Omdat we gered zijn door genade úit het
geloof zónder de wet (Romeinen 3:28) is het logisch om te veronderstellen dat we
de Tien Geboden wel nodig hebben om zo goed mogelijk te leven. Toch is dit niet
het doel van de wet.
"…den rechtvaardige is de wet niet
gezet" (I Tim.1:9). De wet is dus
niet voor de rechtvaardige, maar voor de ongelovigen (vers 9,10) om ze "de
kennis der zonde" (Rom.3:20) te geven en ze bewust te maken van het feit dat
ze zondaars zijn en een Verlosser nodig hebben.
De wet bereikt dit door de zonde erger
te maken. Omdat mensen van nature zondaars zijn, willen ze vaak doen wat ze
juist niet zouden moeten doen. Borden bijvoorbeeld waarop staat: "Niet aanraken, pas
geverfd" lokken juist een overtreding
uit.
Daarom zegt Paulus "de kracht der zonde
is de wet" (I Kor.15:56). De wet geeft juist beweging tot zonde (Rom.7:5) en
laat de zonde herleven (Rom.7:9). God heeft de Wet niet gegeven om de zonde
beter te maken, maar juist om het erger te maken: "de zonde bovenmate werd
zondigende door het gebod" (Rom.7:13).
Waarom zou God de zonde erger willen
maken? Om ongelovigen te laten zien dat ze een Verlosser nodig hebben: "de
wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus" (Gal.3:24).
De Heere waarschuwde de religieuze leiders
voor Zijn dag: "de tollenaars en de hoeren zullen u voorgaan in het
Koninkrijk Gods" (Matt.21:31) aangezien de tollenaars en de hoeren wisten
dat zij een Verlosser nodig hadden, in tegenstelling tot die religieuze leiders
die dachten dat ze goed genoeg waren en dat ze door hun werken gered konden
worden.
De Wet is gegeven "opdat alle mond
gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij" (Rom.3:19). De
wet veroordeeld ieder mens omdat het continu 100% gehoorzaamheid eist
(Jak.2:9,10). Paulus zegt: "Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al
hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen" (Gal.3:10).
Je was niet in staat de wet volledig te
gehoorzamen voordat je wet gered. Zo heb je geleerd dat je een Verlosser nodig
had.
Maar nu je eenmaal gered bent, ben je nog
steeds niet in staat om de Wet perfect te gehoorzamen. Als je probeert om de
zonde in je leven te verbannen door de Wet te gebruiken, dan zul je merken dat
je gefrustreerd raakt, verslagen raakt en je zult een soort zelfveroordeling
ervaren die zelfs de apostel Paulus voelde toen hij probeerde om met behulp van
de Wet het probleem van de zonde op te lossen (Rom.7:15-25).
De zonde bedroog
Paulus door te denken dat de Wet iets was dat hem kon helpen het probleem van de
zonde te bestrijden (Rom.7:11). Dit is een natuurlijke vergissing die veel
Christenen maken.
Omdat de Wet "heilig, rechtvaardig en
goed" (Rom.7:12) is, lijkt
het op iets dat een goed gereedschap zou zijn om te gebruiken bij het omgaan met
het probleem van de zonde.
Echter, benzine is een vloeistof en die
vloeistof ziet eruit als iets waaruit een brand zou kunnen ontstaan. Maar zoals
we weten maakt benzine een vuur juist erger
and zoals we gezien hebben, maakt de Wet alleen de zonde slechter/erger.
Hoe maakt de Wet de zonde dan erger? Heeft
iemand jou ooit gevraagd: "Probeer NIET
aan roze olifantjes te denken." Een paar seconden voor deze opmerking had je
waarschijnlijk nog nooit aan roze olifantjes gedacht, maar nu er een wet is
gekomen die zegt dat je er NIET
aan mag denken, heeft die wet er eigenlijk voor gezorgd dat dat juist op de
voorgrond van je gedachten is getreden.
Als je vervolgens gedurende de hele dag
denkt: "Ik ga NIET
aan roze olifantjes denken, ik ga NIET
aan roze olifantjes denken…ik ga NIET
aan roze olifantjes denken" dan
zorgt de wet er toch voor dat die gedachte (van de roze olifantjes) in het
centrum van je gedachten blijft en dat leidt vervolgens tot zonde (overtreding
van het gebod) dankzij onze zondige natuur.
