
overtreding tegen Hem.
5 Want Mijn zwaard is dronken geworden in den hemel;
ziet,
het zal ten oordeel nederdalen op Edom,
en op het volk, hetwelk Ik verbannen heb.
6 Het zwaard des HEEREN is vol van bloed , het is vet
geworden van smeer, van het bloed der lammeren en der bokken, van het smeer der
nieren van de rammen; want de HEERE heeft een slachtoffer te
Bozra,
en een grote slachting
in het land der Edomieten
.
Dat is de
plaats waar de hel dan zal zijn. In het land
Edom.
Bozra was de hoofdstad daarvan.
Nadere
bestudering leert ons dat Edom ten zuiden van de Dode zee ligt.
Zie
http://nl.wikipedia.org/wiki/Afbeelding:Levant_830.png
voor een kaart en
http://nl.wikipedia.org/wiki/Edomieten voor een beschrijving van de locatie.
Een toepasselijke locatie, als wij ook denken aan Sodom en Gomorra waar het ook
zwavelen vuur regende. En dat is weer de oorsprong van de Dode zee!
8 Want het zal
zijn de dag der wraak des HEEREN, een jaar der vergeldingen, om Sions
twistzaak.
9 En hun beken
zullen in pek verkeerd worden , en hun stof in zwavel; ja, hun aarde zal tot
brandend pek worden.
10 Het zal des
nachts of des daags niet uitgeblust worden, tot in der eeuwigheid zal zijn rook
opgaan; van geslacht tot geslacht zal het woest zijn, tot in eeuwigheid der
eeuwigheden zal niemand daar doorgaan .
De beken, het
stof en de aarde uit vers 9 slaan op Edom en Bozra uit vers 5 en 6.
1 Wie is Deze, Die van Edom
komt met besprenkelde klederen, van
Bozra? Deze ,
Die versierd is in Zijn gewaad? Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het,
Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen.
2 Waarom zijt Gij rood aan Uw gewaad, en Uw klederen als
van een, die in de wijnpers treedt ?
3 Ik heb de pers alleen getreden, en er was niemand van
de volken met Mij; en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in
Mijn grimmigheid;
en hun
kracht
(= bloed)
is gesprengd op Mijn klederen, en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld.
4 Want de dag der wraak was in Mijn hart, en het jaar
Mijner verlosten was gekomen. Jes. 63:1-4
Het kleed van
Christus is hier niet meer wit, zoals het was vóór Hij ten strijde trok, zie
Dan. 7:9; 10:5; Openb. 1:13-15. Vanwege het bloed van Zijn vijanden is het nu
rood geworden! Zie ook Openb.19:13. Dus daar zullen de dode lichamen te zien
zijn, inclusief hun ziel. Dode lichamen omdat ze in de hel geworpen zijn, maar
met een levende ziel en geest in hen.
Dus als men
optrekt naar Jeruzalem, u kunt dat op het kaartje goed zien, dan zal men volgens
Jesaja 66,
nádat
men daar geweest is naar Edom gaan om daarlangs te trekken en het zien:
23 En het zal
geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot de andere, en van den enen sabbat tot
den anderen, alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht , zegt
de HEERE.
24 En zij zullen henen uitgaan (d.w.z.
uit Jeruzalem gaan),
en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben;
want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij
zullen allen vlees een afgrijzing wezen.
Jesaja 66:23-24
Hun worm zal
niet sterven en maden zullen ze bedekken volgens Jes.14:11:
Uw hovaardij is
in de hel nedergestort , met het geklank uwer luiten; de maden zullen onder u
gestrooid worden, en de wormen zullen u bedekken.
Hoewel deze
tekst gaat over satan die in de hel gegooid is, geldt het voor iedereen daar,
zoals wij lezen in Jes.66:24 en Markus 9:42-48, waar het 3 keer vermeld staat.
Tot zover de
bedoeling en de locatie van de hel tijdens het Millennium.
