Feiten, welke
kennende, ons doen stoppen met zondigen.
Ik wil het gaan hebben over een
onderwerp dat alle gelovigen wel bezighoudt. Over het zondigen. U komt tot
geloof, u bent gelovig geworden, en wat doet u nu met de zonde? Hoe stoppen wij
met zondigen? Dat is een heel interessante vraag.
Als u tot geloof komt dan weet u
één ding: u ontvangt de Heilige Geest, u komt tot geloof juist omdat u gezien
heeft dat u een zondaar bent, en dat u daardoor het eeuwige leven niet kunt
krijgen.
U bent overtuigd van zonde, daarom
neemt u de Heere Jezus Christus ook aan, u weet dat Hij de enige oplossing is,
Die u kan redden en het eeuwig leven geven.
Dat moment is gepasseerd, u
ontvangt de Heilige Geest, en die woont dan in u op dat moment, en Die gaat
natuurlijk ook getuigen als u zondigt, dat ervaren we dan ook. Dan krijgt u daar
ook last van, veel meer dan daarvoor eigenlijk. Dan zit u met een probleem: Hoe
lossen we dat op, of hoe ziet God mij dan op dat moment?
Dan krijgen we allerlei leringen
van de kerken in deze wereld, maar wij gaan kijken wat de Bijbel er over zegt.
En dat heeft alles te maken met
dat wij bepaalde dingen moeten weten.
Als u bepaalde dingen weet dan
kunt u daar ook naar gaan handelen, of zoals Paulus het zegt: Het daarvoor houden.
U moet dus bepaalde feiten
weten, en als u die kent dan stelt God ons in staat
om te stoppen met zondigen.
Dat is heel wat, en veel mensen
zeggen: Hoe kan dat nou? Maar het is mogelijk.
De feiten die u moet weten
Feit 1 : Ik ben dood voor de
zonde
Het eerste feit dat wij moeten
weten is dat wij dood voor de zonde zijn.
Vanaf het moment dat wij tot
geloof komen komt de Heilige Geest in ons wonen, en Paulus beschrijft dat dan
ook in Rom.6:8-10.
Rom.6:8
Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven
wij, dat wij ook met Hem zullen leven.
Dat is onze identificatie met
Christus, wij zijn met Hem gestorven.
Dat beschrijft hij in de doop
daarvoor, en dan weten wij ook, omdat Christus nu leeft, dat wij met Hem zullen
leven.
Rom.6:9
Wetende, dat
Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet
meer over Hem.
Wij
weten dat Christus, uit de dood is opgestaan, in tegenstelling tot alle andere
religies met andere leiders, die zijn allemaal dood, maar van Christus weten we
dat Hij is opgestaan. Omdat Hij is opgestaan uit de dood sterft Hij niet meer,
en de dood heerst niet meer over Hem.
Rom.6:10
Want dat
Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat
leeft Hij Gode.
Dus onze eenheid met de Heere
Jezus is dus in Zijn sterven en in Zijn opstanding, en wij zijn zo één met Hem
geworden, één geheel, dat Zijn leven ook ons leven is geworden. Zijn leven is
ons leven, Zijn dood is onze dood.
Alleen die volgorde is voor
altijd en eeuwig: Zijn dood is mijn dood, en Zijn leven is mijn leven. Wij
spreken over Zijn leven na het kruis, niet voor het kruis. Veel mensen willen
Zijn leven voor het kruis volgen, maar dat lukt niet. Nee, het is Zijn leven na
het kruis, nadat Hij is opgestaan.
En wij weten: Hij sterft
niet meer. Dus die dood komt niet meer, dus ik zal ook voor altijd met Hem
leven.
Dat betekent zoals wij in onze
eigen woorden zeggen: Hij is voor God levend, maar voor de zonde is Hij dood.
Dus wij zijn ook met
Christus dood voor de zonde, dat is onze positie, dat moet u gewoon weten.
U weet het, maar u moet het ook
geloven. Paulus zegt ook dat wij de Bijbel niet moeten aannemen als een
menselijk woord, maar als Gods Woord.
1 Thess.2:13:
Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij
het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt , gij dat aangenomen
hebt, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord,dat ook werkt in u, die gelooft
En als u dat doet, als u dat
gelooft, dan gaat het ook werken in u. U neemt het niet aan als een mensenwoord.
Als mensen Gods Woord willen
ontkrachten door te zeggen dat het een menselijk woord is, door mensen
geschreven, dan ziet u dat zij ook de kracht missen, zij hebben geen kracht, het
werkt niet in hun. Het gaat pas werken als u gelooft dat het Gods Woord is, en
dat het waar is wat we lezen.
