Door Ricky Kurth
Hoe moet ik de Heere dienen nu ik eenmaal geloof?
Moet ik gedoopt zijn?
Terwijl veel predikanten "ja" op deze vraag zouden
antwoorden, zegt de apostel Paulus "nee". Waterdoop was
eens een onderdeel van Gods plan voor Zijn volk Israël, maar het is geen
onderdeel van Gods plan voor Zijn mensen vandaag: het Lichaam van
Christus.
Wanneer
we in de Bijbel lezen over de
doop met water, dan gaat het altijd
over "tot vergeving van der zonden"
(Mark.1:4, Luk. 3:3, Hand. 2:38).
De Heere Jezus heeft zelf gezegd dat
"Die geloofd zal hebben en gedoopt zal
zijn, zal zalig worden".
Maar nadat Israël hun Koning
verworpen had, verscheen de Heere
aan de apostel Paulus en maakte hem
"de apostel der heidenen" (Rom.11:13). |
 |
Deze nieuwe apostel verklaarde dat "Christus
heeft mij niet gezonden om te dopen" (I Kor. 1:17) en hij zei
"Weest mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van
Christus" (I Kor.4:16; 11:1)
Waterdoop is een werk, het is iets dat we kunnen doen
en Paulus dringt er juist op aan dat verlossing vandaag is
"niet uit de werken der rechtvaardigheid die wij
gedaan hadden, maar naar Zijn
barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte"
(Tit.3:5) en dus niet door het
‘afwassen van zonden’ bij de waterdoop.
Het is de leer van Paulus die ons laat zien dat we geen
waterdoop nodig hebben,
"Want ook wij allen zijn door één Geest tot één
lichaam gedoopt" (I Kor.12:13).
Deze geestelijke doop vond plaats op het
moment dat we gered werden en dat we nu
"volmaakt in Hem" (Kol.2:10) zijn, volledig besneden met een
geestelijke besnijdenis (Kol.2:11) en volledig gedoopt met een
geestelijke doop (Kol.2:12).
Paulus bevestigt vervolgens dat, ondanks dat er vele verschillende
(manieren van) dopen in de Bijbel staan (Matt.3:11, I Kor.10:1,2), er
slechts "één doop" is in Gods programma van
vandaag (Ef. 4:5), uiteraard verwijzend naar onze geestelijke doop in
Christus.
De woorden "ÉÉN DOOP" laten geen ruimte over
voor een toegevoegde waterdoop!Tegenwoordig
wordt er vaak gedacht dat ondanks dat waterdoop
ons niet zalig maakt, het wel een getuigenis is van onze redding.
Dit wordt ons echter niet geleerd in de Schrift.
Waterdoop vandaag is slechts een slechte
getuigenis, omdat het laat zien dat degene die gedoopt wordt, niet
begrijpt dat hij/zij volmaakt in Christus is ZONDER
waterdoop.
Begin met het studeren van de
Bijbel
De Bijbel is Gods Woord: "Al de Schrift is
van God ingegeven" (II Tim.3:16,17). Terwijl men de Bijbel
schreef spraken "de heilige mensen Gods, van
den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken" (II
Pet.1:21).
"De Geest des Heeren heeft door mij gesproken"
zegt David over wat hij geschreven heeft,
"en Zijn rede is op mijn tong geweest"
(II Sam.23:2).
Gods Woord heeft de kracht om onze wegen te
reinigen (Ps. 119:9) zodat we niet tegen
Hem zondigen (Ps.119:11).
Het bekrachtigt ons als Christenen (Psalm 119:28)
en leidt onze stappen (Ps.119:105).
Het stelt ons voorbeelden voor (I Kor.10:11)
en geeft ons hoop (Rom.5:4).
Het is "nuttig tot lering, tot wederlegging,
tot verbetering,
tot onderwijzing die in de rechtvaardigheid is;
Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk
toegerust" (II Tim. 3:16,17) |
|

God heeft zijn Woord verhoogd zelfs boven Zijn eigen naam (Psalm
138:2) zodat we met Job zouden zeggen: "De
redenen Zijns monds heb ik meer dan het mij bescheiden deel weggelegd"
(Job 23:12).
We zouden Gods Woord moeten lezen (I Tim. 4:13), het moeten
overdenken (I Timotheüs 4:15) en het moeten studeren
(II Tim. 2:15).
II Tim. 2:15 zegt ook dat als we Gods Woord bestuderen, we het ook
"recht moeten snijden". Dit is de
sleutel tot het begrijpen van de Bijbel.
