Richard Jordan
Pastor Shorewood Bible Church Chicago
Over het gebed worden misschien wel de meeste
vragen gesteld in het christenleven. Eigenlijk weten we het antwoord op veel
vragen wel, maar toch stellen we steeds weer dezelfde vragen: Als God al mijn
noden al kent, waarom moet ik dan bidden? Kan ik Gods gedachten of mijn
omstandigheden veranderen door gebed? Is het genoeg dat ik één keer voor iets
bid of moet ik aanhoudend voor hetzelfde iets bidden? Hoe kan ik zeker weten dat
God mijn gebeden hoort? Hoe antwoord God mijn gebeden, en waarom verhoort Hij ze
niet?
Wij bidden, wij weten dat wij horen te bidden.
Maar deze vragen houden onze gedachten bezig. Wij bidden voor onze zorgen,
angsten, problemen, vreugden, wensen, dromen, maar vaak lijkt het of de hemel
van koper is; God is stil, en het lijkt “of niemand om me geeft”. Gebed werkt
verwarrend en het wordt een last.
HET
BASISPROBLEEM
De fundamentele denkfout met betrekking tot
gebed ontstaat doordat men het Woord der waarheid niet recht snijdt, doordat men
gebedsbeloften claimt die niets te maken hebben met de bedeling waarin wij
leven, maar die behoren bij het programma dat God Zelf onderbroken en tijdelijk
opzijgezet heeft.
Voor hen die de aparte bediening en boodschap
die aan de apostel Paulus is gegeven niet zien, is het onderwerp van gebed een
moeilijke en verwarrende onzekerheid. Laten we een paar gebedsbeloften bekijken
gemaakt tijdens de aarde bediening van onze Heere:
Bidt, en u zal
gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.
Want een iegelijk die
bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan
worden.Mat.7:7,8
Wederom zeg Ik u, indien er twee van u
samenstemmen op de aarde over enige zaak, die zij zouden mogen begeren, dat die
hun zal geschieden van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Mat.18:19
En al wat gij zult begeren in het gebed,
gelovende, zult gij ontvangen. Mat.21:22
En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat
zal Ik doen, opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde. Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal
het doen.Joh.14:13,14.
Geweldige beloften, zeker! Maar wie onder ons
kent niet de teleurstelling, verwarring, verdriet doordat zij aanspraak maken op
één van deze beloften en zij komen ogenschijnlijk niet uit. Daarom hebben wij
theologische trucjes ontwikkeld om dit schijnbare falen weg te redeneren. Het
feit is dat deze beloften niet werken voor ons omdat zij niet van toepassing
zijn op onze bedeling.
Zelfs voor een eenvoudige Bijbelstudent moet
er niets duidelijker zijn dan het feit dat onze Heere
“een Dienaar
geworden is der besnijdenis vanwege de waarheid Gods, opdat Hij bevestigen zou
de beloftenissen der (Israëls) vaderen”Rom.15:8. Hij
verkondigde “het evangelie van het Koninkrijk” dat reeds lang
beloofd was aan Israël en verklaard:
Maar Hij antwoordende zeide: ”Ik ben niet
gezonden dan tot de verloren schapen van het huis Israëls”Mat.15:24
Daarom draagt Hij de twaalf in Zijn eerste
grote opdracht op:
…Gij zult niet heengaan op den weg der
heidenen en zij zult niet ingaan in enige stad der Samaritanen; Maar gaat veel meer heen tot de verloren
schapen van het huis Israëls.
Mat.10:5,6
Deze verzen moeten wij goed lezen zodat ze
goed tot ons doordringen: het eenvoudige feit is dat de gebedsbeloften die onze
Heere gegeven heeft gedurende Zijn aardse bediening niets te maken hebben met de
bedeling van genade of het lichaam van Christus.
Het is duidelijk dat het volk Israël haar
Messias heeft verworpen zowel in Zijn vleeswording (Mattheus-Johannes) als in
Zijn opstandingsbediening door de apostelen en door de “kleine kudde” in het
begin van het boek Handelingen. Toen heeft Hij een nieuwe apostel geroepen
–Paulus- en hij leidt ons binnen in een nieuwe bedeling, de bedeling van genade
(Ef.3:1-9, Rom.16:25, Kol.1:24-26, 1 Tim.2:4-7).
Wij kúnnen niet teruggaan naar de zogenaamde
vier evangeliën of de eerste hoofdstukken van Handelingen om instructies te
vinden voor ons leven in deze tegenwoordige bedeling van genade. Tevergeefs
zullen we daar zoeken naar instructies voor het lichaam van Christus.
