|
Jezus, Petrus, Paulus, wie volg ik?
Wie moet ik volgen in het Evangelie van onze zaligheid.
Jan Stelma
Dit lijkt misschien een
absurde vraag, maar is het niet
1
Kor.11:1
Weest mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus.
Wat
staat hier eigenlijk? Paulus zegt dat hij een navolger van Christus is.
Hij is dus een navolger van Christus, maar dan zegt hij tegen ons: U
moet mij, Paulus, navolgen!
Dus
Paulus zegt niet alleen: Volg mij. En hij zegt niet ook alleen:
Volg Christus. Nee, maar hij zegt dat als wij hem volgen dat wij
dan Christus volgen, dat is het punt.
In
de Bijbel staat vaker: Volg mij. De Heere Jezus zegt een aantal
keren dat de mensen Hem moeten volgen. In Mattheus 19 zien we dat de
rijke jongeling bij Hem komt, en die zegt tegen Hem:
Mat.19:16
En zie, er kwam een tot Hem en zeide tot Hem: Goede Meester, wat zal ik
goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?
En
dan zegt de Heere Jezus:
Mat.19:21
Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij
hebt en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel;
en kom herwaarts,
volg Mij.
Dus
de Heere Jezus zegt hier: U moet Mij volgen, maar om Mij te volgen moet
u wel alles verkopen. Als wij dus de Heere Jezus willen volgen dan moet
u wel alles verkopen. Veel mensen doen dit niet, terwijl men toch zegt:
“Ik wil de Heere Jezus volgen”.
Wij
zien hier dat de Heere Jezus dit tegen Zijn discipelen zei.
Dus
we zien hier twee dingen: Paulus zegt: U moet mij (Paulus)
volgen, zoals ik Christus navolg. Maar de Heere Jezus zegt: Nee, u moet
Mij (Christus) navolgen, en alles verkopen.
De
Heere Jezus zegt dit tegen de rijke jongeling, en de twaalf discipelen
waren er ook bij, dus ook Petrus.
Dan
gaan we nu naar Petrus om te zien wat hij zegt over het volgen van
Jezus:
1
Petr.2:21
Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden
heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt
navolgen.
Dus
Paulus zegt: U moet mij navolgen, want ik volg Christus.
De
Heere Jezus zegt: U moet Mij volgen en alles verkopen
En
Petrus zegt nu heel logischerwijs, want hij was één van de discipelen
van de Heere Jezus: U moet de Heere Jezus navolgen, want Hij is uw
voorbeeld. En dat waren letterlijke voetstappen, de Heere Jezus liep in
Israël op aarde en heeft daar echt gelopen, Petrus heeft Hem gezien, en
de Heere Jezus heeft zichtbaar een voorbeeld achter gelaten. Petrus, één
van de twaalf, heeft het gezien en zegt: Dát voorbeeld moet u
gaan volgen. Wij waren er bij en Hij is ons voorbeeld.
Het
gekke is dat Petrus niet zegt: Volg mij, zoals ik Christus navolg. Nee,
hij zegt dat u alleen Christus moet volgen. Hij zegt niet: U moet mij,
Petrus, volgen. Maar Paulus zegt dat wij hem, Paulus,
moeten volgen, Petrus zegt dat niet. Dat is vreemd, daar zit een
verschil in. Waarom?
Nu
moeten we opletten, dat we het Woord recht gaan snijden, want Petrus
zegt dit niet tegen dezelfde personen, als waar Paulus tegen spreekt.
Petrus spreekt in zijn brief in de tekst over “ons”.
Christus is een voorbeeld voor “ons”, en dan spreekt
Petrus over de gelovige Joden uit het volk Israël. Vgl. 1 Pet.1:1; 2:9
met Ex. 19:5.
Als
Paulus zegt dat we hem moeten navolgen, dan spreekt hij in zijn brieven
tot het lichaam van Christus, 1 Kor. 12:27; Rom.12:5; en niet tegen
Israël. Dat we dat onderscheid moeten maken noemt de Bijbel: het Woord
recht snijden.
