|
Jezus,
Petrus, Paulus, wie volg ik?
Wie moet ik
volgen in het Gebed.
Deel 2
Jan
Stelma
Ex 25:9
Naar al wat Ik u tot een
voorbeeld
dezes tabernakels, en een voorbeeld van al deszelfs gereedschap wijzen
zal, even alzo zult gijlieden dat maken.
1 Kron. 28:11
En David gaf zijn zoon Salomo een
voorbeeld
van het voorhuis, met zijn behuizingen, en zijn schatkameren, en zijn
opperzalen, en zijn binnenkameren, en van het huis des verzoendeksels;
Joh 13:15
Want Ik heb u een
voorbeeld gegeven, opdat,
gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet.
We behandelen het
onderwerp dat Paulus in 1 Kor.11:1 zegt dat hij de navolger is van
Christus, en dat wij hem moeten navolgen. In tegenstelling tot wat
Petrus, en de Heere Jezus Zelf ook zegt, dat Hij een voorbeeld heeft
gegeven, en Petrus zegt dat wij Hem moeten navolgen. Petrus zegt niet: U
moet mij navolgen.
We hebben al gezien waarin
Paulus de Heere Jezus navolgde. Paulus volgde Christus na, dat moeten we
goed vasthouden. Als mensen zeggen: Je volgt een mens. Nee, het is de
bediening van de apostel Paulus, dat wat hij leerde, de boodschap van
genade, zijn bediening, daarin volgen wij hem.
Wat we nu willen bekijken
met elkaar is dat Paulus ook werkelijk Christus navolgde, alleen niet
zoals Petrus dat heeft gedaan. Aan Paulus is iets geopenbaard wat de
twaalf apostelen nooit wisten, en aan hem alleen. En dat is wat hij aan
ons vertelt.
Dus, hoe wilt u Christus
navolgen naar de openbaring van de verborgenheid? Dat is niet zichtbaar,
want Zijn voetstappen zijn niet hier op aarde. We kunnen alleen bij
Paulus terecht, want nergens anders kunt u het vinden. Veel mensen weten
dat niet, maar alles valt of staat met het recht snijden van het Woord
der waarheid, en dat we erkennen dat Paulus onze apostel is. Dat hij
voor ons vandaag woorden heeft die God tot ons spreekt, en die moeten we
gehoorzamen. Daarmee zeggen we niet dat we niet de hele Bijbel lezen. We
lezen de hele Bijbel, maar allemaal in het licht van de brieven van
Paulus.
We hebben al gezien dat
Paulus de Heere Jezus volgde in het evangelie waardoor wij gered worden,
het evangelie van de verzoening. We hebben het gehad over het gebed, het
onze Vader en hoe wij nu bidden. En over dit onderwerp wil ik nog verder
wat zeggen.
Mensen gaan voor het gebed
meestal naar de evangeliën, wat de Heere Jezus daar gedaan heeft.
Welnu, wat heeft de Heere
daar dan geleerd over het gebed? Dan zijn er 3 belangrijke punten waar
wij mee geconfronteerd worden en die ook gehanteerd worden om ons zó te
laten bidden of om ons te laten zien waarom wij niet verhoord worden.
Punt 1.
Hebben wij
genoeg geloof?
Mat.21:22
En al wat gij zult begeren in het gebed,
gelovende, zult gij ontvangen.
“Ál
wat gij zult begeren..”
We weten hoeveel mensen worstelen met dit punt.
Álles staat hier! En er staat ook “gelovende”,
en de vraag is: Wat dan als dat allemaal niet gebeurt?
Iedere gelovige, als hij
eerlijk is, zal moeten erkennen dat hij niet alles in het
gebed ontvangt. Niemand kan zeggen dat hij alles heeft
ontvangen.
Maar dan, volgens de Here
Jezus in onze tekst, is het waarschijnlijk zo dat u niet genoeg
geloofd hebt…
Hebt u wel genoeg geloof,
als het niet loopt zoals het hier in dit vers staat? Dat klopt toch
niet? Want iedere gelovige gelooft als Hij tot God bidt.
Maar hier staat duidelijk
dat u alles wat u in het geloof begeert in het gebed zult ontvangen.
Maar in praktijk blijkt dat niet zo te zijn in mijn leven.
Want bij mij is dat
absoluut niet het geval, ik krijg niet alles wat ik gelovend in het
gebed zou vragen, terwijl ik echt 100% gelovend bid.
Dus dat is in tegenspraak
met wat de Bijbel hier leert.
Punt 2.
Is het de
wil van God?
Marc.1:40
En tot Hem kwam een melaatse, biddende Hem en vallende voor Hem op de
knieën, en tot hem zeggende: Indien Gij
wilt, Gij kunt mij reinigen.
Hier gaat het er om of God
het wil, is het de wil van God?
“Indien Gij wilt”
en dan is de vraag: Wil Hij het?
Marc.1:41
En Jezus met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand
uit en raakte hem aan en zeide tot hem:
Ik wil, word gereinigd.
U ziet hier: Wil God het?
Ja, Hij wil het, Hij wil dat die persoon genezen wordt.
Als ik in mijn gebed niet
verhoord wordt dan zou ik nu toch zeggen: Ik bid het, en de belofte is
dat al wat ik bid zal ik in het geloof ontvangen. De vraag is dan ook:
Heb ik genoeg geloof? Antwoord: Ja, ik geloof 100%.
