Terug      

www.GenadeBijbel.nl  

 

Jezus, Petrus, Paulus, wie volg ik?

 

 

Wie moet ik volgen in de Doop.

 

Jan Stelma

 

 

Paulus volgen in de doop.

 

1 Kor.1:17

Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde.

 

We hebben gezien dat de Heere Jezus aan Paulus verschenen is, en dat Hij hem nog vele malen zou verschijnen. Hij heeft verschillende openbaringen aan Paulus gegeven, o.a. over het evangelie hoe mensen gered kunnen worden. En we gaan nu over de doop praten.

 

Paulus zegt hier in 1 Kor.1:17 dat hij niet gezonden is om te dopen met water, maar om het evangelie te verkondigen. Welk evangelie? Dat hebben wij net gezien, in vers 18 zien we dat ook staan:

 

1 Kor.1:18

Want het woord des kruises is wel dengenen die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods.

 

Het is dus de prediking van het kruis, dat staat centraal in de boodschap van Paulus, dat is wat hij verkondigt, en daardoor worden wij zalig.

Hij zegt dus: Ik ben niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen. Dus niet alle twee tegelijk, dat staat tegenover elkaar. Mensen leggen dit soms verkeerd uit. Want als wij bijvoorbeeld even kijken naar vers 14-16:

 

1 Kor.1:14-16

Ik dank God, dat ik niemand van ulieden gedoopt heb dan Crispus en Gajus;

Opdat niet iemand zegge, dat ik in mijn naam gedoopt heb.

Doch ik heb ook het huisgezin van Stefanus gedoopt; voorts weet ik niet of ik iemand anders gedoopt heb.

 

Als u dit zo eventjes leest, stel u bent net gelovig geworden en u leest deze tekst voor de eerste keer. Wat is dan onze indruk wat Paulus vindt over de doop?

Komt hier uit voort dat u ziet dat het heel belangrijk is, of heeft u zoiets van: Paulus vindt het eigenlijk helemaal niet belangrijk.

Nee, Paulus weet zich amper nog te herinneren wie hij gedoopt heeft. In Hand.18 lezen we dat hij anderhalf jaar in Korinthe is geweest, en dan zegt hij nu: ik heb die en die gedoopt.  Hij heeft een aantal mensen gedoopt, maar niet veel.

 

Als u nagaat dat de twaalf apostelen met Pinksteren op één dag 3000 mensen hebben gedoopt. Dus  3000 : 12 apostelen = ongeveer 250 personen op één dag. En dan de vrouwen nog niet eens meegerekend.

 

En Paulus is anderhalf jaar geweest en hij heeft deze mensen gedoopt, laten we zeggen misschien, 10, 20 of 30 in anderhalf jaar tijd. Voor Paulus was dit een onderwerp dat helemaal niet belangrijk meer was, de doop met water. Het gaat namelijk om het Evangelie van het kruis.

 

En dan zegt hij in vers 17: “niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde”.

Dus de prediking van het dopen maakt het kruis van Christus ijdel, en dat is eigenlijk waar het om gaat.

Paulus beantwoordt in de brief aan Korinthe vragen, het was een hele vleselijke gemeente, er kwam daar van alles voor.

En het eerste waar hij mee begint voor hij de vragen gaat beantwoorden is met zeggen dat hij niet gezonden is om te dopen. Dus wat was heel belangrijk in Paulus ogen wat de doop betreft?

 

Antwoord: Niet dat u gedoopt moest worden, maar juist dat u niét gedoopt moest worden.

 

Sommige mensen maken er ook van in vers 15 dat Paulus zelf niet heeft gedoopt. Als u in de Evangeliën kijkt zou hij in die zin een volgeling van Christus kunnen zijn, want de Heere Jezus doopte Zelf ook niet, maar de discipelen doopten, dat zien we in Johannes 4:1-2. Maar dat kunnen we niet met elkaar vergelijken. Paulus heeft niet gedoopt, omdat de doop niet meer was waar het om ging. Paulus is niet gezonden om te dopen.

