|
Waarom
en voor wie kwam Christus op aarde.
Jan Stelma
Voor veel Christenen is dat geen vraag. Voor hún natuurlijk! En vaak
worden daar Bijbelteksten voor gebruikt die dat moeten ondersteunen.
Zo heb ik vroeger bijvoorbeeld onderstaande tekst op school moeten
leren als de Kerstdagen naderden. Want dat ging toch over de Here
Jezus Die voor ons
gekomen was?
Jesaja
9:5-6
5 Want een Kind is ons
geboren, een Zoon is ons
gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn
naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid,
Vredevorst;
6 Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde
zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te
bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van
nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen
zal zulks doen.
Wat echter niet
geleerd werd was, dat als Jesaja zegt “ons”
dat Jesaja, zelf een Jood zijnde, daarmee zijn eigen volk
Israel bedoelt en niet de Kerk, of het Lichaam van Christus. Dus dat
kind werd voor Israel geboren en we weten dat Hij in Bethlehem
geboren is. Aan Israel werd dus ook de Zoon gegeven en niet aan de
heidenen. Geheel i.o.m. hiermee bevestigen Johannes , Jezus Zelf en
Paulus deze profetie, welke bevatten:
De geprofeteerde komst van Christus voor Israel.
Johannes
1:11
Hij is gekomen tot het
Zijne (Israel.),
en de Zijnen
hebben Hem niet aangenomen.
Mattheüs
15:24
Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de
verloren schapen van het huis Israels.
Romeinen
15:8
En ik zeg, dat Jezus Christus een dienaar
geworden is der besnijdenis, vanwege de waarheid Gods, opdat Hij
bevestigen zou de beloftenissen der vaderen;
Voor Israel is
deze profetie uit Jesaja 9 (met vele andere teksten in het OT) een
tekst van hoop, want hier wordt hun Koning, de Messias, beloofd die
hun eindelijk de vrede zal gaan geven.
….en de
heerschappij is op Zijn schouder….Dat
betekent dat Hij zal heersen en niet onderworpen aan een ander zal
zijn. I.t.t. zoals Israel dat sinds Babel t/m de komst van Christus
wél onder vreemde (lees : heidense) overheersing is geweest. Onder
Zijn Koningschap zal Israel het hoofd zijn in deze wereld en niet
meer de staart, zoals beloofd in Deut. 28:13 .
…..en men
noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid,
Vredevorst….Allemaal
benamingen die weergeven hoe Hij Zijn Koningschap zal uitoefenen.
Wonderlijk…..Wil
zeggen dat het verwondering
veroorzaken zal gepaard gaande met vrees. Waarom? Lees vers 6!
…
6 en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid van nu aan tot
in eeuwigheid toe ….
Er zal geen overtreding onbestraft
blijven. Ongerechtigheid zal er niet meer zijn, want Hij zal heersen
met een ijzeren scepter (Ps.2:9)! Dat zal zijn als de wet uit Sion
over de hele wereld uitgaan zal in de tijd dat Israel de wereld
ingaan zal om de heidenen het Evangelie te brengen in het 1000
jarige vrederijk. Heidenen zullen geloven en niet geloven.
De ongelovigen die niet bestraft
willen worden zullen zich wel onderwerpen aan Zijn gezag, maar dat
zal een afgedwongen onderwerping zijn, anders zal het hun leven
kosten. Na die 1000 jaar zal satan vrijgelaten worden en die
personen zullen dan voor hem kiezen, maar het is van korte duur,
want Christus vernietigt hun dan in één klap (Openb.20:7-10).
En dan zal het Koninkrijk op aarde
100 % verlost zijn van zonde en is de ijzeren scepter niet meer
nodig voor eeuwig! Precies zoals wij in vers 6
lezen : van nu aan tot in eeuwigheid toe.
Sterke God,
Vader der eeuwigheid…Hij
is God Zelf. Wie kan de Vader van de eeuwigheid zijn behalve van wie
gezegd wordt dat Hij de Eerste en de Laatste is, de Alfa en de
Omega, het Begin en het Einde (Openb. 1:17;21:16). Christus
ís
God!
Vredevorst…Allen
onder Hem zal er vrede komen in Israel en niemand zal hun nog kunnen
bedreigen. Er zal nl. geen einde aan Zijn heerschappij zijn en dus
ook niet aan de vrede in Israel. Het zal eeuwig zijn en geen einde
hebben :
6 Der
grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op
den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en
dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in
eeuwigheid toe
Zie daar de verwachting van
Israel!
Verplaats u in hun situatie
gedurende de gehele geschiedenis van dat geplaagde volk en begrijp
wat zij van hun Koning verwachten. Hij zal hun gaan bevrijden van
alle vervolgingen, vijandschappen, haat. En zo werd Hij ook door de
engel Gabriel aan Maria aangekondigd in
Lukas 1:31-33:
31 En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn
naam heten JEZUS.
32 Deze zal groot zijn
(zie Jes.9:6), en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en
God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven.
33 En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid,
en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.
Als u goed leest dan ziet u alles
staan wat wij ook in Jesaja 9:5-6 hebben gelezen. En Jezus is dus
de vervulling hiervan. En Zacharias, de vader van Joh. De Doper
roept het uit als hij eenmaal weer kan spreken:
68 Geloofd
zij de Heere, de God Israels, want Hij heeft bezocht, en verlossing
te weeg gebracht
Zijn volke;
69 En heeft een hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van
David, Zijn knecht;
70 Gelijk Hij gesproken heeft door den mond Zijner heilige
profeten, die van het begin der wereld geweest zijn;
71 Namelijk een verlossing van onze vijanden,
en van de hand al dergenen, die ons haten;
Vers 68 - Zijn volke….Let op!