We gaan weer
verder met de hel ná het Millennium
De ongelovigen
vanaf Kain t/m het einde van het 1000 jarige Rijk zitten nu nog steeds in de hel
en wachten op hun definitieve straf en eindbestemming. Zoals ik al eerder zei
zitten ze in een soort Huis van Bewaring wachtende op hun rechtszaak en de
definitieve uitspraak van de straf oom daarna naar de definitieve plaats
gebracht te worden om hun straf uit te zitten.
Op.20:
10 En de
duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers,
alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en
nacht in alle eeuwigheid.
Helemaal aan
het eind van Gods handelen met de wereld, als het 1000 jarig Rijk voorbij is en
als satan reeds in de poel des vuurs is geworpen, dan zullen alle ongelovigen
van alle eeuwen, vanaf Genesis 4, die in de hel zitten voor de Rechter komen te
staan, nl. Christus. Hij is Degene Die door God geautoriseerd is om te oordelen.
Waarom? Omdat Hij als Mens zonder zonde geleefd heeft op deze aarde en daarom
bevoegd is om te oordelen.
Men zegt wel
eens tegen iemand anders dat hij niet mag oordelen over een ander. Waarom zegt
men dat? Omdat die persoon zelf ook niet volmaakt is en zelf ook dingen fout
doet.
Bij Christus is
dat dus niet zo. Hij is namelijk wel volmaakt. En al is Hij tot zonde gemaakt
om ons te verlossen, Hij had toch nooit gezondigd. En Hij is ook weer opgewekt
door de Vader zonder zonde en is in alle opzichten de Enige Mens die ons kan en
mag oordelen (Joh.5:21-22; Hand.17:31). En nu is het moment aangebroken dat ze
voor Hem zullen staan. Voor Zijn troon. Niet meer in een vernederde positie,
maar als hun Rechter. Zij zullen nu moeten buigen en
moeten belijden dat Hij Heer is (Filip.. 2:10-11).
Let op! Niet
dat Hij hun Heer is, (zoals wij zeggen : Hij is
mijn
Here) is maar
dé
Here. Het is een afgedwongen belijden en niet een vrijwillige, ze kunnen nl.
niet anders. Een krijgsgevangene zal ook tegen over zijn overwinnaars moeten
erkennen dat zij zijn meerderen zijn. Hij is immers door hun overwonnen en
hebben hem in zijn macht. Dus hij zal niet anders kunnen, ook al zal hij hun in
zijn hart dit verafschuwen en hun haten en tegenstaan. Hier is absoluut geen
sprake dat men dus toch gered is vanwege dit woordje belijden, zoals ons
sommigen willen doen geloven
Op.20:
11 En ik zag
een groten witten troon , en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de
aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden.
12 En ik zag
de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een
ander boek werd geopend, dat des levens is ; en de doden werden geoordeeld uit
hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.
De ongelovigen
uit de Hel zullen ook opstaan. Echter niet met het opstandingslichaam wat wij
zullen hebben. Zij hebben niet het leven van Christus in zich. Denk bijv. aan
Lazarus. Die stond ook op en later is hij weer gestorven.
En omdat men
geweigerd heeft God op Zijn voorwaarden te gehoorzamen en dus in ongeloof
gebleven zijn en daardoor geen vergeving van hun zonden hebben, zullen zij
rekenschap moeten afleggen voor Hem van elk woord wat ze gezegd hebben en van
elke daad die ze gedaan hebben tijdens hun leven op aarde:
36 Maar Ik zeg
u, dat van elk ijdel woord, hetwelk de mensen zullen gesproken hebben,
zij van
hetzelve zullen rekenschap geven in den dag des oordeels.
37 Want uit uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden,
en uit uw woorden zult gij veroordeeld worden. Matt.12:36-37
Dit is de Dag
des Oordeels als ze voor de Grote Witte Troon zullen staan en hun definitieve
straf zullen ontvangen. Dit zal geheel in overeenstemming zijn met hetgeen zij
in hun leven gedaan hebben. God is nl. een vergelder van ieders werken
(Rom.2:6). Dus de misdadiger die in dit leven er misschien zijn straf altijd
heeft weten te ontlopen zal hier alsnog zijn straf ontvangen, maar dan is het
wel een eeuwige.