Wij geloven dat wij met Hem
gestorven zijn en opgestaan, en dat geeft een bepaalde kracht in ons. Wij weten
nu ook dat wij voor de zonde éénmaal zijn gestorven en dat wij nu voor God
leven.
Voor God zijn wij niet meer dood.
In ons verleden, zo zegt Paulus, waren wij dood in onze zonden.
Dat was voordat u tot geloof kwam. Voor God was u gewoon dood. Mensen die om ons
heen leven, de ongelovigen, zijn voor God dood, ze hebben geen relatie met Hem.
Eénmaal tot geloof gekomen bent u
nu levend voor Hem, maar voor die zonde bent u nu dood. Voorheen was u levend
voor die zonde. Het is nu precies omgedraaid.
Rom.6:11
Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der
zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onzen Heere.
Ja,
dat is het punt: Wij zijn dood voor de zonde, dat moet u weten.
Hoe kunt u nu gaan stoppen met
zondigen?
Als u wéét dat u dood bent voor de
zonde, dat u daar niet meer tegen hoeft te vechten. U hoeft niet meer tegen die
zonde te gaan strijden.
Veel mensen willen dat, maar u
weet nu dat er al mee afgerekend is aan het kruis. Dus de kracht om te stoppen
met zondigen krijgt u als u weet dat u bevrijd bent van die zonde. En als u dat
niet weet dan heeft u die kracht ook niet. Dus het heeft alles met weten te
maken!
Daarom is die doop in Zijn dood zo
belangrijk.
U weet: Ik ben volledig gestorven
voor de zonde, en ik ben weer levend voor God. Ik ben vrijgesproken van die
zonde. Het is achter mij gelaten.
Dus als u dat weet dan krijgt u
ook de kracht.
U weet: Ik hoef niet meer met die
zonde bezig te zijn, ik ben er toch al van verlost?!
Het is net als een leger, als ze
voor een stad staan en ze denken dat de vijand er nog zit, of voor een huis, ze
weten niet of er nog iemand inzit.
Ze lopen niet zomaar naar binnen,
dan kun je zo neergeschoten worden.
Soms zijn ze ergens bang voor,
vechten ze ergens tegen terwijl er helemaal niemand zit. Als ze weten dat een
stad leeg is of zo’n huis dan lopen ze zo naar binnen. Niets aan de hand, je
hoeft niet te vechten.
Zo is het ook met ons: Als u weet
dat u verlost bent van uw zonden, als u levend bent voor God en dood voor de
zonde, dan krijgt u ook kracht om als die nieuwe mens te gaan leven. Want u bent
namelijk niet meer met die oude mens bezig, met die zonde.
Dan bent u in staat om te gaan
leven voor God. Anders bent u constant bezig met iets wat al lang weg is. Zo
ziet u maar hoe belangrijk het is dat u het weet!
Hoe kunt u
zondigen
niét
stoppen?
-Door
zonde te belijden.
Wij doen dat niet omdat wij
weten dat het zo niet lukt om met zondigen te stoppen. Je kunt de zonde wel
belijden, maar een minuut later doet u het bij wijze van spreken weer.
-Door vergeving te vragen.
Mensen die dat doen, vragen
hun hele leven al vergeving. Daaruit blijkt dat de zonde niet minder geworden is
-Door er
voor te gaan bidden.
Dat helpt ook niet. U kunt wel
constant bidden: Wilt U zorgen dat ik niet meer zondig. Maar wij weten
allemaal: het zit in mij.
-Door
flink u best te gaan doen en uzelf proberen te verbeteren.
Ik heb het nu voor het laatst
gedaan. Ik doe het nooit meer…
Ja, dat kennen we ook, dat heb ik vroeger ook gezegd: Dit was de laatste
keer, en nu ga ik echt mijn leven beteren…
U weet ook wat daar van komt, het
werkt gewoon niet! Of dat u zich schuldig gaat voelen. Het heeft allemaal geen
zin.
Nee, weet u hoe het lukt?!
Rom.6:17
Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde
waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld
der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt;
Dat is
de manier om het zondigen te stoppen in ons leven.
Dus ik weet: Ik ben dood voor de
zonde, nu ik mij dus van harte overgeven heb aan die leer die Paulus heeft
opgeschreven.
Dan ben ik dus gehoorzaam geworden
aan het voorbeeld der leer.
Ik moet ergens aan gehoorzaam
zijn, wat wil God van mij?
Natuurlijk, wij weten dat God wat
wil van mij.
God heeft een heel plan voor mij
uitgestippeld, Hij heeft eigenlijk alles al helemaal klaargelegd, ik moet daar
alleen in gaan wandelen, en dan zal het mij lukken. Dat ligt in de leer die
Paulus heeft opgeschreven.
Rom.6:18,19
En vrijgemaakt zijnde van de zonde, zijt gemaakt
dienstknechten der gerechtigheid.