 

De Heere Jezus op aarde, en Johannes de Doper zegt in:

 

Joh.1:33

En ik kende Hem niet; maar Die mij gezonden heeft om te dopen met water, Die had mij gezegd: Op Welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven, Deze is het, Die met den Heiligen Geest doopt.

 

U ziet dat Johannes de Doper, de Heere Jezus en ook de twaalf discipelen zeer zeker waren gezonden om te dopen met water. Hier ziet u weer het verschil tussen Paulus en toen de Heere Jezus op aarde was. En daar hoort ook een Evangelie bij, in Mattheus 4 : 23 lezen wij dat het samen gaat met het evangelie van het Koninkrijk:

 

En Jezus omging geheel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende  het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale  onder het volk.

 

Wat zien we nu bij Paulus als hij de Heere Jezus navolgt? Hij verkondigt het Evangelie en de mensen krijgen op dat moment eeuwig leven door geloof in het Evangelie van het kruis, en niet in het Evangelie van het Koninkrijk.

 

Dus geloven wij daarom niet in de doop? Ja, wij geloven zeer zeker in de doop. De vraag is alleen: Welke doop? We gaan naar 1 Kor.12:13, dan gaan we weer naar Paulus, Paulus die de Heere Jezus navolgt. Zoals de Heere Jezus Christus aan Paulus verschenen is. Vanuit de hemel is Hij naar hem toegekomen en heeft Hij dit aan Paulus verteld. Wij worden gedoopt:

 

1 Kor.12:13

Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.

 

U ziet dat Paulus zegt dat op het moment dat u gelooft, de Heilige Geest ons dan doopt in het lichaam van Christus, dus dat is een geestelijke doop, en niet de doop met water. Dat is de doop waarin iedereen zit zodra hij het evangelie van het kruis heeft aangenomen. Dus als u het evangelie gelooft komt op dat moment de Heilige Geest in u wonen, en op dat moment doopt Hij ons dus in het lichaam van Christus.

 

Wat was ik voordat dat gebeurde? Toen was ik in Adam, toen was ik verloren, op weg naar de hel. Nu ben ik in het lichaam van Christus, in Christus. Dus ik ga van in Adam naar in Christus, en omdat Christus nooit meer sterft sterf ik ook niet. Niemand kan mij scheiden van de liefde van Christus.

 

Dat is dus de doop die Paulus heeft verkondigd in gehoorzaamheid aan wat de Heere Jezus aan hem verkondigt heeft. Dus als Paulus zegt: Wees mijn volgers zoals ik Christus navolg, dan volgen wij hem in deze doop.

 

En als Petrus zegt: Volg de Heere Jezus als voorbeeld dan wordt er met water gedoopt, want dat heeft te maken met het volk van Israël, een symbolische afwassing van zonde. De doop in de Bijbel wordt altijd uitgevoerd door Joden. Dat zien we straks in het Koninkrijk op aarde.

 

Mat.28:16-19 

16 En de elf discipelen zijn heengegaan naar Galilea, naar den berg, waar Jezus hen bescheiden had.

17 En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden.

18 En Jezus bij hen komende sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.

19 Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb.

 

“ Gaat dan henen…”  dat zegt Hij tegen de apostelen, zie vers 16.

“ Onderwijst al de volken…”  wie zijn de volken? Dat zijn de heidenen.

De Heere Jezus zegt dit tegen de apostelen en dat zijn Joden.

En de Joden, het volk Israël, moeten de heidenen de wet gaan leren. Om hun ook te laten zien dat zij zondaars zijn, en een Verlosser nodig hebben.

 

En dan lezen we: “ dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes” .

