Vorige keren hebben we verschillende punten gezien van het volgen van de
Heere Jezus:
Zijn besnijdenis, dat Hij werd opgedragen in de tempel, dat Hij gedoopt werd,
dat je alles moet verlaten anders kun je Zijn discipel niet zijn, alles
verkopen, de feesten vieren, niet schamen, Hem belijden anders verloochent Hij u
als u Hem verloochent.
U ziet dat wij recht moeten snijden en dan hebben we geen probleem, maar als
u niet recht snijdt heeft u een heel groot probleem. U ziet, wij lezen de hele Bijbel, want vooral met dit onderwerp lezen we veel
in de evangeliën.
Mattheus 25:31-34 is een heel belangrijk hoofdstuk en er is ook veel
misverstand over.
"En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de
heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op den troon Zijner heerlijkheid.
En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkander
scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt.
En Hij zal de schapen tot Zijn rechter hand zetten, maar de bokken tot
Zijn linker hand.
Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter hand
zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beerft dat Koninkrijk,
hetwelk u
bereid is van de grondlegging der wereld."
Als Christus zal komen in Zijn heerlijkheid, dat is naar beneden, hier op
aarde.
De troon Zijner heerlijkheid, dat is in Jeruzalem, daar zal Zijn troon
zijn.
U ziet hier als de Heere Jezus komt naar deze aarde dan komen alle volken
voor Hem en dan gaat Hij ze scheiden en degenen die aan Zijn rechterhand zijn
noemt Hij de gezegenden Mijns Vaders en die zullen het Koninkrijk beërven,
hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.
Wat is van de grondlegging af? Dat is vanaf Adam.
Adam was ook op deze wereld gezet, hij moest vermenigvuldigen en hij moest de
heerschappij hebben.
Het is altijd de bedoeling van God geweest om een Koninkrijk op aarde te
hebben en dat Hij hier gaat wonen en dat de mens Hem zal dienen. Dus er is een groep die daar in gaat.
Hoe komt men dat Koninkrijk in? Dat Koninkrijk vanaf de grondlegging der
wereld.
Paulus spreekt ook over een Koninkrijk, maar dan spreekt hij over een
Koninkrijk van vóór de grondlegging der wereld. Voordat Adam er was, voordat de
schepping er was, maar dat is niet op aarde, maar in de hemel. Dat lezen we bij
Paulus.
Maar hier spreekt hij niet tot het lichaam van Christus, maar in verband met
Israël.
Wie gaan er in het Koninkrijk op aarde?
Mattheus 25:35,36
"Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben
dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en
gij hebt Mij geherbergd
Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en
gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen."
Dit zijn de gezegenden, zij beërven het Koninkrijk. Zij hebben al deze dingen
gedaan.
Dit is toekomst, tijdens de 7-jarige Grote Verdrukking die voor Christus’
komst op aarde plaatsvindt. De mensen die voor Hem staan zeggen dan:
Mat.25:37-40 "Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben
wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven?
En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en
gekleed?
En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U
gekomen?
En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel
gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat
Mij gedaan."
Dus wat zien wij nu in de wereld, bij veel gelovigen?
De motivatie, vers 34,35, al die goede werken, naar de armen in de
wereld gaan, naar de verslaafden, de mensen op straat, en dan zegt men: Ja,
het was Christus die ik hielp. Dat is de motivatie om de goede werken te doen, je moet het doen want
dan kom je in het Koninkrijk.
Als je het niet doet, kijk maar in vers 41: "Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker hand zijn:
Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en
zijn engelen bereid is."
Deze groep gaat naar het eeuwige vuur, de hel, en wie zijn dat? De dingen die de éne groep wel deed heeft de andere groep niet gedaan, en dan
zeggen ze: Wanneer hebben wij U gezien? En Hij zegt: Als je het niet gedaan hebt, heb je het ook Mij niet gedaan.
Dus als ze het niet doen dan hebben ze het niet voor Hem gedaan.
En dan is het resultaat: zij gaan het koninkrijk niet in, maar in de eeuwige
pijn en de rechtvaardigen in het eeuwige leven.
Waarom is dit nu niet voor ons vandaag? Waarom kán het ook niet voor vandaag
zijn? Omdat de Heere Jezus hier ten eerste al helemaal niet spreekt over dat je het
aan iedereen zou moeten doen : de goede werken, de armen verzorgen en de
naakten kleden en de gevangenen.