Als we proberen om om te gaan met stelen
bijvoorbeeld, dan is de manier niet om de dag door te komen door constant
Gods gebod "Gij zult niet stelen" in gedachten te houden.
Slechts in eerste instantie houdt het ons
af van stelen en zoals Paulus het zegt is "Het bedenken des vleses is de
dood" (Rom.8:6). Het denken aan zonde, zal uiteindelijk alleen maar leiden
tot zondigen en "indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven"
(Rom.8:13). Hoewel het niet mogelijk is om je behoudenis te verliezen, heeft de
zonde wel een stil effect in je geestelijk leven.
Maar als de Wet niet de manier is om met
zonde in ons leven om te gaan, wat is dat dan wel?
·Omgaan met de zonde
door de Geest
De manier om om te gaan met de zonde, is
niet door te focussen op de wet die het verbiedt, maar je gedachten ervoor af te
sluiten en aan geestelijke dingen te denken.
Het bedenken des vleses is de dood hebben
we gezien, "maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede"
(Rom.8:6) zoals het vers verder zegt. Denken aan zonde zal je geestelijk leven
langzaam stil laten worden, maar denken aan geestelijke dingen zal je geestelijk
leven juist verlevendigen.
Daarom zegt Paulus: "Maar indien gij
door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven"
(Rom.8:13). Het zijn de Geest en een focus op geestelijke dingen die ons helpen
om om te gaan met de zonde, níet de wet.
Dit verklaart dat, na het spreken over
dingen als "waarachtig…eerlijk…rechtvaardig…puur", Paulus ons aanmaant om "datzelve
te bedenken" (Fil.4:8). Tegen ‘strakke lopers’ wordt gezegd: "Niet naar
beneden kijken" want we hebben de neiging toe te lopen naar hetgeen we zien.
Mij is wel eens verteld dat het gevaarlijk
is om naast een megasnelweg te lopen, want bestuurders zullen je dan zien en je
stuurt richting hetgeen waar je naartoe kijkt. Zo is het ook met de zonde. De
manier om van de zonde WEG
te sturen, is niet door te focussen op een wet die het veroordeelt, maar door te
focussen op geestelijke dingen, zodat we juist die kant opsturen.
Dit is zo belangrijk dat Paulus zelfs
zover gaat door ons uit te dagen door "alle gedachte gevangen te leiden tot
de gehoorzaamheid van Christus" (II Kor.10:5).
Als we dit in gedachten hebben, dan is het
een klein wonder dat Galaten 5:16
zegt: "Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses
niet". Let op, Paulus zegt NIET
dat als we eenmaal door de Geest wandelen, we ook de lusten van het vlees niet
meer zullen hebben. Hij zegt alleen dat we de lusten van het vlees niet meer
zullen volbrengen aangezien we in de Geest wandelen.
·Verban de zonde uit
je leven
Als je leert om in de Geest te wandelen,
dan gebeurt er iets geweldigs: je zult merken dat je steeds minder tijd hebt
voor zonde. Als Paulus zegt: "Geeft den duivel geen plaats" (Ef.4:27),
dan bedoelt hij dat we Satan geen ruimte/plaats moeten geven in onze levens.
In het kort, de weg om de zonde uit je
leven te bannen, is door je leven te vullen met dingen van de Heere. Zelfs satan
kan NIETS
toevoegen aan een leven dat al is vervuld met dingen van de Heere.
Dit principe van genade zal werken, daar
waar de Wet faalt. De Wet zegt: "Gij zult geen valse getuigenis spreken"
(Ex.20:16), maar vertelt leugenaars niet hoe ze moeten stoppen met liegen. Maar
Paulus zegt: "Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk
met zijn naaste" (Ef.4:25).
De manier om om te gaan met leugen, is
door je te focussen op het vertellen van de waarheid. De wet zegt ook: "Gij
zult niet stelen" (Ex.20:15), maar biedt geen advies aan dieven hoe ze
moeten stoppen met stelen.
Maar genade voorziet het gebod van
victorie als het zegt: "Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide
liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebben mede te delen
dengene, die nood heeft" (Ef.4:28).
De manier om te stoppen met stelen van
anderen is om te beginnen met werken en het geven aan anderen.