Niet de Kerk, niet het Lichaam van Christus, niet de heidenen!!
Driewerf NEE! Maar het volk Israel. En Zacharias denkt aan de
verlossing van hun vijanden. Eindelijk is het zover, de Messias is
gekomen en het Koninkrijk is aanstaande en de Messias gaat dit doen.
En zijn zoon Johannes gaat dit aan Israel aankondigen en zo de weg
voor de Koning bereiden en ze toe te rusten zodat ze klaar zijn Hem
te ontvangen (Luk. 1:17; 3:4, Matt. 3:2).
76 En gij,
kindeken, zult een profeet des Allerhoogsten genaamd worden; want
gij zult voor het aangezicht des Heeren heengaan, om Zijn wegen te
bereiden;
77 Om Zijn volk kennis der zaligheid te geven, in vergeving hunner
zonden,
Tot nu toe zien wij dat er alleen
maar gesproken wordt over de het Koninkrijk en de Koning en de
vrede. Dát was hun verwachting en zó ontvingen zij Hem
ook. Alleen één ding ontbreekt nog, zonder welke het Koninkrijk
nooit zal kunnen komen, namelijk het zondeprobleem.
Maar daar horen wij niets over. Daar
was Israel niet mee bezig. Want daar hadden ze toch de tempel en de
offerdienst voor?
Maar toch zien wij hier bij Joh. De Doper er toch wat over staan in
vers 77.
Joh. De Doper zal
hun kennis in de zaligheid geven in de vergeving hunner zonden. Daar
wordt het Koninkrijk mee bedoeld en daar leert hij hun over, zie
Lukas 3:7:18. En wat was dan die vergeving der zonden? Dat kregen
zij door zich te laten dopen met water, zie Matt.3:2, 5-6,
Mark.1:40. Dat hoorde samen bij dat Evangelie des Koninkrijk (Mark.
1:14-15).
Maar Israel had
toch de offerdienst waardoor ze vergeving konden krijgen? Zeer
zeker, maar hier ging het om Israel in de priesterdienst in te
wijden, zoals de priesters uit de stam Levi ook eerst met water
gewassen werden voordat ze mochten dienen. Maar nu zal het gehele
volk Israel uit priesters bestaan (1 Pet.2:9; Openb.1:6; 20:6)), nu
de Messias er is. Een symbolische afwassing van zonden.
Zonder deze doop
kan Israel nooit dat Koninkrijk in. Duidelijk is daarom ook dat deze
doop van Johannes daarom ook nooit voor ons heidenen kan zijn.
Echter, er is nog een opvallend iets betreffende de zonden, namelijk
dat wat de engel tegen Jozef en niet tegen Maria gezegd heeft in
Matt.1:21:
21 En zij zal
een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal
Zijn volk zalig maken van
hun zonden.
Dit is niet
hetzelfde als wat wij zagen in Lukas 1:77, waar het de doop der
bekering betreft voor vergeving der zonden (Markus 1:4) voor de
priesterdienst. Hier praat Gabriel over de Persoon van JEZUS Die
Zijn volk zalig van
hún zonden gaat maken. Ten eerste moeten wij weer goed
opletten hier. Bij wie gaat Hij dat doen?
Opnieuw : Bij Zijn volk.
En dat is Israel en niet de Kerk, niet de heidenen. Hij gaat Israel
van hun zonden bevrijden.
Dus niet door
waterdoop, niet door de offers, maar door JEZUS ZÉLF gaat dit
gebeuren voor Zijn volk. En dat is wat Israel echt niet heeft
begrepen. Zij dachten alleen aan de heerlijkheid van het Koninkrijk,
maar Christus kwam in de eerste plaats om te lijden voor Zijn volk
Israel. Pas daarna kunnen zij die heerlijkheid van het Koninkrijk
beërven. Petrus heeft dat later na Zijn dood ook pas zo begrepen,
zie 1 Petrus 1:11.
Zij hebben Hem
gekruisigd, niet omdat ze dachten daardoor het Koninkrijk te
beërven, maar omdat ze Hem kwijt wilden. Eerst dachten ze nog dat
Hij hun het Koninkrijk kwam brengen (Lukas 19:11; Joh.12:12-19) en
werd Hij als een Koning binnengehaald. Echter, een paar dagen later
riepen ze allemaal : “Kruisigt Hem!”
Hij sprak nl. over zonde en oordeel (Joh.8:33-34, 44-47; 9:38-41;
16:8-11). De leiders dachten God te dienen en het Koninkrijk te
beërven doordat zij zulke vrome dingen deden, maar Christus
ontmaskert ze allemaal (Matt.23) en zegt dat zij het in ieder geval
niet zullen krijgen (Matt.21:33-46; Luk.12:32). Hun eer en positie
was in gevaar (Joh.11:48) en zo kreeg Hij steeds minder aanhangers.
Ook de discipelen
begrepen het niet. Vlak nadat Petrus beleden had dat Jezus de
beloofde Messias was zei Christus tegen hun dat Hij naar Jeruzalem
moest gaan om te sterven. Maar Petrus dacht niet aan een Messias
die in Jeruzalem zou sterven, maar op de troon van David zou zitten
als Koning over Israel. Dat verklaart dan ook de reactie dat hij
zegt dat dat geenszins gebeuren zal in Matt.16:21-23. Later begreep
hij het wel in 1 Pet.1:11.
Niemand verstond
het als Hij zei dat Hij moest sterven in Jeruzalem, hoewel Hij het
vele malen zei, zie ook Matt.17:22; 20:18; Luk. 18:31-33). Pas
ná Zijn opstanding begrepen zij het wel, Luk. 24:44-46.