Rom.12:19 is
dan een vers wat vertroostend werkt, omdat wij hierdoor weten dat niemand zijn
straf zal kunnen ontlopen. De strafmaat zal dan wel verschillend in zwaarte en
ernst zijn, maar welke straf het ook zal zijn, de poel des vuurs zal een
verschrikkelijk en afgrijselijk iets voor allemaal zijn. Dan.12:2 zegt een
eeuwige afgrijzing.
En zo zal het zijn in de poel des vuurs:
10 En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den
poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn;
en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle
eeuwigheid. Op.20:10
8 Maar den vreesachtigen, en ongelovigen, en gruwelijken,
en doodslagers, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars, en al den
leugenaars, is hun deel in den poel, die daar
brandt van vuur en sulfer;
hetwelk is de tweede dood. Op.21:8
Dat het dan ook
echt het einde zal zijn en alle zonde en dood weggedaan is, blijkt uit het feit
dat ook de dood en de hel in de poel des vuurs geworpen zullen worden. Wat wil
dat zeggen? Tegenstanders van de hel en de eeuwige pijn zeggen dat de dood en de
hel abstracte begrippen zijn en dus de eeuwige afgrijzing en pijn in de poel des
vuurs ook.
Echter het is
helemaal niet abstract. De zinsnedes “die in haar
waren” en “die in hen waren”
zijn heel belangrijk om dit te kunnen begrijpen.
13 En de zee gaf de doden,
die in haar waren; en de dood en de
hel gaven de doden, die in hen waren;
en zij werden geoordeeld, een iegelijk naar hun werken
Om voor de
Rechter te verschijnen zullen alle verlorenen uit de hel moeten opstaan. Dat wil
dus zeggen dat hun geest en ziel weer verenigd zullen worden met het lichaam.
Welnu, als men sterft, dan gaan de levende
ziel en de geest naar de hel.
En waar is dan
het
dode
lichaam? Juist, 1 meter begraven onder de grond.
Job
27:15 noemt het begraven van het lichaam :
Zijn
overgeblevenen zullen
in den dood begraven
worden…..
Dus als het
lichaam in het graf ligt, zowel na 1 dag of na 1000 jaar als er helemaal niets
meer van over is, dan ligt het dus begraven
in de dood.
Dus waar is hun
niét
dode ziel en geest? Juist :
in
de hel
En waar is hun
wél
dode lichaam? Juist :
in
de dood in het graf.
Echter er is
nog een manier van begraven en dat is op zee. Die lichamen zullen ook met de
geest en ziel herenigd worden om op te staan. Vandaar dat er staat dat ook de
zee de doden
die in hen waren
gaf.
U ziet dus dat
het niet abstract is allemaal, want dan is de hel abstract, de zee is dan
abstract, de Grote Witte Troon is dan abstract, het oordeel is dan abstract.
Straks is Christus ook nog abstract!!
Het mag
misschien vreemd klinken wat wij nu lezen, maar als u denkt aan uw eigen
opstanding, dan is dat vergelijkbaar. Ook bij ons als wij zullen opstaan,
voltrekt zich een zelfde proces.
Want waar zijn
onze ziel en geest als wij gestorven zijn? Juist : Bij de Here,
in
de Hemel.
En waar is ons
lichaam? Juist :
In
het graf, en, zoals wij zonet zagen betekent dat
in
de dood.
En als de Here
ons komt halen, dan wordt ook bij ons het lichaam herenigd met de ziel en de
geest. Tenminste bij diegenen die reeds ontslapen en bij de Here zijn. Voor
degenen die nog leven wordt op dat ogenblik in een punt des tijds het nog
levende lichaam veranderd in het nieuwe opstandingslichaam, wat Christus ook had
(Filip.3:20-21).