·Wandel waardiglijk
zoals God jou heeft gemaakt in Christus
Paulus noemt de Christenen "heiligen"
(Ef.1:1) en smeekt ons vervolgens om "waardiglijk te wandelen" naar
deze hoge en heilige benoeming/roeping (Ef.4:1). Hij leert ons dat "Christus
in ulieden is" (Rom.8:10), bidt vervolgens "dat gij moogt wandelen
waardiglijk den Heere" (Kol.1:10) die in u is.
Hij vertelt ons dat we "geheiligd zijn
in Christus"(I Kor.1:2) maar staat er later op dat "een iegelijk
van u wete zijn vat te bezitten in heiligmaking en eer" (I Thess.4:4).
Hij stelt vlak vast dat we "heilig"
zijn in Gods ogen (I Thess.5:27) en daagt ons vervolgens uit om "de
heiligmaking te voleindigen" (II Kor.7:1). God heeft ons "verheerlijkt"
door ons een deel te maken van "het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde"
(Kol.1:13) en vraagt ons nu dat we "wandelen, waardiglijk Gode, Die u roept
tot Zijn Koninkrijk en heerlijkheid" (I Thess.2:12).
·Leef zoals God jou
ziet
Paulus leert ons, dat wij in de ogen van
God "dood voor de zonde" (Rom.6:2) zijn. Vervolgens daagt hij ons uit om
"het daarvoor te houden, dat wij wel der zonde dood zijn" (vers 11).
Hij gebruikt de term "zuurdesem" (I
Kor.5:8) als beeldspraak voor zonde en "slechtheid". Hij instrueert ons:
"Zuivert dan den ouden zuurdesem uit….gelijk gij ongezuurd zijt" (vers 7).
Om kort te gaan: genade leert ons
simpelweg om te beseffen wie we zijn in Christus en vervolgens ook die heilige
mens te zijn zoals God ons gemaakt heeft.
·Zorg dat je wandel
overeenkomt met je positie
Als gelovige is er vaak een verschil
tussen de positie in Christus en de wandel in Christus. Onze positie voor God is
een zondeloze perfectie, maar wie kan ontkennen dat onze dagelijkse wandel veel
minder perfect is?
Wij staan voor God "begenadigd in den
Geliefde" (Ef.1:6) en we zouden onze levens moeten leven op een manier dat
we "Beproevende wat den Heere welbehaaglijk is" (Ef.5:10).
Toen wij gingen geloven, werden wij
"Rechtvaardigheid Gods in Hem" (II Kor.5:21) en nu roept God ons op om "rechtvaardiglijk
en godzaliglijk te leven in deze tegenwoordige wereld" (Tit.2:12).
Gelovigen die dit nalaten, "staan
tegen" (II Tim.2:25). Met andere woorden: ze leven in tegenstelling tot wie
ze zijn in Christus. Soms zeggen we wel eens van iemand die we goed kennen: "Hij
is niet zichzelf vandaag."
We bedoeling hiermee dat iemand zich niet
gedraagt zoals hij/zij is (persoonlijkheid). Zo is het ook met een gelovige. Als
een gelovige zondigt, gedraagt hij zich niet in overeenstemming met hoe God hem
gemaakt heeft in Christus.
·Wat te doen als je
zondigt
Natuurlijk is het onvermijdelijk dat je
zondigt als een gelovige en de Heilige Geest "bedroeft" die jou heeft
verzegeld voor eeuwig (Ef.4:30). Als dit gebeurt, hoef je niet opnieuw Christus
aan te nemen als je Verlosser en opnieuw gered te worden.
Ook hoef je God niet om nog meer vergeving
te vragen. In de brieven van Paulus aan de gemeenten, schrijft Paulus over het
onderwerp vergeving altijd in de voltooid verleden tijd. Voor de Christen is de
vergeving een "gedane zaak", een afgerond geheel.
Vergeving van al je zonden, van toen, van nu en die je nog gaat doen, was iets
dat je kreeg op het moment dat je ging geloven.
Vragen om meer vergeving, betekent in
feite vragen om nog meer redding en verlossing. Je kunt je ongelukkig voelen als
je de Heilige Geest bedroefd hebt als je gezondigd hebt, en je zou dit zelfs uit
kunnen willen drukken in je gebed, maar je hebt géén vergeving meer nodig.
Als je ontdekt dat je gezondigd hebt, zou
je God juist moeten danken voor Zijn genade en zou je moeten vaststellen dat je
niet doorgaat met het ongehoorzaam zijn aan het Woord van God.