Nee! In vers 40 staat: Mijn broeders.
Wie zijn de broeders van de Heere Jezus? Dat is niet de hele
wereld. Nee,dat zijn alléén de gelovige Joden, de kleine kudde :
"Vreest niet, gij klein kuddeken , want het is uws Vaders welbehagen ,
ulieden het Koninkrijk te geven." Lukas 12:32
Dat is het gelovige overblijfsel uit het ongelovige volk Israel. Dus diegenen
die Christus wel hebben aangenomen en niet de antichrist :
"Doch ik zeg dit niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn
niet allen Israel, die uit Israel zijn.
En Jesaja roept over Israel: Al ware het getal der kinderen Israels gelijk
het zand der zee, zo zal het overblijfsel behouden worden.
En alzo zal geheel Israel zalig worden ; gelijk geschreven is: De Verlosser
zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob." Rom. 9: 6,27;
11:26
Kijk met mij mee in Hebr.2:11. En dat is iets heel anders. Denk eraan dat de brief van de Hebreeën aan de Hebreeën is geschreven en
niét aan het lichaam van Christus!
Hebr.2:11-13:
"Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een;
om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.
Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der
Gemeente zal Ik U lofzingen.
En wederom: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie daar, Ik en
de kinderen, die Mij God gegeven heeft."
De kleine kudde zijn de kinderen die gegeven zijn aan de Heere Jezus. Zij
zijn de kinderen van God, maar het zijn tevens de broeders van de Heere Jezus.
Hebr.2:14
: "Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook
desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen
zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel;"
De Heere Jezus heeft het lichaam van een mens aangenomen en zodoende is Hij
ook als een mens gestorven, maar Hij is ook opgestaan zodat degene die de macht
over de dood had gebroken is, want Hij is opgestaan uit de dood.
Satan kon Hem niet in de dood vasthouden.
Hebr.2:15: "En verlossen zou al degenen, die met vreze des doods, door al hun
leven, der dienstbaarheid onderworpen waren."
Wie waren er onderworpen aan de dienstbaarheid? De dienstbaarheid betekent
hier van de wet. Wie was er onder de wet? Israël !!
Hebr.2:16,17: "Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad
Abrahams aan.
Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een
barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen."
Christus kwam in eerste instantie voor wie? Voor het volk Israël!
"Mijn volk (Israel) waren
verloren schapen
, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij
gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering" Jer. 50:6
Maar gaat veel
meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels"
Matt. 10:6
"Maar Hij
(Christus), antwoordende, zeide: Ik ben niet
gezonden, dan tot de verloren schapen van hethuis Israels."
Matt. 15:24
Dus als wij lezen in Mattheus 25:40, dan zegt Hij niet:
"Gaat de hele
wereld in zoals moeder Theresa onder de armen en je gaat daar maar flink voor de
arme mensen zorgen…En dan heb je het ook voor Mij gedaan.."
Absoluut niet!
Hij spreekt hier specifiek over een specifieke groep van mensen die arm zijn,
die naakt zijn en die vervolgd worden. Wanneer? In de tijd van de Grote
Verdrukking als het Lichaam van Christus bij de Heere is.
En wie zijn het dan die vervolgd worden?
Dat zijn de gelovigen, de gelovige
Joden, het volk Israël door de antichrist. En wie zijn het dan die hen helpen?! Dan gaan we terug naar Genesis 12.
In de tweede wereldoorlog zijn er ook mensen (heidenen; dwz niet-Joden)
geweest die de Joden hebben geholpen en onderdak hebben geboden,echter daardoor
kwamen ze niet in het Koninkrijk wat straks komen gaat op aarde.
Maar de Heere Jezus spreekt er hier in Mat.25 wél over dat heidenen
broeders van de Heere Jezus, nl. de vervolgde gelovige Joden zullen helpen. En
zíj zullen dan het Koninkrijk beërven.
Wie zijn degenen die in eerste instantie vervolgd worden? Dat is de kleine
kudde.En de heidenen die geloven en die ook God willen dienen die zullen hen dan
helpen.
Genesis 12:2:
"En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken;
en wees een zegen!"
Wanneer zal Israël een zegen zijn? In het Duizendjarig Koninkrijk.
Genesis 12:3:
"En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u
zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden."
Terug naar Mattheus 25:34 waar Hij zegt: "En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de
heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op den troon Zijner heerlijkheid.