Ik spreek
op menselijke wijze, om der zwakheid uws vleses wil; want gelijk gij uw leden
gesteld hebt, om dienstbaar te zijn der onreinigheid en der ongerechtigheid,
tot ongerechtigheid, alzo stelt nu uw leden, om dienstbaar te zijn der
gerechtigheid, tot heiligmaking.
God
weet dat wij in een zwak lichaam leven, een aarden vaten noemt Paulus ze ergens
anders. Dat weet Hij, het is het lichaam der zonde, dat is zwak. Dat zit ons nog
steeds in de weg.
Wij hebben in het verleden,
voordat wij tot geloof kwamen, alleen maar dingen gedaan die met de
ongerechtigheid te maken hadden.
Al waren ze misschien nog zo mooi,
al gingen we nog zo netjes naar de kerk, al gaven we misschien nog zoveel geld
aan de armen.
Het was niet voor God, het voor
uzelf, om uzelf vrij te kopen bij God. Dat werkt niet.
Nee, maar hij zegt: Stelt nu
uw leven om dienstbaar te zijn der gerechtigheid, tot heiligmaking.
Dan zien we de heiligmaking, dat
is dat u een heilig leven gaat krijgen.
Dat u niet in de zonde gaat leven,
maar dat u de zonde weet te overwinnen.
Dat krijgt u alleen door te weten,
wat we net zagen, dat we dood voor de zonde zijn en dat geloven wij. We gaan het
er in ons dagelijks leven ook voor houden. Dat kan alleen als wij gehoorzaam
zijn aan het voorbeeld van de leer die Paulus heeft opgeschreven.
Dan gaat u merken dat u kracht
krijgt om die zonde te overwinnen.
Zo is het, ik geef u een simpel
voorbeeld over de vergeving der zonde.
U weet nu: Mijn zonden zijnvergeven, Christus heeft
alles vergeven (Efeze 1:7; 4:32).
En dáárdoor kan ik nu ook andere
mensen vergeven omdat ik weet dat alles
van mij is vergeven. Dus ik hoef ook niet meer om vergeving te bidden.
Dat geeft al een hele last
minder.
Feit 2 : Zonde woont in ons
vlees, niet in onze ziel of geest
U komt tot geloof en dan merkt u
dat u nog steeds die zonde heeft die u lastig valt. In het begin denkt u:
Halleluja, prijst de Heer, ik ben gered en nu zijn alle problemen de wereld uit…
Maar dan merkt u dat het
niet zo is. De problemen in de wereld om ons heen zijn niet weg, maar de
problemen in mijn eigen leven zijn ook niet weg, want de wereld gaat door. En in
mij is ook nog steeds iets waarvan ik merk dat er een strijd is tussen de dingen
die ik wil maar niet kan. Dat heeft te maken met het feit dat de zonde nog
steeds in ons woont.
En waar woont die in ons?
Rom.7:17-20
Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde,
die in mij woont
Want ik weet,
dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij
mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet.
Want het goede
dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.
Indien ik
hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde,
die in mij woont.
Het is
de zonde die in mij woont, die woont in mijn lichaam.
In het lichaam der zonde, vers 18,
in mijn vlees.
Rom.7:24-26
Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het
lichaam dezes doods?
Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar
met het vlees de wet der zonde.
Dus
waar woont de zonde in mij? Niet in mijn geest, niet in mijn ziel, maar in mijn
lichaam. Het is belangrijk dat wij dat weten.
Het lichaam is hetgeen waar
nog de zonde in woont.
Dus ik ben verlost, ik ben totaal
verlost, alleen het lichaam moet nog verlost worden.
En zolang ik nog in dat
lichaam van de zonde woon zal ik nog steeds last hebben van die zonde, en zal ik
dus nog zondigen.
Dat is een gegeven, dat is een
feit.
Onze situatie is eigenlijk:
Punt 1:
Het verleden:
Wij zijn gered van het loon van de
zonde.
Dat is eens gebeurd toen ik tot
geloof kwam en de Heere Jezus heb aangenomen.
Punt 2:Het heden : Wij zijn gered van de kracht
van de zonde.
Mits wij ons wel overgeven aan het
voorbeeld van de leer zoals wij dat net zagen. Dan verdwijnt de kracht van de
zonde.
Punt 3:De toekomst : Wij zijn gered van de aanwezigheid van de zonde.
Wat is gered van de aanwezigheid
van de zonde? De zonde in mij! Daar zal ik in de toekomst ook van verlost
worden.
Voor God is het totaal af, maar
zolang wij nu nog op aarde wonen is die zonde nog in mijn lichaam.
Maar eens zal die aanwezigheid van
de zonde in mij, en hier in de wereld, weg zijn, want dan wordt ik gehaald.