50 Doch dit
zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet beerven kunnen, en
de verderfelijkheid beerft de onverderfelijkheid niet.
51 Ziet, ik
zeg u een verborgenheid : wij zullen wel niet allen ontslapen , maar wij zullen
allen veranderd
worden ;
52 In een punt des tijds, in een ogenblik , met de
laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk
opgewekt worden, en wij zullen veranderd
worden.
53 Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid
aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. 1
Kor.15:50-53
Het is niet zo
dat wij een totaal ander onherkenbaar en voor ons vreemd nieuw lichaam krijgen.
Nee, het zal
veranderd
worden in een verheerlijkt lichaam:
20 Maar onze
wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den
Heere Jezus Christus;
21 Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat
hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor
Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen. Filip.3:20-21
Wees niet
teleurgesteld hierover als u niet tevreden bent met uw eigen lichaam. Het zal
volmaakt en heerlijk zijn, niet te bevatten nu voor ons op dit moment. Denk ook
aan Christus toen Hij weer opgestaan was. Toen Hij hun ogen opende herkenden zij
Hem weer. Er stond niet een andere Jezus opeens voor hun, Wel met eigenschappen
zoals wij dat ook zullen krijgen, bijv. het verplaatsen met de snelheid van
licht en door gesloten deuren kunnen bewegen.
Ja, dat zal de
ongeredde mens in de poel des vuurs niet kunnen zeggen als hij dat oude lichaam
weer aanheeft. Zij zullen in de vlam zijn die nooit uitgaat en hun ook niet
verteert. Denk aan de brandende braambos en de mannen in de vurige oven. Die
verteerden ook niet terwijl ze in het vuur waren. Echter daar was het niet om te
pijnigen, daar was redding in het vuur. Maar niet voor de ongelovige in de hel
en daarna in de poel des vuurs (Luk.16:24; Op.20:10).
Daar zien wij
trouwens dat in Op.19:20 het beest en de valse profeet
levend
in de poel des vuurs geworpen worden. 1000 jaar later wordt ook satan erin
geworpen (nadat hij al die tijd in de hel gezeten heeft in het onuitblusselijk
vuur, Op.20:1-3).
En wie ziet hij
daar dan? Het beest en de valse profeet (20:10). Dat betekent dat het vuur satan
niet verteerd heeft, want ook in de poel des vuurs is er geen vernietiging, want
het beest en de valse profeet zijn daar nog steeds na die 1000 jaar.
24 En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode
lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun
worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet
uitgeblust worden, en zij zullen allen
vlees een afgrijzing wezen. Jes.66:24
Onuitblusselijk
vuur en de worm (maden) die niet zal sterven in dat vuur! Zie ook Mark.9:42-48.
Helse vuur is onuitblusselijk en eeuwig vuur. Dat is ook zo in de poel des vuurs,
alwaar ook de hel in geworpen zal worden. Dat betekent dat de hel dus uit het
hart van de aarde weggedaan zal worden. Het voert te ver in deze studie om dat
te gaan behandelen, maar de locatie van de poel des vuurs zal dan onder de aarde
zijn.
Dat is de
tweede dood, omdat iedereen de eerste keer sterft vanwege de zonde (Rom. 6:23),
maar reeds dood is als hij geboren wordt omdat hij in zonde geboren wordt,
afgesneden van het leven van God, zonder God dus (Rom.5:12; Ef.2:1-3). Dat is de
eerste dood voor iedereen. Maar de tweede dood is niet voor iedereen. Die is
alleen voor de ongelovigen.
Christus heeft
Zijn leven gegeven aan het kruis om ze te redden van die tweede dood, de poel
des vuurs. Dat heeft Hij aan het kruis in zijn ziel doorgemaakt, de gruwelijke
Godverlatenheid en de pijniging in de poel des vuurs. Dat zullen wij gelovigen
nooit hoeven te ervaren wat dat is dank zij Hem!
14 En de dood
en de hel werden geworpen in den poel des vuurs; dit is de tweede dood.