Waarom wordt mijn gebed
dan niet verhoord?
O, wacht even, misschien
is het de wil van God wel niet!
Maar de wil van God, van
de Heere Jezus is hier toch heel duidelijk dat hij genezen werd.
Maar let op, dat zegt Hij
echt niet zomaar, want God doet niet zomaar iets in de Bijbel, er zit
altijd een bepaald doel achter.
Want waarom zou God ons
genezen? Waarom? U gaat toch weer dood. En voor ons gelovigen is het
juist alleen maar beter om naar de Heere te gaan, dan hier te blijven!
Waarom wil de Heere Jezus
hier dan wel genezen? Dat heeft te maken met de plannen van God, en die
moet u weten. Wanneer is het nu de wil van God dat u geneest, of wanneer
is het nu de wil van God dat u niet geneest? Dan gaan we naar Mattheus
11, dan zien we waarom de Heere Jezus dat tegen de melaatse zei, en dat
ook deed. En de vraag is: Is dat nog steeds zo?
Johannes de Doper zit
gevangen, en hij heeft gepredikt: Het Koninkrijk der hemelen is nabij
gekomen. En hij denkt: er klopt iets niet, hoe kan dat nou, ik predik
het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen, de Messias heb ik
aangekondigd, en ik zit hier gevangen, en Hij loopt daar nog vrij rond.
Is het Hem wel, dus de twijfel…
Mat.11:3
En zeide tot Hem: Zijt Gij Degene Die komen zou, of verwachten wij een
ander?
En wat is het antwoord van
de Heere Jezus:
Mat.11:4-5
En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes
weder, hetgeen gij hoort en ziet:
De blinden worden ziende en de kreupelen wandelen, de melaatsen worden
gereinigd en de doven horen, de doden worden opgewekt en den armen wordt
het Evangelie verkondigd.
De Heere Jezus haalt hier
een tekst uit het Oude Testament aan, uit Jesaja. Daarin zegt Hij: Kijk
naar wat je hoort Johannes en zie! Dat is het bewijs dat Ik Die ben, dat
Ik die Messias ben die dit zou komen doen, Die vanuit het Oude Testament
is geprofeteerd. Dat was allemaal een voorbode op het Koninkrijk wat
komen zou.
Mat.12:28
Maar indien Ik door den Geest Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het
Koninkrijk Gods tot u gekomen.
Geen twijfel over
mogelijk, het Koninkrijk Gods ís gekomen. De Messias is er al, en het
Koninkrijk is aanstaande. Daarom was Hij aan het genezen, daarom was Hij
duivelen aan het uitwerpen, want dat was het teken dat het Koninkrijk
zou komen. Dat is het.
Daarom kwam die melaatse
naar Hem toe: “Indien Gij wilt”, en Hij zei: “Ik wil het,
wordt gereinigd”. Maar dat had dus te maken met het plan van God,
wat op dat moment aan de hand was, wat komen zou, het Koninkrijk en de
Messias. Daarom deed Hij dat. Dus God doet nooit zomaar iets.
In het Oude Testament werd
ook niet iedereen genezen, dit was een vervulling van profetie, en
Christus was de vervulling ervan, en het was aanstaande.
Dus u ziet:
“Ik wil het”, dat heeft te maken met
het plan van God dat op aarde is, voor Israël en het Koninkrijk .
Dus
in de tijd waarvoor het geldt was het 100 % de wil van God!
Punt 3.
Kán God het
wel?
Dan krijgen we nog
het derde punt met het gebed.
1.
“Al wat gij begeert zult gij ontvangen, in het
geloof” Heeft u genoeg geloof?
2.
Is het de
wil van God?
3.
En het derde
punt is: Kan God het?
En dat is natuurlijk het
punt niet. Als iemand niet genezen wordt, dan gaat het er niet om of
God het niet kan.
Nee, het gaat erom of God
het doet of niet. Het gaat er niet om of Hij het niet kan. Wij,
alle gelovigen in de wereld, geloven allemaal dat God kan genezen, wij
geloven ook dat God de Schepper is, Die dit alles heeft geschapen, Hij
heeft de mens geschapen. Zal Hij die mens niet beter kunnen maken?
Natuurlijk kan Hij dat.
Toen de Heere Jezus
gevangen werd genomen in de hof van Gethsemane, en Petrus zijn leven
voor Hem wilde inzetten en hij kwam met zijn zwaard, toen zei de Heere
Jezus: Denk je niet dat Ik twaalf legioenen engelen kan roepen, maar Hij
deed het niet! Waarom niet?
In het ene geval doet Hij
het wel, want Hij kan gewoon genezen.
In het andere geval laat
Hij de engelen niet komen terwijl Hij het wel kan, maar dat had te maken
dat Hij naar het kruis moest.
Ziet u, het is nooit de
vraag of God het niet kan, maar er is een reden waarom Hij het doet of
waarom Hij het niet doet.
Dan komen we natuurlijk
bij een heel belangrijk principe. Het punt is of Hij het kan of niet,en
dan ja, Hij kan het.
Het punt is echter of Hij
het nú doet !
We gaan naar 1 Joh.3, en
dat bevestigt wat we hier zagen, er is namelijk een heel belangrijk
principe in de Bijbel.