Fil.3:20-21
Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den
Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;
Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat
hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking,
waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.
Onze
woonplaats is in feite al in de hemel, wij wonen wel hier, maar onze wandel is
in de hemel, ik val onder de regels van de hemel.
Wat betreft mijn zaak, werk en de
wetten betreft ben ik nog wel aan de aardse regels onderworpen, maar ik ben
niet meer van deze wereld, ik ben van de hemel, waar God woont, reeds ben ik
daar al gezet.
Hij zal ons vernederde lichaam
veranderen, ons zondige lichaam zal worden veranderd, het wordt gelijk aan Zijn
heerlijk lichaam. Wij hebben nog geen verheerlijkt lichaam. In positie zijn wij
reeds verheerlijkt, maar als wij eenmaal gehaald zullen worden door de Heere dan
zullen wij dus een veranderd lichaam krijgen, wat gelijkvormig is aan dat van
Christus, een verheerlijkt lichaam.
Dat betekent dat de zonde vanaf
dat moment ook uit dat lichaam weg is.
Net zoals de Heere Jezus is
opgestaan uit de dood.
En dat klopt, want dan zijn we in
de eeuwige heerlijkheid, en daar is geen zonde.
Maar goed, wij kunnen de eeuwige
heerlijkheid niet in zolang wij nog dit zondige lichaam hebben waarmee wij op
aarde geboren zijn.
Dus de zonde woont in ons lichaam,
maar denkt u er goed aan: Waar zit onze wil? Onze wil zit in ons hart, in onze
ziel.
Dus ons lichaam wil ons nog wel
vaak dingen laten doen, maar de wil die zit in onze ziel, en die maakt uit of
wij gehoorzamen aan het lichaam of niet. Anders krijgen we: Ja, ik kan er
niets aan doen… de wereld trekt. De de zonde die trekt.
Maar het probleem zit wel in ons
lichaam, of wij gehoorzamen dat heeft met onze wil te maken.
Als wij bij de Heere worden
opgenomen, is mijn wil dan weg?
Nee, die is niet weg, alleen dan
is dat lichaam ook zonder zonde.
Maar wij bepalen nog steeds zelf
of wij zondigen of niet, of wij gehoorzamen of niet.
U moet soms keuzes maken, in het
dagelijkse leven moet u ook keuzes maken. Komt u ergens, doe ik het wel of doe
ik het niet?
U bepaalt dat, niet de
omstandigheid die aan u zit te trekken.
Die omstandigheid komt op u af,
maar u bent de autoriteit in uw leven of u het doet of niet. Of u er op in gaat
of niet. Daar zit het in.
Laten we het zo zeggen: Onze wil
is niet in het lichaam, maar de zonde die komt eigenlijk als wij ons lichaam
niet in beheersing hebben. Want de zonde zit in het lichaam, en als het lichaam
wil zondigen, en wij zijn niet de baas over dat lichaam, dan beheersen wij dat
niet.
Dan is het simpel, dan gaan we
zondigen.
Hebben wij wel controle, of kunnen
wij ons lichaam wel de baas dan gaan we niet zondigen.
Wij zondigen omdat wij God niet
willen gehoorzamen, dat is het eigenlijk.
Maar de zonde heeft geen macht
over de wil, want u bepaalt, u zegt: Ik wil het, of ik wil het niet. En dan gaat
de machinerie pas draaien, dan komt het lichaam in beweging.
Gisteren wilde ik naar Discovery
kijken, maar ik drukte op de verkeerde knop en zat midden in een programma wat
ik niet wilde zien. Dat wordt tegenwoordig steeds moeilijker, daar kan ik
niets aan doen, maar ik kan er wel wat aan doen of ik blijf kijken of niet.
De zonde in mijn lichaam wil
blijven kijken, maar het is mijn wil of ik er op in ga, of ik er mee door ga of
niet. Daar draait het om. De zonde heeft geen macht over onze wil, maar wij
hebben de macht om het te doen of niet te doen.
Dus we weten dat de zonde in ons
vlees woont, niet in onze geest, niet in onze ziel, maar in ons vlees, en in ons
vlees woont de zonde.
En wij hebben zelf van God de
beschikking gekregen over onze wil.
Feit 3 : Wij zijn geestelijk
besneden
Kol.2:10,11
En gij zijt in
Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;
In Welken gij
ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de
uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van
Christus;
Wat
wil dat nu zeggen: Wij zijn besneden met een besnijdenis die zonder handen
geschiedt? Dat is niet de besnijdenis zoals de Joden besneden worden. Een stukje
vlees dat weggesneden wordt, wat eigenlijk een symbool is. Paulus spreekt over
de voorhuid, besneden, onbesneden, zo benoemt de Bijbel het. Een stukje vlees
dat weggehaald wordt van het lichaam van de man dat te maken heeft met
vruchtdragen.