2
Tim.2:15
Benaarstig u om uzelven God beproefd voor te stellen, een arbeider die
niet beschaamd wordt, die het woord der waarheid recht snijdt.
Dus
we moeten het woord recht snijden, het woord, niet de hele Bijbel is aan
ons gericht. We moeten begrijpen dat er een gedeelte is in de Bijbel dat
gericht is aan het volk Israël, waarin er er altijd het verschil tussen
de Jood en de heiden zal zijn, nl. eerst Israel en dan pas de
heiden.(Matt.15:21-28; Markus 7:27; Hand. 3:22-26)
En
er is een gedeelte dat gericht is aan het lichaam van Christus, en dat
zijn alle leden die geloven dat de Heere Jezus stierf voor hun zonden,
zowel Jood als heiden zonder verschil (1 Kor.12:13, Gal.3:26-28). De
Bijbel maakt daar onderscheid in.
Welnu, als Paulus zegt dat wij hem moeten navolgen dan betekent dat dat
hij een voorbeeld is. Je volgt iemand na die een voorbeeld is voor u:
1
Tim.1:15
Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus
in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, van welke ik de
voornaamste ben.
Jezus Christus is in de wereld gekomen om zondaren zalig te maken, om de
mensen te redden, en Paulus zegt: Daar ben ik de voornaamste van.
Niet dat hij de grootste misdaden had begaan zoals bijvoorbeeld een Nero
of een Hitler. Hij was de nummer één in de vervolging tegen de Heere
Jezus Christus, hij was de leider van de opstand, van de rebellie.
1
Tim.1:16
Maar daarom, is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in
mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen,
tot een voorbeeld
dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen
leven.
Dus
Paulus zegt in vers 16, niet zoals Petrus, dat Christus het voorbeeld
is. Nee, Páulus is nu ons voorbeeld. Dat is misschien vreemd om te
horen. Is nu een mens mijn voorbeeld? Maar Paulus zegt hier heel
duidelijk dat niet Christus, maar dat Paulus zelf het voorbeeld is.
Dat
staat hier ook: namelijk dat Jezus Christus in mij al Zijn
lankmoedigheid zou betonen tot een voorbeeld. In Paulus dus.
Dus
Paulus is het voorbeeld. Ik werk ook met voorbeelden van houten vloeren,
met monsterborden, de mensen kijken naar het monsterbord, en ik moet het
dan precies zo maken bij de mensen thuis. Maar wat zij bij mij zien, dát
is het voorbeeld, zó moet ik het maken. Wij kijken naar Paulus, en hij
is ons voorbeeld, hij laat ons het leven van Christus in hem zien, en
hij is daarin ons tot voorbeeld.
Hij
zegt aan het eind van vers 16: “die in Hem geloven zullen ten
eeuwigen leven”. Dus iedereen die
ná
het vóórbeeld Paulus komt, en dat zijn wij allemaal, al
2000 jaar.
Vóór
Paulus kwam was er iets anders. Paulus is de eerste die door het geloof
in het lichaam van Christus kwam. Hij is ons voorbeeld, als wij geloven
wat Paulus geloofde, dan komen wij net als hij in dat lichaam van
Christus, hij is de eerste van het lichaam van Christus.
Dus
als wij als gelovige willen zien hoe God wil dat wij moeten leven nadat
wij tot geloof gekomen zijn, dan gaan wij kijken naar ons voorbeeld!
De
meesten echter kijken naar de Heere Jezus, maar wij kijken naar Paulus.
Niet dat Paulus onze God is, maar Paulus zegt: Kijk naar mij zoals ik
Christus volg. Dus als ik Paulus volg, volg ik Christus.
Het
gaat om wat Paulus verkondigt. Wat Christus aan Paulus geopenbaard
heeft. Dat heeft hij namelijk in zijn brieven opgeschreven en hij heeft
het ook geleefd, en daarin moeten wij zijn voor onze voeding in ons
dagelijkse leven.
Handelingen 26 is het verslag van de bekering van Paulus. In Handelingen
9 zien wij dat Paulus tot geloof komt, maar daarna lezen we nog een paar
keer in de Bijbel dat Paulus zelf zijn verslag geeft over wat er toen
gebeurde:
Hand.26:15-16
En ik zeide: Wie zijt Gij, Heere? En Hij zeide: Ik ben Jezus, Dien gij
vervolgt.