1 Joh.3:22
En zo wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, dewijl wij Zijn geboden
bewaren en doen hetgeen behaaglijk is voor Hem.
Dus wij ontvangen van Hem
wat wij bidden, omdat wij Zijn geboden bewaren. Wanneer gaat u de
geboden bewaren en doen? Geboden bewaren is dat u moet weten waar het
over gaat, wat zijn die geboden? Iemand die de geboden bewaart van de
Heere die weet waar het over gaat, die kent Zijn geboden, die leest het
Woord, die weet wat God aan het doen is. Als we straks bij Paulus komen,
dan weet u waar u voor gaat bidden, en dat moet in overeenstemming zijn
met Zijn wil. En dat zien we in hoofdstuk 5 staan.
1 Joh.5:14
En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben,
dat zo wij iets bidden naar Zijn wil,
Hij ons verhoort.
Ziet u, ons gebed moet in
overeenstemming zijn met de wil van God. Wil God dat iemand nu genezen
wordt? De Heere Jezus zei: “Ja, Ik wil het, wordt genezen”. De
vraag is of dat nog steeds de wil van God is voor ons vandaag.
Maar het principe
van het gebed voor ons is dat het in overeenstemming moet zijn met de
wil van God.
En als dat zo is dan
verhoort Hij het, ook nu! Gegarandeerd, 100% verhoort Hij uw gebed, maar
het moet wel in overeenstemming met Zijn wil zijn.
We hebben nu de financiële
crisis en iedereen die ontslagen wordt kan wel bidden: Wilt U mij een
baan geven. Zou dat de wil van God niet zijn? Op zich zegt God in
2 Thess. 3:10 :
Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zo iemand
niet wil werken, hij ook niet ete.
Wie niet werken wil die
zal ook niet eten, maar toch geeft Hij u nu geen baan. U kent nu het
principe van God: God wil dat u gaat werken, anders geen eten! Dus wat
gaat u doen? "Ja, maar ik heb gestudeerd, maar daar is geen baan in!"
Wat nu? God bidden dat Hij mij een baan gaat geven? Zou Hij dat kunnen?
Ja, natuurlijk! Maar onze tekst zegt iets anders. Dus dan gaat u iets
anders zoeken, dát is de wil van God. De banen worden u
niet in de schoot geworpen, daar zult u zelf achteraan moeten.
1 Joh.5:15
En indien wij weten dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten
wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben.
Dus nogmaals, als het in
overeenstemming met Zijn wil is dan krijgen wij het ook.
Wat zegt Paulus?
We gaan naar Paulus, want
hoe zit het dan met Paulus? Paulus zegt: Volg
mij, zoals ik Christus navolg. We hebben nu gezien hoe het
principe altijd is dat het naar de wil van God moet zijn. De Heere Jezus
genas, en Hij zegt: “Alles wat u in het gebed
gelovig vraagt zult u ontvangen”.
De discipelen had Hij het
“Onze Vader” geleerd: “Geef ons heden
ons dagelijks brood”. Is dat nog steeds ons gebed?
Voor de discipelen in
dié tijd wel, en straks in de grote verdrukking. Maar is het
de wil van God voor ons vandaag? Nee, dat is niet zo, want wij weten dat
Paulus nu iets anders zegt:
Rom.8:26
En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij
weten niet wat wij bidden zullen gelijk het behoort, maar de Geest Zelf
bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
De Geest komt onze
zwakheden mede te hulp, want wij weten niet wat
wij bidden zullen. Hé, hoe kan dat nou? Als wij kijken naar
de Heere Jezus toen Hij op aarde was toen heeft Hij heel duidelijk
instructies gegeven hoe zij moesten bidden. Denk bijvoorbeeld maar aan
het onze Vader, dan kunt u niet zeggen dat ze niet wisten wat ze bidden
moesten.
Maar nu komen we bij
Paulus en hij zegt: Wij weten niet wat wij bidden zullen, Paulus wist
het zelf ook niet. Dat is raar, want Paulus is onze apostel en hij weet
niet wat we bidden zullen? Maar we moeten niet vergeten dat toen Paulus
kwam, dat we vóór de Romeinenbrief de boeken Handelingen en de
Evangeliën hebben, en het Oude Testament, en daar lezen we ook hoe zij
baden. Maar nu leven we in een tijd, de Bedeling van Genade, dat aan
Paulus een evangelie is toevertrouwd door de Heere Jezus Christus nadat
Hij was opgevaren naar de hemel. Hij is toen alleen aan Paulus
verschenen en heeft aan Hem een evangelie verkondigd dat verborgen was
van voor de grondlegging van de wereld. Dan krijgen we opeens met heel
andere dingen te maken.
We krijgen nu met dingen
te maken die onzichtbaar zijn, we moeten nu de Heere Jezus volgen niet
zichtbaar zoals Hij op aarde liep, het is anders. Het is nu allemaal
geestelijk, het is niet zichtbaar. We komen nu bij een ander programma,
Paulus is de apostel van de heidenen. God heeft een programma zowel voor
de aarde als voor de hemel, en we zijn nu bezig voor het lichaam van
Christus, en niet voor Israël, en dat heeft met andere leefregels te
maken. Wij zijn reeds gezet in de hemel, dat is onze positie.
Als uw plaats in de hemel
is, wij wonen daar in feite, we zijn gezanten van daaruit hier op deze
aarde, dan vallen we ook onder de hemelse regels, en niet onder de
aardse, en dat is wat Paulus aan ons verkondigt.