En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkander
scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt.
En Hij zal de schapen tot Zijn rechter hand zetten, maar de bokken tot
Zijn linker hand.
Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter hand
zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders beerft
dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld."
De gezegenden Mijns Vaders… Wie zijn dat?
Hij spreekt hier over alle volken die zullen vergaderd worden, vlak voordat
het Duizendjarig Rijk begint en dan zal Hij de schapen van de bokken scheiden. De schapen zijn de
heidenen die de Jood gezegend heeft, namelijk
geholpen, gekleed en gevoed heeft.
Als ze een, vervolgde gelovigeJood hebben gevoed en geholpen,
dan hebben ze het Christus gedaan en daarom gaan ze het koninkrijk
in en dat zijn de gezegenden des Vaders.
Dus dat is een vervulling van Gen. 12:3 :
Ik zal zegenen die u zegent…….. Maar er staat ook:...en Ik zal vloeken die u vloekt.
En die vervulling zien wij aan het eind staan van Matt. 25, namelijk in vers
46 :"41 Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker hand zijn: Gaat weg
van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn
engelen bereid is.
42 Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij niet
te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij
niet te drinken gegeven;
43 Ik was een vreemdeling; en gij hebt Mij niet
geherbergd; naakt, en gij hebt Mij niet
gekleed; krank, en in de gevangenis, en gij hebt Mij
niet bezocht.
44 Dan zullen ook dezen Hem antwoorden , zeggende: Heere, wanneer hebben wij
U hongerig gezien, of dorstig , of een vreemdeling, of naakt, of krank, of in de
gevangenis, en hebben U niet gediend? 45 Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen : Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij
dit een van deze minsten niet gedaan hebt, zo hebt gij het Mij ook niet gedaan.
46 En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het
eeuwige leven"
Dat zijn degenen die de vervolgde gelovige Joden niet helpen. Natuurlijk
niet, want zij zijn de handlangers van de antichrist. En die gaan in de eeuwige pijn.
In vers 41 zegt Hij ook: Gaat weg van Mij, gij vervloekten. Denk aan Gen. 12:3.
Het is duidelijk, dit hoofdstuk gaat over de volkeren en degenen die Israël
hebben ondersteund. Vroeger dacht ik ook, toen ik het Woord niet recht sneed, ik
bid elke dag voor Jeruzalem en we moeten de Joden ondersteunen, maar dat is niet
voor nu, voor deze tijd.
Het is heel belangrijk dat we gaan zien dat het gaat om de
broeders en
dat is een heel specifieke groep van armen. Niet zomaar armen in het algemeen,
het is de kleine kudde, het zijn de gelovige Joden.En als de heiden de Jood helpt dan heeft hij het ook aan Christus gedaan.
Schrijver reed pas op weg naar een bestemming langs een zwerver, maar heeft
hem niet geholpen. Volgens deze tekst heb ik een probleem, ik heb geen goed aan Christus gedaan.
Nee, inderdaad, maar wij weten het is nu ook niet zo.
Met andere woorden als we dus niet de goede werken doen die wij hier gelezen
hebben dan gaat u voor eeuwig verloren.
Hoe is dat nu? Wat zegt Paulus? Christus stierf voor ons opdat Hij voor Zich reinigen zou een volk volijverig
in goede werken zegt hij in Titus 2:14. Wij moeten natuurlijk ook goede werken doen.
Galaten 6:10 "Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goed doen aan allen, maar meest
aan de huisgenoten des geloofs."
Dus wie komen op de eerste plaats voor ons? De huisgenoten, broeders en
zusters. En ik scherp het aan, de broeders en zusters die ook het genade evangelie
onderschrijven. Dat zijn de huisgenoten des geloofs, dat bedoelt Paulus.
Aan de andere kant moeten wij ook goed zijn voor iedereen, maar in die zin
zoals de Heere Jezus zegt?
Nee, Hij spreekt heel specifiek over dié tijd en heel specifiek over
dié
armen, als gevolg van de antichrist.
En wij met elkaar moeten elkaar in liefde verdragen enz. en hoe is onze
houding naar de wereld toe? Paulus zegt daar het één en ander over in Romeinen 12:13:
"Deelt mede tot de behoeften der heiligen. Tracht naar herbergzaamheid."
Ziet u: de heiligen? De heiligen komen op de eerste plaats. Als iemand b.v.
door één of andere oorzaak financieel in de problemen komt dat we dan als
gemeente met elkaar zo iemand helpen.
