En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb , dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften
 
 

 

www.GenadeBijbel.nl 

Het Koninkrijk Gods in de 4 Evangeliën

door
Jan Stelma

 

Samen met het Koninkrijk zoals beschreven in het O.T. zoals wij zagen in onze vorige studie zien wij een overeenkomst met het Koninkrijk Gods waarover in de 4 Evangeliën over gesproken wordt.
Wij hebben het Koninkrijk Gods gezien dat in Exodus werd genoemd .



In Jeremia het Koninkrijk met een met een koning.
In Daniël 2 hebben we de benaming gezien.
In Genesis 28 zagen wij dat Israël de poort des hemels is, de toegangspoort.
In Daniël 2 zien we duidelijk dat dat Koninkrijk op aarde door God zal verwekt worden, en dat zal een Koninkrijk des hemels zijn, een Koninkrijk van God, dat is één en hetzelfde.

En dan in Mattheüs 3:2 zien wij Johannes de Doper ten tonele verschijnen en die zegt:

"Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen."

Als wij dat met Daniël 2 in het achterhoofd beschouwen dan weten we gelijk waar het hier over gaat: namelijk dat Konininkrijk wat God van de hemel gaat vestigen, hij zegt: "het is nabij gekomen".

Veel mensen zijn daar toch mee in de war, omdat hier Koninkrijk der hemelen staat, maar we moeten ook goed gaan lezen wat er staat, er staat namelijk: het Koninkrijk der hemelen.
Dat betekent letterlijk : het Koninkrijk van de hemelen.
En let op: dat is niét het Koninkrijk in de hemelen. Dat is het hele verschil, en die nuance moeten wij zeer duidelijk maken omdat het daardoor duidelijk wordt voor ons.
Zeker als wij dat met de achtergrond uit het Oude Testament zien dat het om één en hetzelfde gaat.

Mattheüs is de enige die spreekt over het Koninkrijk der hemelen.
Dit komt omdat Mattheus Christus vooral presenteert als de geprofeteerde Koning. En het Koninkrijk der hemelen referereert overduidelijk naar het beloofde Koninkrijk op aarde zoals wij zonet hierboven in Daniel hebben gezien.

Echter Mattheus laat wel zien dat als de Here Jezus spreekt het Koninkrijk Gods , dat Hij daarmee het Koninkrijk der hemelen bedoelt (van de hemelen , niét in de hemelen):

"23 En Jezus zeide tot Zijn discipelen : Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan.
24 En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het
Koninkrijk Gods
" Matt.19 :23-24

Ziet u? Dus als Christus in Markus, Lukas en Johannes spreekt over het Koninkrijk of het Koninkrijk Gods dan bedoelt Hij het Koninkrijk der hemelen op de aarde.
Goed, de mensen wisten dus waar het om ging.
Hij kondigde aan dat het nabij gekomen was, het Koninkrijk der hemelen.
Met de achtergrond van het Oude Testament in hun hoofd was dat hun verwachting.

Lukas 1:67 -74. Dat gaat over Zacharias, hij was vervuld met de Heilige Geest en hij profeteerde:

"Geloofd zij de Heere, de God Israëls, want Hij heeft bezocht, en verlossing teweeg gebracht voor Zijn volk.
En heeft een hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht;
Gelijk Hij gesproken heeft door de mond van Zijn heilige profeten, die van het begin der wereld geweest zijn.
Namelijk een verlossing van onze vijanden, en van de hand van al degenen, die ons haten.
Opdat Hij barmhartigheid deed aan onze vaderen, en gedachtig ware aan Zijn heilig verbond.
En aan de eed, die Hij Abraham, onze vader, gezworen heeft, om ons te geven;
Dat wij, verlost zijnde uit de hand van onze vijanden, Hem dienen zouden zonder vrees."

Dit moeten wij tegen de achtergrond van het Oude Testament zien.
En Zacharias ziet hier, dat de God van Israël Zijn volk heeft bezocht. Dus gaat hij naar de profeten, de heilige profeten, die van het begin der wereld zijn geweest, hij heeft het over Abraham en de eed de Hij aan hem heeft gezworen, hij heeft het over het land dat hun beloofd is. En nu is het zover, het is nu aangebroken.

In Lukas 2:25 zien we dat ook heel duidelijk: Simeon verwachtte de vertroosting Israëls.
Hij was iemand die serieus met de dingen van God bezig was, die naar de tempel ging en de offers bracht. Een gelovige, die gehoorzaamde en die verwachtte dat natuurlijk tegen die achtergrond van wat hij wist en van wat hem geleerd was: eenmaal zullen wij het volk der volken zijn, en de Messias die komt! En hij verwachtte de vertroosting van Israël. In Lukas 2:30 zegt hij:

"Mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,
Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken;
Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israël."

Een Licht tot verlichting der heidenen . In Romeinen 3 vers 29 zegt Paulus :

" Is God een God der Joden alleen? en is Hij het niet ook der heidenen? Ja, ook der heidenen"

Ja, dan spreken we over een God door alle tijden en bedelingen heen. Laten we dat niet vergeten: God is een God voor alle mensen, Hij wil dat alle mensen zalig worden, alleen we moeten goed weten te onderscheiden dat Hij daar een eigen plan voor heeft ontworpen, en dan draait het daarom dat wij weten: om welk plan gaat het nou?

En we zien hier in Lukas heel duidelijk dat Israël aards denkt. Ze denken aan het Koninkrijk der hemelen wat op aarde gevestigd zal worden.
Ze denken aards, dat is soms zo moeilijk voor ons om voor te stellen, omdat wij door onze christelijke opvoeding altijd aan de hemel denken, ver weg, daar hoog.

Maar als wij dat hier bij Israel lezen dan moeten wij altijd terug naar dat het Koninkrijk Gods wat een Koninkrijk is dat op aarde gevestigd zal worden. Vol van gerechtigheid.

De aarde zal zijn vol van de kennis des Heeren, de aarde, de aarde , de aarde, de aarde!

Dit was de verwachting die men had, en de Heere Jezus is het toen gaan aankondigen: het is nabijgekomen, en nu gaan wij naar Handelingen 1.
www.GenadeBijbel.nl 

Deze studie is eventueel ook te lezen en/of uit te printen in
Als u deze studie niet kunt openen, dan kunt u hier gratis Adobe Acrobat Reader downloaden.