Dan zegt u: Waar moet ik
dan voor gaan bidden? Alles staat op zijn kop. In de context zegt Paulus
hier: De Geest komt onze zwakheden méde te hulp. In de context spreekt
hij over het lijden van deze tegenwoordige wereld. In deze wereld
overkomt u het lijden als gelovige, als u voor deze boodschap gaat
staan, maar we hebben ook te maken met het zuchten.
Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen [als]
in barensnood is tot nu toe.
En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes
hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de
aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.
Rom.8:22-23
De hele schepping zucht,
en Paulus zegt: Wij zuchten ook, alleen wij hebben wel die hoop. Wij
kunnen ziek worden, ons kan droefenis overkomen, want de zonde is nog in
deze wereld, en ook in ons.
Dan zegt hij: Wij
verwachten de verlossing van ons lichaam (vers 23), maar wacht even,
voor ons dagelijks leven komt de Geest onze zwakheden mede te hulp. Onze
zwakheden, dat is wat ons allemaal overkomt. In feite zijn wij maar hele
zwakke schepselen. Ik moet elke nacht slapen, anders red ik het niet, zo
sterk ben ik…, zo zijn wij, de zonde verergert dat alleen maar. Dat wij
met droefheid en al dat soort dingen, tegenslagen te maken kunnen
krijgen. In die zwakheden, in die momenten, komt de Geest ons mede te
hulp. Hij komt niet te hulp vanuit de lucht: "Het gaat wel goed hoor
Jan, Ik zal je wel sterken…" Nee, zo werkt het niet.
Hoe ga ik er dan mee om?
Wat ga ik nu bidden? Ik kan het Woord lezen, maar wat ga ik nu bidden?
De Geest komt onze zwakheden mede te hulp, want hoe doet Hij dat in die
situatie?
Wij weten niet wat wij
bidden zullen gelijk het behoort. Dus er is iets waardoor je behoort te
bidden, waardoor je weet hoe je hoort te bidden. Maar wij weten dat niet
zegt Paulus. Nee, dat klopt, dit is ook in het begin van de brieven van
Paulus als hij dit opschrijft, hij wist het zelf ook nog niet.
Paulus was opgegroeid in
de religieuze traditie van het Jodendom, hij wist over de offers en de
feesten hoe je dat moest doen, dat wist hij allemaal wel. Maar nu komt
hij met een ander evangelie dat wij niet meer onder de wet zijn, maar
onder de genade. Wij zijn volmaakt in Hem, wij hebben alles gekregen en
zijn gezegend met alle geestelijke zegeningen.
Sommigen zeggen: “Joh,
je hebt alles al gekregen, waarom zou je nog bidden”
Dat is ook een
onwetendheid, gebed is heel erg belangrijk voor ons, het is de
ademhaling. Gebed en lezen is zoals je elke dag moet in en uitademen, zo
is het geestelijke gezien lezen en bidden is praten met God. Praten met
God, niet kletsen met God, weét waar je over praat met God. Dat
heeft dus te maken met Zijn wil weten. Je kunt bidden voor een Mercedes
wie wil er niet een mooie Mercedes 500? Maar is dat de wil van God? Ik
denk het niet, want God werkt zo niet wat wij in onze vleselijke
begeerte willen hebben, maar Hij werkt in onze innerlijke mens. Onze
innerlijke mens is volmaakt, wat wil de innerlijke mens?
Die wil wat de Heere wil
en het vlees wil niet wat de Heere wil.
Rom.8:26,27
En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij
weten niet wat wij bidden zullen gelijk het behoort, maar de Geest Zelf
bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes is, dewijl
Hij naar God voor de heiligen bidt.
Ik weet dat dit best een
moeilijke tekst is, de Geest komt ons te hulp, en de Geest bidt voor ons
met onuitsprekelijke zuchtingen.
Gaat de Geest praten, gaat
Hij mijn woorden vertalen naar God of zo? Gaat Hij dat ombuigen zonder
dat ik dat weet terwijl ik bid, zodat het in mijn belang wordt of zo?
Werkt dat zo?
Nee, dat werkt helemaal
niet zo. Er staat hier: “Die de harten
doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes is, dewijl Hij naar God
voor de heiligen bidt”.
Naar God voor de heiligen bidt……
wil zeggen: In overeenstemming met de wil van God bidt Hij voor
de heiligen.
Wat is dat? Waar is Gods
wil geopenbaard? In de Bijbel. Gods Geest woont in mij. Er staat:
Die de harten doorzoekt. Er is
Iemand Die mijn hart doorzoekt, en dat is wat God doet in mijn gebed,
want in mijn gebed stel ik mij open voor God. Ik maak alles bekend bij
Hem. De Geest bidt voor ons, maar Hij bidt in overeenstemming met de wil
van God.
God doorzoekt onze harten,
en Hij weet wat de mening van de Geest is. Wat is dat:
“de mening van de Geest”?
Men zegt wel eens: Dat
is jouw mening, dat vind jij. Vooral je kinderen kunnen dat zeggen:
Dat vindt jij pap, dat is jouw mening, maar dit is míjn mening, dat
is wat ík er van vind, dat is hoe ik denk.