Maar richt u op en sta op uw voeten; want hiertoe ben Ik u verschenen om
u te stellen tot een dienaar en getuige der dingen, beide die gij gezien
hebt, en in welke Ik u nog zal verschijnen.
In
vers 16 zien we: “Hiertoe ben Ik u verschenen”, en verder in het
vers lezen we: “en in welke Ik u nog
zál verschijnen”. Dus
de Heere Jezus is nadat Hij is opgestaan uit de dood naar de hemel
opgevaren, toen kwam Pinksteren en de Heilige Geest werd uitgestort
over de gelovige Joden. Daarna zien we dat Stefanus is gestenigd, en
Paulus ging de gemeente vervolgen en toen is de Heere Jezus aan hem
verschenen.
Maar daarna is Hij nog een aantal keer verschenen, en heeft Hij aan hem
een openbaring gegeven (2 Kor.12:1). Dus nadat de Heere Jezus naar de
hemel was opgevaren, is Hij later daarna weer teruggekomen, en is Hij
alléén aan Paulus verschenen en niet aan de twaalf apostelen.
Hand.26:17
Verlossende u van dit volk en van de heidenen, tot dewelke Ik u nu zend,
Naar wie stuurt de Heere Jezus Paulus toe? Nu? Naar de heidenen.
Hand.26:18
Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het
licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der
zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof
in Mij.
Dus
de heidenen krijgen nu eeuwig leven, vergeving van zonden rechtstreeks
door het geloof in Christus. Voordat Paulus geroepen werd door de Heere
Jezus, konden de heidenen alleen eeuwig leven krijgen als ze naar Israël
gingen en het Joodse geloof aannamen.
Dan
zien we bijvoorbeeld met Pinksteren dat het Joodse volk dat geloofde
zich moest bekeren en zich moest laten dopen, en dan kregen ze vergeving
van zonde.
Hier echter staat dat de Heere Jezus tegen Paulus zegt dat de heidenen
nu eeuwig leven krijgen rechtstreeks alleen door te geloven in Christus.
Dat Hij stierf voor hun zonden en opgestaan voor hun rechtvaardigheid,
en dat is het evangelie voor ons voor vandaag. Dat is niét wat de twaalf
apostelen verteld hebben, en dat gaan we nu zien.
Paulus zegt: “Volg mij zoals ik Christus volg”. Ik ga een aantal
dingen met u doornemen waarin Paulus de Heere Jezus gevolgd heeft. En
dan beginnen we met het evangelie van onze redding.
1.
Paulus volgen in het evangelie van onze redding
Wat
is nu het evangelie dat Paulus verkondigt, wat de Heere Jezus dus aan
hem verteld heeft, en wat hij aan ons, de heidenen moet vertellen?
2
Kor.5:16
Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook
Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet
meer naar het vlees.
Dus
Petrus zei: Christus is ons voorbeeld, Zijn voetstappen staan daar, die
moet je volgen. En dat is Christus naar het vlees kennen! Dat is:
Christus liep op aarde, en zo moeten wij Hem navolgen.
Maar Paulus zegt: Wij kennen Christus nu niet meer naar het vlees, want
zoals Christus aan Paulus verschenen is heeft niemand na Paulus Hem meer
zo gezien, ook de twaalf niet. De twaalf apostelen hebben Hem niet
gezien dat Hij na Zijn hemelvaart is teruggekomen, alleen Paulus.
“Nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees…
“
Als
Paulus zegt “nu”, dan is dat op
dát moment,
op het moment dat hij dat vertelt. Dus vóór Paulus kende men
Christus wél naar het vlees, maar Paulus zegt: Nu ik het heb
opgeschreven, nu niet meer.
2
Kor.5:17
Zo dan, in dien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het
oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden.
Wij
zijn dus door het geloof, als u gelooft dat Christus voor uw zonden is
gestorven, een nieuw schepsel. Het lichaam van Christus is een nieuw
schepsel, en wij die in dat lichaam zijn, zijn dus een nieuw schepsel.