Dit is de verklaring voor het schijnbare falen
van de gebedsbeloften van het Koninkrijk. In dat programma werken deze beloften
perfect. Ze weghalen van waar God ze heeft geplaatst, door Petrus van ze te
beroven en Paulus ‘er mee op te schepen’ is een grote blunder met betrekking tot
het onderwerp van gebed.
WAT GEBED NIET IS
Gebed is een vitaal onderdeel in het leven van
elke gelovige. Veel van ons zien gebed echter als een prestatie, als een ritueel
om onszelf geestelijker te maken, of als een manier om te krijgen wat wij willen
hebben. Doordat wij gebed gebruiken als een manier om God te manipuleren om
gunstiger gestemd te zijn ten opzichte van ons, missen wij niet alleen het hele
doel van het gebed, maar werken wij ook de genade van God voor ons in Christus
tegen. Wij moeten begrijpen wat gebed niet is.
Voor veel oprechte gelovigen is gebed een
manier om hun schuld kwijt te raken. Door steeds hun tekortkomingen te belijden
aan God en vergeving voor hun zonden te vragen hopen zij dat Hij hun zonden zal
vergeven. In plaats van de schuld en het falen uit het verleden over te geven,
laat dit in feite een droevig onbegrip zien van het volbrachte werk van
Christus, dé basis waarop wij bidden.
Leest u dit vers eens goed:
In Welken wij hebben de verlossing door Zijn
bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade.Ef.1:7 .
Wij vinden zowel verlossing als vergeving in
Christus. Moeten wij om verlost te worden God elke dag vragen om ons te
verlossen? Nee! Waarom zouden wij Hem dan vragen om ons elke dag te vergeven?
De waarheid is dat God’s enige antwoord op de
schuld van onze zonde het werk van Christus aan het kruis is. Het is ons geloof
dat rust in de dingen die Christus voor ons heeft volbracht op Golgotha dat het
zondeprobleem oplost, en de last van de schuld van onze schouders afneemt
(Rom.4:6-8; Kol.2:13; 3:13 enz.).
De motivatie voor gebed zou nooit schuld
moeten zijn. Als wij bidden ‘in de naam van onze Heere Jezus Christus’
(Ef.5:20) doen wij meer dan een zin toevoegen aan het eind van onze gebeden.
Het is eigenlijk een essentiële uitdrukking van het feit dat wij begrijpen dat:
wij geen rechtvaardigheid van onszelf hebben waardoor wij tot God kunnen
naderen, maar dat Jezus Christus ons Zijn rechtvaardigheid gegeven heeft, en dit
is de bron van ons vertrouwen waardoor wij spreken tot onze hemelse Vader, dit
is de basis van ons gebed.
Gebed wordt soms ook gebruikt als een manier
om financiële of materiële dingen te krijgen. Vreemd genoeg zien zelfs genade
gelovigen soms ook wel iets in dit idee.
Een gedeelte dat wij allen ten harte kunnen
nemen is 1 Timotheus 6:6-8.
Doch de godzaligheid is een groot gewin met
vergenoeging.
Want wij hebben niets in de wereld gebracht;
het is openbaar dat wij ook niet kunnen iets daaruit dragen;
Maar als wij voedsel en deksel hebben, wij
zullen daarmede vergenoegd zijn.
Zou u deze verzen nog een keer willen lezen,
en uzelf afvragen: Ben ik echt tevreden met wat ik heb als ik tegelijkertijd
vraag om meer materiële dingen? Kunnen materiële dingen tevredenheid brengen?
Een ander onderliggend motief in het
gebedsleven van veel mensen is de wens om Gods gunst en zegen te verkrijgen door
hun gebeden. Door de juiste formules en woorden te gebruiken, door hun veelheid
van woorden (Mat.6:7) hopen zij dat God hun zal aannemen, en zegenen met anders
onbereikbare weldaden.
Zo’n op werken gebaseerde acceptatie is in
grote tegenstelling met genade, van het gezegend zijn met alle geestelijke
zegeningen in Christus, en het volmaakt zijn in Hem. Het dient alleen om het
gebed te reduceren tot een formule om tot God te naderen om Zijn gunst te
verkrijgen in plaats van een vertrouwelijke communicatie die voortkomt uit onze
persoonlijke relatie met Hem door Jezus Christus.
Gebed wordt ook vaak gezien als een techniek
om uit te vinden hoe God over iets denkt of om Zijn gedachten te veranderen.
Mensen proberen Gods toestemming en akkoord te krijgen voor wat zij willen gaan
doen. Een huis kopen, de auto verkopen, een bepaald beroep kiezen, naar een
bepaalde gebeurtenis toegaan enz…, zij bidden vurig of God hun Zijn wil zal
bekend maken in deze zaken.