Dat is
aan het kruis gebeurd, want wij zelf kunnen niet vruchtdragen voor God. Wij zijn
in zonde, maar daarom heeft God aan het kruis laten zien dat Christus voor onze
zonden is gestorven, wij kunnen niet vruchtdragen voor Hem.
En al
die werken die wij dan voor Hem zouden doen of gedaan hebben, het resultaat is
de dood.
De
besnijdenis van Christus, Christus is van het leven afgesneden aan het kruis.
Hij is gestorven, Hij was levend, ze hebben Hem aan het kruis geslagen. Hij
zegt: Mijn God, Mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten?
Toen
is Hij gestorven, God heeft Hem van het leven afgesneden, dood gemaakt, wat
eigenlijk voor ons was. Dat is de besnijdenis van Christus aan het kruis, en dat
noemt hij hier: de besnijdenis die zonder handen geschiedt in de uittrekking
van het lichaam der zonde des vleses.
Dus
het lichaam van de zonde heeft Hij uitgetrokken, uitgedaan.
Hoe
zitten wij in elkaar? Misschien een beetje moeilijk.
Uit
drie elementen: Geest, ziel en lichaam. Wij mensen zijn helemaal georiënteerd op
het lichamelijke, daarom zeggen wij het andersom : lichaam, ziel en geest.
1 Thess.5:23
En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw
geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de
toekomst van onzen Heere Jezus Christus.
De
mens zet het lichaam op de eerste plaats. We zeggen allemaal, en ik zei het
vroeger ook altijd: lichaam, ziel, geest.
Bij
God is het: geest, ziel en lichaam.
Wij
zijn erg op het lichaam georiënteerd, wij verzorgen het, wij voeden het, we
horen dingen, we kijken naar dingen, als het even kan gaan we met de auto
rijden, we maken het ons allemaal erg makkelijk. We zijn ook heel erg visueel
ingesteld in deze wereld. Men moet dingen zien.
Dat is
dus ook ons lichaam wat ons regeert.
Nu zal
ik u laten zien wat er gebeurd is aan het kruis:
geest ziel lichaam
U ziet
hier drie cirkels: de geest, de ziel en het lichaam. Het lichaam, die is het
grootst getekend, waarom? Wij zijn geest, ziel en lichaam, wij zijn één geheel.
Wanneer bent u dood? Als de geest het lichaam verlaat, of als de ziel het
lichaam verlaat, maar het is één geheel.
Het
lichaam regeert de ziel en de geest. Voordat wij tot geloof kwamen deden wij
alleen maar wat het lichaam wilde.
U kunt
wel zeggen: De hele wereld doet dat, bijvoorbeeld om uzelf te
rechtvaardigen met bepaalde dingen, maar de wereld die God niet kent die volgt
alleen maar wat ze zelf graag willen, wat het lichaam der zonde wil. Voor mij is
dat geen maatstaf.
U ziet
dan ook dat het lichaam der zonde nummer één staat, die is het grootst, en die
regeert de ziel en de geest.
En nu
komt de besnijdenis van Christus:
geest ziel het Woord lichaam
Dan
zien we geest en ziel, en dan krijgen we het lichaam, en daar is de
besnijdenis van Christus.
Gods
Woord, de geestelijke besnijdenis, maakt hier nu scheiding tussen.
In
Gods Woord is de geest één, de ziel twee en het lichaam drie.
God
wil niet dat ons lichaam ons regeert, God wil dat de geest en de ziel het
lichaam gaan regeren, en dat kan alleen als het Woord van God er tussen komt.
Dus
Hij heeft het losgemaakt, dat is de geestelijke besnijdenis.
Het
lichaam der zonde is teniet gedaan voor God en wij moeten dat weten.
En
door Gods Woord naar binnen te laten komen door onze geest, door geestelijke
dingen te weten, wordt dit bekrachtigd. Dat niet meer het lichaam onze verloste
geest, ziel gaat regeren. Maar onze verloste geest en ziel gaat nu ons lichaam,
waar de zonde nog in woont, regeren.
Voorheen was lichaam, ziel en geest in zonde, het was één geheel, en het lichaam
maakte de dienst uit.
Nu is
er een scheiding tussen, als wij maar zorgen dat de geest vol raakt met Gods
Woord dan zult u zien dat het lichaam gaat gehoorzamen.
Dus
het lichaam is niet meer de baas, dat komt omdat Gods Woord ertussen zit, tussen
dat niet verloste lichaam, want dat is het probleem.
Geest
en ziel zijn verlost, maar het lichaam is nog niet verlost, dat is het probleem.
Nu
moet het verloste het niet verloste gaan regeren, en niet andersom. Met de
gezonde leer.
