En Handelingen begint met het Koninkrijk Gods , namelijk in
1:3lezen
wij:
"Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft,
met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en
sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan"
en het eindigt met het Koninkrijk Gods in 28:31 :
"Predikende het Koninkrijk Gods, en lerende van den Heere Jezus Christus met
alle vrijmoedigheid, onverhinderd"
en in de hoofdstukken daartussenin wordt ook verschillende keren het
Koninkrijk Gods genoemd. Echter als wij Handelingen bestuderen , dan zien wij
dat met "het KoninkrijkGods" aan het begin niet hetzelfde bedoeld wordt als aan
het einde. Gedurende deze periode is er iets veranderd , namelijk de bekering
van Paulus.
"Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft,
met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en
sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan"
Hand.1:3
Dit moeten wij lezen in het verlengde van Lukas 24:44-45 :
"44 En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog
met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven
is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen .
45 Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden."
Christus gaat uitleggen dat alles wat in de profeten en psalmen en in de wet
geschreven is over Hem gaat.
Samen met Handelingen 1:3 begrijpen wij nu
dat Hij dan spreekt over de dingen die het Koninkrijk Gods aangaan.
Dat betreft
dus het Koninkrijk op aarde waar het gehele Oude Testament over spreekt en waar
Christus Zelf over spreekt in de Evangelien.
Nog even naar Handelingen 3:24,25,26 en dan zie wij dat Petrus het
daar aanbiedt:
"En ook al de profeten, van Samuël aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen
als er hebben gesproken, die hebben ook deze dagen te voren verkondigd.
Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze
vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle
geslachten der aarde gezegend worden.
God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven
eerst tot u gezonden,
dat Hij ulieden zegenen zou, daarin
dat Hij
een iegelijk van u afkere van uw
boosheden."
Hier leven ze nog steeds in die profetie, het is verkondigd, voorspeld,
Hier zien we heel duidelijk dat het aangeboden wordt aan Israël:"Hij
heeft Hem eerst tot u gezonden".
Eerst tot u! Israël, u bent het kanaal, u bent de poort van de hemel, de
poort van de hemel hier op aarde, het heil gaat via u de wereld over.
En "eerst zal Hij ulieden zegenen",
ulieden = meervoud, het volk
Israël.
"En daarin dat Hij een iegelijk van u" , hier wordt hij
persoonlijk.
"Ulieden" : dat is het volk, meervoud.
"Een iegelijk van u": dat is een ieder, enkelvoud, een ieder.
We hebben namelijk niets aan een Koninkrijk wat voor de helft gelovig en voor
de helft ongelovig is, dat kan niet, dat kan God niet gebruiken.
Het moet dus
een kompleet gelovig, priesterlijk Koninkrijk zijn, en we weten wat er gebeurd
is.
Israel heeft als volkHem niet geloofd. Niet een ieder uit het volk Israel heeft Hem aangenomen.
In Handelingen 1:6 en 8:12 zien we ook nog ,voordat Paulus genoemd
wordt in Handelingen, dat daar gesproken wordt over het Koninkrijk Gods.
Daarna zie je eigenlijk alleen nog maar Paulus daar over spreken. Petrus niet
meer, niemand meer, het Koninkrijk Gods wordt dan door Paulus in het boek
Handelingen zoals het opgenomen is in het verslag, nog 5x genoemd.
Nu komen we op het punt: gaat dat over hetzelfde? Gaat dat over hetzelfde
Koninkrijk Gods?
Het antwoord is : nee !
Alleen door het Woord recht te snijden, door het plan van God te weten,
namelijk het onderscheid tussen profetie en geheimenis, kunnen wij dit oplossen.
Als wij dat niet weten, dan zou wij nu in Handelingen doorgaan en zou voor ons
het Koninkijk Gods nog steeds hetzelfde zijn als in Mattheüs, Markus en Lukas,
Johannes, Oude Testament, begin Handelingen, eind Handelingen. Dat zou voor ons heel logisch zijn, wij zouden geen verschil zien.