Maar Christus
wist het wel. Hij kwam om de wil van de Vader te doen. Hij kende de
Schrift en Jesaja 53 kende Hij ook en wist dat dat over Hem en Zijn
volk ging.
De Vader leerde
Hem dat ook, (zie Jesaja 50:4-5) en Jesaja 53 was de Schrift die Hem
bewoog om tegen hun te zeggen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan om
daar te sterven.
4 Waarlijk, Hij heeft
onze krankheden op Zich
genomen, en onze
smarten heeft Hij gedragen; doch
wij
achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.
5 Maar Hij is om
onze overtredingen verwond,
om
onze ongerechtigheden is
Hij verbrijzeld; de straf, die ons
den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is
ons genezing geworden.
6
Wij dwaalden allen als
schapen, wij keerden ons
een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft
onzer aller ongerechtigheid
op Hem doen aanlopen.
7 Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed
Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en
als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders,
alzo deed Hij Zijn mond niet open.
8 Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal
Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der
levenden; om de overtreding
Mijns volks is de plage op
Hem geweest.
9 En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij
den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan
heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is.
10 Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem
krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal
hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het
welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.
11 Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden;
door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen
rechtvaardig maken, want Hij zal
hun ongerechtigheden dragen.
12 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de
machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft
in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler
zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.
Telkens als u
“WIJ,
ONS, ONZER, HUN” leest moet u
weten dat het hier over Israel gaat en niet de Kerk, niet het
Lichaam van Christus, niet de heidenen. En als Jesaja in vers 8 zegt
“mijn volks”, dan weten
wij allemaal dat dat niet het Nederlandse volk is, want Jesaja was
een Jood en dus is zijn volk : Israel.
Ook toen Christus dit las en door de Vader geleerd werd dacht Hij
niet aan ons! Maar wel aan Zijn volk Israel.
Hij is toch een
Jood en dat is toch Zijn volk? En als de engel tegen Jozef zegt dat
de Zoon die Maria baren zal Israel zal verlossen van hun zonden, dan
gaat het hierom wat in Jesaja 53 staat. Toen dit geschreven werd,
600 jaar voordat Christus kwam, kon men niet weten wat wij nu weten
dat het over de kruisiging gaat. Ook niet over wie of wat het ging.
Denkt u maar eens aan de Kamerling uit Handelingen 8 die aan
Filippus vraagt als hij Jesaja 53 leest :
34 En de
kamerling antwoordde Filippus en zeide: Ik bid u, van Wien zegt de
profeet dit, van zichzelven, of van iemand anders?
En Filippus legt
hem dan uit dat het over de Messsias gaat. De profeten zelf
begrepen het ook niet , getuige wat 1 Pet.1:11 daarover zegt:
10 Van welke
zaligheid ondervraagd
en onderzocht
hebben de profeten, die geprofeteerd hebben van de genade, aan u
geschied;
11 Onderzoekende,
op welken of hoedanigen tijd
de Geest van Christus, Die in hen
was, beduidde en te voren getuigde, het lijden, dat op Christus
komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende.
Terug naar Jesaja
53. Jesaja gebruikt echt niet zomaar de woorden
“slachtbank”
en “lam ter slachting”.
De Jood dacht dan uiteraard gelijk aan de offerdienst, waar dat
in de wet beschreven staat en ook uitgevoerd werd in de tempel en
vroeger in de tabernakel en nog eerder bij de uittocht van Egypte,
zie Exodus 12. Het bloed van dat lam zorgde bij Israel dat de engel
des verderfs aan hun voorbijging. Later lezen wij in Leviticus over
al de offers van dieren. Duidelijk is als men dat deed dat men dan
verzoening en vergeving ontving.
De hele gedachte
achter het offeren van dieren is de volgende :
EEN
ONSCHULDIGE DIE PLAATSVERVANGEND STERFT VOOR EEN SCHULDIGE
Men bracht een
dier bij de tempel en door oplegging der handen ging de schuld van
de MENS over op het onschuldige dier en dan was die persoon er van
af en het dier ermee opgezadeld en die werd dan gedood/geofferd.
Zo was dan aan de rechtvaardigheidseis van God voldaan. De prijs op
de zonde, de dood, is betaald. Zie Leviticus 3:7-9 en 4:4.
En aan Wie was de
wet gegeven met deze inzettingen? Zie Rom. 9:4. Precies! Israel!
Welnu, als wij
Jesaja 53:4-7 hierboven lezen zien wij hier exact dezelfde lering
staan, alleen nu gaat het over het WARE LAM, de Persoon
Christus. En met dit allemaal in het achterhoofd moeten wij dit
lezen en dan wordt vers 10 ook duidelijk:
10 Doch het behaagde den HEERE Hem te
verbrijzelen…..Hier
zien wij dat de Vader Zijn Zoon verbrijzeld heeft. Verbrijzelen is
hetzelfde vermorzelen uit Gen.3:15 en in de Engelse King James zijn
deze woorden hetzelfde vertaald. Daar in Eden is het satan die
vermorzelt/verbrijzelt, echter de hiel en niet de kop, want dat
heeft Christus aan het kruis gedaan bij satan. Zonder kop kun je
niet leven, daarom is het bij Christus de hiel en dan kun je wel
verder leven. En dat klopt ook, want Hij is opgestaan en leeft.
Maar hier in
Jesaja is het de ook de HEERE Die Christus verbrijzelde. Dat wil
zeggen, het was de wil van de Vader dat Hij aan het kruis zou
sterven en toen Hij daar hing was het een
schuldoffer voor de zonden van
Zijn volk Israel.