Dat
kunt u uit uzelf niet, dat is onmogelijk.
Dus de
techniek om niet te zondigen is dat de ziel en de geest niet meer onderworpen
zijn aan het lichaam, daar moet u voor zorgen, dat het lichaam niet de boventoon
voert.
Wat
gaan we nu doen?
Dat
weet u nu, we weten het allemaal in ons dagelijks leven.
En nu
moet u dus de keus maken.
Weer
die keus, wil ik het of niet?!
Want
het kan, God heeft een programma gemaakt.
Net
als een programma op een computer waardoor u dingen kunt doen.
Waardoor u bijvoorbeeld een foto kunt bewerken.
U moet
alleen wel volgens dat programma aan het werk, dan lukt het. Maar juist door
veel onwetendheid lukken bepaalde dingen op de computer niet, omdat u niet weet
hoe het zit.
Dan
gaat u maar wat proberen en dan wordt u boos en het lukt niet…
Dat
heeft te maken met onwetendheid.
Veel
dingen weet ik nu wel op de computer, waardoor ik nu foto’s kan scannen en
e-mailen, omdat ik het weet en dan gebeurt het probleemloos.
Dus de
computer is nu niet meer over mij de baas, maar ik kan nu de computer beheersen.
Zo is
het ook met ons lichaam, onze ziel en geest kunnen ons lichaam beheersen, en dan
beheersen wij dus ook de zonde in dat lichaam, dan kunnen wij dat de baas.
Dan
hoeven wij niet meer dat lichaam te gehoorzamen, maar het lichaam gaat nu naar
mij luisteren.
Ik ben
nu krachtig geworden om dat lichaam te laten doen wat ik wil.
En
waar komt mijn wil vandaan? Die komt uit Gods Woord vandaan.
Rom.12:1,2
Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat
gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke
offerande, welke is uw redelijke godsdienst.
En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt
veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de
goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.
Daarom bidt Paulus dit ook. Hij heeft Romeinen
hoofdstuk 1 tot en met 8 geschreven: over de zonde, de genade van God, over dat
alle mensen zondaars zijn, over dat we verlost zijn van de zonde, over dat we
zijn vrij van de wet, over dat we hebben de Geest gekregen, dat weet u nu
allemaal.
Dan begint het tweede gedeelte, als u dit
allemaal weet: Ik bid u dan broeders…
Hij zegt: Stelt uw lichamen!
Dat is het offer dat voor God welbehaaglijk is, als een redelijke godsdienst.
Dat lichaam kunt u ter beschikking stellen aan
God, dat is het ware offer.
Veel mensen doen van alles, maar niet volgens
deze volgorde.
Het lichaam is het ware offer, maar dat kunt u
alleen als het via de geest en de ziel, en Gods Woord, regeert. Want anders gaat
het u regeren.
Dat is uw redelijke godsdienst, en:
wordt niet gelijkvormig, maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw gemoed.
Dus die verandering komt als uw denken
vernieuwd wordt, en uw denken wordt vernieuwd door de Bijbel te lezen. Namelijk
door Gods plan :
1. te weten, te kennen
2. en het ook te geloven,
3. het daarvoor te houden,
4. en het ook te gaan doen.
In die volgorde.
Veel mensen gaan dingen doen als ze tot geloof
komen, ze gaan naar een gemeente vol activiteiten, dan zijn ze alleen maar
bezig.
Terwijl het belangrijkste is dat u eerst goed
bekend moet zijn met de dingen in de Bijbel voordat u wat gaat doen.
Het denken moet eerst vernieuwd worden, en dat
kan alleen door Gods Woord, en dan bent u ook in staat om dat zondige lichaam in
toom te gaan houden, in bedwang te houden.
Feit 4 : Wij zijn volmaakt in
Hem
U moet weten dat God ons helemaal volmaakt
gemaakt heeft. En als wij de Bijbel lezen dan moeten wij :
1. Erkennen dat Paulus onze apostel is (Rom.11:13)
2. Het Woord recht snijden (2 Tim.2:15)
En dan gaat het ook werken, want :
16 Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig
tot lering, tot wederlegging , tot verbetering, tot onderwijzing, die in de
rechtvaardigheid is;
17 Opdat de mens Gods volmaakt zij , tot alle goed
werk volmaaktelijk toegerust. 2 Tim. 3:16-17
Dus wij zijn volmaakt toegerust, om als een
volmaakt mens te gaan leven, maar dat werkt alleen als we het Woord recht
snijden.
Dat we dus de gezonde leer in ons leven, in
onze ziel en in onze geest gaan toepassen. De leer die aan Paulus is
geopenbaard, anders werkt het niet. Dan gebruikt u een programma samen met een
ander programma door elkaar heen. Dat kan op de computer ook niet. Dan loopt het
fout, u kunt er maar één gebruiken, en zo is het met ons ook.