Romeinen 12:14:
"Zegent hen, die u vervolgen; zegent en vervloekt niet."
Dat is de houding naar degene die ons vervolgt : zegent en vervloekt niet.
Geen kwaad over hem spreken, nee, goed spreken en de liefde van Christus
tonen.
Niet terugbetalen, want dat is wat wij graag doen.
Romeinen 12:17:
"Vergeldt niemand kwaad voor kwaad. Bezorgt hetgeen eerlijk is voor
alle mensen."
Dat is de houding van de gelovige naar de wereld toe, hij heeft het niet over
geld geven en over dat soort dingen. Wij moeten bekend staan als mensen die
eerlijk zijn in ons doen en laten.
Niet mensen gaan afzetten bijv., een oneerlijke weegschaal e.d.
Romeinen 12:18:
"Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met
alle mensen."
Als u ruzie met iemand krijgt of onenigheid of ellende met iemand, laat het
dan aan die ander liggen en niet aan u. Paulus zegt: Zoveel het in u is,maar als de ander niet wil, ja dan
houdt het op.
Romeinen 12:20:
"Indien dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem; indien hem dorst, zo geeft
hem te drinken; want dat doende, zult gij kolen vuurs op zijn hoofd hopen."
Dit lijkt een beetje zoals de Heere Jezus het ook zei. Echter Paulus spreekt hier over
vijanden, de Heere Jezus sprak over Zijn
broeders.
Wij kunnen vijanden hebben, misschien hier niet zo, maar er zijn landen
genoeg waar de gelovigen vervolgd worden. Want u zal maar in een land wonen waar
de buurman constant tegen u is, maar juist door goed te doen gaat zijn geweten
branden.
Hij doet lelijk tegen mij maar ik blijf aardig tegen hem doen, dan krijgt men
last van het geweten, daar krijgt men het warm van, dat is precies wat God wil.
Romeinen 12:21:
"Wordt van het kwade niet overwonnen, maar overwint het kwade door het
goede."
Het gaat er om dat Christus gestalte in ons krijgt. Onze motivatie om goed te doen is anders. Het heeft met de Bedeling van
Genade te maken.
Wij zijn vrijgekocht door het bloed van de Heere Jezus, maar wij staan in
deze wereld, nog steeds en wij leven in een wereld die niet voor God is, maar
tegen God.
Wij zijn kinderen Gods en schijnen als lichten in deze wereld, wij moeten ook
als zodanig wandelen. Maar wij kunnen niet de hele wereld van eten voorzien, maar dat zegt de Here
Jezus ook niet, dat zegt Paulus ook niet.
Uw zorg is aan uw broeders en zusters, de huisgenoten des geloofs. De
wereld zorgt voor de armen. Er zijn regelmatig inzamelingen. Maar
de wereld zorgt niet voor ons. We moeten dus goed in de gaten houden dat Christus spreekt over Zijn broeders
in de Grote Verdrukking.
Maar wij staan nu in deze wereld en we hebben niet te maken met de antichrist.
Deze en zijn volgelingen zijn de vijand in de Grote Verdrukking van de
gelovige Jood en daar zegt Johannes zelfs van dat er een zonde is tot de dood en
dat zij voor zulken zelfs niet moeten bidden :
"Indien iemand zijn broeder ziet zondigen een zonde niet tot den dood , die
zal God bidden en Hij zal hem het leven geven, dengenen, zeg ik, die zondigen
niet tot den dood. Er is een zonde tot den dood; voor dezelve zonde zeg ik niet,
dat hij zal bidden" 1Joh.5:16
Want de mensen die tegen zijn die zijn namelijk van de antichrist in die tijd
en die zijn niet meer te redden. Je moet dus om je broeders denken, dié moet je
ondersteunen.
Echter, nu in de Bedeling der Genade kan ieder mens nog steeds gered worden,
dus vandaar dat wij de liefde van God betonen aan iedereen. Maar onze eerste opdracht is het Evangelie van Gods genade verkondigen
aan de mensen, en niet wat we net lazen in Mattheus 25.
Dus in het zorgen voor de armen kunnen wij Christus
zó nu
niét
volgen.
Deze
studie is eventueel ook te lezen en/of uit te printen in Als u deze studie niet kunt openen, dan kunt u
hier
gratis Adobe
Acrobat Reader downloaden.