Want wat is nou een Koninkrijk? Wat hoort bij een Koninkrijk? Daar moeten wij
goed over nadenken. Een Koninkrijk is een rijk met een koning en wat hoort daar
bij?
We weten, we hebben een God van orde, en een God van orde geeft regels,
voorschriften, wetten, geboden. Dat hoort bij een koninkrijk, dat is nu ook zo,
ook in deze wereldse maatschappij, daar horen wetten en regels bij.
Zou dat dan voor het hemelse Koninkrijk, het Koninkrijk van God niet gelden?
Ja, natuurlijk !
De wetten en regels in het Koninkrijk Gods
Mattheüs 4:17 : "Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want
het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen".
En dan zie wij hier: Koninkrijk der hemelen, het Koninkrijk van de God des
hemels, het is nabij gekomen. Het is nabij, is dat alles? Nee, daar hoort iets bij, dat hebben we net
gezien, Hij gaat ze namelijk ook vertellen wat dat inhoudt, nl. wat zijn de regels,
wat zijn de voorschriften, wat zijn de wetten van dat Koninkrijk, die daarbij
horen.
Zonder dat heb je niets. Niets wat een eenheid vormt. Niets waar men zich
aan dient te houden. Niets waarmee men één rijk weet te vormen, met orde en
rust.
In vers 23 dan zien wij het antwoord staan:
"En Jezus omging geheel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende het
Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale onder het
volk".
Ziet u, dat is wat daarbij hoort. Dat is één, dat hoort bij elkaar, en kunnen
wij niet scheiden.
Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen, maar daar blijft het niet alleen
bij. Hij gaat hun ook het Evangelie van dat Koninkrijk prediken, over de wetten,
de voorschriften, de regels. Dat gaat Hij erbij verkondigen, dat hoort erbij.
Mattheüs 5+6+7 de beroemde Bergrede, met de sociale gerechtigheid
die
op aarde gevestigd zal worden in het Koninkrijk der hemelen.
Mattheus 5 vers 3: " Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het
Koninkrijk der hemelen" - Er is geen hoogmoed meer, maar nederigheid.
"Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden"
- Het zal een
zware tijd van vervolging en dus treurnis zijn. Inderdaad degenen treurt, zijn
de gelovigen die vervolgd zullen worden ivm de antichrist. Maar zij zullen wel
het Koninkrijk ingaan en vertroost worden.Veel wordt er in het Oude Testament
gesproken over vertroosting, over dat Koninkrijk der hemelen.
"Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk beerven" - Dat
kunnen wij nu niet zien, de zachtmoedigen beërven de aarde niet, helemaal niet.
"Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen
verzadigd worden"
- Hoeveel mensen hongeren en dorsten niet naar
gerechtigheid,nu, de hele wereld praat over gerechtigheid, ze willen allemaal
gerechtigheid, maar worden zij verzadigd? Niemand toch? Niemand.
Maar denk er goed aan dat éénmaal als de mens der wetteloosheid, de
antichrist, de duivel, de personificatie van de duivel, de zoon des verderfs
geopenbaard zal worden, dwz als die aan het bewind zal zijn, is er alleen
ongerechtigheid op deze aarde.
En die mensen, de gelovigen die niet buigen voor de ongerechtigheid die
zullen hongeren en dorsten naar gerechtigheid, en dat zal ook komen
Er staat
ook: zij zullen verzadigd worden,. Inderdaad in het Koninkrijk der hemelen
als de Heere Jezus aan het bewind is met totale heerschappij van gerechtigheid,
dan zal Hij, met een ijzeren. roede, (in onze tijd zeggen wij met een ijzeren
vuist), regeren, maar dan wel een van gerechtigheid.
Alleen de Heere Jezus, de Zon der Gerechtigheid (Maleachi 4:2), die Koning
zal gerechtigheid brengen.
"Zij zullen verzadigd worden " -Dat is nu niet zo.
Zalig zijn de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden
Zalig de reinen van hart, zij zullen God zien
Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.
Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het
Koninkrijk der hemelen".
"Zalig de vreedzamen" - Veel mensen zijn nu vreedzaam, en willen vrede,
maar zij zullen God toch niet zien.
Het spreekt hier niet over het geloof, het spreekt niet over de gerechtigheid
die ons toegerekend wordt, waar Paulus over spreekt, daar spreekt het niet over.
"Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid wil, want hunner is het
Koninkrijk der hemelen" -Te weten degenen die de Heere Jezus belijden
en niet de antichrist, ja voor hun zal het Koninkrijk der hemelen zijn.
Mensen, dit is niet het handvest van de Verenigde Naties, maar het handvest
van het Koninkrijk der hemelen, van het Koninkrijk van God op aarde.
Als wij verder lezen dan komen we met al deze dingen in aanraking, en dan
zien wij dat daar heel veel uit gelezen wordt en geprobeerd ook uit te leven.
Maar het werkt niet, want dan zul je ook al je spullen moeten verkopen, en dat
doen we niet, dat doet niemand, omdat het niet werkt. Maar u ziet in Mattheüs 5+6+7, dat dat het Evangelie van het
Koninkrijk is.
Het Koninkrijk der hemelen, met het Evangelie van het Koninkrijk der hemelen,
dat hoort bij elkaar.En dan gaan we nu naar Paulus, en dan zien wij dat wij dat principe bij
Paulus ook hebben.
"Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelven,
opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik, van
den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods".
Handelingen 20:24
Wanneer heeft hij de dienst ontvangen van de Here Jezus? Die heeft hij in
Handelingen 9 ontvangen, en waarom? Om te betuigen het Evangelie der genade
Gods!
En wij weten dat moet ergens bijhoren, kijk maar in vers 25:
"En nu ziet, ik weet, dat gij allen, waar ik doorgegaan ben, predikende het
Koninkrijk Gods, mijn aangezicht niet meer zien zult."Handelingen 20:25
En hier zien wij eigenlijk hetzelfde principe: Paulus spreekt over het
Koninkrijk Gods en hier zien wij wat dat Evangelie is. De regels die bij dat Koninkrijk horen zien we in vers 24:
het Evangelie
der genade Gods. Dat vinden wij nergens dan alleen bij de apostel Paulus. Hij spreekt als
enige over het Evangelie van de genade Gods.
En dit is de sleutel om het onderscheid te zien. De wetten en voorschriften
die bij dat Evangelie van Gods genade horen vinden wij in de brieven van Paulus.
Hij heeft de dienst van de Heere Jezus ontvangen, en hij verkondigt het
Koninkrijk Gods met het Evangelie van Gods genade dat erbij hoort.
Dus als hij zegt: ik heb de dienst ontvangen, ik verkondig dat Koninkrijk
Gods, ik verkondig dat Evangelie van genade dat erbij hoort, ik heb de bedeling
der genade gekregen (Efeze 3:2), dan moet het voor ons toch duidelijk zijn dat
wij dan ook naar dat Evangelie, naar die wetten en regels moeten leven.
Want wij
weten dat hij de apostel van de heidenen is en hij alleen spreekt tegen de
Gemeente, het Lichaam van Christus, waar de gelovigen van nu in deze Bedeling
der Genade lid van zijn
Nog even wat gegevens : Paulus spreekt 14x in zijn brieven, inclusief
Handelingen,over het Koninkrijk.
Ter vergelijking : in de Evangeliën wordt er 124x over gesproken.
De brieven na Paulus 6x over het Koninkrijk.
Samen (de evangelien plus de brieven na Paulus) spreken die 130x over het
Koninkrijk van God op aarde.
En Paulus spreekt er in feite niet zo heel veel over, namelijk 14x, inclusief
Handelingen, dus dat is betrekkelijk weinig. www.GenadeBijbel.nl
Deze
studie is eventueel ook te lezen en/of uit te printen in Als u deze studie niet kunt openen, dan kunt u
hier
gratis Adobe
Acrobat Reader downloaden.