Hoe ga ik om met tegenslag en leed nu ik eenmaal geloof?
Besef dat
we gered zijn van zonde, niet van lijden
Toen Adam zondigde, deed de dood zijn
intrede in de wereld (Rom.5:12). Sindsdien maken pijn en ziekte deel uit van
menselijke levens. Paulus zegt: "Wij weten dat het ganse schepsel tezamen
zucht en tezamen als in barensnood is tot nu toe."
En we weten dat Christenen niet
vrijgesteld zijn van lijden, omdat Paulus toevoegt: "En niet alleen dit, maar
ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik,
zuchten in onszelven." (Rom.8:23).
Tegenslagen maken ook deel uit van het
Christelijke leven, anders zou Paulus ons dit niet aanmanen: "…uw
lijdzaamheid en geloof in al uw vervolgingen en verdrukkingen, die gij
verdraagt." (II Thess.1:4).
Twijfel niet aan de liefde van God
Als we ziek of gewond zijn, als we pijn
hebben, als we een emotioneel trauma beleven of als we financieel "gewond" zijn,
dan is de tendens om te twijfelen aan de liefde van God.
"Als God van me houdt, waarom ben ik dan
ziek?" of "Als God van me houdt…waarom overkomt me dit dan?". Gods antwoord is
te vinden in Rom.5:8: "Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat
Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren."
Om Gods liefde vast te stellen, moeten we
niet naar de omstandigheden in ons leven kijken, maar naar het Kruis. Op
Golgotha bewees Hij Zijn liefde voor ons toen Hij ons redde van onze zonden en
de straf van de hel. Na Golgotha, kan Zijn liefde voor ons NOOIT
in twijfel getrokken worden.
Leer de
waarde van tegenslagen in dit leven
Op een dag zal "de zalige hoop" van
de opname (Tit.2:13) een einde maken aan al onze problemen en daarom "roemen
wij in de hoop der heerlijkheid Gods" (Rom.5:2).
Maar tegelijkertijd zegt Paulus dat
"wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende dat de verdrukking lijdzaamheid
werkt, en de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop" (Rom.5:3,4).
We kunnen roemen in de verdrukking omdat
we weten dat het ons ten goede werkt en niet tégen ons werkt.Het bezorgt ons
wenselijke kwaliteiten in het leven en beloningen in het volgende leven.
·Leer de waarde van
tegenslagen in het volgende leven
Verdrukking werkt niet alleen dingen ten
goede uit in het leven hier op aarde, maar ook in het volgende leven. "Want
onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, werkt ons een gans zeer
uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid" (II Kor.4:17) zegt Paulus.
Hij zegt dit omdat terwijl God ons thuis
bij Hem had kunnen halen op het moment dat we geloofden, hij ervoor koos ons
hier op aarde te laten om Hem te dienen. Maar omdat hier blijven ons blootstelt
aan ziekte, ontberingen en hartzeer, heeft God beloofd om ons te belonen voor
het lijden dat we ondergaan.
Als er gevraagd zou worden HOE hoog we
beloond worden, dan volstaat het om te zeggen: "het lijden des tegenwoordigen
tijds is niet te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard
worden" (Rom.8:18).
God belooft hier om alle smart, die we
hier ondergaan als "ambassadeurs van Christus" (II Kor.5:20) vrijgevig te
belonen
Wat houdt de toekomst in
voor mij, nu ik eenmaal geloof?
1. Dood brengt je
in de aanwezigheid van God
Als we doodgaan, keert ons lichaam terug
naar de aarde, maar onze ziel en onze geest verlaten ons lichaam (Gen.35:18) en
"keren weder tot God" (Pred.12:7). Paulus vertelt ons dat "uit het
lichaam te wonen" is "bij den Heere in te wonen" (II Kor.5:8).
We hoeven niet bang te zijn voor de dood,
omdat hij ons ook vertelt dat "met Christus te zijn: dat is zeer verre het
beste" (Fil.1:23).
Maar de mens is geschapen om een
drie-eenheid te zijn van "Geest en ziel en lichaam" (I Thess.5:23). Dit
is het kleinste stukje van wat Genesis 1:26 bedoelt, toen de leden van de
Heilige drie-eenheid tegen elkaar zeiden: "Laat ONS
mensen maken naar ONS
beeld, naar ONZE gelijkenis".