De zonden
van Israel werden op dat
moment op Hem gelegd en was hij niet meer dat onschuldige Lam, maar
schuldig gemaakt om Israel vrij te maken. En dat was wat Gabriel
bedoelde toen hij tegen Jozef zei dat Hij Zijn volk zalig kwam maken
van hun zonden.
Christus heeft
dat uit geheel vrije wil gedaan
….Hij heeft Hem
krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal
hebben..
Dit is een en
hetzelfde : "krank" en
"de ziel tot
schuldoffer stellen". Krank betekent hier
zonde.
Israel was ziek en moest genezen worden . Dat is hetzelfde als :
Zondig en verlost worden.
En de Heere heeft
Hem krank gemaakt betekent hier dat Hij het
onschuldige Lam
Christus geoordeeld en gestraft heeft! Zoals het dier,
het lam, gedood werd vanwege de zonde die hij droeg voor de zondige
Jood, zo werd het ware onschuldige Lam door de Vader geoordeeld en
gestraft voor de zondige Jood.
Zoals eertijds
door de handoplegging de zonden op dat onschuldige
dier overgebracht werden en dat de zondebok werd, zo waren nu de
zonden van het Joodse volk op dat onschuldige Lam,
Christus, gelegd en werd Hij de zondebok.
Mattheüs
27:45-46
45 En van de zesde ure aan werd er duisternis over de gehele aarde,
tot de negende ure toe.
46 En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende:
ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt
Gij Mij verlaten!
Hier vindt de
toorn van God plaats en daarom heeft Hij de gemeenschap met de Zoon
verbroken, net zoals ook Adam van de gemeenschap met God afgesneden
werd toen hij gezondigd had. Echter Christus heeft hier de straf die
op die zonde staat, namelijk de tweede dood, de poel des vuurs in de
eeuwige pijn en de eeuwige vlam ondergaan.
De TWEEDE DOOD is
Hij gestorven. Maar let op! Tijdens
dat Hij daar hing en vóórdat Zijn lichaam stierf. Dat gebeurt
namelijk als de ziel en de geest het lichaam verlaten.
…..als Zijn ziel
Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben…..
Het is in Zijn
ziel gebeurd dat Hij de tweede dood gestorven is. Hij heeft
werkelijk in Zijn ziel ervaren de straf die de mens ervaart in de
poel des vuurs en dat was in die 3 uren aan het kruis. Daarom
zweette Christus in de hof van Getsemané bloed!
Zo zien wij dat
het kruis een altaar is waarop het onschuldige Lam
geofferd en gedood werd om de rechtvaardigheidseis van God tevreden
te stellen. En daarom behaagde God Hem te verbrijzelen vanwege het
volmaakte offer dat gebracht werd!
Dit offer kon pas
echt Zijn volk Israel verlossen, want:
Hebreeen
10:4
Want het is onmogelijk, dat het bloed van
stieren en bokken de zonden wegneme.
Net zoals water
geen zonden kan wegnemen, zo kan ook dierenbloed dat niet. Een dier
kan nooit zonden van een mens wegnemen, alleen bloed van een mens
kan dat. Daarom werd God Mens en werd Hij hun vlees en bloed
deelachtig om te kunnen sterven voor Zijn volk Israel (Heb. 2:14).
Geen mens op
aarde kan dat, want ze zijn allen reeds schuldig en daarom kwam Hij
Zelf!
Hij alleen heeft
onschuldig bloed!
Leviticus
23:18
Gij zult ook met het brood zeven volkomen
eenjarige lammeren, en een var, het jong van een rund, en twee
rammen offeren; zij zullen den HEERE een brandoffer zijn, met hun
spijsoffer en hun drankofferen, een vuuroffer,
tot een liefelijken reuk den HEERE.
Maar wat lezen
wij nu na het offer van Christus?
God had helemaal
geen behagen in die offers en Hij wilde ze niet!
5 Daarom, komende in de wereld, zegt Hij:
Slachtoffer en offerande hebt Gij
niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam
toebereid;
6 Brandofferen en offer voor de zonde
hebben U niet behaagd.
Stelt u zich eens
voor hoe het er eens uitgezien moet hebben in de tempel. Al die
duizenden dieren die geslacht werden. Waar bleef al dat bloed! Dat
zal een bloederig geheel geweest moeten zijn! Toen Salomo de tempel
inwijdde (1 Kon.8:63) werden er 142.000 dieren geslacht en
geofferd! Ja, u leest het goed! Behalve dat bloed werd dat op het
altaar in de brand gestoken. Hoe zou dit alles er uitgezien, maar
vooral ook
geróken
hebben?
Een liefelijken
reuk? Technisch gezien lijkt mij van niet. Maar het gaat om de
persoon met welke houding hij kwam offeren en dat bepaalde of het
voor God liefelijk was. Het is dus wel overdrachtelijk bedoeld en
niet de geur op zich!
Wie in geloof
offerde omdat hij zich schuldig wist tegenover de Here, diens offer
was de Here een liefelijken reuk, maar wie van zichzelf helemaal
niet dacht een zondaar te zijn en toch offerde diens offer was de
Here absoluut geen liefelijken reuk. Denk aan de Farizeeer en de
tollenaar in Lukas 18:10-14.
Maar buiten die
reuk hebben de brandoffers en offers voor de zonde (vers 6)
op
zichzelf God ook niet behaagd, hoewel Hij het Zelf in de wet
bevolen had, zie vers 6.. En dat was omdat ze de zonden niet
werkelijk konden wegnemen. En nu zien wij de Zoon naar voren komen
om in dit geval iets tegen de Vader te zeggen.