Dat is het programma van Gods genade.
Feit 5 : Zonde is
niét de oorzaak dat wij zondigen
Wat is nu de oorzaak dat wij gaan zondigen?
Wij zeggen natuurlijk: Dat is de zonde
in ons lichaam.
En toch is dat niet waar, want dat betekent dat
u de schuld aan de zonde geeft in uw lichaam, maar het heeft te maken met de
keus die u maakt.
Wij weten nu dat u dan uw lichaam ruimte geeft
om te zondigen, dat is dan krachtiger dan u.
Wij zijn er natuurlijk niet bij geweest, bij
Adam, dat kunnen we dan ook gebruiken als excuus: Wij waren er toch niet
bij, kunnen wij er wat aan doen…? Maar goed, we
hebben het wel mede geërfd.
Rom.5:14
Maar de dood heeft geheerst van Adam tot Mozes toe, ook
over degenen, die niet gezondigd hadden in de gelijkheid der overtreding van
Adam, welke een voorbeeld is Desgenen, Die komen zou.
Wat
wil dat nu zeggen: Wij hebben niet gezondigd in de gelijkheid der overtreding
van Adam? Dat betekent niet wát hij
deed, maar hóe hij een overtreding heeft
begaan. Hoe heeft hij dat gedaan? Wat is er precies gebeurd? Adam was nog niet
gevallen, hij was zonder zonde. Hij was een in een nog niet gevallen staat. Maar
God heeft hem wel een vrije wil gegeven en hij kon kiezen.
God had gezegd: Je moet niet
van de boom eten. Toen kwam satan, en die ging zeggen: Ja, maar het ziet
er mooi uit, je kunt als God zijn, je kent goed en kwaad.
Wat had Adam toen moeten doen? Hij
had moeten zeggen: Nee, ik doe het niet. Hij had wel de mogelijkheid van
God gekregen om te kiezen, want God wil vrijwillige dienaars, mensen die Hem
vrijwillig dienen.
Dus Adam kon kiezen, hij was nog
niet in zonde, maar hij koos voor het verkeerde, maar hij hoefde het niet.
In die zin zijn wij eigenlijk net
als Adam, wij zijn verlost, onze geest en ziel zijn verlost, alleen in ons
lichaam woont de zonde nog. En als verloste mensen gaan wij nu nde keuzes maken.
Maar u hoéft niét te zondigen!
Want wij weten dat wij nu de middelen hebben om het zondige lichaam niet te
gehoorzamen.
Maar als wij zondigen, dan gebeurt
dat bij ons van binnen. Wij gaan pas zondigen als wij er toestemming voor geven.
Zie wat Jakobus daarover zegt :
14 Maar
een iegelijk wordt verzocht,als hij van
zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt.
15 Daarna
de begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde; en de zonde voleindigd zijnde
baart den dood.
Hoewel Jakobus dit tegen Israel
zegt (1:1), geldt dit zeer zeker ook voor ons. Wij moeten ons niet voor de gek
houden.
Dit is het proces bij iemand die
zondigt. Hij wordt door zijn eigen begeerlijkheid verlokt
en getrokken naar die zonde .
Als hij dan eenmaal van binnen ja
zegt tegen die zonde, dan heeft hij die begeerlijkheid ontvangen zegt Jakobus
hierover. De persoon heeft dan in zijn hart besloten te gaan zondigen. In feite
zegt hij dan : ik wil het en ik ga het doen. Ja , en dan volgt de actie : de
zonde doen.
Dus u ziet er gaat een denkproces
aan vooraf en het is daar waar u dan de keus moet maken.
Er zijn mensen die zeggen dat
bijv. de televisie hun trekt om dingen te kijken die niet horen te kijken. De
“oplossing” is dan de televisie de deur uit te doen. Maar dat is een
schijnoplossing.
Het is niet de televisie die
trekt, want de televisie is een dode kast, die alleen pas aangaat nadat de knop
ingedrukt wordt. Nee, het is de begeerlijkheid in de persoon die hem naar de
televisie trekt, omdat hij het juist wel wil zien!!
Paulus zegt in 2 Kor.4:2:Ik
heb verworpen de bedekselen der schande.
Dat is ook een beslissing
die u neemt in uw leven, ik verwerp al die dingen die het daglicht niet kunnen
verdragen, die schandelijk zijn, die ik in het geniep doe. Nee, ik heb dat
verworpen, dat is echt een wilsuiting.
Want u weet : God wil het niet.
En ik kan het op eigen kracht
niet, maar omdat u weet dat het Gods wil is vraagt u God het ook uw wil te
maken.
Dan zult u zien, dan gebeurt het
ook. Ook al is het soms nog zo moeilijk.
