|
Het doel van de plaatselijke gemeente
door
Jan Stelma
Willen wij weten waarom wij een bediening hebben en hoe wij
op de juiste manier horen te handelen in deze bediening voor God nu in deze
Bedeling van Genade, dan kunnen wij maar één ding doen en dat is kijken naar
hoe onze apostel Paulus ons het voorbeeld gaf om na te volgen.
Dan zien wij dat
de plaatselijke gemeente uitzonderlijk belangrijk is en door God ingesteld:
De strategie van Paulus
(Hand.14 : 21-23) :
21 En als zij derzelve stad het
1 Evangelie verkondigd
2 en vele
discipelen gemaakt hadden, keerden zij weder naar Lystre , en Ikonium, en
Antiochie;
22 3
Versterkende de zielen der discipelen, 4
en vermanende, dat zij zouden blijven in het geloof,
5 en dat wij
door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods.
23 6 En als zij
in elke Gemeente, met opsteken der handen, ouderlingen verkoren hadden , gebeden
hebbende met vasten, 7
bevalen zij hen den Heere, in Welken zij geloofd hadden.
De 7 doelen :
En als zij derzelve stad het
(1) Evangelie verkondigd
(2) en vele discipelen
gemaakt hadden,
keerden zij weder naar Lystre , en Ikonium,
en Antiochie;
(3)
Versterkende de zielen der discipelen,
(4) en vermanende, dat
zij zouden
blijven in het geloof,
(5) en dat wij door vele verdrukkingen moeten
ingaan in het Koninkrijk Gods.
(6) En als zij in elke Gemeente, met opsteken
der handen, ouderlingen
verkoren hadden,
gebeden hebbende met vasten,
(7) bevalen
zij hen den
Heere,
in Welken zij geloofd hadden.”
Doel 1.
vs.21-“het evangelie verkondigd”
- Paulus ging het evangelie van
behoudenis verkondigen (1 Kor.15:3-4).
Dat is het eerste deel van Gods wil uit
1 Tim.2:4 :
“Welke wil, dat alle mensen zalig worden”.
Dus de
ongelovigen buiten het evangelie brengen. Evangeliseren dus. Zie Rom.1:14-16;
1
Kor.1:17.
Doel 2.
vs.21-“ en vele discipelen gemaakt hadden”.
-Discipel betekent
“leerling”. Dus Paulus ging degenen die gelovig geworden waren leren in het
Woord. Dit is het tweede gedeelte van Gods wil uit 1 Tim.2:4 :
“en tot
kennis der waarheid komen.”.
Kinderen in het geloof zijn kwetsbaar en
onbruikbaar, want ze weten nog niets.
Dus Paulus gaat ze onmiddellijk leren om
ze naar de volwassenheid in het geloof te brengen :
“Denwelken wij
verkondigen, vermanende een iegelijk mens, en lerende een iegelijk mens in alle wijsheid, opdat wij zouden een iegelijk mens
volmaakt
stellen in Christus Jezus”
(Kol.1:28)
Doel 3.
vs.22- “Versterkende de zielen der discipelen”
-Dit is de
stabilisatie (bevestiging) van de gelovige.
Hoe? In de prediking van Chr. naar
de openbaring van het geheimenis. :
Rom.16:25-26
Hem nu, Die machtig is u te bevestigen , naar mijn
Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der
verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest;
Maar nu geopenbaard is, en door de profetische Schriften, naar het bevel des
eeuwigen Gods, tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend is
gemaakt;
Omdat satan niet stil zit en ze probeert weg
te trekken uit dit Evangelie (Ef.6) moeten de gelovigen gesterkt worden in de
Paulinische waarheid.
Paulus geeft ze benen om op te staan.
Doel 4.
vs.22-“en vermanende, dat zij zouden blijven in het geloof,”
- Dit is
de geestelijke ontwikkeling en groei van de gelovige in het Evangelie der Genade Gods.
Dus naar de gemeente blijven komen om geleerd te worden en de zelfstudie
uiteraard.
Daarom zijn er herders en leraars aan de gemeente (Ef.4:11)gegeven.
Vermanen betekent géén tirannie, géén commanderen, maar in vriendelijkheid en
tederheid, zachtmoedigheid de broeders aansporen en opwekken tot beterschap
zoals een vader zijn kinderen opvoedt
1 Tess.2:11: “Gelijk gij weet,
hoe wij een iegelijk van u, als een vader zijn kinderen, vermaanden en
vertroostten ”.