Hij, Die
altijd de wil van de Vader zocht te doen en Hem
altijd
wilde behagen en dat ook altijd gedaan heeft (Joh.8:29), wat heeft
Hij tegen de Vader gezegd?
5 Daarom, komende
in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet
gewild,
maar Gij hebt Mij het lichaam
toebereid;
6 Brandofferen en offer voor de
zonde hebben U niet behaagd.
7 Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij
geschreven), om Uw wil te doen, o God!
In plaats van de
dierenoffers heeft God nu wél een offer wat Hem
behagen kan om de zonden weg te nemen, en dat is het lichaam van
Jezus Christus, het Woord dat vlees geworden is. God heeft Hem dat
lichaam gegeven toen Hij geboren werd.
8 Als Hij te
voren gezegd had: Slachtoffer, en offerande, en brandoffers, en
offer voor de zonde hebt Gij niet gewild, noch hebben U behaagd
(dewelke naar de wet geofferd worden);
De Zoon komt
vrijwillig om de wil van de Vader te doen en Zich tot dat
schuldoffer te stellen wat wij in Jesaja 53:10 zagen. Die offers
waren naar de wet geofferd onder het Oude Testament, maar konden
niemand verlossen, maar nu door het offer van Christus kan het God
wél behagen en dát bloed neemt
wél de
zonden van Zijn volk Israel weg.
Dat is het bloed
van het Nieuwe Testament (Matt.26:28). En zo heeft Christus het
Eerste Verbond vervangen door het Tweede en de weg bereid voor de
verlossing van Zijn volk door Zijn offer van Zijn lichaam éénmaal
geschied.
9 Toen sprak
Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God! Hij neemt het eerste
weg, om het tweede te stellen. 10 In welken wil wij geheiligd zijn,
door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal
geschied.
En dat was voor
Christus in de hof van Getsemané beslissend om toch naar het kruis
te gaan, namelijk om de wil van Zijn Vader te doen (Lukas 22:42)
Wat ook heel
saillant hier is dat Jesaja 53:10 spreekt over een
schuldoffer. Het antwoord vinden wij in Leviticus 5:14-19.
Dat is nl een offer voor iemand die gezondigd heeft in
onwetendheid en niet bewust, maar daarom terdege schuldig
tegenover God staat omdat hij toch gezondigd heeft en dus dat offer
moest brengen.
Wat een perfecte
omschrijving van Christus! Heeft Hij ooit gezondigd? Nee toch! Nog
nooit heeft Hij ook maar een keer een zonde gedacht. Hij wist niet
wat zondigen was. Onwetend was Hij daaraan.
Inderdaad, het was ook niet voor Zijn eigen zonden, maar voor Zijn
volk Israel!
Jesaja
53:11
Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien,
[en]
verzadigd worden; door Zijn
kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken,
want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.
12 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de
machtigen als een roof delen, omdat
Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood,
en met de overtreders is geteld geweest, en
Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden
heeft.
De Vader heeft
gezien dat de Zoon, terwijl Hij daar als een zondaar aan het kruis
hing en de tweede dood gestorven was en die vreselijke pijnen
onderging, niet één keer getwijfeld heeft dat de Vader Hem weer als
Zijn Zoon zou aannemen en uit de dood zou opwekken.
Hij bleef getrouw aan de Vader om dit te ondergaan en dát was
de arbeid van zijn ziel, dáár vond het plaats, en de Vader
zag het geloof van Zijn Zoon en werd verzadigd.
Dat wil zeggen,
Hij was tevreden gesteld. Hij droeg hun ongerechtigheden en bleef
trouw tot in de tweede dood en kan daarom nu velen (Israel)
rechtvaardig maken.
Denk aan
Matt.1:21!!
Hij heeft Zijn
ziel aan het kruis
uitgestort in de dood, en we
weten nu in de tweede dood. Dus vóórdat Zijn geest en ziel
het lichaam verlieten. Dus vóór Zijn lichamelijke
dood.
En dus vóórdat
Hij zei in Joh.19:30 : “Het is volbracht”. Daarom zei
Christus na die drie uren geen “Mijn God” meer, maar “Vader”
(Lukas 23:46), want het offer was gedaan en geaccepteerd door de
Vader en Hij was geen schuldoffer meer.
De gemeenschap
was weer hersteld en nu kon Hij rustig sterven en zeggen :
“Het is
volbracht”.
Dus : Wat en voor
wie was het volbracht?
Als u goed
opgelet heeft, dan weet u nu wat Christus volbracht en voor wie!
Namelijk Israel! Om hun te verlossen en een Koninkrijk op aarde te
vestigen moest eerst dit lijden gebeuren.
En dan kunnen zij hun roeping vervullen de heidenen het Evangelie te
verkondigen zodat ook zij gered kunnen worden. En dan zullen zij ook
door dat bloed verzoend worden, want in de TWEEDE
instantie geldt het ook voor de heiden, maar altijd ná Israel.
En dat is wat
Johannes ook zegt in zijn 1 Joh.2:2
2
En Hij is een verzoening voor onze zonden
(Israel);
en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele
wereld
(de heidenen)
Zonder Israel
eerst is er geen redding voor de rest van de wereld!
Maar Israel
heeft, zoals wij reeds gezien hebben, dit niet begrepen en heeft Hem
gekruisigd en daar heeft Petrus hun dan ook van beschuldigd
(Hand.2:22-24) en tegelijk de vergeving aangeboden in Hand. 2:38 als
ze zich zouden bekeren van deze daad.
De kruisiging
moest tenslotte gebeuren en daarom bood God de uitkomst en als
verhoring van de vraag van Zijn Zoon het hun te vergeven ,
“want zij weten niet wat zij doen”
Dus waarom
kwam Christus?