15 En zo
iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen
in den poel des vuurs.
Op.20: 14-15
Dat is de
definitieve straf en hun bestemming en het einde van alle rebellie in de Hemel
en op aarde en tevens de inluiding van de eeuwigheid zonder zonde en in
volmaaktheid waarin God alles en in allen zal zijn. De nieuwe Hemel en de nieuwe
aarde met het Nieuwe Jeruzalem (1 Ko.15:28; Op.21)
Zullen wij
daarom hel en verdoemenis prediken om mensen tot bekering te leiden?
Nee, dat heeft
de geschiedenis al bewezen dat deze prediking nog niemand het eeuwige leven
gebracht heeft. Vele mensen die onder zo’n prediking gezeten hebben zullen dit
bevestigen. Trouwens, denkt u maar aan de rijke in de hel. Die zat in de hel en
was niet van plan zich te bekeren. Nee, het is de goedentierenheid van God die
mensen tot bekering leidt. Een liefhebbende God die van ze houdt, dat sorteert
effect :
4 Of veracht gij den rijkdom Zijner goedertierenheid, en
verdraagzaamheid, en lankmoedigheid, niet
wetende, dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt? Rom.2:4
Dus de hel
prediking leidt niet tot bekering. Wat de mensen gepredikt moet worden is dat er
een God is Die van ze houdt, maar ook dat Hij een rechtvaardige God is. Dat wil
dus zeggen dat de mensen moeten weten dat ze schuldig tegenover God staan en
daarom een straf zullen ontvangen.
M.a.w., ze
moeten in staat van beschuldiging gesteld worden, net zoals in de rechtbank voor
de rechter. Hoe doen wij dat? Nou, bijvoorbeeld door de wet te gebruiken die men
zo graag aanhaalt om zich te rechtvaardigen voor God en de mensen. Men zegt de
10 geboden na te leven en dat zal wel voldoende zijn. Wij echter zijn niet onder
de wet, maar onder de genade (Rom.6:14) en gebruiken die wet daarom niet om
rechtvaardig te leven. De Genade gaat ons dat nu onderwijzen (Titus 2:11-12).
Wij weten dat
de wet nl. gegeven is om om de mensen tot kennis van de zonde te brengen
(Rom.3:20), om te zonde te vermeerderen in ons (Rom. 5:20; 7:8). Dus God heeft
door de wet aangetoond dat het probleem in de mens zit. Het heeft de zonde in
hem naar boven gebracht. Het bracht hem juist tot zondigen. Dat alles om de mens
te leren, dat hij uit zichzelf niets kan doen wat God kan behagen. Hij kan
alleen maar zonde voortbrengen.
M.a.w., wij
hebben Gods Genade nodig en ander zijn wij reddloos verloren.
HIJ
alleen moet en kan het in ons doen en niets en niemand anders!
Maar Paulus
zegt dat wij die wet wel kunnen gebruiken voor dat doel waarvoor God het gegeven
had, nl. iemand in staat van beschuldiging stellen. Dat is het enige nog
waarvoor wij de wet nog gebruiken! Dus nooit om daaruit een rechtvaardig leven
te gaan leiden.
1 Tim.
1:8
Doch wij weten,
dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt
D.w.z. dat wij
de wet mogen en kunnen gebruiken als wij dat maar wettelijk doen. Dus volgens de
regels van het spel. En de regel van het spel, van de wet, is dat je laat zien
dat hij de wet niet kan houden en dus schuldig voor God staat. Simpel voorbeeld
is bijv. het houden van de Sabbat, of dat iemand zijn vader of moeder altijd
gehoorzaamd heeft, of nooit iets gestolen heeft, of nooit gelogen, of….enz.
Niemand zal
zeggen dat hij nooit een van die dingen niet gedaan heeft (alhoewel er zijn
uitzonderingen weet ik uit eigen ervaring!). Maar in de ogen van God mogen wij
nooit de wet verbreken, want dan ben je schuldig aan de gehele wet (Jak.2:10).