Als u zich echt aan God
overgeeft: “Vader, van nature wil mijn vlees deze zonde doen, maar het is
niet Uw wil, en ik wil toch een dienstknecht van U zijn”
Dan zult u zien dat God
hele grote dingen in uw leven kan doen. Meer dan wij kunnen bedenken of bidden.
Hij is machtig om veel meer dingen
te doen als u denkt of waar u voor bidt.
En zo koos Adam het verkeerde,
maar hij hoefde absoluut niet te zondigen, en zo is het ook met ons, als
gelovigen die verlost zijn.
Wij zondigen omdat wij het zelf
doen, omdat wij het willen.
Dus u kunt niemand de schuld
geven. U kunt satan niet de schuld geven, u kunt het lichaam der zonde niet de
schuld geven.
U kunt alleen naar uzelf kijken:
Ja, inderdaad, ik ellendig mens, ik heb het zelf gewild.
Maar er is ontsnapping mogelijk.
Het is moeilijk, natuurlijk, die
strijd hebben wij in ons, want de Heilige Geest getuigt in ons, ook als we
zondigen blijft u de Heilige Geest toch met u meedragen. Vanuit de Bijbel weten
we heel goed wat goed en wat fout is
1
Kor.10:12-13
Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.
Ulieden heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke;
doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij
vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze
kunt verdragen.
Dus wij worden niet bovenmenselijk verzocht.
Er komen verzoekingen in ons leven, maar het
zal nooit zo zijn dat wij dat niet aankunnen, want God geeft ook de uitkomst,
opdat wij ze kunnen verdragen.
Hoe geeft Hij dan de uitkomst?
Dat is heel simpel! Dat is gewoon de juiste
leer in uw ziel toepassen, en dan krijgt u ook de ontsnapping. Paulus noemt dat
de Gezonde Leer (1 Tim.1:9-11). Dat leert ons godzalig te leven. Daar zit alles
in, dat Woord is zo belangrijk in uw leven. Dat moet u allemaal weten, en dan
zult u zien dat God inderdaad die ontsnapping geeft, God geeft dan die kracht om
niet op die verzoeking in te gaan, maar om dat te kunnen overwinnen..
Dus als wij alles zo op een rijtje bekijken, de
punten die we nu hebben gehad:
Zonde overwinnen: Ja, dat kan, dat kan
absoluut, het lijkt misschien heel moeilijk. U kunt wel zeggen: de wereld trekt,
of uw lichaam trekt, maar het heeft alles te maken met dat wij weten wat God
voor ons gedaan heeft in de Heere Jezus Christus.
Zonde overwinnen; is het antwoord ja of nee?
Wij zeggen hartgrondig: Ja!
Absoluut, God heeft ons het gereedschap en het
juiste programma gegeven. Gebruiken wij dat gereedschap en gebruiken wij dat
programma, dan zien wij inderdaad niet gaan zondigen, niet hoeven te zondigen.
Het is heel belangrijk; door toepassing van de
juiste leer weten we wat God voor ons gedaan heeft, dus wat wij niet
hoeven te doen, want veel mensen zijn bezig met dingen te doen die God allang
voor hun gedaan heeft, dat scheelt al veel zweet. Bloed, zweet en tranen. Ook
tranen kan het veel schelen.
Want u bent bezig met dingen waarvoor u God nu
alleen maar kunt danken, u hoeft er niet om te vragen, u hoeft er niet mee bezig
te zijn.
Het is dus belangrijk dat u die leer weet, en
dan weet u ook wie Hij u gemaakt heeft in Christus.
En hoe heeft Hij mij gemaakt in Christus?
Volmaakt!
En God kan nu alle dingen in u doen, voorheen
kon dat niet, maar alles op basis van het kruis, want daar is alles gebeurd.
Zo zien we hoe belangrijk de leer van de Bijbel
is, en hoe belangrijk de leer van Paulus is, die in zijn brieven aan ons
opgeschreven is.
En wilt u de zonde niet dienen, maar wilt u
juist de Heere dienen, dan moet u dus Gods Woord tot u nemen.
En het evangelie is heel eenvoudig, voor
iedereen, Paulus roept ons op dat God wil dat alle mensen zalig worden door het
geloof in de Heere Jezus Christus Die stierf voor uw zonden, maar daarna dat ze
tot kennis van de waarheid komen(1 Tim.2:4) Waarom? God wil mensen hebben die
ook voor Zijn glorie leven, en waaraan de wereld kan zien: Wees een voorbeeld
van de gelovigen. Want de wereld verwacht ook een bepaald patroon van een
gelovige, en niet dat hij volledig gelijkvormig is aan deze wereld.
Want dan is er ook niets meer om jaloers op te
worden.