Dus als we vragen
waarom en voor wie is Christus op aarde gekomen dan moeten wij
zeggen: “voor Israel om de beloftenissen aan de vaderen gedaan te
bevestigen” (Rom.15:8). Alles wat over Hem geschreven is in het O.T.
heeft Hij vervuld (Luk.24:44-46).
Maar ho even
hoor ik u zeggen, Hij is toch ook voor mij hier in Nederland in de
eerste plaats gestorven, waarom hoor ik nu alleen over Israel? Ik
zie helemaal niets vanuit Israel naar ons toekomen. Integendeel,
zij zijn juist meestal vijandig hierin en dat Koninkrijk dat is
bepaald niet te zien daar en hier. En over het Lichaam van Christus
hoor ik helemaal niets.
U hebt het goed
begrepen!!
Voordat Paulus
kwam zult u nergens lezen dat Christus voor de heidenen kwam. U zult
nergens vinden dat wij heidenen eeuwig leven krijgen door te geloven
dat Jezus Christus stierf voor uw (heiden) zonden. U zult ook niet
vinden toen de Here Jezus op aarde was dat Hij zei dat de heidenen
in Hem moesten geloven om verzoening met God te krijgen.
Hoe kan dat?
Omdat wij nu in een andere Bedeling leven, nl. de Bedeling
der Genade. Die is pas bij Paulus begonnen (Ef.3:2) en dat heeft
andere regels om Gods doel te bereiken dan voordat Paulus erl was.
Het gaat nu om een koninkrijk in de hemel en niet op aarde en Paulus
is door Christus geroepen. Er zijn genoeg studies te vinden op onze
site waarom Paulus naast de 12 apostelen later geroepen werd. Zie
bijv. “Waarom
Paulus?”
Hij is de apostel
van de heidenen (Rom.11:13) en hij spreekt over de Gemeente, het
Lichaam van Christus en daarin is er geen verschil meer tussen de
Jood en de heiden (1 Kor.12:13,27; Gal.3:26-28). Israel is nu in
deze Bedeling van Genade tijdelijk
opzijgezet en is nu niet meer centraal in Gods plan totdat de
volheid der heidenen ingegaan zal zijn.
Als eenmaal het
Lichaam van Christus opgenomen is van deze wereld, dan gaat God weer
verder met Zijn volk om Zijn plan met hun af te maken en dan zal dat
Koninkrijk op aarde er ook komen.
Paulus zegt dan
ook in Rom.11:11 dat de zaligheid nu niet meer bij Israel te vinden
is maar bij de heidenen, omdat zij gevallen zijn omdat ze de Messias
niet hebben aangenomen nadat Petrus met Pinksteren hun de vergeving
aangeboden had.
Zo zeg ik dan:
Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij verre; maar
door hun val [is] de zaligheid den heidenen [geworden], om hen tot
jaloersheid te verwekken.
De val van Israel
is de reden van de roeping van Paulus en hij spreekt óók
over de komst van Christus, maar dan voor iedereen,
namelijk de wereld.
De
Verborgen komst van Christus naar de WERELD
1Tim.1: 15
Dit is een getrouw woord, en alle aanneming
waardig, dat Christus Jezus in de
wereld
gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de
voornaamste ben.
Paulus zegt niet
per ongeluk , maar heel bewust, dat Christus naar de
wereld gekomen is, want
van dat Evangelie is hij de apostel. Hij alleen en niemand anders.
Omdat hij de apostel der heidenen is. En aangezien Israel nu door
God in deze Bedeling van Genade samen met de heidenen in
ongehoorzaamheid besloten is, is Israel nu in precies dezelfde
positie geplaatst als de heidenen, namelijk geen bevoordeelde
positie boven de heiden meer, maar ongehoorzaam en in vijandschap
met God
Romeinen
11:30-31
30 Want
gelijkerwijs ook gijlieden
(heidenen)
eertijds Gode ongehoorzaam geweest zijt, maar nu
barmhartigheid verkregen hebt door dezer
(Israel)
ongehoorzaamheid;
31 Alzo zijn ook dezen
(Israel)
nu ongehoorzaam geweest, opdat ook zij
(Israel)
door uw
(heidenen)
barmhartigheid zouden barmhartigheid verkrijgen.
32 Want God heeft hen allen
(Jood en heiden)
onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun
allen
(Jood en heiden)
zou barmhartig zijn.
Dus zegt Paulus
dat Christus naar de
wereld
gekomen is, namelijk niet meer in de eerste plaats voor Zijn volk
Israel, maar iedereen, dus ook de heiden, aangezien Israel geen
relatie meer met God heeft. Daarom is het evangelie nu dan ook
hetzelfde voor iedereen :
2
Corinthiërs 5:19-20
Want God was in Christus de
wereld
met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende en
heeft het woord der verzoening in ons gelegd.
20 Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons
bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.
God heeft de
wereld
met Zichzelf verzoend. De heiden, maar óók de Jood dus! Die heeft
nu geen vriendschappelijke relatie meer met God! En dat is volslagen
nieuw in Gods plan met de mensheid. En dat klopt ook, want Hij heeft
het al die tijd verborgen gehouden en pas na de val van Israel aan
Paulus geopenbaard.
Paulus is niet
geroepen omdat de apostelen hun werk niet goed deden, maar omdat God
nog een plan had met Christus. En dat had Hij met het Lichaam van
Christus reeds vóór de grondlegging der wereld
voorbereid, maar kon pas bekendgemaakt worden na de kruisiging en de
val van Israel. Anders had satan Hem niet gekruisigd wist God en dat
moest gebeuren, anders was er voor niemand redding geweest. Zie 1
Kor. 2:6-8.