Dus
als u in Christus bent, ziet Christus u in Hem. Dan ziet God u in
Christus.
2
Kor.5:18
En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft
door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft.
Dus
God heeft ons met Zichzelf verzoend, vrede gemaakt. En waar heeft Hij
dat gedaan? Aan het kruis! Aan het kruis heeft God voor de zonde
betaald. De mensen waren in vijandschap met God, en de mens verdient de
eeuwige straf, het oordeel. Maar nu, vanaf dit moment is God naar de
mensen toe een God van genade en vrede, en Hij biedt nu Zijn vrede de
mensen aan. Verzoening komt altijd ná vijandschap, dus het
was nodig dat God aan het kruis de vijandschap beëindigd heeft door te
sterven voor de mensen. Wij krijgen nu vrede door het bloed van de Heere
Jezus.
2
Kor.5:19
Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun
zonden hun niet toerekenende, en heeft het woord der verzoening in ons
gelegd.
In
Christus heeft God de hele wereld, dus iedereen, alle mensen verzoend.
Dus vanuit God gezien is er geen vijandschap. Hij biedt Zijn hand aan
zodat u vrede met Hem kunt krijgen, en ontvangt u vergeving van zonden.
Dat is aan het kruis gebeurd, en dat is wat Paulus verkondigt, en wat we
niet in de evangeliën kunnen vinden. Want in de evangeliën spreekt de
Heere Jezus niet over dat de heidenen verzoening kunnen krijgen met God.
In vers 19 lezen we dan ook: “… hun zonden hun niet toerekenende”.
Dus
wat er ook in deze wereld gebeurt, bijvoorbeeld de Twin Towers in
Amerika, of andere ongelukken, is niet omdat God dat de mensen
toerekent. God straft de mensen niet. Als men zegt: Waarom doet God er
niets aan? Dat is omdat wij in de Bedeling van Genade leven (Ef.3:2).
God
gaat éénmaal de zonde toerekenen aan de mensen, maar niet nu!
Dat
is voor in de toekomst. Zolang wij in de Bedeling van de Genade leven
rekent Hij de mensen de zonde niet toe. Dat heeft Hij namelijk aan het
kruis gedaan.
Dus
als u gewoon gelooft dat Hij voor uw zonden gestorven is, worden uw
zonden niet meer toegerekend, en bent u voor eeuwig vrij, en dat is
genade, niet omdat wij het verdiend hebben. Dat is wat Paulus hier
vertelt.
2
Kor.5:20
Zo zijn wij dan gezanten van Christus’ wege, alsof God door ons bade;
wij bidden u van Christus wege: Laat u met God verzoenen.
Dus
wat is onze opdracht? Mensen zeggen: de Grote Opdracht uit bijvoorbeeld
Mattheus 28. De opdracht echter is niét dat wij naar de mensen moeten
gaan om ze te dopen, maar puur te verkondigen: “Laat u met God
verzoenen”. En dát is het evangelie waarin Paulus de Heere Jezus gevolgd
heeft. De Heere Jezus heeft dit niet aan de twaalf apostelen gezegd. Wat
is het Evangelie dat mensen nu vaak vertellen?
Antwoord: Johannes 3:16.
Maar is dát het evangelie?
Joh.3:16
Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon
gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve,
maar het eeuwige leven hebbe.
Wat
moesten zij dan geloven zoals de Heere Jezus dat hier zegt? Antwoord:.
Zij moesten geloven dat Jezus de Zoon van God was.
Wisten de discipelen over het kruis, of over dat de Heere Jezus voor hun
zonden ging sterven aan het kruis?
Mat.16:15-18
15 Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?
16 En Simon Petrus antwoordende zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des
levenden Gods.
17 En Jezus antwoordende zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon Bar-Jona;
want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die
in de hemelen is.
18 En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn
gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.
Dus
Petrus zegt: U bent de Christus, U bent de Messias. Hij heeft gezegd dat
Jezus de Zoon van God is. En het antwoord van de Heere Jezus is: Op die
belijdenis, op wat jij zojuist zegt Petrus , daarop ga Ik Mijn gemeente
bouwen.