Een vader gebruikt zijn ervaring en wijsheid opgedaan in het
leven en wijst zijn kinderen op de gevaren in dit leven en waarschuwt,
informeert , spoort aan. Hij is stabiel en beschermt ze. Dat is ook de taak van
de plaatselijke gemeente.
Doel 5.vs.22-“
en vermanende,…….dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het
Koninkrijk Gods”
Deze vermaning (aansporing, opwekking) heeft te maken met
volhouden , lijdzaamheid, omdat de verdrukkingen en problemen absoluut in
de gemeente komen als men voor deze waarheid gaat staan.
Tegelijk is het een test
of het opbouwings (opvoedings)programma in de gelovige zijn beslag heeft
gekregen, of dat het alleen maar consumptie, religieuze behoefte of alleen
kennis opdoen is geweest.
Geestelijkheid bewijst zich juist als er problemen
komen. Blijft men bij de waarheid of geeft men op? (zie.2 Tess.1:1-4;1
Tess.3:1-4)
Doel 6.
vs.23-”En als zij in elke Gemeente, met opsteken der handen, ouderlingen
verkoren hadden”.
“God is geen God verwarring, maar van vrede,
gelijk in al de gemeenten der heiligen”
Er is een struktuur nodig in
de plaatselijke gemeente. Orde door leiderschap en toezicht.
Bij Israel was dat
ook zo en in de plaatselijke gemeente niet anders.
In 1 Tim.3 lezen wij over
twee ambten, nl. de ouderling en de diaken.
Let op!
Het is het ambt dat de man die het bekleedt de
autoriteit geeft en niet de man zelf. Daarom moet hij ook voldoen aan de eisen
die aan het ambt gesteld worden in 1 Tim.3. De plaatselijke gemeente is geheel
autonoom en niet afhankelijk van een centrale instantie of organisatie die boven
de plaatselijke gemeenten staat (Rome of een synode bijv.)
Dit itt de Joodse Koninkrijks gemeenten waar Jeruzalem het
hoofd van was en de regels voorschreef en zonodig mensen afvaardigde om
bijvoorbeeld orde op zaken te stellen of zich op de hoogte te stellen wat er aan
de hand was. (zie Han.8:14; 11:22,27; 15:2).
Nu is elke plaatselijke gemeente zelfstandig met een eigen
onafhankelijk leiderschap, nl. de ouderlingen en de diakenen.
Géén hierarchie
dus.
Doel 7.
vs.23- “bevalen zij hen den Heere”.
Paulus draagt ze over ze aan de Here
en trekt zichzelf terug. De basis is gelegd, de struktuur is opgericht, het
raamwerk waarbinnen de plaatselijke gemeente dient te opereren is af.
Paulus is
tevreden en vol vertrouwen dat hij ze goed achterlaat; ze hebben hem niet meer
nodig.
Daarom draagt hij zijn verantwoordelijkheid over aan ….wie?
Aan God ! Aan niemand anders.
Paulus heeft geen organisatie opgericht, maar een
huis Gods (1 Tim 3:15). En ook geen geloofsbelijdenis of catechismus of
leerregels.
Nee, behalve aan God draagt hij hun verantwoordelijkheid ook op aan
den woorde Zijner genade :
“En nu, broeders, ik bevele u Gode,
en den woorde
Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen, en u een erfdeel te
geven onder al de geheiligden”. (Hand.20:32).
In vs.24 noemt hij dit:
“het Evangelie der Genade Gods”.
Dáár ligt hun verantwoordelijkheid en daar ligt de gehoorzaamheid en aan God
leggen zij rekenschap af en niet aan een of andere denominatie of hogere
instantie buiten de plaatselijke gemeente om.
“15 Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men
in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de Gemeente des levenden Gods, een
pilaar en vastigheid der waarheid.
16 En buiten allen twijfel, de
verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is
gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de
heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid”. 1
Tim.3:15-16
www.GenadeBijbel.nl
eze studie is eventueel ook te lezen en/of
uit te printen in

Als u deze studie niet kunt openen, dan kunt u hier
gratis Adobe
Acrobat Reader downloaden.
|