OK, dat is goed, iedereen
kan denken en zijn mening hebben, maar de Geest heeft dus ook een
mening. Waar is mijn mening op gebaseerd in zijn algemeenheid? Door wat
ik lees in boeken, door wat mensen mij verteld hebben, maar de Geest is
waarheid.
De mening, wat Hij denkt
of wat Hij weet of vindt is de waarheid, dat heeft met het Woord van God
te maken.
Dus als we dat hier zien
staan: “De Geest bidt voor ons, en Die de
harten doorzoekt…” God doorzoekt mijn hart, en die zoekt naar
de mening van de Geest, en wat is de mening van de Geest? Waar vinden
wij de mening van de Geest? Of het denken van de Geest?
Antwoord : In het Woord.
Dus wat zoekt God in ons?
Die zoekt dus naar dat Woord, en het Woord in ons krijgen wij alleen als
het Woord van Christus rijkelijk in ons woont.
Col 3:16
Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid …….
Het moet rijkelijk in mij
wonen, en daar is Hij naar op zoek.
Hij bidt naar God voor de
heiligen… ja, inderdaad, wat is dat dan bidden voor de heiligen? Dat de
Heilige Geest naar God voor ons bidt? Het Woord van God heeft voor alle
situaties een antwoord. Rom.8:31 : Zo God voor
ons is, wie zal tegen ons zijn?
Rom.8:33
Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het,
Die rechtvaardig maakt.
God is voor ons! Hij heeft
in alle situaties een antwoord voor ons. Dus als de Geest voor ons bidt
dan vindt u alle antwoorden die u wilt hebben van de Heere in uw gebed
in het Woord, want dat bidt en pleit voor ons.
Denkt u dat u niet
volmaakt bent, dat u gezondigd heeft, u moest eens weten wat ik gedaan
heb deze week… wat zou God wel niet van mij denken… Wacht even… God
zoekt naar de mening van de Geest in mij. Wat ga ik dan doen in mijn
gebed? Ik ga terug nar het Woord in mij, dat gaat zoeken:
Wacht even, ik heb gezondigd, maar prijst de Heere, ik heb vergeving
van zonden, ik ben volmaakt in Hem, voor die zonden is Hij ook
gestorven, dank U Heere!
Dát
is waar Hij naar zoekt, en dat brengt u dan in het gebed.
Degene Die onze harten
doorzoekt:
Hebr.4:12
Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig
tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel en des
geestes, en der samenvoegselen en des mergs, en is een oordeler der
gedachten en der overleggingen des harten.
Dat is wat het Woord doet,
dat dringt door tot het diepste van onze ziel, in onze gedachten en in
onze harten, niets blijft verborgen voor Hem.
Hebr.4:13
En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt
en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben.
Voor Hem…
en in vers 12 staat: het Woord Gods.
“Het
Woord Gods” en “voor Hem”,
ziet u dat dat hetzelfde is? Dat is wat er gebeurt.
Het is het Woord dat in
ons is. En God én het Woord. Hij zoekt in ons naar het Woord, naar de
mening van de Geest, en die vinden wij in het Woord. Dus u ziet hoe
belangrijk het Woord van God is, en dat we dat kennen, en vooral dat we
Zijn wil kennen.
Dus als Paulus zegt: Ik
volg Christus, dan ziet u hier een enorme openbaring. Wij weten niet wat
wij bidden zullen, omdat:
1 Kor.2:9
Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien en het oor
niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen,
hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben.
God heeft dingen bereid
voor mensen die Hem liefhebben, en wij hadden daar op geen enkele manier
met onze zintuigen achter kunnen komen, we hadden het met onze ogen niet
kunnen zien, we hadden het niet kunnen horen, we hadden het niet kunnen
bedenken. Niets, het was verborgen.
1 Kor.2:10,11
10 Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest
onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods.
11 Want wie van de mensen weet hetgeen des mensen is, dan de geest des
mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand hetgeen Gods is, dan de
Geest Gods.
Ik ken mezelf het beste,
mijn geest kent mijzelf het beste. Ik kan mijzelf aan de buitenkant heel
mooi voordoen. Wij zijn allemaal rasacteurs, wij kunnen heel goed
acteren, maar voor God kunnen wij niet acteren. God kent mij nog beter
dan ik mijzelf trouwens.
1 Kor.2:12
Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest Die
uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons van God geschonken
zijn.
Dus wij hebben de Geest
van God gekregen, anders zouden wij nooit kunnen weten wat Hij ons
geschonken heeft. Maar nogmaals, dat komt niet uit de lucht vallen. Maar
wij hebben de Geest nodig om dat vanuit het Woord te kunnen begrijpen. U
kent dat wel, u praat met een ongelovige en u kunt heel eenvoudige
geestelijke dingen met hem bespreken en hij zal het niet begrijpen, want
hij heeft Gods Geest niet.
In 1 Kor.2:11 staat:
…niemand weet hetgeen Gods is, dan de Geest
Gods. Vroeger dacht ik altijd: zoals mijn geest mij kent zo
kent de Geest Gods Zichzelf. Maar dat hoeft niet, want hier staat: “De
Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods”
Dus de Geest zoekt naar de
diepe dingen van God. De Geest zoekt niet bij God Zelf naar de diepe
dingen van God, de Geest van God zoekt bij u in het gebed
naar de diepe dingen van God die in ú zijn!