Maar wat mis ik daarin? Antwoord: Dat Jezus Christus is gestorven voor
mijn zonden. En nadat Petrus dit gezegd heeft lezen we in vers 21:
Mat.16:21
Van
toen aan
begon Jezus Zijn discipelen te vertonen, dat Hij moest heengaan naar
Jeruzalem, en veel lijden van de ouderlingen en overpriesters en
schiftgeleerden, en gedood worden, en ten derden dage opgewekt worden.
Dus
vanaf dát moment, en niet daarvoor.
Wat
is de reactie van Petrus hierop? Glorie, halleluja Hij gaat voor mij
sterven aan het kruis? Want Hij zegt dat Hij gaat sterven. Wat zegt
Petrus?
Mat.16:22
En Petrus Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen,
zeggende: Heere, wees U genadig; dit zal U geenszins geschieden.
Petrus wil helemaal niet dat de Heere Jezus dood gaat. Dat is dus niet
het evangelie van het kruis waardoor u gered wordt.
Daarom zegt hij “Heere, wees U genadig”. Dat betekent : God zij u
genadig, Heere.
Of
ook: God behoede u daarvoor. Dat zij verre van u
Mat.17:22-23
En als zij in Galiléa verkeerden, zeide Jezus tot hen: De Zoon des
mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen.
En zij zullen Hem doden, en ten derden dage zal Hij opgewekt worden. En
zij werden zeer bedroefd.
U
ziet hier de reactie van de twaalf dat ze bedroefd zijn.
Bent
ú
bedroefd, dat Hij voor ons is gestorven, dat Hij is dood gegaan?
Ziet u dat Petrus niét het Evangelie heeft gehoord dat wij
gehoord hebben? En daar is meer over te zeggen natuurlijk, maar het is
belangrijk dat wij gaan begrijpen dat Paulus nu onze apostel is:
1
Kor.15:1-5 :
1 Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik
u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook
staat;
2 Door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige
wijze, als ik het u verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs
geloofd hebt.
3
Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen
heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
4
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de
Schriften;
Dat
is het Evangelie wat wij moeten geloven en dan hebben wij
ons laten verzoenen met God. Dit zal u nergens vinden buiten de brieven
van Paulus. Ook niet in de Evangeliën.
Hij
is de enige die de Heere Jezus volgt in deze boodschap dat Christus aan
het kruis voor ons de verzoening bewerkt heeft. En daarom zegt Paulus:
Ik ben jullie voorbeeld hoe een verloren zondaar zo uit genade door
geloof alleen gered wordt, zonder ook maar enig werk te doen. Geen doop
met water, NIETS! Alleen geloof in het volbrachte werk van van Christus
aan het kruis. En Christus heeft het aan mij overgegeven, en ik geef dat
aan jullie door en jullie moeten daarin mij navolgen en niet Petrus of
Christus toen Hij op aarde liep, maar Christus zoals Hij Zich aan mij
geopenbaard heeft nadat Hij opgevaren was naar de hemel.
Later zien we dat God een plan heeft in de hemel, en een plan op de
aarde. En Jezus volgen in Zijn voetstappen hier op aarde, is het
voorbeeld voor de Joden hier op aarde, en dat is gestopt toen Paulus
bekeerd is, op het moment dat Stefanus is gestenigd, toen is Paulus
gekomen.
We
leven nu al tweeduizend jaar in de Bedeling der Genade. Misschien dat de
Heere morgen komt, en dan is deze tijd van genade voorbij. Dan komt de
tijd dat de Heere Jezus weer verder gaat met Zijn volk Israël, en dat
Hij weer rechtstreeks Zelf het voorbeeld is zoals Petrus zegt, en dat de
mensen o.a. hun spullen moeten gaan verkopen.
We
zien daarom ook dat het evangelie dat men nu predikt over de Heere Jezus
op aarde, nu ook niet werkt, want wie heeft zijn huis verkocht? Maar
straks zal het zeer zeker gebeuren.
www.GenadeBijbel.nl
Deze studie is eventueel ook te lezen en/of
uit te printen in

|