Romeinen
16:25-26
25 Hem nu, Die machtig is u te bevestigen,
naar mijn Evangelie
en de prediking van Jezus Christus,
naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der
eeuwen verzwegen is geweest;
26 Maar nu
geopenbaard is,
en door de profetische Schriften, naar het bevel des eeuwigen Gods,
tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend is
gemaakt;
Dus het Evangelie
wat Paulus verkondigde was niet bekend toen Christus op aarde liep.
Vanaf de schepping is het altijd geheim gehouden tót
Paulus kwam. Ook tijdens Pinksteren wist niemand het. Het was dus
volslagen nieuw.
Kol.1:20-22
20 En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns
kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelven,
hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de
hemelen zijn.
21 En Hij heeft u, die eertijds vervreemd waart, en vijanden door
het verstand in de boze werken, nu ook verzoend,
Wij zijn allemaal
vervreemd van God en vijanden van Hem. Hij kwam niet voor zijn
vrienden naar deze wereld, zoals Hij eerst wel kwam, namelijk
Israel. Die waren reeds de Zijnen (Joh.1:11). Zij waren reeds Zijn
volk. Nu is het zo ,dat een ieder die gelooft dán pas
lid wordt van Zijn volk nu , het Lichaam van Christus. Zie Titus
2:14
14 Die
Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij
ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen
volk zou reinigen, ijverig in goede werken
De “ons”
hier is de Gemeente, het Lichaam van Christus. Dat is nu
Zijn volk en niet Israel. Niemand hier op aarde kan zeggen reeds in
Zijn volk te zijn, zoals toen wel bij Israel. Het geval was. Nu is
het eerst geloven en dan worden wij in dat lichaam gedoopt door Zijn
Geest (1 Kor.12:13). Geheel anders dan bij Israel waarvoor Hij toen
kwam.
Ze moesten natuurlijk wel de Messias aannemen om in dat volk te
blijven anders zou dan het oordeel volgen (Matt.3:7-12)
Terug naar Kol
1:21. En hoe heeft Hij nu iedereen met Zichzelf verzoend? Antwoord:
22 In het
lichaam Zijns vleses, door den dood, opdat Hij u zou heilig en
onberispelijk en onbeschuldiglijk voor Zich stellen;
Door Zijn dood
aan het kruis. Vergeleken met Jesaja 53 zien wij niet meer de
beperking tot Israel. Paulus spreekt hier met geen woord over een
lam en een slachtbank en een schuldoffer, omdat het nu niets met de
wet en volk Israel te maken heeft. Elk mens, Jood en heiden, staan
nu door hun afkomst van Adam schuldig tegenover God en hebben
verzoening nodig en dat is nu verkrijgbaar door Zijn dood aan het
kruis.
Dat is iets om
heel blij van te worden voor ons en de Here voor te danken en te
prijzen. En dat doet Paulus, en wij, dan ook :
Galaten
6:14
Maar het zij verre van mij, dat ik zou
roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door
Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.
Dus als de wereld
de GEBOORTE van Christus op deze aarde viert, vieren
wij juist de DOOD van Hem! Het avondmaal is daar een
goed voorbeeld van, 1 Kor.11:26.
Jesaja 53
beschrijft dan wel het plaatsvervangend sterven vergeleken met het
offer van een onschuldig lam, maar dat wordt als onrechtvaardig
beschreven en de toon is geen juichtoon zoals bij Paulus wel het
geval is. Het is eigenlijk een beetje zoals de ongelovige nu ook
naar het kruis kijkt. Wat zielig dat iemand die niets gedaan heeft
daar gedood wordt.
Maar bij ons is
dat geheel anders! Want door Zijn dood heeft hij voor ons juist de
verlossing bewerkt.
“Het is
volbracht”
Kol.2:10-15
10 En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid
en macht;
11 In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder
handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des
vleses, door de besnijdenis van Christus
12 Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met Hem
opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de
doden opgewekt heeft.
13 En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de
voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u
vergevende;
14 Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in
inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was,
en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis
genageld hebbende;
15 En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die
in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen
getriomfeerd.
Dus als wij
spreken over het volbrachte werk van Christus aan het
kruis, dan ziet u dat hier staan. Dat was niet wat Christus dacht
aan het kruis toen Hij “Het is volbracht” zei zoals wij
reeds eerder zagen. Toen was het om de beloftenissen van Israel te
vervullen.
Maar bij God was
het, hoewel verborgen voor iedereen (Efeze 3:9) zeer zeker wél
in Zijn gedachten, maar heeft het pas later na de val van
Israel bij Stefanus aan Paulus geopenbaard.
Daarom zegt Paulus ook niet dat het
aan het kruis gebeurd is maar
dóór het kruis.
Efeziërs
2:16
En opdat Hij die beiden met God in een
lichaam zou verzoenen door
het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.
Natuurlijk is
Zijn dood waardoor wij dit nu verkregen hebben geschiedkundig
aan het kruis geweest. Maar niets en ook helemaal niets over
ons, het Lichaam van Christus, is bekend geweest toen. Christus
sprak er niet over en niemand wist het, want het ging toen ook niet
om ons, maar Israel en hun programma voor deze wereld.
Paulus echter
zegt dóór het kruis
omdat het pas aan hem bekend is gemaakt. Veel later dus.
En hoe wordt
Hij dan nú
gepresenteerd sinds dat kruis?