Dood scheidt onze ziel en onze geest van
ons lichaam, maar God staat ons niet toe om voor eeuwig in dit "gespleten
stadium" te blijven.
En zo lezen we dat als de Heere terug zal
komen bij de opname "alzo zal ook God degenen die ontslapen zijn in Jezus,
wederbrengen met Hem" (I Thess.4:14).
De Heere zal terugkomen met de zielen van
degenen die gestorven zijn in Christus om ze te herenigen met hun lichamen. Deze
dode en vervallen lichamen zullen natuurlijk "veranderd" (I Kor.15:52) en
"gelijkvormig aan Zijn heerlijk lichaam" (Fil.3:21) moeten worden,
voordat ze naar de hemel kunnen gaan.
Dit zal gebeuren in "een punt des tijds,
in een ogenblik" (I Kor.15:52).
2. Je mag uitzien
naar de opname
"Want de Heere Zelf zal met een geroep,
met de stem des archangels en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel"
(I Thess.4:16), "en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan.
Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen
worden in de woken, den Heere tegemoet; en alzo zullen wij altijd met den Heere
wezen" (vers 16,17).
Het is duidelijk dat dode en vervallen
lichamen veranderd moeten worden, voordat ze het Hemels Koninkrijk binnen kunnen
gaan. Maar degenen die "levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren"
(I Thess.4:15) moeten ook veranderd worden, aangezien "vlees en bloed het
Koninkrijk Gods niet beërven kunnen" (I Kor.15:50).
Dus Paulus zegt over ALLE
gelovigen bij de opname dat de Heere "ons vernederd lichaam veranderen zal,
opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam" (Fil.3:21).
Onze lichamen zullen gelijkvormig worden
aan het lichaam waar Hij in leefde hier op aarde, in de 40 dagen na zijn
opstanding en voor Zijn Hemelvaart (Hand.1:1-3).
Dit gezegende lichaam was herkenbaar voor
Zijn vrienden en geliefden (I Kor.15:3-7) en kon zelfs omhelsd worden
(Matt.28:9). Toch kon het ook opstaan uit een massieve stenen graftombe en kon
het door gesloten deuren lopen (Joh.20:19). Dat is het lichaam dat iedere
gelovige te wachten staat.
3. Je moet verschijnen voor de Rechterstoel van Christus
Na de opname, "moeten wij allen
geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus" (II Kor.5:10). Deze
rechterstoel stelt niet vast of we naar de hemel of de hemel gaan – dat is iets
dat in DIT
leven vastgesteld moet worden door het vertrouwen op Christus te stellen.
Nee, het doel van deze rechterstoel is om
beloningen te schenken aan de gelovigen voor hun dienst voor de Heere.
Deze "beoordeling" in Romeinen 14:10 wordt
soms "bema stoel" – beoordeling genoemd. Dit komt, omdat het originele Nieuwe
Testament geschreven was in het Grieks en het Griekse woord voor "beoordeling"
in Romeinen 14:10 is "bema".
Dit woord werd gebruikt in de oude atletische competities, waar "oordeel" de 1e,
2e en 3e plaats vaststelde, níet schuld of onschuld.
Deze beloningen (I Kor.3:8) worden soms
kronen (I Kor.9:25; II Tim.4:8) genoemd, omdat ze de mate vaststellen in
hoeverre we zullen heersen en regeren met de Heere Jezus Christus in de eeuwige
heerlijkheid (II Tim.2:12).
Paulus moedigt ons aan om onze levens zo te leven om deze beloningen te
"verkrijgen" (I Kor.9:24).
Conclusie
Zoals je ziet zijn er, nu je eenmaal bent
gaan geloven, veel dingen met je gebeurd in het geestelijke rijk. Het is ons
gebed dat deze artikelen je zullen helpen om deze geestelijke realiteiten waar,
substantief en doeltreffend te maken in je leven.
God heef je totaal/volmaakt toegerust om om te gaan met de zonde en met
tegenslagen in je leven en bovendien ligt er een prachtige toekomst in het
vooruitzicht, eeuwig gesproken.
Moge God je zegenen als je poogt: "de
waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem Die het Hoofd
is, namelijk Christus" (Ef.4:15).
Deze
studie is eventueel ook te lezen en/of uit te printen in Als u deze studie niet kunt openen, dan kunt u
hier
gratis Adobe
Acrobat Reader downloaden.