Terwijl alle Schrift "nuttig" is voor ons om te bestuderen
(II Tim. 3:16), is het zo dat veel van wat in de Bijbel staat specifieke
instructies zijn voor het volk Israël.
| |
Het
Oude Testament in onze Bijbels bevat wetten
en geboden voor Israël in het verleden, terwijl
de boeken in het Nieuwe Testament – degenen
die niet zijn geschreven door de apostel Paulus
- zijn geschreven in het perspectief van Israël
in de toekomst.
|
Tenzij we deze instructies voor Israël kunnen onderscheiden van de
instructies die aan ons, de heidenen, zijn gegeven door de apostel
Paulus (Rom.11:13; 15:16), kan Gods Woord erg verwarrend en
nutteloos zijn.
|
Een
simpel voorbeeld om aan te tonen dat het noodzakelijk
is dat we Gods Woord recht snijden, is om te
kijken naar
de verschillende geboden als het gaat om iets simpels als
ons eten/voedsel.
God zei tegen Adam dat hij alleen planten kon eten (Gen. 1:29),
maar later voegt Hij ook vlees toe aan het voedsel van de mens
(Gen.9:3).
|
|
Later, onder de wet van Mozes, zegt God tegen Israël om te "onderscheiden
tussen het onreine en het reine, en tussen het gedierte dat men eten, en
tussen het gedierte dat men niet eten zal" (Lev. 11:47).
Maar eeuwen later, wanneer Petrus terecht weigert om onrein vlees te
eten, verandert God het eetpatroon van de mens wederom (Hand. 10:9-14).
Via Paulus legt Hij uit dat "alle schepsel
Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen
zijnde;" (I Tim. 4:4).
| |
Te vergelijken is dat de wet verbood vlees te eten
dat geofferd was aan afgoden (Ex. 34:14-16), maar
Paulus leert ons dat dit geen zonde is voor ons vandaag
(I Kor. 8:1-13; 10:23-33).
In de toekomst zal het zo zijn dat het Gods volk
Israël weer verboden zal zijn zulk vlees te eten (Op.2:20).
|
Aangezien het onmogelijk is om al deze verschillende geboden te
gehoorzamen, is het nodig om vast te stellen welke geboden van God wij
tegenwoordig zouden moeten gehoorzamen.
En aangezien er meerdere kwesties zijn waarin de Bijbel ons
verschillende instructies geeft, is het belangrijk om te onthouden dat
de geboden van Christus die wij moeten gehoorzamen, ons gegeven worden
door de apostel Paulus (I Kor. 14:37, Filip.3:17; 4:9)
Zoals de 12 apostelen in de Bijbel geassocieerd worden met de 12
stammen van Israël, zo wordt de enige apostel Paulus
geassocieerd met het enige Lichaam van Christus
(Rom.12:4,5; I Kor. 10:17; 12:12,13,20; Ef. 2:16; 4:4; Kol. 3:15).
Alleen in Paulus’ brieven vinden we informatie over
"de gemeente die Zijn Lichaam is"
(Ef. 1:22,23) en instructies die specifiek voor ons bedoeld zijn.
Dit betekent echter niet en is ook géén excuus om de rest van de
Bijbel niet te bestuderen, omdat Paulus ons zelf vertelt dat
"al wat tevoren geschreven is, dat is tot onze
lering tevoren geschreven, opdat wij door lijdzaamheid en vertroosting
der Schriften hoop hebben zouden" (Rom. 15:4).
Als we Gods trouw zien naar Zijn volk Israël, dan geeft dat ons hoop dat
hij net zo trouw zal zijn in Zijn belofte aan de gemeente van vandaag:
het Lichaam van Christus.
Begin met het bezoeken van een
gemeente
"Op elken eersten dag der week" (I
Kor.16:2) zouden Christenen in een gemeente moeten zitten,
"ons onze onderlinge bijeenkomst niet
nalatende".
Terwijl we al lid zijn van de ware gemeente, het Lichaam van Christus,
schreef Paulus zijn meeste brieven naar plaatselijke
gemeentes (I Kor. 1:2, II Kor. 1:1, I Thes.1:1, II Thes. 1:1) en spreekt
steeds opnieuw over de plaatselijke gemeente (Rom. 16:1,23; I Kor.
11:18; Filip.4:15).
De plaatselijke gemeente is de plaats waar de Bijbel wordt gelezen
(Kol.4:16), waar de Bijbel wordt geleerd (I Kor. 4:17) en waar
geestelijke mannen worden aangesteld (Hand. 14:23) om Gods Woord te
leren aan Zijn mensen (Hand.20:28).
Het is een plaats waar geestelijke leiders zorgen voor de geestelijke
behoeften van Gods mensen (I Tim. 3:5) die op hun beurt het werk van de
Heere steunen door een financiële bijdrage te leveren (I Kor.16:1,2).
Het is de plaats waar Gods mensen "den dood des
Heeren verkondigen, totdat Hij komt" door de diensten van de
plaatselijke gemeente bij te wonen (I Kor.11:23-26).