Dus in de toekomst, nadat wij, leden van het Lichaam van Christus, bij de Heere zijn opgenomen, na de Bedeling der Genade, gaat het leven hier op aarde weer om Jezus op aarde zoals Petrus dat zegt in

 

1 Pet. 2:21

Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden  heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt  navolgen;

 

Johannes de Doper heeft gedoopt, en daarna zien we met Pinksteren dat de twaalf apostelen ook weer met water dopen.

Toen echter doopten zij alléén de Joden. En later in de toekomst in het 1000 jarig Koninkrijk zien we als Israël éénmaal als geheel een bekeerd volk is, dan gaan zij naar de heidenen toe en gaan ze leren wat Christus hun geboden heeft, Mat.28:19, en dat is de wet. Dan gaan zij, de Joden, de heidenen dopen met water.

 

Al met al wordt de doop nóóit bediend door een heiden in de Bijbel!

 

We gaan nog even naar Romeinen 6, Romeinen is een heel belangrijk boek voor ons. Meestal zegt men tegen iemand die net tot geloof is gekomen, die net een kind van God is geworden: Ga Johannes lezen.

Maar wij zeggen: Begin met de brief aan de Romeinen, want dat is het leerboek over het kruis voor ons. In Romeinen 6 spreekt Paulus over de doop:

 

Rom.6:3-4

3 Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?

4 Wij zijn dan met Hem begraven door den doop in den dood, opdat gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.

 

Dus de doop waar Paulus over spreekt is de doop door de Heilige Geest, tegelijkertijd is het de doop in de dood van Christus. Er staat hier dus niet dat wij zijn gedoopt in water.

 

Wat betekent het dat wij zijn gedoopt zijn in Zijn dood? Toen de Heere Jezus Christus aan het kruis hing, en u geloofde dat Hij voor uw zonden gestorven is, op dat moment, Christus hangt daar, ben ik door het geloof één gemaakt met Hem aan het kruis.

Mét Hem gestorven, wij zijn mét Hem begraven, wij zijn mét hem opgestaan. Dat is wel 2000 jaar geleden gebeurd, ik was er niet bij toen dat gebeurde.

En toch zegt Paulus dat ik mét Hem gestorven, begraven en opgestaan ben. U ziet hier dat het heel duidelijk om een geestelijke doop gaat.

Maar het is werkelijkheid voor ons. Ik mag daarom nu ook weten: Ik ben in Christus, ik ben dood voor de zonde, want Hij is gestorven voor de zonde.

Ik ben met Christus gekruisigd zegt de Bijbel, Hij is voor mijn zonde gestorven, Hij heeft mijn zonde gekregen, en ik heb Zijn leven gekregen.

 

Rom.6:11

Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor, dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levend zijt in Christus Jezus onzen Heere.

 

Water kan onze zonde niet afwassen. Maar alleen door het geloof in het volbrachte werk van de Heere Jezus Christus heb ik eeuwig leven, omdat ik geloof dat ik met Hem gestorven, begraven en opgestaan ben.

En als het wel eens een beetje moeilijk wordt en ik twijfel wel eens moet ik teruggaan naar deze tekst!

Op zulke momenten zegt hij in vers 11: “Houdt het daarvoor Dat u dood bent voor de zonde, maar voor God levend in Christus. Ín Christus zijn we levend voor God. Dus kijk nu niet naar uzelf hoe u leeft, maar kijk zoals God u ziet in Christus, en Hij ziet u levend in Hem.

Dit is uw positie waar wij nu over spreken.

 

Dus als u gezondigd heeft en u denkt: Ik heb gezondigd en hoe ziet God mij nu? Lees het vers! Houdt het daarvoor! Want de zonden kunnen geen scheiding meer brengen tussen mij en God, want ik ben in Christus. En als u over uzelf zo slecht denkt omdat u gezondigd hebt, zou God u dus ook slecht moeten zien in Zijn Zoon. Maar Christus is volmaakt, Hij zondigt nooit, dus dat is een veilige haven voor mij.

 

 

www.GenadeBijbel.nl

 

Deze studie is eventueel ook te lezen en/of uit te printen in