Dus zodoende
ervaart die mens dat die wet hem juist schuldig en des doods waardig verklaart.
Het feit is bewezen!
Heel nuchter
hebben wij dan zo bewezen dat hetgene waar men vertrouwen in stelt juist tegen
hen werkt en ze daardoor onder het oordeel van God komen.
Ook mensen die
niet weten van de 10 geboden (hoewel de meesten dit toch wel weten) voeren
morele argumenten aan, welke van de 10 geboden zijn, aangezien men de eerste 9
allemaal in hun geweten heeft, behalve de Sabbat aangezien de Sabbat geen moreel
gebod is.
Want
Rom.1:21-22 leert dat alle mensen weten dat God bestaat en vers 32 leert dat ze
het recht van God weten als je de morele wetten van het leven overtreedt.
De prediking van
het kruis, Zijn barmhartigheid, Zijn goedertierenheid en Zijn liefde is wat de
mensen tot bekering leidt:
Dus dan komen
wij met het goede nieuws van Gods liefde voor hun en dat is wat hun tot bekering
leidt, tenminste als men dit ook van harte wil.
3 Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam,
dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende , in boosheid en
nijdigheid levende , hatelijk zijnde, en elkander hatende .
4 Maar wanneer
de goedertierenheid van God , onzen Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen
verschenen is,
5 Heeft Hij
ons zalig gemaakt,
niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn
barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen
Geestes;
6 Denwelken
Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onzen Zaligmaker;
7 Opdat wij,
gerechtvaardigd zijnde door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hope
des eeuwigen levens.
Titus
3:3-7
Ziet u, Zijn
goedertierenheid en Zijn liefde is aan de mensen verschenen. Dat is de
zaligmakende
genade uit Titus 2:11. En
niet de wet.
Die kan ons alleen maar verdoemen. En die zaligmakende genade is aan Paulus
geopenbaard. Hij is degene die dat in zijn brieven aan ons bekendmaakt, nadat
Christus dat aan hem heeft geopenbaard en niet eerder en niet door iemand anders
eerder bekendgemaakt.
Rom.
5:8
Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus
voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren
Dát
is wat wij nodig hebben. Het kruis is het bewijs van Gods liefde, maar ook van
Zijn rechtvaardigheid. God heeft de zonde niet door de vingers gezien en
vergolden op Zijn Zoon i.p.v. mij en u. En dat deed Hij voor zondaars. Zondaars
zijn vijanden van God. Zij gaan tegen Hem in. Zondaars zijn goddelozen. Zij
moeten God niet.
Wát
een liefde en
wát
een barmhartigheid dat Hij dat voor ons allemaal gedaan heeft, want wij waren
allemaal eertijds ook zo (zie Titus 3:3). Grotere liefde bestaat niet en heeft
ook niemand (Rom.5:6-7).
19 Want God
was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet
toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.
20 Zo zijn wij
dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade ; wij bidden van
Christus wege: laat u met God verzoenen.
21 Want Dien,
Die geen zonde gekend heeft , heeft Hij zonde voor ons gemaakt , opdat wij
zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.
2
Kor.5:19-21
Verzoening
prediken is heel iets anders dan hel en verdoemenis preken. Namelijk, i.p.v. de
vijandschap prediken wij nu de vrede van God naar de mensen. Wij spreken namens
Christus, in Zijn plaats! (“van Christus wege”).
En als Zijn gezanten heeft Hij ons gestuurd met de boodschap (het Evangelie)
van Verzoening. Dat Hij van ze houdt en graag vrede met hun wil hebben. Dat kan
nu door de gekruisigde Christus te aanvaarden als hun Verlosser van hun zonden.
En dan als zij zich hebben laten verzoenen dan ontvangen zij Zijn
rechtvaardigheid!