Maar wij moeten onszelf afvragen: Heeft Hij
Zijn wil voor ons al niet bekend gemaakt in Zijn Woord? Heeft Hij ons al niet
reeds toegerust met de bekwaamheid, en de uitdaging, om Zijn geopenbaarde wil
toe te passen in alle onderdelen van ons leven?!
Als, zoals 2 Tim.3:16,17 aangeeft, de Bijbel
ons volmaakt toerust tot alle goed werk, zijn onze gevoelens, indrukken, en
omstandigheden dan echt de manier waarop wij openbaring van God ontvangen?
WAT GEBED WEL IS
Als wij begrijpen wat gebed werkelijk is wordt
het één van onze grootste geestelijke bezittingen. Dus laten we nadenken waar
gebed over gaat in deze bedeling van genade.
Als kinderen van God hebben wij een
persoonlijke relatie met Hem door Christus. Door Zijn volbrachte werk op
Golgotha kunnen wij tot onze hemelse Vader naderen, en wij zijn zeker van onze
onvoorwaardelijke liefde en acceptatie door Hem ‘in Christus”. Dit is de
basis voor ons gebed.
Eenvoudig gezegd is bidden praten met God.
Webster’s woordenboek uit 1828 definieert gebed als “het voortbrengen van
geluid of woorden” en gebruikt daarbij Klaagliederen 2:19 :“het uitstorten van uw hart” als een illustratie.
Dan is gebed dus het uitstorten van de zorgen
van ons hart voor God. Het is onze persoonlijke communicatie met onze hemelse
Vader, de manier waarop wij een vertrouwelijke, persoonlijke gemeenschap met Hem
ervaren. Door naar gebed te kijken als een manier om te krijgen wat wij willen
hebben, om van onze schuld af te komen, om geaccepteerd te worden, om materieel
of financieel beter te worden, blijven wij in gebreke om écht te bidden.
Let op Paulus’ aanwijzingen in Filippenzen
4:6,7.
“Weest in geen ding bezorgd”
:
Wij moeten niet gericht zijn op de zorgen in dit leven, omstandigheden,
bezittingen, gevoelens en al dat soort dingen. We moeten niet letten op de
dingen die men ziet, maar op dedingen die men niet ziet (2 Kor.4:18;
Kol.3:1-3).
“Maar laat uw begeerten in alles door bidden
en smeken, metdankzegging,
bekend worden bij God”. Wij
worden uitgenodigd om te genieten van de intimiteit van de gemeenschap met God
als wij Hem de dingen van ons hart vertellen.
Als wij ons herinneren dat Hij al onze
gedachten kent dan realiseren wij ons dat wij ons nooit hoeven af te vragen:
“Zal ik hier wel over bidden?”. Maar het is de weg van geloof om met onze
hemelse Vader te communiceren over elk detail van ons leven.
In de bedeling van genade is de wil van God
bekend gemaakt in het Woord van God, en werkt in de inwendige mens van de
gelovige. Het eerste waar het in het gebed om gaat is het communiceren met God
over wat Zijn Woord zegt en hoe het moet toegepast worden in de verschillende
situaties die we in ons leven tegen komen. Ons bewust zijnde dat Hij ons hoort,
en dat Hij al onze gedachten kent praten wij aldus met Hem.
Door dit voorbeeld van “Paulinisch gebed” zijn
wij in staat om zaken te onderscheiden met betrekking tot het toepassen van
God’s Woord in elk onderdeel van ons leven. Als wij zó bidden, en als wij zó ons
hart uitstorten voor God is er altijd een antwoord:
“En de vrede Gods, die alle verstand te boven
gaat, zal uw harten en uwzinnen
bewaren in Christus Jezus”.
Dit geruststellende effect van gebed stelt ons
in staat om altijd genoeg te hebben voor alle dingen.
De einduitkomst van gebed in deze
tegenwoordige bedeling is deze: God houdt van u. U bent Zijn kind. Praat met
Hem. Vertel Hem wat u op uw hart heeft, hoe u zich voelt. Hij weet het al!
Vertel Hem over uw dankbaarheid voor wat Hij heeft gedaan in uw leven.
Wat Hij het liefste van u wil hebben bent
uzelf! Hij wil dat u Hem beter leert kennen, dus luister naar Zijn Woord en
waardeer de realiteit dat Zijn Woord actief werkt in uw leven doordat u Hem door
u heen laat leven.
De deur naar de tegenwoordigheid van God is
geopend door de persoon van Jezus Christus. Ontneem uzelf de mogelijkheid niet
om vrijmoedig toe te gaan tot de troon van genade. In Zijn aanwezigheid vindt u
altijd een luisterend oor!