Dáár zoekt Hij naar! Of de
diepten Gods bij u aanwezig zijn, en dat heeft alles met u te maken, met
uw houding tegenover het Woord.
Hij zoekt naar de mening
van de Geest lazen we net. Hoe Hij denkt. Wat de Geest weet. De
zin van de Geest. Dat lezen we in 1 Kor.2:16.
1 Kor.2:16
Want wie heeft den zin des Heeren gekend, die Hem zou onderrichten? Maar
wij hebben den zin van Christus.
En hoe krijgen wij de zin,
dwz het denken van de Heere Jezus. Die vinden wij in het Woord, en wij
nemen dat Woord tot ons, en zo gaan wij denken hoe God, hoe Christus
denkt in deze tijd.
In het Oude Testament
leest u al hoe God zegt: Mijn wegen zijn hoger
dan uw wegen, Mijn gedachten zijn hoger dan uw gedachten.
Dus uit onszelf met ons
zondige hart kunnen niet denken zoals God denkt. Ons denken wordt
veranderd door de vernieuwing van ons gemoed door het Woord van God
(Rom.12:2). En dan krijgen wij die zin van Christus, want die zin van
Christus is hier, in Zijn Woord, geopenbaard. En wij praten nu in deze
tijd over de brieven van Paulus, en die moet u lezen, en zo komt dat
denken van Christus in ons. En daar zoekt Hij dus naar.
Maar Hij zegt heel
duidelijk, dat Hij alle dingen, de diepten van God onderzoekt bij u, en
dat doet Hij bij degenen die Hem liefhebben. Dat is een heel belangrijk
punt, degenen die Hem liefhebben. Want wie hebben de Heere lief? Daar
hebben we het al vaker over gehad.
Wij kunnen Hem liefhebben
als onze Verlosser, we kunnen Hem liefhebben als onze Schepper, want als
je gelovig bent heb je erkend dat God de Schepper is van hemel en aarde,
en dat Hij je verlost heeft door het bloed van Christus.
Maar dan komt het volgende
punt: Wie ga ik nu volgen in mijn leven? Ga ik God werkelijk volgen in
mijn leven, maak ik de keus, ja, en dan komt het er op aan. Dan weten we
dat in deze tijd de apostel Paulus Zijn apostel voor ons is voor
vandaag. Zo spreekt Hij tot ons.
Heb ik hem lief als mijn
Vader, als een volwassen zoon, want wij zijn volwassen zonen gemaakt,
wij mogen delen in de erfenis samen met Christus, en met Hem regeren.
Maar willen wij ook met Hem meewerken in Zijn plan wat Hij nu in deze
tijd heeft, en dan weten wij dat is het plan dat nu geldt in de bedeling
van genade met de apostel Paulus.
En heeft u de Heere lief?
Ja, ik heb de Heere lief!
Maar ook als een Vader om
met Hem in deze tijd in dat plan mee te gaan en totaal te gehoorzamen
aan Zijn Woord? Ga ik daarin met Hem mee daarin?
Dan zult u ook Zijn
geboden doen zegt Hij.
Joh 14:15
Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.
Joh 14:21
Die Mijn geboden heeft, en dezelve bewaart, die is
het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader
geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelven aan hem
openbaren.
Wie Mij liefheeft dat weet
Ik als zij Mijn geboden bewaren zegt de Heere Jezus. Voor ons zijn die
zijn nu te vinden in de brieven van Paulus.
En dan gaan we ook weten,
als we dat Woord tot ons nemen, hoe wij uiteindelijk gaan bidden. Wij
weten nu als we het lezen in de evangeliën dat het zo niet zo is, het is
anders. De vergeving van zonden is een goed voorbeeld daarvan.
Als we verder gaan naar
Efeze 6 zien we wat Paulus zegt, en nu zegt hij niet meer: Ik weet
niet wat ik bidden zal. Paulus wist het in het begin ook niet, maar
hij heeft die openbaring van de verborgenheid meer en meer gekregen, hij
ging steeds meer begrijpen hoe Gods plan in elkaar zat.
En uiteindelijk in de
brief aan Efeze, welke bij de laatste brieven hoort, dan zien we dat het
plan van God volledig bekend is bij Paulus. Het is nu helemaal
geopenbaard. Nu weet hij en wij hierdoor ook dat wij onderdeel zijn van
een hemels programma. En nu zegt hij in het gebed hoe wij moeten bidden
in Efeze 6:18.
Ef.6:18
Met alle bidding en
smeking biddende te allen tijde in den Geest, en tot hetzelve wakende
met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen.
Hoe? In den Geest. Hij
gaat er nu van uit, u weet het nu, u gaat nu te allen tijd in de Geest
bidden. En hoe gaan wij in de Geest bidden? Dat is in overeenstemming
met het Woord, maar hij zegt niet meer dat we het niet meer weten. Nu
gaat hij er van uit dat als u het Woord bestudeert, en het Woord woont
rijkelijk in u met de boodschap van genade, dan weet u uiteindelijk dat
u in de Geest kunt bidden, het is niet meer onwetendheid.
Fil.4:6,7
Weest in geen ding bezorgd, maar laat uw begeerten in alles door bidden
en smeken, met dankzegging, bekend worden bij God.
En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw
zinnen bewaren in Christus Jezus.