1
Kor.1:18
Want het
woord des kruises is wel dengenen, die
verloren gaan, dwaasheid; maar ons,
die behouden worden,
is het een kracht Gods;
1
Kor.1: 21
Want
nademaal, in de wijsheid Gods , de wereld God niet heeft gekend door de
wijsheid, zo heeft het Gode behaagd , door de dwaasheid der prediking,
zalig te maken, die geloven;
“woord
des kruises”;
“de dwaasheid der prediking”
Dát
is de inhoud van de prediking naar de mensen toe. Wat is er zo dwaas aan? Dat
wij erkennen dat wij zondaars zijn en onszelf niet kunnen redden. In de ogen van
de wereld is dat dwaas. Dat gaat tegen onze trotse natuur in. Trots wil zichzelf
verhogen, maar om gered te worden moeten wij ons vernederen.
Dat wil zeggen,
in
ónze
ogen vernederen, maar voor God is dat een daad waar Hij de hoogste waardering
heeft. Hij haat trots, zie Pa.18:27; Spr.6:17; Jesaja 2:11, Jak. 4:6.
En door die
prediking maakt Hij de mensen zalig, mits ze geloven
Misschien zegt
u dat u geen resultaat ziet. Dat u geen grote massa’s tot bekering ziet komen,
maar het gaat erom dat wij onze taak uitvoeren. Dan zijn wij voor God een goede
reuk
15 Want wij zijn Gode een goede reuk van Christus, in
degenen, die zalig worden,
en in degenen, die verloren gaan;
16 Dezen wel
een reuk des doods ten dode; maar genen een reuk des levens ten leven. En wie is
tot deze dingen bekwaam?
2 Kor.2:15-16:
Misschien niet
op het moment als wij het bekend maken, maar misschien jaren later dat iemand
zich het weer herinnert en alsnog tot bekering komt. Of misschien zijn wij de
eerste of de derde persoon die het aan iemand vertelt, zodat het niet onbekend
meer is bij hun. Het is hun verantwoordelijkheid om het te geloven, niet van
ons.
Als ze dat
doen, dan maakt God op dat moment ze zalig door ze rechtvaardig te verklaren.
Wie het niet wil, ja, voor hun is het dan een kwade reuk ten dode en ze gaan dan
verloren.
En zoals wij in
het begin in Lukas zagen, dat Christus zei dat Hij in de wereld gekomen was om
het verlorene te behouden, is het nu via de apostel Paulus dat Hij
zegt dat Hij kwam om
zondaren zalig te maken (1 Tim.1:15).
Dát
is de prediking en
zó
worden mensen gered uit de hel en uit de poel des vuurs, want God heeft geen
behagen in het straffen, veroordelen en doden van mensen, maar dat zij zich
bekeren, zodat zij niet naar dat eeuwige vuur hoeven.
Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere
HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat
de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze
wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels? Ezekiel 33:11
Dat gold ten
tijde van Israel, zoals wij hierboven zien staan, maar Zijn houding in deze is
ook zo nu in deze Bedeling der Genade. Sterker nog, het behaagt Hem om de
zondaar zalig te maken!
1 Kor.1: 21
Want nademaal,
in de wijsheid Gods , de wereld God niet heeft gekend door de
wijsheid,
zo heeft het Gode behaagd
, door de dwaasheid der prediking,
zalig te maken, die geloven;
Het is het werk
van het Lichaam van Christus en God heeft ons daarvoor bekwaam gemaakt en het is
Zijn liefde die ons dringt deze Zijne liefde en barmhartigheid aan de mensen
bekend te maken, want dat leidt de mensen tot bekering.
14 Want de
liefde van Christus dringt ons;
15 Als die dit oordelen, dat, indien Een voor allen
gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven,
opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven , maar Dien, Die
voor hen gestorven en opgewekt is. 2 Kor.5:14-15
Voor
Hem zij de Glorie!
www.GenadeBijbel.nl
Deze studie is eventueel ook te lezen en/of
uit te printen in

Als u deze studie niet kunt openen, dan kunt u hier
gratis
Adobe Acrobat Reader downloaden.
|