Toen de apostel Thomas thuis bleef en dus niet naar de plaatselijke
gemeente ging, miste Hij Jezus’ eerste verschijning aan de 12 apostelen
na Zijn dood en opstanding (Joh.20:24), dat is ook de reden waarom
Thomas twijfelde aan Jezus’ opstanding (vers 25).
Als het mogelijk is, kies dan een gemeente die het evangelie van
behoudenis verkondigt en die Gods Woord, recht gesneden, verkondigt!
Begin met bidden
Terwijl de Bijbel verbiedt om te bidden door veel (ijdele) woorden te
gebruiken (Matt.6:7), worden we aan de andere kant juist aangemoedigd om
simpel met God te praten in gebed, zoals de Heere Jezus Christus deed in
Joh. 17:1-26.
God
moedigt ons aan "biddende te allen tijde"
(Efeze 6:18) "in alles"
(Filip.4:6) "volhardend
in het gebed" (Romeinen 12:12, Kol.. 4:2)
en "biddend zonder ophouden" (I Thes.
5:17)
wat dus ook betekent nóóit ophouden te bidden. |
|
We
zouden moeten bidden voor mensen die nog niet gered zijn
"tot hun zaligheid" (Rom.10:1), en
voor Christenen (Ef.6:18) dat ze niet zullen zondigen (II Kor.13:7).
We zouden ook moeten bidden voor Christenen zodat ze
"vervuld mogen worden met de kennis van Zijn
wil" (Kol.1:9) en op die manier "staan
mogen volmaakt en volkomen in al den wil Gods"
(Kol. 4:12).
| |
Verder zouden we moeten bidden
voor politieke leiders (I Tim.2:1) en
geestelijke leiders (Rom.15:30,31; II Kor. 1:1; Filip. 1:19; Fil.22) en
hun werk (Ef. 6:18,19; II Thes. 3:1). |
Het is belangrijk om "met verstand te bidden"
(I Kor.14:15) om te begrijpen dat het gebed vandaag de dag
anders werkt dan dat het deed voor Israël.
In het verleden kon Elia bidden om vuur uit de Hemel en God zou zijn
gebed verhoren (I Kon. 18:36-38) maar vandaag de dag zou God dat niet
meer doen.
Vervolgens, in het toekomstige koninkrijk op aarde, heeft de Heere
Israël beloofd dat "al wat gij zult begeren in
het gebed, gelovende, zult gij ontvangen" (Mat. 21:22).
Dat komt omdat Israël in het koninkrijk vervuld en gestuurd zal worden
door Gods Geest (Ezech. 36:27) en dus kan vertrouwen op deze geweldige
gebedsbelofte.
Maar
vandaag de dag "weten wij niet wat wij bidden
zullen" (Rom. 8:26).
Zonder de "controle" van de Geest zou het een ramp zijn als
mensen die niet zouden weten waar ze voor zouden moeten bidden, alles
zouden krijgen waarvoor ze zouden bidden!
Maar terwijl wij niet weten waar we voor moeten bidden,
weten we wel dat "alle
dingen medewerken ten goede
dengenen die God liefhebben" (Rom.
8:28).Dit wetende zal u "de vrede Gods, die alle
verstand
te boven gaat" (Filip.4:6,7) geven of u nou wel
of niet heeft gekregen waar u om heeft gevraagd in uw gebed.
|
|
Begin het Evangelie te delen met
anderen
Het woord "Evangelie" betekent simpelweg "Goed Nieuws" en God wil dat
iedereen "het evangelie der genade Gods"
(Hand. 20:24) te weten komt.
Als Christenen zijn wij "gezanten van Christus"
(II Kor.5:20) en als zijn vertegenwoordigers hier op aarde is het ons
voorrecht om mensen tot Hem te brengen. Het is iets natuurlijks om goed
nieuws met mensen te delen.
Tijdens de belegering van Samaria dachten 4 dodelijk zieke mensen met
lepra dat het leger dat Samaria aanviel, wellicht medelijden met hen zou
krijgen en ze eten zou geven. Daarom waagden ze het erop in een nacht
het leger te bezoeken (II Kon. 7:3-5).
Ze ontdekten dat de Heere het leger zo bang had gemaakt dat het gevlucht
was en in hun haast hadden ze al hun voedsel achtergelaten (vers 5-7).
De lepramensen aten tot ze vol zaten en zeiden toen:
"Wij doen niet recht; deze dag is een dag van
goede boodschap en wij zwijgen stil….daarom nu, komt laat ons gaan en
dit aan het huis des konings boodschappen" (vers 9).