Dus weest in geen ding
bezorgd, laat de zorgen u niet overheersen. Natuurlijk heeft u gezonde
zorgen die u maakt, maar we kunnen alles door bidden en smeken met
dankzegging bekend maken bij God. En het resultaat is de vrede van God,
en niet dat Hij het gebed verhoort.
1Co 14:15
……. Ik zal [wel] met den geest bidden,
maar ik zal ook met het verstand bidden;
ik zal [wel] met den geest zingen, maar ik zal ook met het verstand
zingen.
Nu gaan wij met verstand
bidden. Wat is met verstand bidden? Dat is dat u in overeenstemming met
Zijn wil bidt, dat u verstand in het Woord van God hebt. En dan weet u
nu: Ik wist niet wat ik bidden moest, en ik weet dat ik niet alles krijg
wat ik wil. Dat wil zeggen: Ik moet gaan bidden zoals Hij mij nu in Zijn
Woord geleerd heeft.
Het is niét:
Geef mij heden mijn dagelijks brood.
Want Paulus zegt in 2 Thess.3:10:
…zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete
Wij bidden nu ook niet:
Vergeef mij mijn schulden, want ik
weet dat mijn zonden zijn vergeven, dus ik dank dat mijn schulden,
zonden vergeven zijn( Ef.1:7; 4:32)
Ziet u dat het gebed nu
verandert? In Efeze en Filippenzen, Kolossenzen is de hele boodschap
geopenbaard, en hebben we verstand in Gods wil, en de wijsheid en de
kennis, en nu ga ik dus met verstand bidden. Dat is waar het om gaat.
Dus we krijgen de vrede
van God er voor terug, en dan worden we ook niet onrustig als we
bijvoorbeeld ziek blijven. We hebben geen valse verwachtingen, maar ik
wordt inwendig gesterkt door Zijn Geest, dat is het resultaat. En de
vrede van Hem heb ik in mijn hart, die is niet te beredeneren. Wat
moeten wij dus nu gaan doen nu wij dit weten?
Kol.3:1-2
Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven
zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.
Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
De dingen die boven zijn…
dat zijn de geestelijke dingen, zoekt de dingen die boven zijn. Paulus
zegt dat natuurlijk niet voor niets.
De dingen die op aarde zijn....,
dan gaan we naar de evangeliën toe, dat zijn de dingen die voor op aarde
waren.
Maar Paulus zegt: Bedenkt
de dingen die boven zijn, dat zijn nu de dingen die Hij geopenbaard
heeft in Zijn Woord, in de brieven van Paulus, en die moet
u zoeken. U moet het Woord pakken en het lezen, het Woord van Christus
wone rijkelijk in u.
Dan zoeken wij dus Zijn
wil, het gaat er om dat u Zijn wil zoekt, en waar vindt u die? Wat is nu
de wil van God voor u voor vandaag?
Kol.1:9
Waarom ook wij, van dien dag af dat wij het gehoord hebben, niet
ophouden voor u te bidden en te begeren, dat gij moogt vervuld worden
met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand.
Wat is het onderwerp van
Paulus’ gebed voor hun? Dat zij vervuld worden met de kennis van Zijn
wil. Wilt u bidden in overeenstemming met Zijn wil? Dan moet u kennis in
Zijn wil hebben.
In alle wijsheid en geestelijk verstand….,
dus het gaat er om dat ons verstand geestelijk word. Want wat hebben wij
van nature? Een begrip in de dingen, maar het is allemaal opgebouwd met
dingen uit de wereld, uit de boeken, wat ik op school heb geleerd, wat
ik van mensen heb gehoord, maar de oorsprong is allemaal uit een zondig
hart.
Maar nu krijgen we een
verstand dat geestelijk is, en wanneer is iemand geestelijk? Dat bewijst
zich als er problemen komen. Het verstand is zeg maar de opslagplaats
van de dingen die we weten en ooit geleerd hebben. Het zit dan
opgeborgen in uw verstand.
Daarom zeg je ook tegen je
kinderen: Gebruik je verstand, ik heb het je geleerd, je weet het.
Je weet het wel, het zit hier opgeslagen in je verstand, en nu moet
je het gebruiken.
Bij ons ook: Wij moeten
niet ons vleselijke verstand gebruiken, want de zondige natuur hebben we
nog, maar wij moeten alles met geestelijk verstand gaan doen.
Daarom zegt Paulus ook in
1 Kor. 14:15 : “Bidt met
verstand”:
Wat is het dan? Ik zal [wel] met den geest bidden,
maar ik zal ook met het verstand bidden;
ik zal [wel] met den geest zingen, maar ik zal ook met het verstand
zingen.
Welk verstand? Het
geestelijke verstand, het verstand dat kennis in Zijn wil heeft.
Dat beïnvloedt dus uw hele gebedsleven.
En dan ziet u: Ik ben
vervuld met Zijn wil, ik weet wat Zijn wil is.
Veel mensen weten niet wat
de wil van God is, maar het heeft met Zijn plan te maken. We zijn nu
bezig met de dingen die in de hemel zijn, onze hemelse positie, en dat
moeten we weten.
Dat wil niet zeggen dat u
de rest niet moet weten, Hij zegt kennis van Zijn wil, dus de hele
Bijbel. Maar weet wel wat voor u is voor dit moment om te gehoorzamen.
Wat kan ik verwachten van
de Heere? Wat doet Hij nu op dit moment?