Rom.3:23-26
23 Want zij hebben allen gezondigd, en derven
de heerlijkheid Gods;
24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de
verlossing, die in Christus Jezus is;
25 Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof
in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de
vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de
verdraagzaamheid Gods;
26 Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen
tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en
rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is
Vers 25 - Het
bloed van Christus redt alle mensen die vóór
het kruis in het geloof gestorven zijn en die straks in de toekomst
in het Koninkrijk op aarde zullen zijn. Zij brachten toen de offers
met het dierenbloed. Paulus bevestigt hier Jesaja 53 en laat in vs
25 zien dat dat toen allemaal verdragen werd door God, omdat Hij
wist dat het ware bloed, het ware Lam, kwam.
Dat had Hij in
Jesaja 53 reeds geprofeteerd. In het bloed van de offers had Hij
geen geloof, omdat het niet echt kon redden. In het bloed van
Christus heeft God nu wel geloofd en heeft het daarom ook
geaccepteerd als het enig offer wat voldoet. Dat gold voor hun uit
vers 25, maar dat geldt nu ook voor ons en daarom kan Paulus in
Efeziërs 5:2 zeggen tegen ons:
En wandelt in de
liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en
Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een
slachtoffer, Gode tot een
welriekenden reuk.
Het is nu
wél een welriekende reuk voor de Vader. Dat bloed kan
iedereen verlossen. Elke gelovige vanaf Adam tot en met de laatste
kan hierdoor gered worden. Het geldt dus voor alle bedelingen.
Christus is geofferd en Paulus zegt onder leiding van de Geest dat
dat offer aan het kruis ook voor ons is geweest. Niet volgens Jesaja
53 , maar volgens de openbaring van de Verborgenheid gegeven aan
Paulus. Dat was verborgen, maar nu kan hij dat vrijuit zeggen. Ook
in het volgende vers uit Romeinen 3:
26 Tot een
betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd;
opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit
het geloof van Jezus is
Vers 26 gaat over
de periode die wij de Bedeling der Genade noemen en waarin wij nu
leven.
Dat is de tegenwoordige tijd. Dat is
dóór het
kruis. En God rechtvaardigt iedereen die nu Christus aanneemt als
Zijn Verlosser.
Nu wij dit weten, moeten wij ook de apostel volgen die ons dit
allemaal uitlegt. Hoewel hij een Jood was , is hij de apostel van de
heidenen en vertelt ons dit allemaal. Hij is daarom ook ons
voorbeeld zoals hijzelf zegt in
1 Tim.1:15-16
15 Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus
Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van
welke ik de voornaamste ben.
16 Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus
in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen,
tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen
leven.
Hij heeft
Christus vervolgd en was de leider in de opstand tegen Christus en
Zijn volgelingen, namelijk de 12 apostelen en de gelovigen sinds
Handelingen 2 met Pinksteren. Daarom noemt hij zichzelf de grootste
der zondaren. En hij is ons voorbeeld nu in deze Bedeling der
Genade. Wij hebben wel de Heilige Geest ontvangen, maar zijn echter
niet in staat om Christus tijdens Zijn wandel op aarde te volgen.
Hij was zonder zonde en wij zouden ook zonder zonde moeten zijn om
Hem te kunnen volgen. Maar aangezien wij nog in het Lichaam der
zonde en des doods leven (Rom.7:23-25) is dat onmogelijk.
En toch kunnen
wij Christus wel volgen, maar dan op een andere manier, namelijk in
Paulus.
Dat is
namelijk Christus volgen in een zondaar en
dát kunnen wij
wel!
Dus als wij
Paulus volgen, dan volgen wij Christus, zoals hij hier , maar ook
zegt in 1 Kor.11:11
“Weest mijn
navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus”
En dat betekent
dat wij in de eerste plaats zijn brieven moeten lezen om te weten te
komen wat Christus voor mij gedaan heeft. Als ik dat niet doe en
afwijk naar andere gedeelten in de Bijbel, dan begeef ik mij in
Schriften die in de eerste plaats over Israel gaan en niet over mij
en dan krijg ik verkeerd beeld van mijzelf en raak ik in verwarring.
Mijn
identificatie met mijn Verlosser en Heiland is nu alleen te vinden
daar waar het over mij als lid van het Lichaam van Christus
beschreven staat : Romeinen tot en met Filemon.
Dus de vraag waar
deze studie mee begon: ”Waarom
en voor wie kwam Christus op aarde”
hebben wij nu beantwoord. In eerste instantie was Zijn geboorte en
Zijn sterven voor Zijn volk Israel om daarna het Koninkrijk opaarde
te vestigenen Zijn troon te zetten in Jeruzalen temidden van Zijn
verloste volk Israel.
Doordat Israel
het offer als volk niet aannam stond Hij op om te oordelen
(Han.7:55), maar heeft dat niet gedaan, omdat God met het sterven
ook een tweede plan had voor het Lichaam van Christus voor een
Koninkrijk in de hemel. En dat heeft Paulus voor ons in zijn brieven
opgeschreven. En daar was ook dat offer aan het kruis voor nodig.
Later nadat wij
opgenomen zijn door de Here in de lucht zal God Zijn plan met Zijn
volk alsnog afmaken, zodat uiteindelijk door dat ene offer aan het
kruis , Zijn geprofeteerde wil en Zijn verborgen wil ten uitvoer
gebracht zullen zijn en Christus heer is, zowel in de hemel alzo ook
op de aarde.
Efeze
1:9-10
9 Ons bekend gemaakt hebbende de
verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij
voorgenomen had in Zichzelven.
10 Om in de bedeling van de volheid der
tijden, wederom alles tot een te vergaderen in Christus, beide dat
in den hemel is, en dat op de aarde is
Voor Hem zij de Glorie!
www.GenadeBijbel.nl
Deze studie is eventueel ook te lezen en/of
uit te printen in

|