Te vergelijken is deze situatie: wanneer je
"gesmaakt hebt, dat de Heere goedertieren is" (I Pet. 2:3),
wil je "het evangelie van behoudenis"
(Ef.1:13) delen met anderen.
Je kunt bang zijn dat je niet in staat bent om vragen te beantwoorden
die anderen aan jou stellen. God begrijpt echter dat wij alleen kunnen
"spreken hetgeen wij gezien en gehoord hebben"
(Hand. 4:20) van wat wij tot dan toe in de Bijbel hebben gelezen.
Toen de Heere Jezus Christus een blinde man genas (Joh. 9:1-7), stelden
de jaloerse religieuze leiders vragen aan de genezen man om Jezus in
twijfel te trekken (vers 13-24). Hij antwoordde:
"één ding weet ik, dat ik blind was, en
nu zie" (vers 25).
Geestelijk gezien kun jij, als "nieuwe" Christen", hetzelfde zeggen. Hoe
meer je Gods Woord bestudeert, hoe meer je in staat zult zijn om
"altijd bereid te zijn tot verantwoording aan
een iegelijk die u rekenschap afeist van de hoop die in u is"
(I Pet. 3:15).
Begin met het geven van
financiële bijdragen voor het werk van de Heere
Het
werk van de bediening gaat door dankzij mannen die ervoor kiezen dit
werk te doen maar die ook recht hebben op voedsel, drinken en die
vrienden en familie moeten onderhouden, net als ieder ander (I Kor.
9:4-10).
Het is dus zo, dat als je profiteert van
de "geestelijke dingen" die ze jou
leren,
God van jou vraagt om hen te steunen
en onderhouden in materiële zaken (vers 11).
Hierdoor kunnen zij doorgaan met het dienen van
jou door het brengen van Gods Woord en ook het
verspreiden van Gods Woord naar anderen toe met voldoende middelen om
het Evangelie uit te dragen.
|
|
Onder de wet van Mozes, was Israël genoodzaakt om "tienden" te
geven. Met andere woorden: één tiende van hun inkomen ging naar de Heere
toe om hun priesters te onderhouden (Lev.27:30-32; Num. 18:24).
Tienden geven was iets dat het volk Israël opgelegd was en ze
"beroofden" God als ze dit niet deden (Mal. 3:8,9).
Aangezien God Israël zegende als het Hem gehoorzaamde en vervloekte
als het Hem niet gehoorzaamde, daagde God Israël uit om "al
de tienden in het schathuis te brengen, opdat er spijze zij in Mijn
huis; en BEPROEFT (test) MIJ nu daarin, zeg de Heere der Heirscharen, of
Ik u dan niet opendoen zal de vensteren des hemels en u zegen afgieten"
(Mal. 3:10).
Maar aangezien we onder genade leven, heeft God reeds de
vensters van de hemel opengezet en ons gezegend met "alle
geestelijke zegening in den hemel in Christus" (Ef. 1:3).
Paulus daagde de Korinthiërs uit om "de
oprechtheid uwer liefde" te beproeven (II Kor. 8:8) door hem
financieel te ondersteunen. Zie je het verschil?
God zei tegen Israël dat ze Hem moesten testen met hun gehoorzaamheid
zodat Hij kon zien of Hij ze kon zegenen
Vandaag de dag test God ONS door ons van tevoren al te
zegenen en om ons vervolgens in staat te stellen Hem te gehoorzamen
In tegenstelling tot Israël zijn we niet genoodzaakt/verplicht om te
geven (II Kor. 9:7), ons is niet opgedragen om tienden te geven. Wij
mogen een gave geven (I Kor. 16:2). Sommigen kunnen zich niet
veroorloven tienden te geven, sommigen kunnen zich juist veel meer dan
10% veroorloven maar alles wat we geven, moet voortkomen uit een
blijmoedig hart uit dankbaarheid voor alles wat Hij voor ons heeft
gedaan aan het kruis in Christus. 
Ondanks
dat er veel Christelijke gelegenheden
zijn die onze steun waardig zijn, wil God
"dat alle mensen zalig worden en tot kennis
der waarheid komen" (I Tim.2:3,4) en
"allen te verlichten, dat zij mogen verstaan
welke de gemeenschap der verborgenheid is" (Ef. 3:9).
|
|
Dus is het zo dat we ervoor moeten zorgen dat we financieel gezien
zorg moeten dragen voor alléén gemeentes en organisaties die het
Evangelie verkondigen en het Woord der Waarheid recht snijden (II
Tim.2:15).
WORDT VERVOLGD!
Vertaald door David Stelma
www.GenadeBijbel.nl
Deze
studie is eventueel ook te lezen en/of uit te printen in

Als u deze studie niet kunt openen, dan kunt u
hier
gratis Adobe
Acrobat Reader downloaden.