Die kennis, dat laat
Paulus zien, en dan zegt u niet meer: Ik weet niet wat ik bidden zal,
want nu gaat u door die kennis in Zijn wil heel goed weten
waar u voor gaat bidden. Dan ga ik niet meer als een kind bidden:
Broeders,
wordt geen kinderen in het verstand, maar zijt
kinderen in de boosheid, en wordt in het
verstand volwassen.
1Kor. 14:20
Dus wordt in de boosheid
kinderen, en in het verstand volwassen, en dat is het geestelijke
verstand. We gaan terug naar Rom.8:28 want dat sluit aan bij dat wij
niet weten wat wij bidden zullen.
In die omstandigheid in
Rom.8:26 komt de Geest onze zwakheden mede te hulp, samen met die hoop
die wij hebben. Dat is een hulp voor ons in onze zwakheden, dat we weten
dat de Heere ons komt halen, want we zitten in deze wereld die zucht,
waar lijden, pijn is en verdriet. Hij komt ons te hulp, we hebben dus
ons gebed, en de Geest helpt ons, wij weten niet wat wij bidden zullen,
maar dat is niet goed als u dat over een paar jaar nog steeds zegt.
Want kleine kinderen
zeggen vaak: ik weet niet wat ik bidden moet, maar een gelovige die dat
na vijf jaar nog steeds zegt, dat klopt niet, want dan heeft hij geen
kennis in Zijn wil.
Rom.8:27
En Die de harten doorzoekt, weet welke de mening des Geestes is, dewijl
Hij naar God voor de heiligen bidt.
De Heilige Geest zoekt
naar de mening van de Geest, wij weten dat wij het denken, de zin van
Christus in ons hebben als wij het Woord tot ons nemen.
Rom.8:28
En wij weten, dat dengenen die God
liefhebben, alle dingen medewerken
ten goede, namelijk dengenen die naar Zijn voornemen geroepen zijn.
Dengenen die God
liefhebben…,
die Hem volgen in Zijn plan, in Zijn wil voor ons vandaag. Alle
tegenslagen die u tegenkomt werken mede ten goede. En wat is dan het
resultaat? Antwoord: Het medewerken ten goede. U weet dat u gered bent
en dat is iets heerlijks, maar in uw dagelijks leven komen er wel eens
problemen, hoe haal ik daar nu de overwinning in?
Ik ben wel een
overwinnaar, want ik ben verlost uit de macht van de duivel, ik ben
verlost uit de macht van de zonde, van de dood.
Maar Paulus zegt in
Romeinen 8:37 :
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons
liefgehad heeft.
“In dit alles”,
in die moeilijke omstandigheden uit vers 35 en 36, zijn wij meer dan
overwinnaars door Hem Die ons liefgehad heeft. Dus degenen die
Hem liefhebben die hebben ook het gereedschap, en die hebben
de boodschap van genade, dat ons bevestigt en bekrachtigt.
Dan weten wij hoe wij
bidden moeten, want wij zijn degenen die God liefhebben, wij volgen Hem
in de apostel Paulus. En dan zult u zien dat wij ook in die moeilijke
omstandigheden met het gebed en Gods Woord meer dan overwinnaars zijn.
Omdat die omstandigheden ons niet gaan overheersen, we zijn geen zwakke
gelovigen in die zin, maar juist sterk door deze boodschap omdat wij Hem
volgen in wat God tot ons zegt, en dat komt ook in ons gebed tot
uitdrukking.
Dus Paulus volgt de Heere
Jezus in het gebed, en dan is dat wat Christus aan Paulus heeft vertelt,
en dan zegt hij: "Mijn genade is u genoeg",
en dan worden wij bekrachtigd, versterkt, we hebben zekerheid, en we
zijn in al die omstandigheden die hetzelfde blijven meer dan
overwinnaars.
Dus het gebed met het
Woord samen, met het verstand in Zijn wil, is onze ademhaling, het is
van levensbelang, en als u daar van afwijkt zult u zien dat het niet
werkt. Dan komen de problemen, de verwarring en noem het allemaal maar
op, maar het is niet nodig. Maar het moet zo gaan zoals God nu tot ons
spreekt.
Het gebed reflecteert
eigenlijk het Woord van God dat wij in ons nemen en wat via ons weer
naar Hem terugkomt. En in het gebed zoeken wij dan ook naar die teksten,
en God zoekt daarnaar en er komt een soort klik en dan wordt het
geactiveerd, wordt het gesterkt in ons. Dat is wat de Geest dan in ons
doet. Dat geeft ons verlichting en dan sterkt Hij ons ook, maar wij
moeten dat Woord in ons nemen, en wij maken het bekend bij Hem.
Gebed:
Vader, wij willen U
danken, het is niet altijd makkelijk, maar wij bidden dat U ons licht
wilt geven in het Woord. Dat we in onze gebeden het Woord in ons laten
werken, het overdenken en het ook bij u bekend maken. Dat u ook in ons
kan werken, dat we ons daar open voor stellen.
Vader, we danken U dat het
we zo mogen zien, en we zijn overtuigd dat als we het zo doen als Paulus
het ons leert, die heeft U nagevolgd, dat wij daardoor ook U navolgen.
In de Naam van onze Heere en Heiland Jezus Christus, amen!
www.GenadeBijbel.nl
Deze studie is eventueel ook te lezen en/of
uit te printen in
 |